Procedure : 2019/2537(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0163/2019

Ingediende teksten :

B8-0163/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 14/03/2019 - 11.16
CRE 14/03/2019 - 11.16
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


<Date>{08/03/2019}8.3.2019</Date>
<NoDocSe>B8‑0163/2019</NoDocSe>
PDF 144kWORD 56k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van een verklaring van de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over de aanbevelingen voor het openen van handelsbesprekingen tussen de EU en de VS</Titre>

<DocRef>(2019/2537(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Bernd Lange</Depute>

<Commission>{INTA}namens de Commissie internationale handel</Commission>

</RepeatBlock-By>


B8‑0163/2019

Resolutie van het Europees Parlement over de aanbevelingen voor het openen van handelsbesprekingen tussen de EU en de VS

(2019/2537(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn resolutie van 8 juli 2015 met de aanbevelingen van het Europees Parlement aan de Commissie betreffende de onderhandelingen over het trans-Atlantisch handels- en investeringspartnerschap (TTIP)[1],

 gezien zijn resolutie van 30 mei 2018 over het jaarverslag over de uitvoering van het gemeenschappelijk handelsbeleid[2],

 gezien zijn resolutie van 3 juli 2018 over klimaatdiplomatie[3],

 gezien zijn resolutie van 12 september 2018 over de stand van de betrekkingen tussen de EU en de VS[4],

 gezien de gezamenlijke verklaring van de EU en de VS van 25 juli 2018 naar aanleiding van het bezoek van Commissievoorzitter Juncker aan het Witte Huis[5],

 gezien de samenvatting van de specifieke doelstellingen voor het openen van de onderhandelingen tussen de VS en de EU die in januari 2019 door het Bureau van de handelsgezant van de VS gepubliceerd werd,

 gezien de aanbeveling van de Commissie van 18 januari 2019 voor een besluit van de Raad houdende machtiging tot het openen van onderhandelingen over een overeenkomst met de Verenigde Staten van Amerika betreffende de afschaffing van douanerechten op industriegoederen (COM(2019)0016) en de bijlage daarbij met richtsnoeren voor dergelijke onderhandelingen[6],

 gezien de aanbeveling van de Commissie van 18 januari 2019 voor een besluit van de Raad houdende machtiging tot het openen van onderhandelingen over een overeenkomst met de Verenigde Staten van Amerika betreffende conformiteitsbeoordeling (COM(2019)0015) en de bijlage daarbij met richtsnoeren voor dergelijke onderhandelingen[7],

 gezien het verslag van de Commissie van 30 januari 2019 over de tenuitvoerlegging van de gezamenlijke verklaring van 25 juli 2018,

 gezien de mededeling van de Commissie van 14 oktober 2015 getiteld "Handel voor iedereen: Naar een meer verantwoord handels- en investeringsbeleid" (COM(2015)0497)[8],

 gezien de ontwerpresolutie van de Commissie internationale handel,

 gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat een sterk economisch, veiligheids- en politiek partnerschap tussen de EU en de VS van strategisch belang is voor het opbouwen van een democratische, veilige en welvarende wereldeconomie;

B. overwegende dat door het optreden en het beleid van de huidige Amerikaanse regering niet alleen de handelsbetrekkingen tussen de EU en de VS, die de omvangrijkste ter wereld zijn, onder druk komen te staan, maar tevens het op normen en waarden gebaseerde multilaterale mondiale handelsstelsel op losse schroeven komt te staan, doordat de grondbeginselen van de internationale betrekkingen, de rechtsstaat en wederzijds respect ondergraven worden; overwegende dat het partnerschap een nieuwe impuls nodig heeft, om de huidige spanningen te verminderen en om de stabiliteit en voorspelbaarheid in het kader van de handelsbetrekkingen tussen de EU en de VS te vergroten; overwegende dat de EU en de VS voor dezelfde uitdagingen staan en daarom beiden belang hebben bij samenwerking en coördinatie op het gebied van het handelsbeleid, om het multilaterale handelssysteem en de mondiale normen van de toekomst vorm te geven;

C. overwegende dat de EU een groot voorstander is van multilateralisme en een op regels gebaseerde internationale orde in WTO-verband, die mensen, samenlevingen en ondernemingen in zowel de VS als de EU ten goede komt;

D. overwegende dat er tijdens de wettelijke termijn voor overleg van 90 dagen geen verkennende gesprekken met de EU zijn gevoerd;

E. overwegende dat er vanwege het beperkte toepassingsgebied van de overeenkomst geen formele effectbeoordelingsprocedure en geen duurzaamheidseffectbeoordelingen zijn uitgevoerd, terwijl dat bij het begin van handelsbesprekingen wel gebruikelijk is en de Commissie zich bovendien in overeenstemming met de strategie "Handel voor iedereen" en de agenda voor betere regelgeving tot de uitvoering van dergelijke effectbeoordelingen heeft verbonden; overwegende dat de effectbeoordeling die tijdens de onderhandelingen over TTIP is uitgevoerd geraadpleegd moet worden en moet worden meegewogen;

F. overwegende dat de EU de instelling van antidumping- en compenserende rechten voor de invoer op Spaanse olijven door de VS aanvecht en bij de WTO om overleg met de VS verzocht heeft, aangezien dergelijke maatregelen ongerechtvaardigd, onwettig en in strijd met de WTO-regels zijn;

G. overwegende dat de VS op 31 mei 2018 illegale importheffingen hebben ingevoerd op staal en aluminium uit onder meer de EU (op grond van sectie 232 van de Trade Expansion Act); overwegende dat deze invoertarieven op staal en aluminium nog steeds gelden en dat de Commissie hierop heeft gereageerd door, in overeenstemming met de WTO-regels, evenwichtsherstellende maatregelen te nemen;

H. overwegende dat de regering-Trump nu ook de mogelijkheden onderzoekt om de importtarieven voor motorvoertuigen en auto-onderdelen te verhogen, hetgeen ertoe kan leiden dat ook de tarieven voor de invoer van deze goederen uit de EU omhoog gaan; overwegende dat het rapport van het Amerikaanse Ministerie van Handel met een advies over de vraag of de VS wel of niet invoerbeperkingen voor auto's zouden moeten vaststellen omdat de invoer van auto's een bedreiging zou vormen voor de nationale veiligheid, binnenkort zal worden gepubliceerd;

I. overwegende dat deze unilaterale maatregelen van de VS onrechtmatig zijn, marktonzekerheid veroorzaken, het concurrentievermogen van zowel Amerikaanse als Europese bedrijven ondermijnen, de mondiale handelsregels ondermijnen en de spanningen op handelsgebied kunnen doen escaleren; overwegende dat de EU en de VS zouden moeten samenwerken om het WTO-stelsel te hervormen en verder te versterken tegen oneerlijke handelspraktijken; overwegende dat de door Commissievoorzitter Juncker en Eurocommissaris Malmström ontwikkelde initiatieven in dit opzicht welkom zijn;

J. overwegende dat de ontwerponderhandelingsdoelstellingen van de EU en de VS wat de reikwijdte en de bestreken sectoren betreft van elkaar verschillen; overwegende dat de gezamenlijke verklaring geen betrekking heeft op de autoindustrie; overwegende dat de Commissie heeft aangegeven dat zij de autoindustrie in de onderhandelingen wenst te betrekken en in haar aanbeveling voor een besluit van de Raad heeft verklaard dat de EU bereid is rekening te houden met eventuele gevoeligheden van de VS ten aanzien van bepaalde producten van de autoindustrie;

K. overwegende dat uit de TTIP-onderhandelingen duidelijk is gebleken dat op dit moment niet wordt voldaan aan de politieke en economische voorwaarden voor een brede handelsovereenkomst tussen de EU en de VS, vanwege de complexiteit van de totstandbrenging van een dergelijke overeenkomst en vanwege het feit dat de partijen verschillende benaderingen en regels hanteren; overwegende dat evenwel uit eerdere ervaringen is gebleken dat het wel mogelijk is om beperkte overeenkomsten te sluiten;

L. overwegende dat het uitsluiten van de autoindustrie van de onderhandelingen uitsluitend in het politieke belang van de VS is;

M. overwegende dat de EU betreurt dat de VS zich uit het gezamenlijk alomvattend actieplan (JCPOA) hebben teruggetrokken en eerder opgeheven sancties opnieuw hebben ingevoerd en dat het Witte Huis dreigementen heeft geuit in reactie op de inspanningen van de EU om haar toezeggingen in het kader van het JCPOA na te komen;

1. neemt kennis van de gezamenlijke verklaring van de VS en de EU van 25 juli 2018; herinnert eraan dat deze verklaring beoogt escalatie van spanningen op het gebied van de handel te voorkomen; betreurt dat het Parlement voorafgaand aan het bezoek niet is geïnformeerd over de inhoud en doelstellingen van de verklaring;

2. herhaalt dat de EU niet onder druk met de VS mag onderhandelen; merkt echter op dat de aanbevelingen voor het openen van onderhandelingen met het oog op de totstandbrenging van een overeenkomst die in overeenstemming is met de regels van de WTO van groot belang zijn om de door de EU en de VS aangegane en in de verklaring neergelegde verbintenissen na te komen en volledig uit te voeren;

3. betreurt dat de VS tot op heden niet hebben toegezegd de invoerrechten op staal en aluminium op te heffen en dat het onderzoek naar de importheffingen voor motorvoertuigen en auto-onderdelen nog steeds loopt; betreurt de hoge invoerrechten op Spaanse olijven;

4. verzoekt de Commissie om te waarborgen dat elke vorm van samenwerking op het gebied van regelgeving een vrijwillig karakter heeft, de autonomie van de regelgevende instanties eerbiedigt en erop gericht is om onnodige obstakels en administratieve lasten te identificeren; herinnert eraan dat samenwerking op het gebied van regelgeving, in de vorm van het vergroten van de convergentie en het intensiveren van de samenwerking inzake internationale normen, ten goede moet komen aan de governance van de mondiale economie;

5. neemt er nota van dat de Commissie heeft aangegeven voornemens te zijn onmiddellijk evenwichtsherstellende maatregelen te nemen als de VS overgaan tot verhoging van de invoerrechten of invoering van quota voor auto's afkomstig uit de EU; herhaalt zijn steun voor dergelijke maatregelen;

6. herhaalt dat de onderhandelingsrichtsnoeren van noch de EU noch de VS voorzien in hervatting van de onderhandelingen over TTIP; is van oordeel dat een beperkte overeenkomst met de VS inzake afschaffing van invoerrechten op industriële goederen, waaronder auto's, waarin rekening wordt gehouden met de gevoeligheden van de Europese industrie wegens verschillen in de kosten van energie en regelgevingskosten, en een overeenkomst betreffende conformiteitsbeoordeling waarin geen afbreuk wordt gedaan aan de normen en regels van de EU, de basis kunnen vormen voor het op gang brengen van een nieuw proces dat kan leiden tot handelsbetrekkingen die voor beide partijen voordelig zijn en tot afname van de huidige spanningen op handelsgebied; benadrukt dat elke overeenkomst die gesloten wordt in overeenstemming moet zijn met de regels en verplichtingen van de WTO, waaronder artikel XXIV van de GATT; merkt op dat de aanbevelingen van de Commissie om de onderhandelingen te openen niet moeten worden uitgelegd als indicatie dat zij bereid zou zijn af te wijken van het bestaande handels- en investeringsbeleid zoals uiteengezet in de strategie "Handel voor iedereen";

7. merkt op dat de specifieke doelstellingen van de VS om de onderhandelingen tussen de VS en de EU te openen erop gericht zijn volledige markttoegang voor Amerikaanse landbouwproducten in de EU te verzekeren door de invoerrechten te verlagen of af te schaffen en de belemmeringen in verband met verschillen in regelgeving en normen te verminderen; benadrukt dat landbouw niet onder de gezamenlijke verklaring valt; merkt op dat het ontwerponderhandelingsmandaat van de Commissie strikt gericht is op de afschaffing van de invoerrechten op alle industriegoederen, met inbegrip van de autoindustrie, maar geen betrekking heeft op landbouwproducten; merkt op dat de Commissie de weg heeft vrijgemaakt voor een stijging van het marktaandeel van sojabonen van 9 % naar 75 % in de periode van augustus 2017 tot januari 2019;

8. benadrukt dat industriegoederen goed zijn voor 94 % van de uitvoer van de EU naar de VS en dat de wederzijdse opheffing van invoerrechten kan leiden tot een toename van de handelsstromen tussen de EU en de VS; merkt op dat de VS ter zake van bepaalde eindproducten, zoals lederwaren, kleding en textiel, schoeisel en keramiek, zeer hoge invoerrechten hanteren, en dat opheffing daarvan EU-exporteurs kansen zou bieden en het concurrentievermogen van de Europese industrie zou versterken;

9. is van oordeel dat samenwerking op het gebied van normen en conformiteitsbeoordeling voordelen oplevert voor zowel Europese als Amerikaanse bedrijven, met name kmo's, die zullen profiteren als geen sprake meer is van dubbele test-, inspectie- en certificeringsvereisten; benadrukt dat dit geen afbreuk hoeft te doen aan de EU-normen;

10. merkt op dat het streven om in nauwe samenwerking met gelijkgestemde partners te werken aan hervorming van de WTO een van de doelstellingen van bovengenoemde gezamenlijke verklaring is; betreurt dat de VS de benoeming van nieuwe leden van de beroepsinstantie van de WTO tegenhouden, hetgeen de werking van het stelsel voor geschillenbeslechting van de WTO schaadt;

11. betreurt de terugtrekking van de VS uit de Overeenkomst van Parijs ten zeerste; herinnert eraan dat het Europees Parlement in zijn resolutie over klimaatdiplomatie heeft benadrukt dat de EU van ratificatie en uitvoering van de Overeenkomst van Parijs een voorwaarde moet maken bij toekomstige handelsovereenkomsten; benadrukt echter dat de aanbevelingen betrekking hebben op een beperkte overeenkomst en niet op een brede vrijhandelsovereenkomst; is daarom van mening dat bij een dergelijke overeenkomst op grond van specifieke omstandigheden een uitzondering gemaakt kan worden en dat een dergelijke overeenkomst bij toekomstige onderhandelingen voor de Europese Unie geen precedentwerking heeft; merkt in dit verband op dat in de resolutie over klimaatdiplomatie het belang van nauwe samenwerking met de VS wordt benadrukt, en verzoekt de Commissie om met de VS in dialoog te treden over klimaat- en duurzaamheidsbeleid;

12. is van mening dat het sluiten van een overeenkomst inzake handel en conformiteitsbeoordeling met de VS onder eerdergenoemde voorwaarden geen afspiegeling vormt van de algemene beginselen van de handelsovereenkomsten van de EU; is echter van oordeel dat, gelet op de bijzondere omstandigheden, het openen van onderhandelingen met de VS over een overeenkomst met een beperkte reikwijdte en duidelijk vastgestelde rode lijnen ervoor kan zorgen dat de huidige impasse op handelsgebied wordt doorbroken, wat een resultaat zou kunnen opleveren waar Europese burgers, samenlevingen en ondernemingen, met name kmo's, van kunnen profiteren, en wat kan leiden tot economische groei en tot een betere verstandhouding tussen de partijen, waardoor zij beter in staat zijn om mondiale uitdagingen, waaronder de hervorming van de WTO, gezamenlijk aan te pakken; wijst er echter op dat dit slechts succesvol kan zijn en slechts in overeenstemming is met het op waarden gebaseerde handelsbeleid van de EU als aan de volgende minimumvereisten is voldaan:

(1) opheffing, voor de sluiting van de overeenkomst, van de invoerrechten op aluminium en staal uit hoofde van afdeling 232 van de Amerikaanse Trade Expansion Act van 1962;

(2) uitvoerige raadpleging van het maatschappelijk middenveld en uitvoering van een duurzaamheidseffectbeoordeling van de voorgestelde overeenkomst, en het laten meewegen van op dit gebied reeds uitgevoerde effectbeoordelingen en studies;

13. verzoekt de Raad derhalve om bij de vaststelling van onderhandelingsrichtsnoeren deze overwegingen in aanmerking te nemen en:

 zich er in het EU-mandaat ondubbelzinnig toe te verbinden auto's en auto-onderdelen op te nemen in de onderhandelingen,

 te zorgen voor meer duidelijkheid over de vraag hoe in het kader van de onderhandelingen omgegaan zal worden met oorsprongsregels,

 te waarborgen dat landbouw van de onderhandelingen wordt uitgesloten,

 te zorgen voor opname van een opschortingsclausule in het onderhandelingsmandaat, waaraan toepassing wordt gegeven als de VS tijdens of voor aanvang van de onderhandelingen ter zake van producten uit de EU aanvullende invoerrechten of andere handelsbeperkende maatregelen invoeren, hetzij krachtens afdeling 232 van de Trade Expansion Act van 1962, hetzij krachtens van afdeling 301 van de Trade Act van 1974, hetzij krachtens enige andere relevante wetgeving van de VS;

14. verzoekt de Commissie om het Parlement ten volle bij alle stadia van de onderhandelingen te betrekken en in elke fase te informeren en daarbij ook rekening te houden met het feit dat er Europese verkiezingen plaatsvinden; dringt er bij de Raad op aan geen toestemming te geven voor toepassing van de overeenkomst voordat het Parlement zijn goedkeuring heeft gegeven; verwacht dat de Commissie en de Raad tijdens de onderhandelingen het hoogste niveau van transparantie zullen blijven waarborgen; verzoekt de Raad derhalve om de onderhandelingsrichtsnoeren bekend te maken als deze worden goedgekeurd; herinnert de Commissie aan de verplichting om, in overeenstemming met de agenda voor betere regelgeving, de duurzaamheidseffectbeoordeling voor de eventuele overeenkomst bekend te maken;

15. dringt er bij de Raad op aan geen goedkeuring te hechten aan de onderhandelingsrichtsnoeren voordat het Parlement zijn standpunt heeft bepaald;

16. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de Amerikaanse regering en het Congres.

[1] PB C 265 van 11.8.2017, blz. 35.

[2] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0230.

[3] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0280.

[4] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0342.

Laatst bijgewerkt op: 13 maart 2019Juridische mededeling