Procedure : 2019/2579(DEA)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0149/2019

Ingediende teksten :

B8-0149/2019

Debatten :

Stemmingen :

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0163

<Date>{05/03/2019}5.3.2019</Date>
<NoDocSe>B8‑0149/2019</NoDocSe>
PDF 130kWORD 49k

<TitreType>AANBEVELING VOOR EEN BESLUIT</TitreType>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 105, lid 6, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>om geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening van de Commissie van 13 februari 2019 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/588 wat betreft de mogelijkheid om het gemiddelde dagelijkse aantal transacties aan te passen voor een aandeel indien het handelsplatform met de hoogste omzet in dat aandeel buiten de Unie gevestigd is</Titre>

<DocRef>(C(2019)00904 – 2019/2579(DEA))</DocRef>


<Commission>{ECON}Commissie economische en monetaire zaken</Commission>

Verantwoordelijk lid: <Depute>Markus Ferber</Depute>


B8‑0149/2019

Ontwerpbesluit van het Europees Parlement om geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening van de Commissie van 13 februari 2019 tot wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/588 wat betreft de mogelijkheid om het gemiddelde dagelijkse aantal transacties aan te passen voor een aandeel indien het handelsplatform met de hoogste omzet in dat aandeel buiten de Unie gevestigd is

(C(2019)00904 – 2019/2579(DEA))

 

Het Europees Parlement,

 gezien de gedelegeerde verordening van de Commissie (C(2019)00904),

 gezien het schrijven van de Commissie van 21 februari 2019, waarin zij het Parlement verzoekt te verklaren dat het geen bezwaar zal maken tegen de gedelegeerde verordening,

 gezien het schrijven van de Commissie economische en monetaire zaken aan de voorzitter van de Conferentie van commissievoorzitters van 4 maart 2019,

 gezien artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 gezien Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 betreffende markten voor financiële instrumenten en tot wijziging van Richtlijn 2002/92/EG en Richtlijn 2011/61/EU[1], met name artikel 49, lid 3, en artikel 89, lid 5,

 gezien artikel 10, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie[2],

 gezien de op 8 november 2018 krachtens artikel 49, lid 3, van Richtlijn 2014/65/EU door de Europese Autoriteit voor effecten en markten ingediende ontwerpen van technische reguleringsnormen inzake de "wijziging van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/588 (RTS 11)",

 gezien de aanbeveling voor een besluit van de Commissie economische en monetaire zaken,

 gezien artikel 105, lid 6, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de gedelegeerde handeling belangrijke wijzigingen bevat om de concurrentiepositie te behouden van EU-handelsplatforms die handel in die aandelen aanbieden die toegelaten zijn tot de handel of die gelijktijdig zowel in de Unie als in een derde land worden verhandeld, en wanneer het handelsplatform met de hoogste omzet in die aandelen buiten de Unie gevestigd is;

B. overwegende dat het Parlement het belang erkent van de snelle vaststelling van deze verordening teneinde te waarborgen dat de Europese Unie erop voorbereid is indien het Verenigd Koninkrijk zich zonder een terugtrekkingsakkoord terugtrekt uit de Europese Unie;

C. overwegende dat het Parlement van oordeel is dat de technische reguleringsnormen die zijn aangenomen en de  ontwerpen van technische reguleringsnormen die door de Europese Autoriteit voor effecten en markten zijn ingediend niet "hetzelfde" zijn aangezien de Commissie wijzigingen heeft aangebracht in de ontwerpen, en dat het van mening is dat het drie maanden de tijd heeft om bezwaar te maken tegen de technische reguleringsnormen (de "controleperiode"); overwegende dat het Parlement de Commissie aanspoort de controleperiode van één maand alleen toe te passen als de Commissie de ontwerpen van de Europese toezichthoudende autoriteiten zonder wijzigingen heeft aangenomen, d.w.z. als de ontwerpen en de aangenomen technische reguleringsnormen "hetzelfde" zijn;

1. verklaart geen bezwaar te maken tegen de gedelegeerde verordening;

2. verzoekt zijn Voorzitter dit besluit te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

 

[1] PB L 173 van 12.6.2014, blz. 349.

[2] PB L 331 van 15.12.2010, blz. 84.

Laatst bijgewerkt op: 7 maart 2019Juridische mededeling