Procedure : 2019/2614(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0175/2019

Ingediende teksten :

B8-0175/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 14/03/2019 - 11.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


<Date>{11/03/2019}11.3.2019</Date>
<NoDocSe>B8‑0175/2019</NoDocSe>
PDF 134kWORD 50k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over genderevenwicht bij benoemingen in de EU op het gebied van economische en monetaire zaken</Titre>

<DocRef>(2019/2614(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Marisa Matias, Miguel Viegas, Matt Carthy, Anja Hazekamp, Malin Björk, Dimitrios Papadimoulis, Stelios Kouloglou, Martina Anderson, Lynn Boylan, Luke Ming Flanagan, Liadh Ní Riada, Martin Schirdewan, Kostadinka Kuneva, João Pimenta Lopes, João Ferreira, Patrick Le Hyaric</Depute>

<Commission>{GUE/NGL}namens de GUE/NGL-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>


B8‑0175/2019

Resolutie van het Europees Parlement over genderevenwicht bij benoemingen in de EU op het gebied van economische en monetaire zaken

(2019/2614(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien artikel 56, lid 4, van Verordening (EU) nr. 806/2014 (GAM-verordening)[1],

 gezien de artikelen 37 en 48, van Verordening (EU) nr. 1093/2010 (EBA-verordening)[2],

 gezien artikel 283 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

 gezien zijn resolutie van 16 januari 2019 over het jaarverslag 2017 van de Europese Centrale Bank[3],

 gezien het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), met name artikel 14 inzake het verbod op discriminatie,

 gezien het VN-verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (CEDAW) van 18 december 1979,

 gezien het verslag van de Commissie van 2018 over de gelijkheid van mannen en vrouwen in de Europese Unie,

 gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat gendergelijkheid een fundamenteel mensenrecht is en dat de verwezenlijking ervan kan bijdragen tot een meer inclusieve en duurzame groei; overwegende dat alle EU- en nationale instellingen en organen concrete maatregelen moeten nemen om voor genderevenwicht te zorgen;

B. overwegende dat in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie het beginsel van gelijkheid tussen vrouwen en mannen is neergelegd;

C. overwegende dat vrijwel alle leidinggevende functies binnen de Europese Centrale Bank (ECB) en binnen de Europese toezichthoudende autoriteiten door mannen worden bezet;

D. overwegende dat momenteel slechts één vrouw lid is van de directie van de ECB; overwegende dat slechts twee van de 25 leden van de raad van bestuur van de Europese Centrale Bank vrouwen zijn; overwegende dat vrouwen nog altijd ondervertegenwoordigd zijn in leidinggevende functies;

E. overwegende dat de Commissie en de Raad de verzoeken van het Parlement om genderevenwichtige shortlists voor deze functies stelselmatig hebben genegeerd;

F. overwegende dat de betreffende besluitvormende organen uitsluitend mannelijke kandidaten hebben geselecteerd voor de meeste recente vacatures bij de ECB, de Europese Bankautoriteit en de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad;

G. overwegende dat slechts negen van de 28 Europese commissarissen vrouwen zijn; overwegende dat zeven van de 20 leden van het Bureau van het Europees Parlement vrouwen zijn; overwegende dat 11 van de 23 commissievoorzitters van het Parlement vrouwen zijn;

1. herinnert aan zijn herhaalde verzoeken om genderevenwichtige shortlists voor benoemingen in leidinggevende functies binnen Europese toezichthoudende en monetaire instellingen;

2. betreurt ten zeerste het gebrek aan vrouwelijke kandidaten op de shortlists voor de meest recente vacatures voor hoofdeconoom bij de ECB, bestuurslid van de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad en voorzitter van de Europese Bankautoriteit;

3. verzoekt de Commissie en de Raad erop toe te zien dat elke sekse met ten minste één kandidaat is vertegenwoordigd op de shortlist wanneer er vacatures zijn voor leidinggevende functies binnen Europese toezichthoudende en monetaire instellingen;

4. verzoekt de lidstaten hun juridische verplichting uit hoofde van het Handvest van de grondrechten na te komen en genderevenwicht te bevorderen, en verzoekt alle EU- en nationale instellingen en organen om concrete maatregelen door te voeren met het oog op waarborging van het genderevenwicht;

5. verzoekt de lidstaten en de Commissie een concreet plan voor te leggen aan de hand waarvan zij een beter genderevenwicht bij de samenstelling van de Europese toezichthoudende en monetaire instellingen willen bereiken;

6. benadrukt dat het geen besluiten inzake vacatures binnen de Europese toezichthoudende en monetaire instellingen zal goedkeuren totdat er met de Commissie en de Raad een interinstitutionele overeenkomst is gesloten betreffende genderevenwichtige shortlists;

7. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie, de Raad, de Europese Centrale Bank en de Europese toezichthoudende autoriteiten.

 

[1] PB L 225 van 30.7.2014, blz. 1.

[2] PB L 331 van 15.12.2010, blz. 12.

[3] Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0029.

Laatst bijgewerkt op: 13 maart 2019Juridische mededeling