Procedure : 2019/2553(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0142/2019

Ingediende teksten :

B8-0142/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 13/03/2019 - 19.10

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0198

<Date>{21/02/2019}21.2.2019</Date>
<NoDocSe>B8‑0142/2019</NoDocSe>
PDF 175kWORD 78k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 106, leden 2 en 3, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde mais Bt11 × MIR162 × 1507 × GA21 en subcombinaties Bt11 × MIR162 × 1507, MIR162 × 1507 × GA21 en MIR162 × 1507 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad</Titre>

<DocRef>(D060244/03 – 2019/2553(RSP))</DocRef>


<Commission>{ENVI}Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid</Commission>

Bevoegde leden: <Depute>Bart Staes

Guillaume Balas, Lynn Boylan, Eleonora Evi, Sirpa Pietikäinen, Valentinas Mazuronis</Depute>


B8‑0142/2019

Resolutie van het Europees Parlement over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde mais Bt11 × MIR162 × 1507 × GA21 en subcombinaties Bt11 × MIR162 × 1507, MIR162 × 1507 × GA21 en MIR162 × 1507 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad

(D060244/03 – 2019/2553(RSP))

 

Het Europees Parlement,

 gezien het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde mais Bt11 × MIR162 × 1507 × GA21 en subcombinaties Bt11 × MIR162 × 1507, MIR162 × 1507 × GA21 en MIR162 × 1507 overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (D060244/03),

 gezien Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders[1], en met name artikel 7, lid 3, en artikel 19, lid 3,

 gezien de stemming van 14 januari 2019 in het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1829/2003, die geen advies heeft opgeleverd,

 gezien de artikelen 11 en 13 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren[2],

 gezien het advies dat op 31 mei 2018 door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) werd goedgekeurd en op 11 juli 2018 werd gepubliceerd[3],

 gezien zijn eerdere resoluties waarin bezwaar wordt gemaakt tegen het verlenen van vergunningen voor genetisch gemodificeerde organismen[4],

 gezien de ontwerpresolutie van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,

 gezien artikel 106, leden 2 en 3, van zijn Reglement,

A. overwegende dat Syngenta Crop Protection AG op 10 augustus 2010 via de gelieerde onderneming Syngenta Crop Protection NV/SA, bij de bevoegde nationale instantie van Duitsland en in overeenstemming met de artikelen 5 en 17 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad een aanvraag heeft ingediend voor het in de handel brengen van levensmiddelen, levensmiddeleningrediënten en diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde (gg) mais Bt11 × MIR162 × 1507 × GA21 ("de aanvraag"), en overwegende dat de aanvraag eveneens betrekking had op het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit genetisch gemodificeerde mais Bt11 × MIR162 × 1507 × GA21 voor andere toepassingen dan als levensmiddel of als diervoeder, met uitzondering van de teelt;

B. overwegende dat de aanvraag bij de indiening ervan betrekking had op alle subcombinaties van gg-mais Bt11 × MIR162 × 1507 × GA21, en daarna is beperkt tot drie subcombinaties (Bt11 x MIR162 x 1507, MIR162 x 1507 x GA21, en MIR162 x 1507), ongeacht hun oorsprong, in levensmiddelen en diervoeders, voor invoer en verwerking;

C. overwegende dat de in vier transformatiestappen gemodificeerde mais Bt11 x MIR162 x 1507 x GA21 werd geproduceerd door middel van conventionele kruising om vier afzonderlijke maistransformatiestappen te combineren, hetgeen geleid heeft tot de kweek van, onder meer, twee verschillende Cry-eiwitten (ook bekend als bt-eiwitten) ter bescherming tegen bepaalde schadelijke schubvleugelige insecten, en de kweek van eiwitten voor glyfosaat- en glufosinaatbestendigheid;

D. overwegende dat de EFSA met betrekking tot de aanvraag een gunstig advies heeft uitgebracht; overwegende dat er echter een minderheidsstandpunt is ingediend door een lid van het EFSA-panel voor genetisch gemodificeerde organismen (ggo-panel van de EFSA);

Gebrek aan gegevens over de drie subcombinaties

E. overwegende dat de aanvrager over geen van de drie subcombinaties gegevens heeft verstrekt, noch heeft gerechtvaardigd waarom deze gegevens niet noodzakelijk zouden zijn voor de risicobeoordeling; overwegende dat de EFSA de aanvrager niet heeft gevraagd om gegevens over de drie subcombinaties; overwegende dat het niet eens duidelijk is of deze subcombinaties reeds zijn geproduceerd of niet;

Minderheidsstandpunt van de EFSA

F. overwegende dat in het minderheidsstandpunt van een lid van het ggo-panel van de EFSA wordt gesteld dat het onacceptabel is dat "risicobeoordelingen" van gg-gewassen waarover geen gegevens zijn verstrekt (d.w.z. de drie subcombinaties) even zwaar meetellen en even betrouwbaar worden geacht als risicobeoordelingen van gg-gewassen waarover gegevens zijn verstrekt die zijn geëvalueerd;

G. overwegende dat volgens het minderheidsstandpunt uit studies blijkt dat er bijwerkingen zijn geconstateerd, namelijk dat blootstelling aan bt-eiwitten onder bepaalde omstandigheden kan leiden tot aantasting van het immuunsysteem en dat sommige bt-eiwitten wellicht adjuvans-eigenschappen hebben, wat wil zeggen dat deze bt-eiwitten de allergene eigenschappen van andere eiwitten waarmee ze in contact komen kunnen verhogen;

H. overwegende dat in het minderheidsstandpunt wordt gesteld dat er weliswaar bij geen enkele toepassing waarbij bt-eiwitten worden gekweekt onbedoelde gevolgen zijn aangetroffen, maar dit enkel komt doordat dergelijke gevolgen niet kunnen worden vastgesteld met de toxicologische studies die vandaag de dag worden aanbevolen en uitgevoerd door de EFSA om te beoordelen of gg-gewassen veilig zijn, omdat de studies geen proeven bevatten die voor dit doel geschikt zijn[5];

I. overwegende dat in het minderheidsstandpunt verder wordt gesteld dat het risico op verhoogde expressie van de nieuw gekweekte bt-eiwitten en de mogelijkheid dat hun combinatie een cumulatief effect heeft op het immuunsysteem (en bijvoorbeeld kan leiden tot een adjuvante werking) niet kunnen worden uitgesloten omdat er geen gegevens zijn aangeleverd over de drie subcombinaties, en dat voorts niet kan worden vastgesteld welke rol genetisch gemodificeerde organismen (ggo's) precies spelen bij de verhoging van allergene risico's, en consumenten die mogelijk risico lopen dus niet volledig kunnen worden beschermd;

Gebrek aan een passende beoordeling en aan toezicht op complementaire herbiciden en de residuen daarvan

J. overwegende dat het gebruik van de complementaire herbiciden, in dit geval glufosinaat en glyfosaat, behoort tot de gangbare landbouwpraktijken bij de teelt van herbicideresistente gewassen en dat daarom te verwachten valt dat deze gewassen zullen worden blootgesteld zowel aan hogere als aan herhaalde doses, hetgeen niet alleen zal leiden tot een grotere aanwezigheid van residuen in de oogst, en dus in het ingevoerde product, maar ook van invloed kan zijn op de samenstelling van het genetisch gemodificeerde gewas en op de agronomische eigenschappen ervan;

K. overwegende dat het gebruik van glufosinaat niet is toegestaan in de Unie omdat het is ingedeeld als toxisch voor de voortplanting en derhalve onder de uitsluitingscriteria valt van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad[6];

L. overwegende dat er nog altijd onduidelijkheid is over de kankerverwekkende eigenschappen van glyfosaat; overwegende dat de EFSA in november 2015 tot de conclusie is gekomen dat het onwaarschijnlijk is dat deze stof kankerverwekkend is, en dat het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) in maart 2017 heeft besloten dat het niet gerechtvaardigd is de stof als zodanig in te delen; overwegende dat het Internationaal Agentschap voor kankeronderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie daarentegen glyfosaat in 2015 heeft ingedeeld als waarschijnlijk kankerverwekkend voor mensen;

M. overwegende dat volgens het EFSA-panel voor gewasbeschermingsmiddelen en residuen daarvan geen conclusies kunnen worden getrokken over de veiligheid van residuen die afkomstig zijn van het besproeien van genetisch gemodificeerde gewassen met glyfosaatpreparaten[7]; overwegende dat additieven en mengsels daarvan die in commerciële glyfosaatsproeistoffen worden gebruikt, giftiger kunnen zijn dan de werkzame stof alleen[8];

N. overwegende dat de Unie al een toevoegingsmiddel van glyfosaat dat bekend staat als POE-tallowamine van de markt gehaald heeft vanwege bezorgdheid over de giftige eigenschappen ervan; overwegende dat problematische additieven en mengsels echter nog steeds kunnen worden toegestaan in de landen waar deze genetisch gemodificeerde mais wordt geteeld (momenteel Argentinië, Canada en Japan);

O. overwegende dat gegevens over de hoeveelheden residuen van herbiciden en de metabolieten daarvan essentieel zijn voor een grondige risicobeoordeling van herbicidetolerante genetisch gemodificeerde gewassen; overwegende dat residuen afkomstig van besproeiing met herbiciden beschouwd worden als een kwestie die niet onder de bevoegdheid van het ggo-panel van de EFSA valt; overwegende dat er geen beoordeling is geweest van de residuen die te vinden zijn op genetisch gemodificeerd mais Bt11 × MIR162 × 1507 × GA21 of de drie subcombinaties na besproeiing met herbiciden;

P. overwegende dat metabolieten van complementaire herbiciden die voorkomen op gemodificeerde gewassen bovendien kunnen verschillen van de metabolieten die voorkomen op het moedergewas, hetgeen de EFSA niet heeft meegenomen in haar beoordeling;

Q. overwegende dat uit een onafhankelijke studie[9] is gebleken dat de EFSA de aanvrager had moeten vragen om gegevens in te dienen die zijn verkregen door middel van veldproeven waarbij gewassen worden besproeid met de hoogst mogelijke dosering herbiciden die ze kunnen verdragen; overwegende dat materiaal van die gewassen beoordeeld had moeten worden met het oog op orgaantoxiciteit, reacties van het immuunsysteem en voortplantingstoxiteit, en rekening houdend met combinatorische effecten als gevolg van andere plantenstoffen en bt-toxinen;

R. overwegende dat de lidstaten in het kader van het in 2019, 2020 en 2021 uit te voeren gecoördineerd meerjarig controleprogramma van de Unie niet verplicht zijn om residuen van glufosinaat of glyfosaat op ingevoerde mais te meten om na te gaan of de regels inzake de maximumgehalten aan residuen worden nageleefd[10]; overwegende dat niet kan worden gewaarborgd dat residuen van glufosinaat of glyfosaat op gg-mais Bt11 × MIR162 × 1507 × GA21 of de drie subcombinaties de door de Unie vastgestelde maximumgehalten aan residuen niet overschrijden;

Gebrek aan democratische legitimiteit

S. overwegende dat de stemming van 14 januari 2019 in het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 geen advies heeft opgeleverd, wat betekent dat er voor het verlenen van een vergunning geen gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten werd gevonden;

T. overwegende dat de Commissie zowel in de toelichting bij haar wetgevingsvoorstel van 22 april 2015 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1829/2003 wat betreft de mogelijkheid voor de lidstaten om het gebruik van genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders op hun grondgebied te beperken of te verbieden, als in de toelichting bij het wetgevingsvoorstel van 14 februari 2017 tot wijziging van Verordening (EU) nr. 182/2011, haar ongenoegen heeft laten blijken over het feit dat vergunningsbesluiten sinds de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 1829/2003 worden vastgesteld door de Commissie zonder gesteund te worden door het advies van het Comité van lidstaten, en dat de terugzending van het dossier naar de Commissie met het oog op een definitief besluit, wat in het geheel van de procedure slechts bij wijze van uitzondering zou moeten gebeuren, in het kader van de besluitvorming inzake de verlening van vergunningen voor genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders de norm is geworden; overwegende dat Commissievoorzitter Juncker meermaals zijn ongenoegen heeft geuit over het povere democratisch gehalte van die werkwijze[11];

U. overwegende dat het Parlement het wetgevingsvoorstel van 22 april 2015 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1829/2003 op 28 oktober 2015 in eerste lezing heeft verworpen[12], en de Commissie heeft verzocht het voorstel in te trekken en een nieuw voorstel in te dienen;

1. is van mening dat het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie een overschrijding inhoudt van de uitvoeringsbevoegdheden waarin is voorzien in Verordening (EG) nr. 1829/2003;

2. is van mening dat het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie niet in overeenstemming is met het recht van de Unie, omdat het niet verenigbaar is met het doel van Verordening (EG) nr. 1829/2003 om overeenkomstig de algemene beginselen die in Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad[13] zijn vastgesteld de basis te leggen voor het waarborgen van een hoog beschermingsniveau voor het leven en de gezondheid van de mens, de gezondheid en het welzijn van dieren, het milieu en de belangen van de consument met betrekking tot genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders, waarbij de goede werking van de interne markt wordt gewaarborgd;

3. verzoekt de Commissie haar ontwerp van uitvoeringsbesluit in te trekken;

4. verzoekt de Commissie geen enkele vergunning te verlenen voor de invoer voor gebruik als levensmiddel of als diervoeder van genetisch gemodificeerde gewassen die tolerant zijn gemaakt voor een herbicide dat niet is toegestaan voor gebruik binnen de Unie, in dit geval glufosinaat;

5. verzoekt de Commissie geen enkele vergunning te verlenen voor herbicidetolerante genetisch gemodificeerde gewassen zonder dat er een volledige beoordeling is verricht van de residuen die afkomstig zijn van besproeiing met complementaire herbiciden, metabolieten en commerciële toepassingen in de landen waar ze worden geteeld;

6. verzoekt de Commissie de risicobeoordeling van de toepassing van complementaire herbiciden en de residuen daarvan volledig op te nemen in de risicobeoordeling van herbicidetolerante genetisch gemodificeerde gewassen, ongeacht of het genetisch gemodificeerde gewas bestemd is voor teelt in de Unie of bedoeld is voor de invoer in de Unie voor gebruik als levensmiddel en diervoeder;

7. verzoekt de Commissie geen enkele vergunning te verlenen voor subcombinaties met meerdere transformatiestappen, tenzij de subcombinaties grondig zijn geëvalueerd door de EFSA op basis van door de aanvrager ingediende volledige gegevens;

8. verzoekt de EFSA verder te gaan met de ontwikkeling van methoden waarmee de onbedoelde gevolgen van genetische modificatie met meerdere bekende en voorziene transformatiestappen kunnen worden vastgesteld, zoals in verband met de adjuvans-eigenschappen van bt-toxinen, en deze methoden systematisch te gebruiken;

9. herhaalt zich te willen inzetten om vooruitgang te boeken met betrekking tot het voorstel van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 182/2011; vraagt de Raad dringend werk te maken van zijn behandeling van dat Commissievoorstel;

10. verzoekt de Commissie elk uitvoeringsbesluit met betrekking tot vergunningsaanvragen voor ggo's op te schorten totdat de vergunningsprocedure zodanig is herzien dat de tekortkomingen van de huidige procedure, die inadequaat is gebleken, zijn weggewerkt;

11. verzoekt de Commissie voorstellen voor ggo-vergunningen in te trekken als het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid geen advies uitbrengt, zowel voor gebruik in de teelt als voor gebruik als levensmiddel en diervoeder;

12. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

 

[1] PB L 268 van 18.10.2003, blz. 1.

[2] PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.

[3] Wetenschappelijk advies inzake de beoordeling van genetisch gemodificeerde mais Bt11 x MIR162 x 1507 x GA21 en drie subcombinaties ongeacht hun oorsprong, in levensmiddelen en diervoeders, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 (toepassing EFSA-GMO-DE-2010-86), EFSA Journal 2018;16(7):5309, https://doi.org/10.2903/j.efsa.2018.5309

[4] – Resolutie van 16 januari 2014 over het voorstel voor een besluit van de Raad betreffende het in de handel brengen voor de teelt, overeenkomstig Richtlijn 2001/18/EG van het Europees Parlement en de Raad, van een maisproduct (Zea mays L., lijn 1507), genetisch gemodificeerd met het oog op resistentie tegen bepaalde schadelijke schubvleugelige insecten (PB C 482 van 23.12.2016, blz. 110).

– Resolutie van 16 december 2015 over Uitvoeringsbesluit (EU) 2015/2279 van de Commissie van 4 december 2015 tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais NK603 × T25 (PB C 399 van 24.11.2017, blz. 71).

– Resolutie van 3 februari 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde soja MON 87705 × MON 89788 (PB C 35 van 31.1.2018, blz. 19).

– Resolutie van 3 februari 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde soja MON 87708 × MON 89788 (PB C 35 van 31.1.2018, blz. 17).

– Resolutie van 3 februari 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde soja FG72 (MST-FGØ72-2) (PB C 35 van 31.1.2018, blz. 15).

– Resolutie van 8 juni 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais Bt11 × MIR162 × MIR604 × GA21, en genetisch gemodificeerde maissoorten die bestaan uit een combinatie van twee of drie van die "events" (PB C 86 van 6.3.2018, blz. 108).

– Resolutie van 8 juni 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende het in de handel brengen van een genetisch gemodificeerde anjer (Dianthus caryophyllus L., lijn SHD-27531-4) (PB C 86 van 6.3.2018, blz. 111).

– Resolutie van 6 oktober 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende de verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen voor aanplanting van zaad van de genetisch gemodificeerde mais MON 810 (PB C 215 van 19.6.2018, blz. 76).

– Resolutie van 6 oktober 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten van de genetisch gemodificeerde mais MON 810 (PB C 215 van 19.6.2018, blz. 80).

– Resolutie van 6 oktober 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende het in de handel brengen voor aanplanting van zaad van de genetisch gemodificeerde mais Bt11 (PB C 215 van 19.6.2018, blz. 70).

– Resolutie van 6 oktober 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende het in de handel brengen voor aanplanting van zaad van de genetisch gemodificeerde mais 1507 (PB C 215 van 19.6.2018, blz. 73).

– Resolutie van 6 oktober 2016 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerd katoen 281-24-236 × 3006-210-23 × MON 88913 (PB C 215 van 19.6.2018, blz. 83).

– Resolutie van 5 april 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais Bt11 × 59122 × MIR604 × 1507 × GA21, en genetisch gemodificeerde maissoorten die bestaan uit een combinatie van twee, drie of vier van de "events" Bt11, 59122, MIR604, 1507 en GA21, ingevolge Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (PB C 298 van 23.8.2018, blz. 34).

– Resolutie van 17 mei 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais DAS-40278-9, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (PB C 307 van 30.8.2018, blz. 71).

– Resolutie van 17 mei 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde katoen GHB119 (BCS-GHØØ5-8), overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB C 307 van 30.8.2018, blz. 67).

– Resolutie van 13 september 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde soja DAS-68416-4, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (PB C 337 van 20.9.2018, blz. 54).

– Resolutie van 4 oktober 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde soja FG72 × A5547-127, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (PB C 346 van 27.9.2018, blz. 55).

– Resolutie van 4 oktober 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde soja DAS-44406-6, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (PB C 346 van 27.9.2018, blz. 60).

– Resolutie van 24 oktober 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende de verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde mais 1507 (DAS-Ø15Ø7-1), overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (PB C 346 van 27.9.2018, blz. 122).

– Resolutie van 24 oktober 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde soja 305423 × 40-3-2 (DP-3Ø5423-1 × MON-Ø4Ø32-6), overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (PB C 346 van 27.9.2018, blz. 127).

– Resolutie van 24 oktober 2017 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerd koolzaad MON 88302 × Ms8 × Rf3 (MON-883Ø2-9 × ACSBNØØ5-8 × ACS-BNØØ3-6), MON 88302 × Ms8 (MON-883Ø2-9 × ACSBNØØ5-8) en MON 88302 × Rf3 (MON-883Ø2-9 × ACS-BNØØ3-6), overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (PB C 346 van 27.9.2018, blz. 133).

– Resolutie van 1 maart 2018 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende de verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde mais 59122 (DAS-59122-7), overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0051).

– Resolutie van 1 maart 2018 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais MON 87427 × MON 89034 × NK603 (MON-87427-7 × MON-89Ø34-3 × MON-ØØ6Ø3-6), en genetisch gemodificeerde mais die van twee van de transformatiestappen MON 87427, MON 89034 en NK603 combineert, en tot intrekking van Besluit 2010/420/EU (Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0052).

– Resolutie van 3 mei 2018 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende de verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van levensmiddelen en diervoeders die zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde suikerbiet H7-1 (KM-ØØØH71-4) krachtens Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0197).

– Resolutie van 30 mei 2018 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie betreffende de verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais GA21 (MON-ØØØ21-9), overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0221).

– Resolutie van 30 mei 2018 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais 1507 × 59122 × MON 810 × NK603, en genetisch gemodificeerde maissoorten die bestaan uit een combinatie van twee of drie van de events of het enkele event 1507, 59122, MON 810 en NK603, en tot intrekking van Beschikkingen 2009/815/EG, 2010/428/EU en 2010/432/EU, ingevolge Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0222).

– Resolutie van 24 oktober 2018 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais NK603 × MON 810 (MON-ØØ6Ø3-6 × MON-ØØ81Ø-6) krachtens Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0416).

– Resolutie van 24 oktober 2018 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met de genetisch gemodificeerde mais MON 87427 × MON 89034 × 1507 × MON 88017 × 59122 en genetisch gemodificeerde mais die twee, drie of vier van de transformatiestappen MON 87427, MON 89034, 1507, MON 88017 en 59122 combineert, en tot intrekking van Besluit 2011/366/EU (Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0417).

– Resolutie van 31 januari 2019 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot wijziging van Uitvoeringsbesluit 2013/327/EU betreffende de verlenging van de vergunning voor het in de handel brengen van diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit genetisch gemodificeerd koolzaad Ms8, Rf3 en Ms8 × Rf3, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0057).

– Resolutie van 31 januari 2019 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde mais 5307 (SYN-Ø53Ø7-1), overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders (Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0058).

– Resolutie van 31 januari 2019 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde mais MON 87403 (MON-874Ø3-1), overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0059).

– Resolutie van 31 januari 2019 over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerd katoen GHB614 x LLCotton25 x MON 15985, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0060).

 

[6] Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad (PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1).

[7] Conclusie van de EFSA over de intercollegiale toetsing van de pesticide-risicobeoordeling van de werkzame stof glyfosaat. EFSA Journal 2015;13(11):4302, http://onlinelibrary.wiley.com/doi/10.2903/j.efsa.2015.4302/epdf

[10] Uitvoeringsverordening (EU) 2018/555 van de Commissie van 9 april 2018 (PB L 92 van 10.4.2018, blz. 6).

[11] Hij deed dit onder meer in zijn openingstoespraak voor de plenaire zitting van het Europees Parlement, opgenomen in de politieke beleidslijnen voor de volgende Europese Commissie (Straatsburg, 15 juli 2014), en in zijn State of the Union van 2016 (Straatsburg, 14 september 2016).

[12] PB C 355 van 20.10.2017, blz. 165.

[13] PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.

Laatst bijgewerkt op: 7 maart 2019Juridische mededeling