Procedure : 2019/2574(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0128/2019

Ingediende teksten :

B8-0128/2019

Debatten :

PV 13/02/2019 - 20
CRE 13/02/2019 - 20

Stemmingen :

PV 14/02/2019 - 10.16

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0130

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 138kWORD 51k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0128/2019
12.2.2019
PE635.353v01-00
 
B8-0128/2019

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de toekomst van het INF-verdrag en de gevolgen voor de EU  (2019/2574(RSP))


Geoffrey Van Orden, Charles Tannock, Anna Elżbieta Fotyga, Ruža Tomašić, Branislav Škripek namens de ECR-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de toekomst van het INF-verdrag en de gevolgen voor de EU  (2019/2574(RSP))  
B8‑0128/2019

Het Europees Parlement,

–  gezien het verdrag ter vernietiging van de kernwapens voor de middellange en de korte afstand (INF-verdrag), dat op 8 december 1987 te Washington is ondertekend door de toenmalige president van de VS, Ronald Reagan, en de president van de Unie van Socialistische Sovjet-Republieken (Sovjet-Unie), Michail Gorbatsjov,

–  gezien de verklaring van de Amerikaanse president Trump van 21 oktober 2018, waarin hij dreigde met de terugtrekking van de VS uit het INF-verdrag,

–  gezien de verklaring van president Trump van 1 februari 2019, waarin hij de terugtrekking van de VS uit het INF-verdrag bevestigde,

–  gezien de verklaring van de Russische president Vladimir Poetin van 2 februari 2019, waarin hij bevestigde dat zijn regering de deelname van Rusland aan het verdrag heeft opgeschort,

–  gezien de verklaring over het INF-verdrag die de ministers van Buitenlandse Zaken van de NAVO op 4 december 2018 in Brussel hebben afgelegd,

–  gezien de opmerkingen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, Federica Mogherini, tijdens de zevende EU-conferentie inzake non-proliferatie en ontwapening, die op 18 en 19 december 2018 plaatsvond in Brussel,

–  gezien de gezamenlijke verklaring over de samenwerking tussen de EU en de NAVO, die op 10 juli 2018 in Brussel is ondertekend,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het INF-verdrag in 1987 tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie werd ondertekend als een wapenbeheersingsovereenkomst bedoeld om alle op land gestationeerde ballistische en kruisraketten en afvuurinrichtingen met een bereik van 500 tot 5 500 km te vernietigen;

B.  overwegende dat in mei 1991 circa 2 692 raketten waren vernietigd in overeenstemming met de bepalingen van het verdrag; overwegende dat er vervolgens gedurende tien jaar inspecties ter plaatse zijn uitgevoerd; overwegende dat er uiteindelijk meer dan 3 000 raketten met kernkoppen zijn ontmanteld in het kader van het INF-verdrag;

C.  overwegende dat het INF-verdrag al meer dan dertig jaar een sleutelrol vervult bij de handhaving van de veiligheid van Europa en zijn NAVO-partners;

D.  overwegende dat de NAVO en de Verenigde Staten Rusland herhaaldelijk hebben gewezen op hun bezorgdheid over diens raketontwikkelingsactiviteiten, in het bijzonder met betrekking tot het 9M729-raketsysteem, dat volgens hen in strijd is met het INF-verdrag;

E.  overwegende dat de Amerikaanse president Donald Trump op 21 oktober 2018 zijn voornemen bekendmaakte om de Verenigde Staten uit het verdrag terug te trekken op grond van het feit dat Rusland het verdrag niet naleeft;

F.  overwegende dat de Verenigde Staten het verdrag formeel hebben opgeschort op 1 februari 2019, na het verstrijken van de termijn van 60 dagen waarbinnen Rusland terug kon keren naar volledige naleving van het verdrag; overwegende dat Rusland het verdrag op 2 februari 2019 heeft opgeschort;

G.  overwegende dat Rusland sinds zijn terugtrekking uit het verdrag is begonnen met de ontwikkeling van nieuwe ballistische en hypersonische raketsystemen voor de middellange afstand; overwegende dat de Verenigde Staten ook hebben aangekondigd dat zij plannen hebben voor onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten met wapens die krachtens het INF-verdrag verboden zijn;

H.  overwegende dat de secretaris-generaal van de NAVO, Jens Stoltenberg, Rusland heeft opgeroepen gebruik te maken van de termijn van zes maanden die de Verenigde Staten hebben aangeboden om terug te keren naar volledige naleving;

I.   overwegende dat Rusland herhaaldelijk heeft ontkend dat het in de periode 2014-2017 inbreuk heeft gemaakt op het verdrag en daarmee heeft bijgedragen aan het gebrek aan vertrouwen in of de handhaving van het INF-verdrag;

J.  overwegende dat Rusland, vóór de terugtrekking van de VS uit het verdrag, heeft bevestigd dat het begin 2019 intercontinentale ballistische raketten van het type RS-26 zou stationeren op 1 200 km ten oosten van Moskou;

K.  overwegende dat China, dat het INF-verdrag niet heeft ondertekend, zijn raketarsenaal op grote schaal heeft uitgebreid, onder meer met lanceerinrichtingen zoals draagraketten van meervoudige onafhankelijke richtbare springkoppen (MIRV) en onderzeeërs van de Jinklasse die met ballistische raketten zijn uitgerust, waarmee het zijn bereik en arsenaal aan ballistische raketten – dat momenteel wordt geraamd op 1 200 korteafstandsraketten, 200 tot 300 middellangeafstandsraketten en 75 tot 100 intercontinentale raketten – exponentieel heeft vergroot en waardoor de vraag rijst of er een nieuw verdrag nodig is dat de VS, Rusland en China bindt;

1.  steunt de voortzetting van het INF-verdrag als hoeksteen van wereldwijde non-proliferatie en is van mening dat het verdrag al meer dan dertig jaar een sleutelrol vervult in de Europese vrede en veiligheid;

2.  onderschrijft de verklaring van de ministers van Buitenlandse Zaken van de NAVO dat Rusland raketsystemen heeft ontwikkeld die in strijd zijn met het INF-verdrag en een bedreiging vormen voor de Euro-Atlantische veiligheid; is het voorts eens met het oordeel van de NAVO dat de Verenigde Staten hun verplichtingen uit hoofde van het INF-verdrag altijd volledig zijn nagekomen;

3.  dringt er bij Rusland op aan het INF-verdrag zo snel mogelijk weer volledig en op controleerbare wijze na te leven en zich ertoe te verbinden het op lange termijn na te leven;

4.  erkent het belang van volledige transparantie en dialoog om vertrouwen op te bouwen bij de tenuitvoerlegging van het INF-verdrag en andere overeenkomsten ter ondersteuning van strategische stabiliteit en veiligheid;

5.  is groot voorstander van initiatieven ter versterking van non-proliferatie en ontwapening en roept op tot een hervatting van de constructieve dialoog tussen de Verenigde Staten en Rusland om te komen tot strengere regels en waarborgen met betrekking tot hun raketarsenalen en nucleaire capaciteit;

6.  blijft zich volledig inzetten voor doeltreffende internationale wapenbeheersing, ontwapening en non-proliferatie;

7.  benadrukt het belang van eensgezindheid tussen de Verenigde Staten en hun NAVO-partners bij het handhaven van de Euro-Atlantische veiligheid en afschrikkingscapaciteit en het defensiestandpunt van de NAVO;

8.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de president en de leden van het Congres van de Verenigde Staten, de president van de Russische Federatie en de leden van de Russische Doema en de Federatieraad.

 

Laatst bijgewerkt op: 13 februari 2019Juridische mededeling