Procedure : 2019/2615(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0165/2019

Ingediende teksten :

B8-0165/2019

Debatten :

PV 13/03/2019 - 27
CRE 13/03/2019 - 27

Stemmingen :

PV 14/03/2019 - 11.18
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0219

<Date>{11/03/2019}11.3.2019</Date>
<NoDocSe>B8‑0165/2019</NoDocSe>
PDF 138kWORD 54k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over de situatie in Nicaragua</Titre>

<DocRef>(2019/2615(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>José Ignacio Salafranca Sánchez‑Neyra, Gabriel Mato, Luis de Grandes Pascual, Cristian Dan Preda, Francisco José Millán Mon</Depute>

<Commission>{PPE}namens de PPE-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0165/2019

B8‑0165/2019

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Nicaragua

(2019/2615(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn eerdere resoluties over Nicaragua, met name die van 31 mei 2018 over de situatie in Nicaragua[1], van 18 december 2008 over aanvallen op verdedigers van mensenrechten, burgerlijke vrijheden en democratie in Nicaragua[2], van 26 november 2009 over Nicaragua[3], en van 16 februari 2017 over de situatie op het gebied van de mensenrechten en democratie in Nicaragua[4],

 gezien de associatieovereenkomst tussen de EU en Midden-Amerika van 2012,

 gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten van 1966,

 gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

 gezien de EU-richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers van juni 2004,

 gezien de grondwet van Nicaragua,

 gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van 21 januari 2019 over Nicaragua,

 gezien de verklaringen van de hoge vertegenwoordiger namens de EU over de situatie in Nicaragua van 22 april 2018, 15 mei 2018, 2 oktober 2018 en 15 december 2018 en die over de hervatting van de nationale dialoog van 1 maart 2019,

 gezien de conclusies van de Raad van 18 februari 2019 over de EU-prioriteiten in de mensenrechtenfora van de VN in 2019,

 gezien het verslag over grove mensenrechtenschendingen in de context van de sociale protesten in Nicaragua dat de Inter-Amerikaanse Commissie voor de rechten van de mens op 21 juni 2018 heeft aangenomen,

 gezien het verslag van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de mensenrechten over schendingen van en inbreuken op de mensenrechten in de context van de protesten in Nicaragua (18 april - 18 augustus 2018),

 gezien het verslag van de interdisciplinaire groep van onafhankelijke deskundigen (GIEI) van 20 december 2018 over de gewelddadige gebeurtenissen in Nicaragua tussen 18 april en 30 mei 2018,

 gezien de verklaring van Michelle Bachelet, Hoge Commissaris van de VN voor de rechten van de mens, van 22 februari 2019 over de strafbaarstelling van kritische geluiden in Nicaragua,

 gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat het op 31 mei 2018 een resolutie over de crisis in Nicaragua heeft aangenomen waarin het de situatie krachtig veroordeelt; overwegende dat als vervolg op deze resolutie een elf leden tellende EP-delegatie het land van 23 t/m 26 januari 2019 heeft bezocht om de situatie ter plekke te beoordelen;

B. overwegende dat de Nicaraguaanse regering garanties heeft gegeven dat er geen vergeldingsmaatregelen zouden worden getroffen tegen degenen die de huidige situatie aan de kaak hebben gesteld; overwegende dat de delegatie getuige was van de pesterijen, laster en intimidatiecampagne waarmee mensenrechtenverdedigers en maatschappelijke organisaties die met de delegatie van gedachten hadden gewisseld, te maken kregen; overwegende dat de repressie is opgevoerd nadat de EP-delegatie het land had bezocht;

C. overwegende dat de EP-delegatie openlijk afstand heeft genomen van het officiële standpunt van de regering dat zij het slachtoffer is geworden van een door de VS geleide staatsgreep en desinformatiecampagne; overwegende dat de demonstraties vooral zijn aangewakkerd door de diepe democratische, institutionele en politieke crisis die het land doormaakt en die gedurende de afgelopen tien jaar heeft geleid tot een aantasting van de rechtsstaat en een beperking van de fundamentele vrijheden, zoals de vrijheid van vereniging, demonstratie en vergadering;

D. overwegende dat de vrijheid van meningsuiting, vergadering en demonstratie, met inbegrip van het gebruik van het volkslied, voor veel mensen ernstig wordt beperkt; dat een aanzienlijk aantal politieke gevangenen alleen al vanwege de uitoefening van hun rechten vastzitten; overwegende dat er diverse verontrustende berichten zijn over de verslechterende situatie van gedetineerden, waaronder onmenselijke behandeling;

E. overwegende dat de gerechtelijke procedures tegen hen in strijd zijn met de internationale normen, met name de procedurele en strafrechtelijke waarborgen voor een eerlijk proces; overwegende dat de omstandigheden in de gevangenissen evenmin aan de internationale normen voldoen; overwegende dat het in Nicaragua duidelijk ontbreekt aan een scheiding der machten;

F. overwegende dat het recht op informatie ernstig in gevaar is; overwegende dat journalisten worden vastgehouden, verbannen en bedreigd; overwegende dat audiovisuele media gesloten worden of worden doorzocht zonder voorafgaande toestemming van de rechter; overwegende dat de publicatie van kranten in gevaar is bij gebrek aan papier en inkt, die door de overheid in beslag zijn genomen;

G. overwegende dat de regering van Nicaragua internationale organisaties zoals de GIEI en MESENI, die een vreedzame oplossing van conflicten en nationale verzoening nastreefden, uit het land heeft verdreven; overwegende dat de onderdrukking van het maatschappelijk middenveld is toegenomen doordat het zijn rechtspositie is ontnomen in een land met een onbeduidend institutioneel kader, waardoor de slachtoffers van onderdrukking dubbel worden gestraft;

H. overwegende dat ook de academische vrijheid wordt bedreigd; overwegende dat bijna 200 universiteitsstudenten van universiteiten zijn weggestuurd omdat ze hebben deelgenomen aan demonstraties voor democratie, meer vrijheid en mensenrechten;

I. overwegende dat de ontwikkeling en consolidatie van de democratie en de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten en fundamentele vrijheden integraal deel moeten uitmaken van het extern beleid van de EU, met inbegrip van de associatieovereenkomst tussen de EU en de landen van Midden-Amerika van 2012; overwegende dat deze overeenkomst een democratieclausule bevat, die een essentieel onderdeel van de overeenkomst vormt;

J. overwegende dat de nationale dialoog die op 16 mei 2018 met bemiddeling van de katholieke kerk is opgestart tussen president Ortega en de Nicaraguaanse oppositie en maatschappelijke groeperingen, geen uitweg uit de crisis heeft gebracht; overwegende dat de verkennende gesprekken voor een nationale dialoog tussen de regering van Nicaragua en de Alianza Cívica onlangs zijn hervat op 27 februari 2019; overwegende dat er op 7 maart 2019 een nieuwe poging tot dialoog is ondernomen met deelname van de katholieke kerk; overwegende dat de Alianza Cívica haar drie tijdens de onderhandelingen te bereiken hoofddoelstellingen als volgt heeft vastgesteld: de vrijlating van politieke gevangenen en eerbiediging van de individuele vrijheden, de noodzakelijke electorale hervormingen die moeten uitmonden in verkiezingen, en gerechtigheid;

1. onderstreept dat Nicaragua lijdt onder een ernstige schending van de democratie, de eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat als gevolg van de gebeurtenissen in april en mei 2018; wijst nogmaals op het belang van zijn resolutie van 31 mei 2018;

2. veroordeelt alle repressieve acties van de Nicaraguaanse regering; stelt dat het bezoek van zijn delegatie diende om een goed beeld te krijgen van de huidige situatie; verklaart bovendien dat er de afgelopen maanden, en met name na het bezoek van de delegatie, zonder twijfel sprake is geweest van toenemende repressie van de oppositie en beperkingen van de fundamentele vrijheden; veroordeelt in dit verband de algemene onderdrukking en de beperking van de vrijheid van meningsuiting, vergadering en demonstratie, het buiten de wet stellen van niet-gouvernementele organisaties en het maatschappelijk middenveld, de uitwijzing van internationale organisaties uit het land, de sluiting van en de aanvallen op de media, de beperkingen van het recht op informatie en het gebruik van het volkslied, de verwijdering van studenten van universiteiten, alsook de verslechterende situatie in gevangenissen en het gebruik van onmenselijke behandelingen;

3. is van mening dat achter dergelijk optreden van de regering, haar instellingen en haar parapolitieke organisaties een doelbewuste strategie schuilgaat om de politieke oppositie die de protesten verleden jaar heeft geleid, monddood te maken; is van mening dat deze strategie methodisch, stelselmatig en selectief wordt toegepast tegen alle leiders, ngo's, media en maatschappelijke bewegingen die hun rechtmatige roep om vrijheid en democratie tot uiting willen brengen;

4. spreekt zijn bezorgdheid uit over de enorme democratische, politieke en economische risico's waarmee de mensen en het land worden geconfronteerd en die nog zullen toenemen als er niet dringend maatregelen worden getroffen, rekening houdend met de huidige interne confrontaties, maatschappelijke breuk en economische achteruitgang; dringt aan op een duurzame en vreedzame oplossing die alle spelers in de samenleving bewegingsruimte biedt om hun activiteiten te ontplooien en vrij hun mening te uiten en waarmee hun burgerrechten, waaronder het recht op vreedzaam protest, in ere worden hersteld; herhaalt dat al wie verantwoordelijk is voor de schendingen, hierbij ter verantwoording moet worden geroepen;

5. betreurt de opschorting van het MESENI en de stopzetting van het mandaat van de GIEI van de Inter-Amerikaanse Commissie voor de rechten van de mens; veroordeelt met klem de vervolging, arrestatie en intimidatie van mensen die met de VN en andere internationale organen samenwerken;

6. verzoekt de Nicaraguaanse regering dringend maatregelen te treffen als teken van haar goede wil in het kader van de lopende dialoog, onder meer: de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van politieke gevangenen, de intrekking van gerechtelijke procedures tegen hen en de waarborging van hun lichamelijke en morele integriteit, naast hun recht op een eerlijk proces en de eerbiediging van hun privéleven; de onmiddellijke stopzetting van alle vormen van onderdrukking van Nicaraguaanse burgers, waaronder pesterijen, intimidatie, bespionering en vervolging van oppositieleiders, en vervolgens de opheffing van alle beperkingen van de eerder vermelde vrijheden; de terugkeer van bannelingen, waaronder journalisten en studenten;  de teruggave van de rechtspersoonlijkheid en de goederen van mensenrechtenorganisaties en de terugkeer van internationale organisaties naar het land; de verwijdering van militairen uit het straatbeeld en de ontwapening van paramilitaire groepen; en de opstelling van een duidelijk stappenplan voor vrije, eerlijke en transparante verkiezingen in de nabije toekomst, in aanwezigheid van internationale waarnemers;

7. verzoekt de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) en de lidstaten gerichte en individuele sancties, zoals een visumverbod en het bevriezen van tegoeden, in te stellen tegen de regering van Nicaragua en de personen die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen, overeenkomstig de conclusies van de Raad van 21 januari 2019; dringt erop aan de democratische clausule in werking te stellen door Nicaragua te schorsen uit de Associatieovereenkomst tussen de EU en Midden-Amerika;

8. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire vergadering, het Midden-Amerikaans Parlement, de Groep van Lima en de regering en het parlement van de Republiek Nicaragua.

[1] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0238.

[2] PB C 45E van 23.2.2010, blz. 89.

[3] PB C 285E van 21.10.2010, blz. 74.

[4] PB C 252 van 18.7.2018, blz. 189.

Laatst bijgewerkt op: 13 maart 2019Juridische mededeling