Procedure : 2019/2615(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0170/2019

Ingediende teksten :

B8-0170/2019

Debatten :

PV 13/03/2019 - 27
CRE 13/03/2019 - 27

Stemmingen :

PV 14/03/2019 - 11.18
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0219

<Date>{11/03/2019}11.3.2019</Date>
<NoDocSe>B8‑0170/2019</NoDocSe>
PDF 132kWORD 52k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie / hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over de situatie in Nicaragua </Titre>

<DocRef>(2019/2615(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Charles Tannock, Karol Karski, Ryszard Czarnecki</Depute>

<Commission>{ECR}namens de ECR-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0165/2019

B8‑0170/2019

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Nicaragua

(2019/2615(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn eerdere resoluties over Nicaragua,

 gezien de associatieovereenkomst tussen de EU en Midden-Amerika van 29 juni 2012,

 gezien de verklaringen van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid namens de EU over de situatie in Nicaragua van 22 april 2018, 15 mei 2018, 2 oktober 2018 en 15 december 2018 en die over de hervatting van de nationale dialoog van 1 maart 2019,

 gezien het landenstrategiedocument en het indicatief meerjarenprogramma 2014-2020 van de EU voor Nicaragua,

 gezien de grondwet van Nicaragua,

 gezien het verslag van de interdisciplinaire groep van onafhankelijke deskundigen (GIEI) van 20 december 2018 over de gewelddadige gebeurtenissen in Nicaragua tussen 18 april en 30 mei,

 gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (ICCPR), dat in 1980 door Nicaragua werd geratificeerd,

 gezien de Verklaring van de Verenigde Naties over de rechten van inheemse volkeren van 2007, waarbij Nicaragua partij is,

 gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

 gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat er in Nicaragua sinds de aankondiging van bezuinigingsmaatregelen met betrekking tot het socialezekerheidsstelsel van het land door president Daniel Ortega op 18 april 2018 een klimaat van politieke onrust heerst;

B. overwegende dat de Nicaraguaanse regering hierop met geweld heeft gereageerd, waarbij veiligheidstroepen in het hele land met scherp hebben geschoten om de protesten uit elkaar te drijven, met honderden doden en gewonden tot gevolg;

C. overwegende dat de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering in het land de laatste jaren geleidelijk zijn onderdrukt en sinds april 2018 nagenoeg onbestaande zijn; overwegende dat journalisten, leiders van het maatschappelijk middenveld, politieke, sociale en milieuactivisten en andere maatschappelijke actoren ernstig worden geïntimideerd en vervolgd; overwegende dat duizenden Nicaraguanen het land zijn ontvlucht wegens de aanhoudende harde repressie door de regering en de daaruit voortvloeiende economische neergang;

D. overwegende dat de Nicaraguaanse regering tegen eind 2018 talrijke plaatselijke en internationale organisaties hun juridische status had ontnomen; overwegende dat de regering de Nicaraguaanse bevolking daardoor heeft belemmerd om zich te organiseren, zich te verenigen en het recht op vrije meningsuiting uit te oefenen, en heeft getracht mensenrechtenverdedigers het zwijgen op te leggen door voortdurend te dreigen met strafrechtelijke vervolgingen tegen hun werk;

E. overwegende dat op 16 mei 2018 een nationale dialoog op gang is gebracht, waarbij de katholieke kerk als bemiddelaar optrad, maar dat die kort nadien alweer werd opgeschort; overwegende dat op 27 februari 2019 een nieuwe poging werd ondernomen om de nationale dialoog te hervatten, maar dat deze dialoog op 10 maart 2019 mislukte, nadat de Alianza Civica zich uit de gesprekken terugtrok;

F. overwegende dat sinds de onrust in april 2018 meer dan 700 mensen in hechtenis zijn genomen; overwegende dat op 27 februari 2019, in de bredere context van de nieuwe nationale dialoog, 112 mensen uit hechtenis zijn vrijgelaten en onder huisarrest zijn geplaatst;

G. overwegende dat de onrust de economische onzekerheid in het land nog heeft vergroot, hetgeen heeft geleid tot grotere sociale en politieke instabiliteit;

H. overwegende dat het in Nicaragua in de afgelopen jaren bergafwaarts is gegaan met de democratie en de rechtsstaat, aangezien de president zijn greep op het parlement, het gerechtelijk apparaat, het leger, de politie en de media heeft vergroot en er steeds minder ruimte is voor het maatschappelijk middenveld;

I. overwegende dat een ad-hocdelegatie van het Europees Parlement in januari 2019 een bezoek heeft gebracht aan Nicaragua en het officiële regeringsstandpunt over de onrust in het land heeft verworpen; overwegende dat de repressie in het land sinds het bezoek van de delegatie is toegenomen;

J. overwegende dat de ontwikkeling en consolidatie van de democratie en de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten en fundamentele vrijheden integraal deel moeten uitmaken van het extern beleid van de EU, met inbegrip van de associatieovereenkomst tussen de EU en de landen van Midden-Amerika van 2012;

1. veroordeelt het zware geweld tegen vreedzame betogers en de onderdrukking van het recht op vrije meningsuiting en vergadering in het land; spreekt zijn solidariteit uit met de Nicaraguaanse bevolking en betuigt zijn medeleven aan de familieleden van degenen die sinds april 2018 om het leven zijn gekomen;

2. verzoekt de Nicaraguaanse regering met klem een onpartijdig en onafhankelijk onderzoek in te stellen en degenen die zich tijdens de protesten schuldig hebben gemaakt aan mensenrechtenschendingen te vervolgen;

3. betreurt dat de inspanningen om een nieuwe nationale dialoog tot stand te brengen, zijn mislukt; benadrukt dat een inclusieve dialoog met vertegenwoordigers van alle actoren en groepen uit de samenleving de enige uitweg uit de huidige crisis is;

4. verzoekt de Nicaraguaanse regering om het recht op vrije meningsuiting en het recht op vreedzame vergadering overeenkomstig het nationaal en internationaal recht te eerbiedigen, aangezien dit wezenlijke elementen van een democratische samenleving zijn; verzoekt de autoriteiten bovendien de in de Nicaraguaanse grondwet verankerde pers- en mediavrijheid te eerbiedigen, aangezien deze vrijheden een cruciale rol spelen in een open samenleving;

5. dringt aan op de onmiddellijke vrijlating van alle politieke gevangenen en van al diegenen die slechts hun recht op vrije meningsuiting en vergadering op vreedzame wijze hebben uitgeoefend; roept de autoriteiten op om ervoor te zorgen dat de rechten en de integriteit van politieke gevangen worden geëerbiedigd;

6. dringt er bij de Nicaraguaanse regering op aan om de nationale en internationale organisaties de juridische status terug te geven die hun sinds april 2018 is ontnomen;

7. dringt aan op onmiddellijke electorale hervormingen die eerlijke, vrije en transparante verkiezingen garanderen; beveelt de oppositie aan interne verdeeldheid te overstijgen;

8. verzoekt de Nicaraguaanse regering de democratische waarden, met inbegrip van de scheiding der machten, volledig te eerbiedigen; herinnert eraan dat de volledige deelname van de oppositie, de depolarisatie van het gerechtelijk apparaat, het einde van de straffeloosheid en een onafhankelijk maatschappelijk middenveld wezenlijke factoren zijn voor het slagen van een democratie;

9. ondersteunt het verlangen van de meerderheid van de Nicaraguaanse bevolking naar een vrij, stabiel, welvarend, inclusief en democratisch land dat zijn nationale en internationale verplichtingen op het gebied van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden nakomt;

10. herinnert eraan dat Nicaragua op grond van de associatieovereenkomst tussen de EU en de landen van Midden-Amerika de beginselen van de rechtsstaat, de democratie en de mensenrechten, die door de EU nageleefd en bevorderd worden, moet eerbiedigen; dringt erop aan de democratische clausule in werking te stellen door Nicaragua te schorsen uit de associatieovereenkomst tussen de EU en Midden-Amerika;

11. verzoekt de EU en de lidstaten de situatie te blijven volgen en dringend de invoering te overwegen van gerichte en individuele sancties tegen de Nicaraguaanse regering en personen die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen, overeenkomstig de conclusies van de Raad van 21 januari 2019; benadrukt dat deze sancties de Nicaraguaanse bevolking niet mogen schaden;

12. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de Europese Dienst voor extern optreden en de lidstaten, alsmede aan de regering en het parlement van Nicaragua.

Laatst bijgewerkt op: 13 maart 2019Juridische mededeling