Procedure : 2019/2670(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0224/2019

Ingediende teksten :

B8-0224/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 28/03/2019 - 8.11
CRE 28/03/2019 - 8.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


<Date>{25/03/2019}25.3.2019</Date>
<NoDocSe>B8‑0224/2019</NoDocSe>
PDF 135kWORD 52k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van een verklaring van de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over recente ontwikkelingen in het dieselgate-schandaal</Titre>

<DocRef>(2019/2670(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Jens Gieseke</Depute>

<Commission>{PPE}namens de PPE-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0223/2019

B8‑0224/2019

Resolutie van het Europees Parlement over recente ontwikkelingen in het dieselgate-schandaal

(2019/2670(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien Verordening (EG) nr. 715/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2007 betreffende de typegoedkeuring van motorvoertuigen met betrekking tot emissies van lichte personen- en bedrijfsvoertuigen (Euro 5 en Euro 6) en de toegang tot reparatie- en onderhoudsinformatie[1],

 gezien Richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd,

 gezien Verordening (EU) 2018/858 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 715/2007 en (EG) nr. 595/2009 en tot intrekking van Richtlijn 2007/46/EG[2],

 gezien zijn aanbeveling aan de Raad en de Commissie van 4 april 2017 naar aanleiding van het onderzoek naar emissiemetingen in de automobielsector[3],

 gezien het eindverslag van de enquêtecommissie naar emissiemetingen in de automobielsector van 2 maart 2017,

 gezien het tussentijds verslag van de enquêtecommissie naar emissiemetingen in de automobielsector van 20 juli 2016,

 gezien de briefingnota van de Europese Rekenkamer van 7 februari 2019 over de reactie van de EU op het dieselgate-schandaal,

 gezien de gedachtewisseling van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid met commissaris Elżbieta Bieńkowska over de follow-up van de aanbevelingen van de enquêtecommissie naar emissiemetingen in de automobielsector[4],

 gezien het werkdocument van de diensten van de Commissie van 22 november 2018 getiteld "Report on Raw Materials for Battery Applications" (Verslag over grondstoffen voor batterijtoepassingen) (SWD(2018)0245),

 gezien de aanmaningsbrieven die in het kader van de door de Commissie ingeleide inbreukprocedures zijn verzonden naar Duitsland, Griekenland, Italië, Luxemburg, Spanje en het Verenigd Koninkrijk,

 gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

1. onderstreept dat sinds het dieselgate-schandaal van 2015 met name binnen het regelgevingskader van de EU aanzienlijke vooruitgang is geboekt, hetgeen onder meer is terug te zien in de invoering van nieuwe regels voor typegoedkeuring en een nieuwe testprocedure;

2. benadrukt dat een verschuiving naar schonere mobiliteit nodig is om de luchtkwaliteit en daarmee de kwaliteit van het leven van burgers te verbeteren, het milieu te beschermen en het concurrentievermogen van de automobielsector van de EU in een wereld die aan mondialisering onderhevig is, te versterken;

3. wijst erop dat de strijd tegen klimaatverandering moet worden beschouwd als een onderdeel van een overkoepelende EU-strategie die bijvoorbeeld in overeenstemming moet zijn met de nieuwe strategie voor het industriebeleid (een holistische benadering), zodat het juiste evenwicht kan worden bereikt tussen het bevorderen van de duurzaamheid van wegvoertuigen en de mate waarin ze aan de toepasselijke normen voldoen, het waarborgen van de belangen van consumenten in de EU en het eerbiedigen van de grenzen van technologische vooruitgang;

4. onderstreept dat er rekening moet worden gehouden met de baanzekerheid in en het mondiale concurrentievermogen van de Europese industrie wanneer naar oplossingen in het kader van klimaatverandering wordt gezocht;

5. wijst erop dat reeds een nieuwe laboratoriumtest is ingevoerd, de wereldwijde testprocedure voor lichte voertuigen (Worldwide Harmonised Light Vehicles Test Procedure – WLTP), om de discrepantie tussen in het laboratorium en op de weg gemeten CO2-emissies en brandstofverbruik aanzienlijk te verkleinen;

6. beklemtoont voorts dat het huidige EU-testregime ook tests voor emissies onder reële rijomstandigheden (RDE) omvat en dat het daarmee wereldwijd het eerste reguleringsregime is waarbinnen gebruik wordt gemaakt van RDE-metingen; benadrukt dat beide tests strenger, realistischer en bovendien aanzienlijk minder fraudegevoelig zijn;

7. onderstreept dat de nieuwe EU-regels voor typegoedkeuring, die in september 2020 van toepassing worden, voor een aanzienlijke verbetering van de kwaliteit en onafhankelijkheid van en het toezicht op testinstanties en de typegoedkeuring van voertuigen zullen zorgen;

8. benadrukt dat dieseltechnologie een belangrijke rol speelt in de strijd tegen klimaatverandering door verlaging van de CO2-emissies, aangezien voertuigen met alternatieve aandrijving nog altijd sterk tekort schieten; onderkent derhalve dat moderne dieselvoertuigen steden in de toekomst moeten helpen aan de doelstellingen inzake luchtkwaliteit te voldoen;

9. onderstreept het belang van het beginsel van technologieneutraliteit en pleit er met klem voor alle beschikbare technologieën, met inbegrip van synthetische brandstoffen, in te zetten om de luchtkwaliteit te verbeteren en de CO2-uitstoot te verlagen;

10. wijst erop dat autofabrikanten grote investeringen hebben gedaan om de NOx-uitstoot sterk terug te dringen (bijvoorbeeld door de toepassing op grote schaal van selectieve katalytische reductie (SCR) en het NOx-opvangsysteem);

11. benadrukt dat de emissies gedurende de levenscyclus van voertuigen die in de Unie in de handel worden gebracht moeten worden beoordeeld, zoals door het Parlement is gevraagd, zonder dat de moeilijke taak van de Commissie om een gemeenschappelijke EU-methode te ontwikkelen met betrekking tot CO2-emissies gedurende de volledige levenscyclus, daarbij uit het oog wordt verloren;

12. is voorstander van oplossingen die gebaseerd zijn op wetenschappelijke, economische en milieugegevens en technologieneutraal zijn;

13. wijst erop dat elektromobiliteit uitdagingen met zich meebrengt op het gebied van consumentengemak (onder meer met betrekking tot het bereik, de zware belading en de hoge kosten van elektrische voertuigen, alsook van de levensduur van de dure batterijen waardoor deze worden aangedreven), maar ook nieuwe milieuvragen opwerpt (bijvoorbeeld over grondstofwinning en het recyclen van batterijen);

14. verzoekt de Commissie haar toezichthoudende rol rigoureus te blijven uitvoeren en met de lidstaten en andere belanghebbenden te blijven samenwerken om de emissieverordeningen te optimaliseren voor toekomstige voertuigen en de overgang naar schonere en concurrerendere mobiliteit te versnellen;

15. beklemtoont dat de lidstaten en de nationale autoriteiten de primaire verantwoordelijkheid moeten dragen om de doeltreffende tenuitvoerlegging van de nieuwe EU-regels voor typegoedkeuring en het nieuwe testkader te waarborgen en in de toekomst schandalen te voorkomen en het vertrouwen van consumenten in de EU terug te winnen;

16. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en de parlementen van de lidstaten.

[1] PB L 171 van 29.6.2007, blz. 1.

[2] PB L 151 van 14.6.2018, blz. 1.

[3] PB C 298 van 23.8.2018, blz. 140.

[4] De toespraak van commissaris Bieńkowska is in te zien op: https://ec.europa.eu/commission/commissioners/2014-2019/bienkowska/announcements/commissioner-elzbieta-bienkowska-exchange-views-envi-committee-ep-recommendation-former-committee_en

Laatst bijgewerkt op: 27 maart 2019Juridische mededeling