Procedure : 2018/2975(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0583/2018

Ingediende teksten :

B8-0583/2018

Debatten :

PV 12/12/2018 - 23
CRE 12/12/2018 - 23

Stemmingen :

Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0530

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 180kWORD 55k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0582/2018
11.12.2018
PE631.606v01-00
 
B8-0583/2018

naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over belangenconflicten en de bescherming van de EU-begroting in de Tsjechische Republiek (2018/2975(RSP))


Bart Staes, Julia Reda, Philippe Lamberts namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over belangenconflicten en de bescherming van de EU-begroting in de Tsjechische Republiek (2018/2975(RSP))  
B8‑0583/2018

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere besluiten en resoluties over het verlenen van kwijting aan de Commissie(1) voor de jaren 2014, 2015 en 2016,

–  gezien Verordening (EU, Euratom) nr. 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad van 18 juli 2018 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie(2) (het nieuwe Financieel Reglement), met name artikel 61 over belangenconflicten,

–  gezien de vragen aan de Commissie die zijn toegezonden door de Tsjechische Piratenpartij op 2 augustus 2018,

–  gezien de officiële klacht die bij de Commissie is ingediend door Transparency International Tsjechische Republiek op 19 september 2018,

–  gezien het advies van de Juridische Dienst van de Commissie van 19 november 2018 over de impact van artikel 61 van het nieuwe Financieel Reglement (belangenconflicten) op betalingen uit de Europese structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen) ("Impact of Article 61 of the new Financial Regulation (conflict of interests) on payments from the European Structural and Investment (ESI) Funds"),

–  gezien de presentatie die het directoraat-generaal Begroting van de Commissie op 20 november 2018 heeft gegeven aan de Commissie begrotingscontrole van het Parlement over de regels inzake belangenconflicten in het Financieel Reglement 2018 ("Conflict of Interests Rules in the Financial Regulation 2018"),

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat de bepaling in het Financieel Reglement van 2012 inzake belangenconflicten niet expliciet van toepassing was op gedeeld beheer, maar dat de lidstaten wel verplicht waren effectieve interne controle te waarborgen, met inbegrip van het vermijden van belangenconflicten;

B.  overwegende dat de regels inzake openbare aanbestedingen de lidstaten verplichten belangenconflicten te vermijden (artikel 24 van Richtlijn 2014/24/EU(3)), inclusief directe of indirecte persoonlijke belangen, en dat voor situaties die als belangenconflicten kunnen worden beschouwd of specifieke verplichtingen bij gedeeld beheer, al regels gelden (bijvoorbeeld Verordening (EU) nr. 1303/2013(4));

C.  overwegende dat de Raad het nieuwe Financieel Reglement op 18 juli 2018 heeft vastgesteld; overwegende dat artikel 61 van het Financieel Reglement, dat belangenconflicten verbiedt, op 2 augustus 2018 in werking is getreden;

D.  overwegende dat in artikel 61, lid 1, van het Financieel Reglement (juncto artikel 61, lid 3) het volgende wordt bepaald:

(i) een negatieve verplichting voor financiële actoren om belangenconflicten met betrekking tot de EU-begroting te voorkomen;

(ii) een positieve verplichting voor financiële actoren om passende maatregelen te nemen om te voorkomen dat een belangenconflict ontstaat in de functies onder hun verantwoordelijkheid en om situaties te verhelpen die objectief als belangenconflict kunnen worden beschouwd;

E.  overwegende dat volgens de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie(5) "belangenverstrengeling (...) als zodanig en objectief een ernstige dysfunctie [is], zonder dat voor de kwalificatie ervan rekening moet worden gehouden met de bedoelingen van de betrokkenen en met hun goede of kwade trouw"; overwegende dat de Commissie verplicht is de betalingen van EU-middelen op te schorten in gevallen waarin er sprake is van een ernstige tekortkoming in de werking van de beheers- en controlesystemen en waar onontdekte, ongemelde en niet gecorrigeerde ernstige onregelmatigheden met betrekking tot het belangenconflict aan het licht zijn gekomen;

F.  overwegende dat Transparency International Tsjechische Republiek op 19 september 2018 een formele klacht heeft ingediend bij de Commissie waarin het stelt dat de Tsjechische premier, Andrej Babiš, voortdurend de Europese en Tsjechische wetgeving inzake belangenconflicten schendt;

G.  overwegende dat ook gebleken is de heer Babiš de uiteindelijk begunstigde is van Agrofert, de beheermaatschappij van de Agrofert Group, via twee trustfondsen, AB I en AB II, die niet kunnen worden beschouwd als „blinde trusts” en waarvan hij de oprichter en tegelijk enige begunstigde is;

H.  overwegende dat ondernemingen die deel uitmaken van de Agrofert Group, deelnemen aan projecten die gesubsidieerd worden in het kader van het plattelandsontwikkelingsprogramma van de Tsjechische Republiek, dat op zijn beurt gefinancierd wordt door het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling;

I.  overwegende dat ondernemingen die deel uitmaken van de Agrofert Group, gedurende de periode 2014-2020 aanzienlijke bedragen uit de ESI-fondsen hebben ontvangen, variërend van 42 miljoen EUR in 2013 tot 82 miljoen EUR in 2017;

J.  overwegende dat de heer Babiš volgens de verklaring van inkomsten van Tsjechische ambtenaren tijdens de eerste zes maanden van 2018 via zijn trustfondsen een inkomen van de Agrofert Group heeft ontvangen van 3,5 miljoen EUR;

K.  overwegende dat het Parlement de Commissie in zijn jaarverslagen van 2016, 2017 en 2018 over de kwijting aan de Commissie herhaaldelijk heeft verzocht een conformiteitsgoedkeuringsprocedure te versnellen die in januari 2016 is opgestart met het oog op het verkrijgen van gedetailleerde en nauwkeurige informatie over het risico van een belangenconflict met betrekking tot het staatsinterventiefonds voor de landbouw in de Tsjechische Republiek, en dat het heeft benadrukt dat, als niet de nodige maatregelen worden genomen om een belangenconflict te voorkomen, de Tsjechische bevoegde autoriteit er uiteindelijk toe verplicht kan zijn de erkenning van het betaalorgaan in te trekken en dit ook kan leiden tot een financiële correctie door de Commissie;

L.  overwegende dat de Commissie begrotingscontrole van het Parlement in september 2018 heeft besloten deze kwestie aan de orde te stellen in het kader van de jaarlijkse kwijtingsprocedure, met name tijdens de hoorzittingen met de commissarissen die het dichtst bij het probleem betrokken zijn;

M.  overwegende dat de hoorzittingen met commissarissen die de Commissie begrotingscontrole in het kader van de jaarlijkse kwijtingsprocedure heeft gehouden, niet hebben geleid tot voldoende, duidelijke antwoorden voor de leden met betrekking tot de stand van zaken aangaande het potentiële belangenconflict van de Tsjechische premier;

N.  overwegende dat op 1 december 2018 in de Europese media, onder andere The Guardian, Le Monde, De Standaard en de Süddeutsche Zeitung, informatie is gepubliceerd over het juridisch advies van de Juridische Dienst van de Commissie waarin het belangenconflict van de heer Babiš wordt bevestigd;

1.  merkt op dat in het kwijtingsverslag 2016 (aangenomen in april 2018) wordt gesteld dat het Europees Parlement "ingenomen [is] met het feit dat het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) zijn administratief onderzoek naar het Tsjechische "ooievaarsnest"-project heeft afgerond", "kennis [neemt] van het feit dat het OLAF-dossier is bekendgemaakt in de Tsjechische media" en "betreurt dat OLAF ernstige onregelmatigheden heeft geconstateerd";

2.  maakt zich ernstig zorgen over de niet-naleving door de Tsjechische Republiek van artikel 61, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1046 met betrekking tot het belangenconflict van de Tsjechische premier en zijn banden met de Agrofert Group;

3.  betreurt elke vorm van belangenconflict, waardoor de uitvoering van de EU-begroting in het gedrang kan komen en het vertrouwen van de EU-burgers in een goed beheer van het geld van de belastingbetalers van de EU kan worden ondermijnd; verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat een nultolerantiebeleid wordt gevoerd zonder dubbele normen ten aanzien van belangenconflicten van alle EU-politici, en geen excuus te zoeken voor vertragingen bij de bescherming van de financiële belangen van de Unie;

4.  verzoekt de Commissie om van de actieve vermijding van belangenconflicten een van haar prioriteiten te maken en, als hoedster van de Verdragen, in deze gevallen effectief en snel actie te ondernemen, met name wanneer de nationale autoriteiten nalaten belangenconflicten bij hun hoogste vertegenwoordigers te voorkomen;

5.  dringt er bij de Commissie op aan deze kwestie onverwijld op te volgen, op basis van het advies van haar juridische dienst naar aanleiding van de klacht van Transparency International Tsjechische Republiek, en de nodige corrigerende maatregelen en procedures ten uitvoer te leggen om elke mogelijke illegale situatie te wijzigen, met inbegrip van een maatregel om alle EU-financiering voor de Agrofert Group op te schorten totdat het belangenconflict volledig is onderzocht en opgelost;

6.  roept tevens alle EU-staatshoofden en -regeringsleiders alsmede -overheidsfunctionarissen ertoe op om het nieuwe Financieel Reglement proactief toe te passen, met name het deel over belangenconflicten, teneinde situaties die schadelijk zijn voor de reputatie of de democratie van de EU of afzonderlijke lidstaten of voor de financiële belangen van de EU, te voorkomen, en om een voorbeeld te zijn van inzet voor het algemeen belang, niet voor persoonlijk gewin;

7.  verzoekt de nationale parlementen van de lidstaten ervoor te zorgen dat geen nationale wetgeving inzake de voorkoming van belangenconflicten indruist tegen de geest van het nieuwe Financieel Reglement;

8.  verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat in elke lidstaat actieplannen inzake belangenconflicten worden opgesteld en uitgevoerd en verslag uit te brengen bij het Parlement over de vooruitgang die met de plannen wordt geboekt;

9.  neemt kennis van het door de Juridische Dienst van de Commissie opgestelde advies over het mogelijke belangenconflict van de huidige Tsjechische premier, de heer Babiš, in zijn hoedanigheid van minister van Financiën in 2014; eist dat de Commissie de wettigheid van alle EU-subsidies die aan de Agrofert Group zijn betaald sinds de heer Babiš lid is van de Tsjechische regering, grondig onderzoekt, aan de hand van het vorige Financieel Reglement, dat van toepassing was vóór 2 augustus 2018, en het deel daarin over belangenconflicten;

10.  verzoekt de Commissie alle documenten met betrekking tot de kwestie van mogelijke belangenconflicten van de Tsjechische premier en ook van de minister van Landbouw ter beschikking te stellen van de Commissie begrotingscontrole;

11.  verzoekt de Raad en zijn eigen onderhandelaars over het meerjarig financieel kader (MFK) aan te dringen op volledige transparantie van alle banden tussen de heer Babiš en de Agrofert Group en erop toe te zien dat deze niet interfereren met zijn rol als premier van de Tsjechische Republiek, alsmede alle nodige en passende maatregelen te nemen ter voorkoming van belangenconflicten bij de onderhandelingen over toekomstige EU-begrotingen en over het MFK, overeenkomstig artikel 61, lid 1, van Verordening (EU) nr. 2018/1046;

12.  dringt er bij zijn Commissie begrotingscontrole op aan de preventie van belangenconflicten en rapportage over de in dit verband genomen maatregelen op te nemen in het jaarlijkse kwijtingsverslag aan de Commissie;

13.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en de Raad, alsmede aan de regering en het parlement van de Tsjechische Republiek.

 

(1)

PB L 246 van 14.9.2016, blz. 1, PB L 252 van 29.9.2017, blz. 1 en PB L 248 van 3.10.2018, blz. 1.

(2)

PB L 193 van 30.7.2018, blz. 1.

(3)

PB L 94 van 28.3.2014, blz. 65.

(4)

PB L 347 van 20.12.2013, blz. 320.

(5)

Ismeri Europa Srl tegen Rekenkamer van de Europese Gemeenschappen, arrest van 15 juni 1999, T-277/97, ECLI:EU:T:1999:124.

Laatst bijgewerkt op: 12 december 2018Juridische mededeling