Procedure : 2019/2546(DEA)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0143/2019

Ingediende teksten :

B8-0143/2019

Debatten :

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0159

<Date>{22/02/2019}22.2.2019</Date>
<NoDocSe>B8‑0143/2019</NoDocSe>
PDF 126kWORD 49k

<TitreType>AANBEVELING VOOR EEN BESLUIT</TitreType>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 105, lid 6, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>om geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening van de Commissie van 30 januari 2019 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2017/1799 wat betreft de vrijstelling van de vereisten in verband met transparantie voor en na de handel in Verordening (EU) nr. 600/2014 voor de Bank of England</Titre>

<DocRef>(C(2019)00793 – 2019/2546(DEA))</DocRef>


<Commission>{ECON}Commissie economische en monetaire zaken</Commission>

Verantwoordelijk lid: <Depute>Roberto Gualtieri</Depute>


B8‑0143/2019

om geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening van de Commissie van 30 januari 2019 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2017/1799 wat betreft de vrijstelling van de vereisten in verband met transparantie voor en na de handel in Verordening (EU) nr. 600/2014 voor de Bank of England

(C(2019)00793 – 2019/2546(DEA))

 

Het Europees Parlement,

 gezien de gedelegeerde verordening van de Commissie (C(2019)00793),

 gezien het schrijven van de Commissie van 30 januari 2019, waarin zij het Parlement verzoekt te verklaren dat het geen bezwaar zal maken tegen de gedelegeerde verordening,

 gezien het schrijven van de Commissie economische en monetaire zaken aan de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters van 21 februari 2019,

 gezien artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 gezien Verordening (EU) nr. 600/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten in financiële instrumenten en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012[1], en met name artikel 1, lid 9, en artikel 50, lid 5,

 gezien de aanbeveling voor een besluit van de Commissie economische en monetaire zaken,

 gezien artikel 105, lid 6, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de gedelegeerde handeling in kwestie belangrijke wijzigingen bevat die erop gericht zijn te waarborgen dat de Bank of England ook na verandering van de status van het Verenigd Koninkrijk tot die van derde land kan blijven genieten van de huidige vrijstelling overeenkomstig artikel 1, lid 9, van Verordening (EU) nr. 600/2014;

B. overwegende dat het Parlement het belang erkent van de snelle vaststelling van deze verordening, teneinde te waarborgen dat de Europese Unie erop voorbereid is indien het Verenigd Koninkrijk zich zonder een terugtrekkingsakkoord terugtrekt uit de Europese Unie;

1. verklaart geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening;

2. verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

[1] PB L 173 van 12.6.2014, blz. 84.

Laatst bijgewerkt op: 7 maart 2019Juridische mededeling