Procedure : 2019/2573(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0127/2019

Ingediende teksten :

B8-0127/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 14/02/2019 - 10.15
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0129

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 147kWORD 53k
12.2.2019
PE635.352v01-00
 
B8-0127/2019

naar aanleiding van vraag met verzoek om mondeling antwoord B8‑0014/2019

ingediend overeenkomstig artikel 128, lid 5, van het Reglement


over de toekomst van de lijst van acties ter bevordering van de gelijkheid van LGBTI-personen (2019-2024) (2019/2573(RSP))


Roberta Metsola namens de PPE-Fractie
Daniele Viotti namens de S&D-Fractie
Sophia in ’t Veld, Beatriz Becerra Basterrechea, Izaskun Bilbao Barandica namens de ALDE-Fractie
Malin Björk, Miguel Urbán Crespo, Merja Kyllönen, Xabier Benito Ziluaga, Tania González Peñas, Lola Sánchez Caldentey, Paloma López Bermejo, Ángela Vallina, Barbara Spinelli, Nikolaos Chountis, Martin Schirdewan, Helmut Scholz, Kostadinka Kuneva, Marisa Matias, Marina Albiol Guzmán, Dimitrios Papadimoulis, Stelios Kouloglou, Patrick Le Hyaric namens de GUE/NGL-Fractie
Terry Reintke, Judith Sargentini namens de Verts/ALE-Fractie
AMENDEMENTEN

Resolutie van het Europees Parlement over de toekomst van de lijst van acties ter bevordering van de gelijkheid van LGBTI-personen (2019-2024) (2019/2573(RSP))  
B8‑0127/2019

Het Europees Parlement,

–  gezien artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie,

–  gezien de artikelen 8 en 10 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met name artikel 21,

–  gezien het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden,

–  gezien Aanbeveling CM/Rec(2010)5 van het Comité van Ministers van de Raad van Europa aan de lidstaten inzake maatregelen ter bestrijding van discriminatie wegens seksuele geaardheid of genderidentiteit, die is aangenomen op 31 maart 2010,

–  gezien het voorstel van de Commissie voor een richtlijn van de Raad betreffende de toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van personen ongeacht godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid (COM(2008)0426) en het standpunt van het Europees Parlement van 2 april 2009 ten aanzien van dat voorstel,

–  gezien de richtsnoeren ter bevordering en bescherming van de uitoefening van alle mensenrechten door lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgenders en interseksen (LGBTI-personen), die de Raad van de Europese Unie heeft aangenomen in zijn vergadering van 24 juni 2013,

–  gezien de conclusies van de Raad over LGBTI-gelijkheid van 16 juni 2016,

–  gezien de resultaten van het onderzoek van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten naar ervaringen van lesbische, homoseksuele, biseksuele en transgenderpersonen in de Europese Unie, gepubliceerd op 17 mei 2013,

–  gezien de resolutie van het Europees Parlement van 4 februari 2014 over de EU-routekaart tegen homofobie en discriminatie wegens seksuele gerichtheid of genderidentiteit(1),

–  gezien zijn resolutie van 16 januari 2019 over de situatie van de grondrechten in de Europese Unie in 2017(2),

–  gezien resolutie 2191 (2017) van 12 oktober 2017 van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa inzake de bevordering van de mensenrechten en de uitbanning van discriminatie van interseksuelen,

–  gezien de lijst maatregelen van de Commissie om de gelijkheid van LGBTI's te bevorderen van december 2015,

–  gezien de jaarverslagen van de Commissie van 2016 en 2017 over de uitvoering van de lijst van maatregelen om de gelijkheid van LGBTI-personen te bevorderen,

–  gezien het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) van 5 juni 2018 (Relu Adrian Coman e.a./Inspectoratul General pentru Imigrări en Ministerul Afacerilor Interne)(3) en andere jurisprudentie ter zake van het HvJ-EU en het Europees Hof voor de Rechten van de Mens,

–  gezien het verslag van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten van mei 2015 over de situatie van de grondrechten voor interseksuele personen,

–  gezien het verslag van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten van maart 2017 over de huidige migratiesituatie in de EU: LGBTI-asielzoekers,

–  gezien het verslag uit 2015 van de commissaris voor de mensenrechten van de Raad van Europa over mensenrechten en interseksuele personen,

–  gezien resolutie 2048 (2015) van 22 april 2015 van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa over discriminatie van transgenders in Europa,

–  gezien het VN-Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW),

–  gezien het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld (Verdrag van Istanbul),

–  gezien de vraag aan de Commissie over de toekomst van de lijst van acties ter bevordering van de gelijkheid van LGBTI-personen (2019-2024) (O-000006/2019 - B8-0014/2019),

–  gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat LGBTI-personen nog altijd het slachtoffer van discriminatie en geweld zijn in de Europese Unie; overwegende dat niet alle EU-lidstaten LGBTI-personen wettelijke bescherming tegen discriminatie bieden;

B.  overwegende dat het Parlement in zijn resolutie van 4 februari 2014 over de EU-routekaart tegen homofobie en discriminatie wegens seksuele gerichtheid of genderidentiteit, de Commissie heeft opgeroepen een strategie over de gelijkheid van LGBTI-personen aan te nemen;

C.  overwegende dat de Europese Raad, in zijn conclusies over de gelijkheid van LGBTI's van 16 juni 2016, de lidstaten heeft verzocht om samen te werken met de Commissie ten aanzien van de lijst met maatregelen voor LGBTI's;

D.  overwegende dat de Commissie brede strategische kaders heeft aangenomen op andere gebieden die verband houden met grondrechten, zoals gehandicapten en de integratie van Roma, maar nu een dergelijke stap moet ondernemen op het gebied van LGBTI-rechten;

E.  overwegende dat de lijst met maatregelen om de gelijkheid van LGBTI's te bevorderen die door de Commissie in 2015 is gepubliceerd, een niet-bindende, onvolledige strategie is;

F.  overwegende dat uit de verslagen van de Commissie over de uitvoering van de lijst met maatregelen om de gelijkheid van LGBTI's te bevorderen blijkt dat belangrijke stappen zijn genomen, maar dat er nog veel moet gebeuren voordat sprake is van gelijkheid van alle burgers in de EU, met inbegrip van LGBTI-burgers;

G.  overwegende dat de richtsnoeren ter bevordering en bescherming van de uitoefening van alle mensenrechten door lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen, transgenders en interseksen (LGBTI-personen) die de Europese Raad heeft aangenomen, sinds 2013 bindend zijn voor de EU en haar lidstaten in hun extern optreden, maar dat de EU geen interne aanvullende verbintenis is aangegaan, hetgeen een dreiging vormt voor de interne en externe samenhang;

H.  overwegende dat de antidiscriminatierichtlijn nog altijd geblokkeerd is in de Raad;

1.  herhaalt de aanbevelingen van zijn resolutie over de EU-routekaart;

2.  merkt op dat de afgelopen jaren in de EU achteruitgang op het gebied van gendergelijkheid is waargenomen, met rechtstreekse gevolgen voor LGBTI-personen; verzoekt de Commissie zich ertoe te verbinden deze achteruitgang terug te dringen, van gelijkheid en non-discriminatie een van haar prioriteiten te maken, en ervoor te zorgen dat ook de volgende Commissie, die later dit jaar zal aantreden, deze verbintenis op zich zal nemen;

3.  verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat LGBTI-rechten prioriteit krijgen in haar werkprogramma voor de periode 2019-2024, en de samenwerking tussen verschillende DG's te versterken op gebieden waarop LGBTI-rechten moeten worden geïntegreerd, zoals onderwijs en gezondheid, zoals omschreven in de lijst met maatregelen voor LGBTI's;

4.  verzoekt de Commissie nog een strategisch document aan te nemen om gelijkheid voor LGBTI-personen te bevorderen;

5.  verzoekt de Commissie toezicht te houden op de tenuitvoerlegging van de wetgeving inzake non-discriminatie en deze te handhaven, evenals maatregelen om de rechten van LGBTI-personen op alle gebieden te waarborgen;

6.  verzoekt de Commissie haar werkzaamheden voort te zetten op de gebieden die reeds zijn opgenomen in de lijst met maatregelen voor LGBTI's;

7.  verzoekt de Commissie het Parlement en maatschappelijke organisaties te betrekken bij de opstelling van haar toekomstige lijst met maatregelen voor LGBTI's;

8.  verzoekt de Commissie door te gaan met haar bewustmakings- en openbare-communicatiecampagnes over LGBTI-personen en hun gezinnen; benadrukt het belang van dergelijke acties op alle niveaus, en om de nadruk te leggen op de voordelen van diversiteit voor de samenleving in plaats van op louter normalisering van LGBTI-personen;

9.  verzoekt de Commissie concrete maatregelen te nemen om het vrije verkeer van alle gezinnen te waarborgen, met inbegrip van LGBTI-gezinnen, in overeenstemming met de recente zaak Coman bij het HvJ-EU;

10.  merkt op dat 8 lidstaten sterilisatie vereisen en 18 lidstaten een diagnose met betrekking tot de geestelijke gezondheid vereisen voor wettelijke geslachtserkenning; verzoekt de Commissie te beoordelen of dergelijke vereisten in overeenstemming zijn met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie;

11.  verzoekt de Commissie haar toekomstige werkzaamheden betreffende LGBTI-rechten ook vanuit een intersectioneel perspectief te benaderen, rekening te houden met de ervaringen met "intersectionele discriminatie" van gemarginaliseerde LGBTI-personen en met maatregelen te komen om op hun specifieke behoeften in te kunnen spelen, ook door middelen beschikbaar te stellen voor specifieke ondersteunende netwerken voor gemarginaliseerde LGBTI-groepen;

12.  verzoekt de Commissie met de lidstaten te blijven samenwerken met het oog op de uitvoering van haar toekomstige maatregelen op het gebied van LGBTI-rechten;

13.  verzoekt de Commissie om de uitwisseling van goede praktijken over dit onderwerp te stimuleren; verzoekt de lidstaten de wetgeving aan te nemen die nodig is om te waarborgen dat de grondrechten van LGBTI-kinderen voldoende worden geëerbiedigd, bevorderd en beschermd, en te waarborgen dat zij volledig worden beschermd tegen discriminatie;

14.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de parlementen en regeringen van de lidstaten en de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa.

(1)

PB C 93 van 24.3.2017, blz. 21.

(2)

Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0032.

(3)

Arrest van het Hof van Justitie (Grote kamer) van 5 juni 2018, ECLI:EU:C:2018:385.

Laatst bijgewerkt op: 13 februari 2019Juridische mededeling