Procedure : 2019/2615(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0167/2019

Ingediende teksten :

B8-0167/2019

Debatten :

PV 13/03/2019 - 27
CRE 13/03/2019 - 27

Stemmingen :

PV 14/03/2019 - 11.18
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0219

<Date>{11/03/2019}11.3.2019</Date>
<NoDocSe>B8‑0167/2019</NoDocSe>
PDF 137kWORD 53k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over de situatie in Nicaragua</Titre>

<DocRef>(2019/2615(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Ernest Urtasun, Bodil Valero, Barbara Lochbihler, Jordi Solé, Josep‑Maria Terricabras, Florent Marcellesi, Tilly Metz, Molly Scott Cato, Bart Staes</Depute>

<Commission>{Verts/ALE}namens de Verts/ALE-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>


B8‑0167/2019

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Nicaragua

(2019/2615(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn eerdere resoluties over Nicaragua, met name die van 18 december 2008[1], 26 november 2009,[2] 16 februari 2017[3] en 31 mei 2018[4],

 gezien de verklaring van 2 oktober 2018 van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) namens de EU over de situatie in Nicaragua,

 gezien de conclusies van de Raad van 21 januari 2019 over Nicaragua,

 gezien de verklaring van de woordvoerder van de VV/HV van 1 maart 2019 over de hervatting van de nationale dialoog in Nicaragua,

 gezien de oproep van de Inter-Amerikaanse Commissie voor de rechten van de mens (IACHR) van 28 februari 2019 om gunstige voorwaarden te scheppen voor de uitoefening van de mensenrechten in het kader van de Nicaraguaanse dialoog,

 gezien het bezoek van zijn ad-hocdelegatie aan Nicaragua van 23 t/m 26 januari 2019,

 gezien de associatieovereenkomst tussen de EU en Midden-Amerika van 2012,

 gezien het landenstrategiedocument en het indicatief meerjarenprogramma van de EU voor 2014-2020 voor Nicaragua,

 gezien de EU-richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers van juni 2004, zoals bijgewerkt in 2008,

 gezien de grondwet van Nicaragua,

 gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de situatie in Nicaragua sinds de uitbraak van de sociale protesten op 18 april 2018 tegen de voorgenomen hervormingen van het socialezekerheidsstelsel van Nicaragua en de toenemende autocratische trekken van het presidentiële paar, Daniel Ortega en Rosario Murillo, is uitgegroeid tot een ernstige en omvangrijke crisis, aangezien het regime-Ortega heeft gereageerd met ongekend geweld en onderdrukking en daarbij gebruik heeft gemaakt van paramilitairen en anti-oproerpolitie, alsook reguliere veiligheidstroepen;

B. overwegende dat de ontevredenheid en het openlijke conflict ook worden veroorzaakt door de sterke toename van exportgerichte extractivistische activiteiten in de sectoren mijnbouw, suikerriet en palmolie en in de rundveehouderij, door het interoceanische kanaalproject, dat tot verhuizingen en ernstige onomkeerbare schade aan het milieu leidt, en door de herhaalde onderdrukking van protesten tegen deze activiteiten;

C. overwegende dat als gevolg van deze repressieve reactie naar verluidt meer dan 400 doden en meer dan 3 000 gewonden zijn gevallen en grote aantallen mensen zijn verdwenen of in de gevangenis terecht zijn gekomen, waar de meesten van hen onder afschuwelijke omstandigheden worden vastgehouden, en dat vele anderen in ballingschap zijn gegaan;

D. overwegende dat er nog steeds studenten, boeren, voormalige FSLN-leden en milieu- en andere activisten gevangenzitten die worden beschuldigd van terrorisme, obstructie van openbare diensten en gekwalificeerde schade en diefstal omdat zij hebben deelgenomen aan vreedzame betogingen, en dat hun rechtszaak gepland staat op 1 april 2019;

E. overwegende dat vrouwen in tijden van crisis bijzonder kwetsbaar zijn; overwegende dat er volgens de Nicaraguaanse vestiging van de niet-gouvernementele organisatie Catholics for Choice alleen al tussen januari en december 2018 55 vrouwenmoorden werden gepleegd; overwegende dat deze vrouwenmoorden naar verluidt nog wreder waren dan in voorgaande jaren en voornamelijk in groepsverband werden gepleegd;

F. overwegende dat het Nicaraguaanse parlement in juni 2017 een wijziging van de alomvattende wet op geweld tegen vrouwen heeft aangenomen, waarbij de definitie van vrouwenmoord is verschoven naar de privésfeer door dit misdrijf te classificeren als een misdrijf binnen het huwelijk, terwijl een groot deel van de vrouwenmoorden in de publieke ruimte wordt gepleegd;

G. overwegende dat Nicaragua volgens het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties behoort tot de Amerikaanse landen met de hoogste percentages tienerzwangerschappen en moedersterfte; overwegende dat abortus in dit land onder alle omstandigheden verboden is;

H. overwegende dat het Nicaraguaanse parlement op 29 november 2018 bij decreet de intrekking van de wettelijke status van diverse nationale ngo's heeft goedgekeurd; overwegende dat het decreet naar verluidt gebaseerd is op bepalingen die te vaag en onnauwkeurig zijn om een eerlijk proces te garanderen; overwegende dat het decreet naar verluidt bedoeld is om deze organisaties en mensenrechtenverdedigers te beletten hun legitieme werk ter verdediging van de mensenrechten in Nicaragua te verrichten;

I. overwegende dat de Nicaraguaanse regering de samenwerking met de Inter-Amerikaanse Commissie voor de rechten van de mens (IACHR) en haar organen helaas heeft stopgezet na de publicatie van diens verslag over Nicaragua, evenals de samenwerking met het Bureau van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten (OHCHR); overwegende dat de regering tevens opdracht heeft gegeven tot opschorting van de missie van de interdisciplinaire groep van onafhankelijke deskundigen (GIEI);

J. overwegende dat Nicaragua op 27 februari 2019 de voorwaardelijke vrijlating heeft aangekondigd van 100 gevangenen, die sinds 18 april 2018 onder arrest staan; overwegende dat deze gevangenen momenteel huisarrest hebben; overwegende dat kort daarna de instelling van een nationale dialoog tussen de regering van Nicaragua en leden van de oppositie, verenigd in de Alianza Cívica, een positieve stap was in de richting van een oplossing voor de crisis via onderhandelingen;

K. overwegende dat deze nationale dialoog op de avond van 4 maart 2019 werd onderbroken; overwegende dat beide partijen de volgende dag in aanwezigheid van de katholieke kerk een routekaart hebben ondertekend en op 6 maart nieuwe gesprekken hebben gevoerd, waarbij 28 maart als uiterste termijn voor de afronding van de onderhandelingen werd vastgesteld;

1. veroordeelt ten stelligste elke vorm van onderdrukking en criminalisering van het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van de pers, alsook het gebruik van antiterrorismewetten en anti-oproerpolitie tegen afwijkende meningen in Nicaragua en de voortdurende intimidatie, pesterijen, aanhoudingen en ontvoeringen van personen die hebben deelgenomen aan protestacties van de oppositie;

2. is bezorgd over de toenemende beperkingen van de ruimte voor maatschappelijke organisaties en op uitingen van afwijkende meningen; herinnert aan het recht op vrijheid van vereniging en vreedzame vergadering; hamert erop aan dat mensenrechtenverdedigers de eersten moeten zijn die door de suprematie van het recht worden beschermd, zoals vastgelegd in de EU-richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers;

3. veroordeelt de intrekking van de wettelijke status van diverse nationale ngo's door het Nicaraguaanse parlement; acht het noodzakelijk de wettelijke status van de door het decreet getroffen maatschappelijke organisaties snel in ere te herstellen;

4. verzoekt de VV/HV, de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) en de lidstaten de volledige tenuitvoerlegging van de EU-richtsnoeren over mensenrechtenverdedigers te waarborgen en de bescherming en ondersteuning van deze groep, en met name van vrouwelijke mensenrechtenverdedigers, uit te breiden;

5. dringt er met klem op aan de nationale dialoog op transparante, inclusieve en constructieve wijze voort te zetten op basis van de door beide partijen ondertekende routekaart, ter voorbereiding van een breed gedragen oplossing via onderhandelingen voor de vele aspecten van de huidige crisis;

6. is van mening dat de huidige crisis alleen kan worden aangepakt en opgelost middels een vreedzame dialoog tussen Nicaraguaanse onderdanen en onderhandelingen over institutionele hervormingen, onder meer met betrekking tot de electorale instellingen; herhaalt dat de EU bereid is indien nodig als bemiddelaar op te treden;

7. roept op tot de onmiddellijke vrijlating van alle onrechtmatig vastgehouden gevangenen; dringt erop aan de mishandeling van gedetineerden een halt toe te roepen, medische zorg en wettelijke garanties te verstrekken, ervoor te zorgen dat de gevangenisomstandigheden in overeenstemming zijn met het internationaal humanitair recht voor personen die nog in hechtenis zitten, en de eerbiediging van het recht op een eerlijk proces te waarborgen; herinnert er voorts aan dat er naar behoren uitvoering moet worden gegeven aan een volledig, transparant en onafhankelijk onderzoek naar alle inbreuken op de wet, misdrijven en mensenrechtenschendingen, dat de verantwoordelijken moeten worden gestraft en dat de slachtoffers een schadevergoeding moet worden toegekend;

8. is van mening dat een nationale waarheidscommissie, eventueel ondersteund door internationale deskundigen, de beste manier zou zijn om ervoor te zorgen dat verantwoording moet worden afgelegd voor alle mensenrechtenschendingen, om straffeloosheid te bestrijden en om het vertrouwen te herstellen, teneinde tot verzoening te komen;

9. dringt erop aan dat internationale organisaties zoals de IACHR en haar speciale toezichtmechanisme voor Nicaragua (MESENI), VN-organen en de GIEI naar Nicaragua kunnen terugkeren en hun status terugkrijgen en dat de voorwaarden voor hun terugkeer worden vastgesteld;

10. onderstreept dat alle maatregelen tegen maatschappelijke organisaties en onafhankelijke media met het oog op de sluiting ervan, zoals de inbeslagneming van activa, moeten worden ingetrokken;

11. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regering van Nicaragua, het Midden-Amerikaans Parlement, de Inter-Amerikaanse Commissie voor de rechten van de mens en de covoorzitters van de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering.

 

[1] PB C 45E van 23.2.2010, blz. 89.

[2] PB C 285E van 21.10.2010, blz. 74.

[3] PB C 252 van 18.7.2018, blz. 189.

[4] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0238.

Laatst bijgewerkt op: 13 maart 2019Juridische mededeling