Procedure : 2019/2543(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0084/2019

Ingediende teksten :

B8-0084/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 31/01/2019 - 9.16
CRE 31/01/2019 - 9.16
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0061

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 139kWORD 51k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0082/2019
30.1.2019
PE631.685v01-00
 
B8-0084/2019

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de situatie in Venezuela (2019/2543 (RSP)).


Javier Nart, Petras Auštrevičius, Beatriz Becerra Basterrechea, Izaskun Bilbao Barandica, Enrique Calvet Chambon, Dita Charanzová, Gérard Deprez, María Teresa Giménez Barbat, Ivan Jakovčić, Petr Ježek, Valentinas Mazuronis, Gesine Meissner, Ulrike Müller, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Jozo Radoš, Pavel Telička, Ivo Vajgl, Renate Weber namens de ALDE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Venezuela (2019/2543 (RSP)).  
B8‑0084/2019

Het Europees Parlement,

–  gezien zijn eerdere resoluties over Venezuela, en met name zijn resolutie van 3 mei 2018 over de verkiezingen in Venezuela(1), zijn resolutie van 5 juli 2018 over de migratiecrisis en de humanitaire situatie in Venezuela en aan de grenzen van het land met Colombia en Brazilië(2) en zijn resolutie van 25 oktober 2018 over de situatie in Venezuela(3),

–  gezien het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof,

–  gezien de grondwet van Venezuela, en met name artikel 233 daarvan,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat er bij de verkiezingen die op 20 mei 2018 werden gehouden, niet aan de minimale internationale normen voor een geloofwaardig verkiezingsproces is voldaan en politiek pluralisme, democratie, transparantie en de rechtsstaat met voeten zijn getreden; overwegende dat de EU, samen met andere democratische landen en regionale organisaties, die verkiezingen noch de autoriteiten die via dit onwettige proces aan de macht zijn gekomen, heeft erkend;

B.  overwegende dat Nicolás Maduro op 10 januari 2019 voor het Venezolaanse hooggerechtshof op onrechtmatige wijze en in overtreding van de grondwettelijke orde de presidentiele macht heeft gegrepen;

C.  overwegende dat de wettig en democratisch gekozen voorzitter van de Nationale Vergadering, Juan Guaidó, op 23 januari 2019 werd beëdigd als interim-president van Venezuela overeenkomstig artikel 233 van de Venezolaanse grondwet;

D.  overwegende dat sinds 21 januari 2019 in meer dan 60 steden in het hele land protesten en demonstraties plaatsvinden, waarvan de grootste die op 23 januari in Caracas was; overwegende dat er volgens meldingen bij demonstraties en onlusten vele doden zijn gevallen; overwegende dat er nog altijd sprake is van ernstige mensenrechtenschendingen als gevolg van gewelddadig optreden tegen en onderdrukking van sociale protesten, illegale invallen, willekeurige arrestaties, en stigmatisering en vervolging van oppositieactivisten;

E.  overwegende dat de Inter-Amerikaanse Commissie voor de rechten van de mens (IACHR) op 25 januari 2019 voorzorgsmaatregelen ter bescherming van Juan Guaidó heeft getroffen;

F.  overwegende dat de EU herhaaldelijk heeft aangedrongen op herstel van de democratie en de rechtsstaat in Venezuela via een geloofwaardig politiek proces;

G.  overwegende dat de openbaar aanklager van het ICC op 8 februari 2018 een vooronderzoek heeft ingesteld naar de situatie in Venezuela, op basis van verzoeken die het van ngo's en individuen heeft ontvangen;

H.  overwegende dat het Europees Parlement in december 2017 de Sacharovprijs voor de vrijheid van denken heeft toegekend aan de democratische oppositie van Venezuela;

1.  erkent en spreekt zijn volledige steun uit voor de voorzitter van de Nationale Vergadering, Juan Guaidó, die op 23 januari 2019 de rol van interim-president van de Bolivariaanse Republiek Venezuela op zich nam, vanwege de onwettigheid van het regime van Nicolás Maduro en overeenkomstig artikel 233 van de Venezolaanse grondwet;

2.  verzoekt de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) tezamen met de lidstaten een krachtig en eensgezind standpunt in te nemen en Juan Guaidó te erkennen als enige legitieme interim-president van het land totdat er, op zo kort mogelijke termijn, nieuwe verkiezingen worden uitgeschreven; is ingenomen met het feit dat veel andere democratische landen het nieuwe interim-presidentschap reeds hebben erkend;

3.  dringt er bij de EU en bij de lidstaten op aan in het bijzonder samen te werken met de landen die deel uitmaken van de Groep van Lima, alsook met de landen die Juan Guaidó als interim-president hebben erkend, op basis van een gemeenschappelijke agenda om de democratie en de rechtsstaat volledig te herstellen en de humanitaire crisis in Venezuela te beëindigen;

4.  spreekt nogmaals zijn volledige steun uit voor de Nationale Vergadering, het enige democratisch gekozen orgaan van Venezuela, waarvan de bevoegdheden moeten worden hersteld en geëerbiedigd, waaronder de prerogatieven en de veiligheid van haar leden; is in dit verband ingenomen met de door de IACHR afgekondigde voorzorgsmaatregelen ter bescherming van Juan Guaidó;

5.  spoort de de facto regering van Maduro aan om de mensenrechten en de fundamentele vrijheden van alle leden van de Nationale Vergadering, met inbegrip van de voorzitter Juan Guaidó en van de bevolking van het land, te eerbiedigen;

6.  veroordeelt de wrede onderdrukking van de vreedzame oppositie en de democratisch gekozen leden van de Nationale Vergadering en haar voorzitter, Juan Guaidó, in het bijzonder nadat hij als interim-president van Venezuela werd beëdigd;

7.  veroordeelt met klem het geweld, dat heeft geleid tot doden en gewonden, en betuigt zijn oprechte medeleven aan de nabestaanden en vrienden van de slachtoffers; dringt er bij de Venezolaanse autoriteiten op aan een eind te maken aan de mensenrechtenschendingen, de daders ter verantwoording te roepen, en erop toe te zien dat alle fundamentele vrijheden en mensenrechten volledig worden geëerbiedigd;

8.  staat volledig achter de oproep van de secretaris-generaal van de VN om een onafhankelijk en volledig onderzoek uit te voeren naar de gemelde slachtoffers; spreekt nogmaals zijn volledig steun uit voor het openen van een onderzoek door het ICC;

9.  staat nog steeds achter het opleggen van aanvullende, gerichte en herroepbare sancties door de EU, maar is van mening dat er meer moet worden gedaan; dringt er daarom bij de Raad op aan de lijst met sancties uit te breiden naar andere vertegenwoordigers van de onwettige Venezolaanse autoriteiten en hun familieleden; verzoekt de Raad te overwegen sancties op te leggen ten aanzien van Venezolaanse olie, onder meer ten aanzien van transacties met het staatsbedrijf PDVSA;

10.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de rechtmatige tijdelijke president alsook de Nationale Vergadering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, de regeringen en parlementen van de Groep van Lima, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering en de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten.

(1)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0199.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0313.

(3)

Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0436.

Laatst bijgewerkt op: 31 januari 2019Juridische mededeling