Procedure : 2019/2670(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0223/2019

Ingediende teksten :

B8-0223/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 28/03/2019 - 8.11
CRE 28/03/2019 - 8.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


<Date>{25/03/2019}25.3.2019</Date>
<NoDocSe>B8‑0223/2019</NoDocSe>
PDF 139kWORD 47k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van een verklaring van de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over recente ontwikkelingen in het dieselgate-schandaal</Titre>

<DocRef>(2019/2670(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Daniel Dalton, Bolesław G. Piecha, Zdzisław Krasnodębski</Depute>

<Commission>{ECR}namens de ECR-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0223/2019

B8‑0223/2019

Resolutie van het Europees Parlement over recente ontwikkelingen in het dieselgate-schandaal

(2019/2670(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG[1],

 gezien Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie van 18 juli 2008 tot uitvoering en wijziging van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie[2],

 gezien het advies van 28 oktober 2015 van het technisch comité motorvoertuigen (TCMV), opgericht krachtens artikel 40, lid 1, van Richtlijn 2007/46/EG,

 gezien Verordening (EU) 2016/427 van de Commissie van 10 maart 2016 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 692/2008 wat de emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 6) betreft[3],

 gezien Verordening (EU) 2016/646 van de Commissie van 20 april 2016 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 692/2008 wat de emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 6) betreft[4],

 gezien Verordening (EU) 2017/1151 van de Commissie van 1 juni 2017 tot aanvulling van Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie, tot wijziging van Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie en Verordening (EU) nr. 1230/2012 van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 692/2008 van de Commissie[5],

 gezien Verordening (EU) 2017/2394 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 betreffende samenwerking tussen de nationale instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2006/2004[6],

 gezien het eindverslag van de enquêtecommissie naar emissiemetingen in de automobielsector van 2 maart 2017,

 gezien zijn aanbeveling aan de Raad en de Commissie van 4 april 2017 naar aanleiding van het onderzoek naar emissiemetingen in de automobielsector[7],

 gezien de briefingnota van de Europese Rekenkamer van 7 februari 2019 over de reactie van de EU op het dieselgate-schandaal,

 gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

1. is van oordeel dat het wetgevingskader waarbinnen het dieselgate-schandaal heeft plaatsgevonden aanzienlijk is verbeterd dankzij Verordening (EU) 2018/858, aangezien de verordening zorgt voor schonere en milieuvriendelijkere voertuigen en herstel van het vertrouwen van consumenten;

2. merkt op dat in Verordening (EU) 2018/858, Verordening (EG) nr. 692/2008 en andere wetgeving ter zake robuustere en realistischere testmethoden worden vastgesteld voor het meten van de uitstoot van verontreinigende stoffen zoals stikstofoxiden (NOx) en CO2; merkt daarnaast op dat auto's dankzij deze wetgeving op kwalitatief betere en onafhankelijkere wijze kunnen worden getest en dat beter toezicht kan worden gehouden op auto's die reeds in gebruik zijn genomen;

3. stelt evenwel vast dat de nieuwe regels uit hoofde van Verordening (EU) 2018/858 op 1 september 2020 in werking treden, hetgeen inhoudt dat veel van de verbeteringen met betrekking tot de kwaliteit en onafhankelijkheid van en het toezicht op testinstanties en de typegoedkeuring van voertuigen nog niet van toepassing zijn geworden;

4. herinnert eraan dat de lidstaten op 28 oktober 2015 hebben besloten de meting van NOx-emissies onder reële rijomstandigheden (RDE) vanaf september 2017 verplicht te stellen voor nieuwe automodellen, en vanaf september 2019 voor alle nieuwe voertuigen;

5. herinnert eraan dat de Commissie op 1 juni 2017 ook een strengere en realistischere laboratoriumtestprocedure, de wereldwijde testprocedure voor lichte voertuigen (Worldwide Harmonised Light Vehicles Test Procedure – WLTP), heeft ingevoerd die samen met de Economische Commissie voor Europa van de VN (VN/ECE) werd ontwikkeld voor het meten van de CO2-emissies en het brandstofverbruik van auto's en bestelwagens en die sinds september 2017 verplicht is voor nieuwe automodellen, en sinds september 2018 voor alle nieuwe voertuigen;

6. wijst erop dat het reguleringsregime van de EU wereldwijd het eerste reguleringsregime is waarbinnen de twee eerder genoemde aanvullende tests zijn ingevoerd om ervoor te zorgen dat auto's die in de EU worden verkocht zowel in het laboratorium als op de weg een lage uitstoot hebben, alsook om frauduleuze praktijken met betrekking tot op de weg uitgevoerde emissietests voor voertuigen tegen te gaan;

7. dringt er bij de Commissie op aan de NOx-emissies van auto's in de EU te blijven beperken door de conformiteitsfactor, als voorzien in het tweede RDE-comitologiepakket, jaarlijks en conform de technologische ontwikkelingen te herzien, teneinde deze factor zo spoedig mogelijk tot 1 terug te brengen;

8. merkt niettemin op dat de vaststelling van steeds strengere grenswaarden voor de concentratie in de lucht van schadelijke stoffen op zich geen doeltreffende methode vormt om de luchtkwaliteit te verbeteren, zoals blijkt uit het grote aantal inbreukzaken dat voor het Hof van Justitie van de Europese Unie wordt gebracht; merkt op dat een doeltreffend beleid ook de uitvoering van geïntegreerde plannen voor de verbetering van de luchtkwaliteit op lange termijn, ondersteund door passende bijbehorende financiële middelen, moet omvatten;

9. stelt met enige bezorgdheid vast dat enkele lidstaten, of hun plaatselijke autoriteiten, onevenredige maatregelen hebben genomen, zoals beperkingen op oudere dieselvoertuigen, die dagelijks problemen opleveren voor de eigenaren van dergelijke voertuigen, de waarde van de voertuigen verlagen en in lidstaten met een lager inkomen tot een aanzienlijke toename van het aantal oudere en sterk vervuilende voertuigen leiden;

10. benadrukt dat in overleg met de automobielsector een verschuiving naar schonere en efficiëntere mobiliteit moet worden verwezenlijkt om de luchtkwaliteit en de volksgezondheid te verbeteren, het milieu te beschermen en het concurrentievermogen van de EU in een wereld die aan mondialisering onderhevig is, te versterken;

11. verzoekt de Commissie met de lidstaten en andere belanghebbenden te blijven samenwerken om de emissieverordeningen te optimaliseren voor toekomstige voertuigen en de overgang naar schonere en duurzamere mobiliteit te versnellen;

12. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en de parlementen van de lidstaten.

 

[1] PB L 151 van 14.6.2018, blz. 1.

[2] PB L 199 van 28.7.2008, blz. 1.

[3] PB L 82 van 31.3.2016, blz. 1.

[4] PB L 109 van 26.4.2016, blz. 1.

[5] PB L 175 van 7.7.2017, blz. 1.

[6] PB L 345 van 27.12.2017, blz. 1.

[7] PB C 298 van 23.8.2018, blz. 140.

Laatst bijgewerkt op: 28 maart 2019Juridische mededeling