Procedure : 2019/2628(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0225/2019

Ingediende teksten :

B8-0225/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 28/03/2019 - 8.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0327

<Date>{25/03/2019}25.3.2019</Date>
<NoDocSe>B8‑0225/2019</NoDocSe>
PDF 140kWORD 51k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over de noodsituatie in Venezuela</Titre>

<DocRef>(2019/2628(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Esteban González Pons, José Ignacio Salafranca Sánchez‑Neyra, Luis de Grandes Pascual, Cristian Dan Preda, David McAllister, Sandra Kalniete, Agustín Díaz de Mera García Consuegra, Paulo Rangel, Nuno Melo, Gabriel Mato, José Inácio Faria, Antonio López‑Istúriz White, Francisco José Millán Mon, Cláudia Monteiro de Aguiar, Laima Liucija Andrikienė, Lorenzo Cesa, Ivan Štefanec, Eduard Kukan, Tunne Kelam, Manolis Kefalogiannis, Julia Pitera, Fernando Ruas</Depute>

<Commission>{PPE}namens de PPE-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0225/2019

B8‑0225/2019

Resolutie van het Europees Parlement over de noodsituatie in Venezuela

(2019/2628(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn eerdere resoluties over Venezuela, in het bijzonder zijn resolutie van 3 mei 2018 over de presidentsverkiezingen in Venezuela[1], van 5 juli 2018 over de migratiecrisis en de humanitaire situatie in Venezuela en aan de grenzen van het land[2], en van 25 oktober 2018[3] en 31 januari 2019 over de situatie in Venezuela[4], in de laatste waarvan de heer Guaidó wordt erkend als de rechtmatige interim-president van Venezuela,

 gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) over Venezuela van 10 januari 2019, 26 januari 2019 en 24 februari 2019;

 gezien de gezamenlijke verklaring van de lidstaten van de Organisatie van Amerikaanse Staten over Venezuela van 24 januari 2019,

 gezien de verklaring van de Groep van Lima van 25 februari 2019,

 gezien de verklaring van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten over Venezuela van 25 januari 2019,

 gezien de grondwet van Venezuela, in het bijzonder artikel 233 daarvan,

 gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat Venezuela kampt met een diepe en ongekende politieke, economische, institutionele, maatschappelijke en multidimensionale humanitaire crisis, tekorten aan geneesmiddelen en voedsel, massale mensenrechtenschendingen, hyperinflatie, politieke onderdrukking, corruptie en geweld; overwegende dat de levensomstandigheden ernstig zijn verslechterd en 87 % van de bevolking nu in armoede leeft; overwegende dat 78 % van de kinderen in Venezuela het risico loopt ondervoed te raken; overwegende dat 31 op de 1 000 kinderen voor de leeftijd van 5 jaar overlijden;

B. overwegende dat op 23 februari 2019 de in Colombia en Brazilië opgeslagen humanitaire hulp fel is geweigerd en in bepaalde gevallen is vernietigd door militaire en paramilitaire troepen van het de facto regime van Maduro; overwegende dat er bij het repressieve optreden een aantal doden is gevallen, tientallen mensen gewond zijn geraakt en honderden mensen zijn gearresteerd; overwegende dat de Venezolaanse militaire operaties een risico vormen voor de stabiliteit van de regio, in het bijzonder voor het grondgebied van buurland Colombia;

C. overwegende dat door een zeer omvangrijke stroomuitval een groot gedeelte van Venezuela gedurende meer dan 100 uur zonder elektriciteit is komen te zitten, waardoor de al dramatische crisis in de gezondheidszorg verder is verergerd doordat ziekenhuizen door hun drinkwaterreserves raakten, hun diensten zijn ingestort en ziekenhuizen zijn geplunderd; overwegende dat volgens de organisatie Doctors for Health ten minste 26 mensen in ziekenhuizen zijn gestorven door het gebrek aan elektriciteit;

D. overwegende dat al vele jaren sprake is van stroomuitvallen, die een rechtstreeks gevolg zijn van slecht beheer, gebrekkig onderhoud en corruptie door het regime van Nicolás Maduro;

E. overwegende dat in februari 2019 een delegatie van vier leden van de Fractie van de Europese Volkspartij die officieel was uitgenodigd door de Nationale Vergadering en de interim-president Juan Guiadó, het land is uitgezet;

F. overwegende dat de Venezolaanse regering op 6 maart 2019 de Duitse ambassadeur heeft gelast het land te verlaten, onder beschuldiging van niet aflatende pogingen tot inmenging in binnenlandse zaken; overwegende dat een aantal buitenlandse en lokale journalisten eveneens is gearresteerd, waarbij hun media-apparatuur in beslag is genomen, en na vrijlating het land is uitgezet;

G. overwegende dat Juan Guaidó, Ricardo Hausmann heeft benoemd als nationale vertegenwoordiger bij de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank en de Inter-Amerikaanse Investeringsmaatschappij;

1. bevestigt zijn erkenning van Juan Guaidó als de rechtmatige interim-president van de Bolivariaanse Republiek Venezuela; drukt zijn volledige steun uit voor zijn stappenplan, om een einde te maken aan wederrechtelijke inbezitneming, om een nationale overgangsregering te vormen en om vervroegde presidentsverkiezingen te houden; vraagt de lidstaten die hem nog niet hebben erkend dit onverwijld te doen;

2. herhaalt zijn diepe bezorgdheid over ernstige noodsituatie, die de levens van Venezolanen diepe schade toebrengt;

3. herhaalt zijn verzoek om volledige erkenning van de door de rechtmatige interim-president van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, Juan Guaidó, benoemde diplomatieke vertegenwoordigers, als ambassadeurs bij de EU en haar lidstaten;

4. veroordeelt de felle repressie en het geweld, die hebben geleid tot doden en gewonden; spreekt zijn solidariteit uit met de Venezolaanse bevolking en betuigt zijn oprechte medeleven aan de familieleden en vrienden van de slachtoffers;

5. keurt het misbruik door rechtshandhavingsorganen af, evenals de wrede repressie door veiligheidstroepen, die de toevoer van humanitaire hulp hebben belemmerd; veroordeelt de inzet van irreguliere gewapende groepen om burgers en wetgevers die zich inspannen voor het verdelen van de bijstand, aan te vallen en te intimideren;

6. veroordeelt ten sterkste de intimidatie, opsluiting en uitzetting van meerdere journalisten die verslag uitbrengen over de mensenrechtensituatie in Venezuela;

7. herhaalt dat het land alleen uit de crisis kan komen door het houden van vrije, transparante en geloofwaardige presidentsverkiezingen op basis van een overeengekomen kalender, gelijke voorwaarden voor alle spelers, transparantie en de aanwezigheid van geloofwaardige internationale waarnemers;

8. erkent de inspanningen van de landen van de Groep van Lima, die fungeert als een regionaal mechanisme dat zich inspant voor een democratische oplossing voor de crisis onder leiding van Juan Guaidó als rechtmatige interim-president van Venezuela;

9. vestigt de aandacht op de verergerde migratiecrisis in de gehele regio en prijst de inspanningen en de solidariteit van de buurlanden, in het bijzonder Colombia; verzoekt de Commissie met deze landen te blijven samenwerken, niet alleen door humanitaire hulp te verstrekken, maar ook door meer middelen te verschaffen en door middel van ontwikkelingsbeleid;

10. roept op tot bijkomende sancties tegen onwettig vermogen van nationale autoriteiten in het buitenland en tegen personen die verantwoordelijk zijn voor mensenrechtenschendingen en repressie; is van mening dat de EU-autoriteiten de bewegingsvrijheid van deze personen en van hun nauwste verwanten consequent moeten beperken, en hun vermogensbestanddelen en visa moeten bevriezen;

11. betreurt dat er tot nu toe nog geen praktische resultaten zijn bereikt door de contactgroep; brengt in herinnering dat het enige doel zou moeten zijn om de omstandigheden te creëren om vervroegde presidentsverkiezingen te kunnen houden;

12. roept de lidstaten, de VV/HV en de landen uit de regio op om de mogelijkheid te onderzoeken om een internationale donorconferentie te houden met als doel brede financiële steun ter verwerven voor wederopbouw en de overgang naar democratie;

13. hekelt de invloed van het Cubaanse regime in Venezuela, dat met zijn agenten heeft bijgedragen aan de destabilisering van de democratie de toename van de politieke repressie tegen de oppositie; wenst dat vergelding voor deze interventie wordt overwogen in het kader van de Overeenkomst betreffende politieke dialoog en samenwerking tussen de EU en Cuba;

14. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de rechtmatige interim-president alsook de Nationale Vergadering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, de regeringen en parlementen van de landen van de Groep van Lima, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering en de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten.

 

[1] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0199.

[2] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0313.

[3] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0436.

[4] Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0061.

Laatst bijgewerkt op: 27 maart 2019Juridische mededeling