Procedure : 2019/2582(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0184/2019

Ingediende teksten :

B8-0184/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 14/03/2019 - 11.15
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


<Date>{11/03/2019}11.3.2019</Date>
<NoDocSe>B8‑0184/2019</NoDocSe>
PDF 153kWORD 54k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over een Europese strategische langetermijnvisie voor een bloeiende, moderne, concurrerende en klimaatneutrale economie</Titre>

<DocRef>(2019/2582(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Christian Ehler, Paul Rübig, Kathleen Van Brempt, Zdzisław Krasnodębski, Fredrick Federley, Benedek Jávor, Dario Tamburrano, Barbara Kappel</Depute>

<Commission>{ITRE}namens de Commissie industrie, onderzoek en energie</Commission>

</RepeatBlock-By>


B8‑0184/2019

Resolutie van het Europees Parlement over een Europese strategische langetermijnvisie voor een bloeiende, moderne, concurrerende en klimaatneutrale economie

(2019/2582(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien de mededeling van de Commissie van 28 november 2018, getiteld "Een schone planeet voor iedereen – Een Europese strategische langetermijnvisie voor een bloeiende, moderne, concurrerende en klimaatneutrale economie" (COM(2018)0773),

 gezien het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering (UNFCCC) en het bijbehorend Protocol van Kyoto,

 gezien de Overeenkomst van Parijs, besluit 1/CP.21, de 21e conferentie van de partijen (COP21) bij het UNFCCC en de 11e conferentie van de partijen bij het Protocol van Kyoto (CMP11), die van 30 november t/m 11 december 2015 zijn gehouden in Parijs, Frankrijk,

 gezien de Agenda 2030 voor duurzame ontwikkeling en de duurzameontwikkelingsdoelstellingen (SDG's) van de Verenigde Naties,

 gezien zijn resolutie van 25 oktober 2018 over de VN-klimaatconferentie in 2018 in Katowice, Polen (COP24)[1],

 gezien het pakket schone energie,

 gezien de ontwerpresolutie van de Commissie industrie, onderzoek en energie,

 gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

1. is ingenomen met de mededeling van de Commissie over de langetermijnstrategie, getiteld "Een schone planeet voor iedereen – Een Europese strategische langetermijnvisie voor een bloeiende, moderne, concurrerende en klimaatneutrale economie", waarin de nadruk wordt gelegd op de kansen en uitdagingen die de overgang naar een broeikasgasneutrale economie met zich meebrengt voor de Europese burgers en economie, en waarmee de basis wordt gelegd voor een breed debat met EU-instellingen, nationale parlementen, het bedrijfsleven, non-gouvernementele organisaties, steden, gemeenschappen en burgers;

2. is van mening dat Europa, door te investeren in innovatieve technologische oplossingen, burgers meer zeggenschap te geven, maatregelen op essentiële gebieden zoals energie, industrieel beleid en onderzoek op elkaar af te stemmen, en tegelijkertijd een sociaal rechtvaardige en eerlijke overgang te waarborgen, een toonaangevende rol kan spelen bij het streven naar klimaatneutraliteit;

3. kan zich vinden in de door de Commissie vastgestelde strategische gebieden waarop gezamenlijke maatregelen genomen moeten worden, en ondersteunt energie-efficiëntie, de inzet van hernieuwbare energie en het mondiale concurrentievermogen van de Europese industrie;

4. onderstreept het belang van de uiteenlopende klimaatmaatregelen en -wetgeving die in de verschillende beleidssectoren zijn ingevoerd, maar waarschuwt dat een versnipperde aanpak tot inconsistenties kan leiden en ervoor kan zorgen dat de EU de overgang naar een broeikasgasneutrale economie niet vóór 2050 kan voltooien; pleit daarom voor een allesomvattende aanpak;

5. is het eens met de doelstelling van de EU om, zoals verklaard in de mededeling van de Commissie, vóór 2050 een broeikasgasneutrale economie tot stand te brengen; wenst dat de lidstaten tijdens de speciale EU-top in Sibiu in mei 2019 een strategie overeenkomen om deze doelstelling te verwezenlijken, en verzoekt de lidstaten de nodige ambitie aan de dag te leggen om dit doel ook daadwerkelijk te bereiken;

Energiebeleid

6. wijst op de belangrijke rol die energie vervult bij de overgang naar een broeikasgasneutrale economie;

7. brengt in herinnering dat de EU er de afgelopen decennia in geslaagd is economische groei los te koppelen van de uitstoot van broeikasgassen, en deze uitstoot te verlagen, met name door middel van energie-efficiëntie en de inzet van hernieuwbare energie;

8. benadrukt dat de overgang naar schone energie de modernisering van de Europese economie moet blijven stimuleren, voor duurzame economische groei moet blijven zorgen en de Europese burgers maatschappelijke en milieuvoordelen moet blijven bieden;

9. is ervan overtuigd dat als de EU leiderschap toont op het gebied van hernieuwbare energie en energie-efficiëntie, de rest van de wereld zal zien dat een overgang naar schone energie wel degelijk mogelijk is en naast de strijd tegen klimaatverandering ook andere voordelen oplevert;

10. wijst erop dat ten opzichte van de huidige stand van zaken aanzienlijk meer moet worden geïnvesteerd in het energiesysteem van de EU en de betrokken infrastructuur, dat wil zeggen tussen de 175 en 290 miljard EUR per jaar, wil de EU een broeikasgasneutrale economie tot stand brengen;

11. benadrukt dat bepaalde lidstaten, aangezien sommige lidstaten al verder zijn in hun energietransitie dan andere, wellicht extra inspanningen moeten leveren om ervoor te zorgen dat er klimaatneutraliteit kan worden bereikt op EU-niveau;

12. roept de lidstaten op het pakket schone energie zo spoedig mogelijk in te voeren; brengt in herinnering dat het aan de lidstaten is om, binnen het EU-kader voor klimaat en energie, hun eigen energiemix te bepalen;

13. is van mening dat technologische ontwikkelingen en oplossingen, energie-efficiëntie, duurzame hernieuwbare energie en een volledig geïntegreerde interne energiemarkt van cruciaal belang zullen zijn;

14. benadrukt dat er nood is aan een proactieve aanpak om de EU-burgers te verzekeren van een eerlijke energietransitie en steun te bieden aan regio's met een economie die sterk afhangt van technologieën waarvan het gebruik zal afnemen, of sectoren die naar verwachting zullen krimpen of zich in de toekomst moeten aanpassen;

15. roept alle bestuursniveaus – nationaal, regionaal dan wel lokaal – op maatregelen te nemen om zowel de deelname van burgers aan de energietransitie als de uitwisseling van optimale werkwijzen te bevorderen;

Industriebeleid

16. herhaalt dat de overgang naar een broeikasgasneutrale economie de EU voor uitdagingen en kansen stelt, en dat investeringen in industriële innovatie, waaronder digitale technologieën, en schone technologie nodig zijn om groei te stimuleren, het concurrentievermogen te versterken, vaardigheden voor de toekomst te bevorderen en talloze banen te creëren, bijvoorbeeld in de bloeiende circulaire economie en bio-economie;

17. is van mening dat economische welvaart, mondiale industriële concurrentie en klimaatbeleid elkaar onderling versterken;

18. onderstreept dat een stabiel en voorspelbaar beleidskader voor energie en klimaat essentieel is om investeerders het broodnodige vertrouwen te geven en de Europese industrie in staat te stellen langetermijninvesteringen te doen in Europa, aangezien de meeste industriële installaties langer dan twintig jaar meegaan;

Onderzoek en innovatie

19. benadrukt dat Europese en nationale onderzoeks- en innovatieprogramma's van groot belang zijn om de Europese Unie te ondersteunen bij het vervullen van haar voortrekkersrol in de strijd tegen klimaatverandering;

20. is van mening dat er bij de voorbereiding en tenuitvoerlegging van onderzoeks- en innovatieprogramma's voldoende aandacht moet worden gegeven aan de klimaatdimensie;

21. wijst op het verslag van het panel op hoog niveau inzake scenario's voor decarbonisatie[2] over de rol van onderzoek en innovatie bij het verwezenlijken van de doelstellingen van de Overeenkomst van Parijs en het behalen van concurrentievoordeel voor de EU in de strijd voor verdere decarbonisatie; merkt op dat het panel op hoog niveau een reeks thematische en sectoroverschrijdende aanbevelingen heeft gedaan, met name met betrekking tot de koersbepaling van Horizon Europa, het nieuwe EU-kaderprogramma voor onderzoek en innovatie 2021-2027;

22. is van mening dat er in de komende twintig jaar sterk moet worden ingezet op onderzoek en innovatie, dit om koolstofarme en koolstofvrije oplossingen voor iedereen toegankelijk en tevens maatschappelijk en economisch haalbaar te maken, en om nieuwe oplossingen aan te kunnen dragen voor de overgang naar een broeikasgasneutrale economie;

23. onderstreept zijn standpunt dat ten minste 35 % van de uitgaven in het kader van Horizon Europa voor klimaatdoelstellingen moet worden bestemd, hetgeen aansluit bij en deel uitmaakt van de algemene doelstelling van de EU om klimaatmaatregelen in al haar beleid te integreren;

 

°

° °

24. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en de parlementen van de lidstaten.

 

[1]  Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0430.

[2] Eindverslag van het panel op hoog niveau inzake het Europees initiatief voor scenario's voor decarbonisatie, Europese Commissie, directoraat-generaal Onderzoek en Innovatie, november 2018.

Laatst bijgewerkt op: 13 maart 2019Juridische mededeling