Procedure : 2019/2574(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0133/2019

Ingediende teksten :

B8-0133/2019

Debatten :

PV 13/02/2019 - 20
CRE 13/02/2019 - 20

Stemmingen :

PV 14/02/2019 - 10.16

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0130

ONTWERPRESOLUTIE
PDF 144kWORD 48k
Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0128/2019
12.2.2019
PE635.358v01-00
 
B8-0133/2019

naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid

ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement


over de toekomst van het INF-verdrag en de gevolgen voor de EU (2019/2574(RSP))


Klaus Buchner, Bodil Valero, Ska Keller, Philippe Lamberts, Reinhard Bütikofer, Jordi Solé, Michèle Rivasi namens de Verts/ALE-Fractie

Resolutie van het Europees Parlement over de toekomst van het INF-verdrag en de gevolgen voor de EU (2019/2574(RSP))  
B8‑0133/2019

Het Europees Parlement,

–  gezien het Verdrag tussen de Verenigde Staten van Amerika en de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken inzake de verwijdering van hun middellange- en kortere afstandsraketten van 8 december 1987 (hierna: het "INF-verdrag"),

–  gezien de verklaring van het Witte Huis van 1 februari 2019 dat president Donald Trump in antwoord op de veronderstelde schending van het INF-verdrag door Rusland te kennen heeft gegeven dat de Verenigde Staten hun deelname aan het INF-verdrag per 2 februari zullen opschorten en verder zullen gaan met de ontwikkeling van een grondgelanceerd, conventioneel bewapend raketsysteem voor de kortere afstand,

–  gezien de door de VS en de NAVO geuite zorgen met betrekking tot het feit dat Rusland het INF-verdrag niet naleeft, met name wat betreft zijn nieuwe raketsysteem 9M729, het meest recent uitgesproken in de verklaring van 1 februari 2019 van de Noord-Atlantische Raad,

–  gezien de verklaring van 2 februari van president Vladimir Poetin dat de Russische Federatie, gezien de opschorting van de deelname van de VS aan het INF-verdrag, haar deelname aan het INF-verdrag eveneens zal opschorten,

–  gezien de zorgen van Rusland dat de Amerikaanse Aegis Ashore-raketten en MK41-lanceerinstallaties die in bepaalde delen van Europa worden geplaatst in combinatie met raketafweersystemen onder het verboden bereik vallen en zouden kunnen worden aangepast om in de toekomst Russische steden te bedreigen, hetgeen in strijd is met de verplichtingen van het INF-verdrag;

–  gezien het belang van volledige naleving van het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens (NPV) van 1968, dat alle staten verplicht te goeder trouw te streven naar nucleaire ontwapening en een einde te maken aan de kernwapenwedloop;

–  gezien de resolutie van de Algemene Vergadering van de VN van 13 december 2011 over de totstandbrenging van een kernwapenvrije zone in het Midden-Oosten (A/RES/66/61),

–  gezien het Verdrag inzake het verbod op kernwapens (TPNW) dat op 7 juli 2017 is goedgekeurd door de Algemene Vergadering van de VN,

–  gezien zijn resolutie van 10 maart 2010 over het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens(1),

–  gezien zijn resolutie van 17 januari 2013 over de aanbevelingen van de NPV-toetsingsconferentie inzake de totstandbrenging van een Midden-Oosten dat vrij is van massavernietigingswapens(2),

–  gezien zijn resolutie van 27 oktober 2016 over nucleaire veiligheid en non-proliferatie(3),

–  gezien de EU-seminars over non-proliferatie en ontwapening en de regelmatige vergaderingen van het EU-Consortium non-proliferatie,

–  gezien de EU-strategie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens, goedgekeurd door de Europese Raad op 12 december 2003,

–  gezien de conclusies van de Raad over de negende Toetsingsconferentie van de partijen bij het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens (8079/15),

–  gezien Besluit 2012/422/GBVB van de Raad van 23 juli 2012 ter bevordering van een proces dat moet leiden tot de instelling van een zone in het Midden-Oosten die vrij is van kernwapens en alle andere massavernietigingswapens(4),

–  gezien de "Basel Appeal on Disarmament and Sustainable Security" van 29 januari 2019, ondertekend door burgemeesters, parlementsleden en vertegenwoordigers van denktanks en het maatschappelijk middenveld,

–  gezien de gezamenlijke verklaring van zeven Franse vredesorganisaties van 24 januari 2019 ter gelegenheid van het feit dat 73 jaar geleden de eerste resolutie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties werd aangenomen, namelijk resolutie 1(1) over de uitbanning van kernwapens, die werd goedgekeurd op 24 januari 1946,

–  gezien de Nobelprijs voor de vrede van 2017 die werd toegekend aan de Internationale Campagne tot Afschaffing van Kernwapens (ICAN),

–  gezien de toespraak van de uitvoerend directeur van ICAN tot de Voltallige Vergadering van het Europees Parlement op 7 februari 2018,

–  gezien de aankondiging op 24 januari 2019 in het Bulletin of the Atomic Scientists dat de "Doomsday Clock" nog steeds op twee minuten voor twaalf staat als gevolg van de risico's van kernwapens en klimaatverandering voor de mensheid en de beschaving,

–  gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A.  overwegende dat het INF-verdrag, dat in 1987 door de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie werd ondertekend, beide partijen ertoe verplichtte hun voorraden van vanaf de grond gelanceerde nucleaire en conventionele ballistische raketten en kruisraketten met een bereik tussen 500 en 5 500 km te vernietigen, en hen verbood deze raketten te bezitten, te produceren en te testen;

B.  overwegende dat het INF-verdrag heeft bijgedragen aan de totstandbrenging en de versterking van stabiliteit in het tijdperk van de Koude Oorlog door het aantal raketten in Europa fors terug te dringen, en dat het succes van het INF-verdrag daardoor in de eerste plaats in het voordeel van Europa is uitgevallen; overwegende dat de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie als gevolg van het INF-verdrag op de datum van inwerkingtreding van het verdrag in totaal 2 692 raketten voor de korte en middellange afstand hadden vernietigd;

C.  overwegende dat de VS op 1 februari 2019 hebben verklaard dat zij zich over zes maanden zullen terugtrekken uit het INF-verdrag omdat zij van mening zijn dat Rusland zich schuldig maakt aan een substantiële inbreuk op het verdrag;

D.  overwegende dat de president van de Russische Federatie op 2 februari 2019 heeft aangekondigd dat Rusland het INF-verdrag zal opschorten en nieuwe rakettypes zal ontwikkelen; overwegende dat de Russische autoriteiten herhaaldelijk hun bezorgdheid hebben uitgesproken over de raketafweerinstallaties van de NAVO;

E.  overwegende dat Rusland voor kernwapens geschikte korteafstandsraketten van het Iskandertype in Kaliningrad heeft gestationeerd en oefeningen en overvluchten met voor kernwapens geschikte systemen uitvoert, en overwegende dat verklaringen van Russische politieke en militaire leiders de bezorgdheid hebben doen toenemen dat Rusland zich meer op kernwapens gaat verlaten;

F.  overwegende dat er in bepaalde regio's in de wereld, namelijk Latijns-Amerika en het Caribisch gebied, het zuidelijk deel van de Stille Oceaan, Zuidoost-Azië, Afrika en Centraal-Azië, reeds verdragen inzake kernwapenvrije zones bestaan;

G.  overwegende dat het VN-verdrag inzake het verbod op kernwapens op 20 september 2017 door de secretaris-generaal van de VN is opengesteld voor ondertekening en tot dusver door 70 staten is ondertekend, waarvan er 21 verdragsluitende partijen zijn geworden door ratificatie, en overwegende dat een daarvan een EU-lidstaat is, namelijk Oostenrijk, en dat Ierland wellicht in de komende maanden zijn akte van bekrachtiging bij de secretaris-generaal van de VN zal neerleggen;

H.  overwegende dat een groter aantal gestationeerde kernwapens neerkomt op een groter risico van onbedoelde nucleaire detonaties, en met name van accidentele lanceringen van wapens;

1.  onderstreept dat beëindiging van het INF-verdrag een bedreiging vormt voor een van de meest essentiële veiligheidsbelangen van Europa; onderstreept dat het INF-verdrag neer dan 30 jaar lang een essentiële bijdrage heeft geleverd aan de veiligheid van Europa en dat de vrijwillige loslating ervan ernstige negatieve gevolgen zou hebben, waaronder terugkeer naar een destabiliserende kernwapenwedloop, ondermijning van de Europese veiligheid en van instituten die van cruciaal belang zijn voor vrede en stabiliteit, en uitholling van de internationale, op regels gebaseerde juridische instituten en normen op dit gebied; benadrukt dat de ineenstorting van het INF-verdrag mogelijk leidt tot een verhoogde nucleaire en militaire dreiging, die wederom zou kunnen leiden tot het gebruik van kernwapens als gevolg van misrekening dan wel per ongeluk of doelbewust;

2.  spreekt zijn grote verontrusting uit over de aankondigingen door de VS en Rusland dat zij hun verplichtingen in het kader van het INF-verdrag zullen opschorten, en is van mening dat dreigementen om over zes maanden uit dit verdrag te stappen, tot een nieuwe wapenwedloop zullen leiden;

3.  roept Rusland en de Verenigde Staten op om gesprekken aan te gaan teneinde de wederzijdse beschuldigingen van niet-naleving met spoed op te helderen, hetzij onder auspiciën van de Speciale Verificatiecommissie van de VN-Veiligheidsraad, hetzij in andere passende fora, met het doel deze veronderstellingen te onderzoeken en te bepalen wat de volgende stappen zijn om de partijen tot volledige naleving te brengen, en het INF-verdrag te versterken door de naleving ervan te herstellen via grotere transparantie, wederzijdse monitoring, verificatie en andere passende maatregelen om de partijen gerust te stellen en vertrouwen te geven dat het verdrag niet verder zal worden geschonden of ondermijnd;

4.  dringt er bij de VV/HV en de lidstaten op aan de komende zes maanden al hun politieke en diplomatieke middelen in het geweer te brengen om Rusland en de VS ervan te overtuigen dat zij moeten vasthouden aan het INF-verdrag en de bepalingen hiervan beter moeten naleven; onderstreept dat deze kortetermijninspanningen van de EU er met name op moeten zijn gericht Rusland en de Verenigde Staten in staat te stellen feitelijke en bewijskwesties op te lossen en te bepalen of er sprake is geweest van technische of materiële schendingen van het verdrag, onder meer via inspecties ter plaatse met betrekking tot zowel de Russische raketten van het type 9M729 als de Amerikaanse "Aegis Ashore" raketafweersystemen, en ervoor te zorgen dat deze kwesties worden opgelost op een manier die het INF-verdrag en de non-proliferatieregeling, evenals de Europese en internationale veiligheid ten goede komt;

5.  is van mening dat de Europese veiligheid ondeelbaar moet blijven; roept alle EU-lidstaten die tevens lid zijn van de NAVO, op om dienovereenkomstig te handelen;

6.  verzoekt alle kernmachten voorlopige maatregelen te nemen om het risico van detonaties van kernwapens te verminderen, onder meer door de operationele status van kernwapens te verminderen, kernwapens over te brengen van opstelling naar opslag, kernwapens een kleinere rol te geven in de militaire doctrines en het aantal van alle soorten kernwapens snel te verminderen;

7.  onderstreept de dringende noodzaak om regionale kernwapenwedlopen te voorkomen, evenals de plaatsing van nieuwe kernwapens tussen de Atlantische Oceaan en het Oeralgebergte;

8.  spreekt zijn voldoening uit over de inwerkingtreding van het VN-verdrag inzake het verbod op kernwapens, de universalisering van het non-proliferatieverdrag en de instelling van verdere kernwapenvrije zones als positieve stappen; is van mening dat Europa het goede voorbeeld moet geven, teneinde geloofwaardig te zijn en toe te werken naar een kernwapenvrije wereld waartoe alle Europese landen zich verplichten;

9.  dringt er bij de Unie op aan op te treden als proactieve en geloofwaardige verstrekker van veiligheid door initiatieven te ontplooien gericht op het doen herleven van multilaterale en op regels gebaseerde nucleaire ontwapening en wapenbeheersing; verzoekt de VV/HV en de lidstaten, onder meer gezien de uitfasering van het nieuwe START-verdrag in 2021 en de komende evaluatieconferentie van het NPT in 2020, een geloofwaardige en ambitieuze strategie voor nucleaire ontwapening te ontwikkelen, gebaseerd op doeltreffend multilateralisme en gericht op het doel van een massavernietigingswapenvrij Europa; roept de VV/HV en de lidstaten in dit verband op:

(i)  een diepte-evaluatie en actualisering van de EU-strategie tegen de verspreiding van massavernietigingswapens van 2003 te overwegen, met grote aandacht voor multilaterale ontwapening;

(ii)  de ondertekening en ratificatie van het VN-verdrag inzake het verbod op kernwapens met spoed aan te pakken;

iii)  maatregelen in overweging te nemen ter vermindering en uitbanning van alle strategische of niet-strategische korteafstands- en tactische kernwapens, met name op Europees grondgebied, inclusief het westelijk deel van Rusland;

(iv)  een EU-initiatief te overwegen om China te betrekken bij toekomstige multilaterale maatregelen ter vermindering en uitbanning van kernwapens voor de middellange afstand;

10.  herhaalt zijn standpunt van 12 december 2018 wat betreft het toekomstige Europees Defensiefonds, namelijk dat massavernietigingswapens en aanverwante kernkoptechnologie en overbrengingsmiddelen niet in aanmerking mogen komen voor financiering in het kader van lopende interinstitutionele onderhandelingen met de Raad en de Commissie;

11.  verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden, de lidstaten, de NAVO, het Congres van de VS, het Russische parlement en de Verenigde Naties.

 

 

(1)

PB C 349 E van 22.12.2010, blz. 77.

(2)

PB C 440, 17.12.2015, blz. 97.

(3)

PB C 215 van 19.6.2018, blz. 202.

(4)

PB L 196 van 24.7.2012, blz. 67.

Laatst bijgewerkt op: 13 februari 2019Juridische mededeling