Procedure : 2019/2628(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0228/2019

Ingediende teksten :

B8-0228/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 28/03/2019 - 8.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


<Date>{25/03/2019}25.3.2019</Date>
<NoDocSe>B8‑0228/2019</NoDocSe>
PDF 136kWORD 54k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over de noodsituatie in Venezuela</Titre>

<DocRef>(2019/2628(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Javier Couso Permuy, João Pimenta Lopes, João Ferreira, Miguel Viegas, Sabine Lösing, Paloma López Bermejo, Marina Albiol Guzmán, Takis Hadjigeorgiou, Luke Ming Flanagan, Lola Sánchez Caldentey</Depute>

<Commission>{GUE/NGL}namens de GUE/NGL-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>


B8‑0228/2019

Resolutie van het Europees Parlement over de noodsituatie in Venezuela

(2019/2628(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien artikel 1, lid 2, van hoofdstuk I van het Handvest van de Verenigde Naties van 1945, en de daarin geformuleerde doelstelling om tussen de naties vriendschappelijke betrekkingen tot ontwikkeling te brengen, die zijn gegrond op eerbied voor het beginsel van gelijke rechten en van zelfbeschikking voor volken, en andere passende maatregelen te nemen ter versterking van de vrede overal ter wereld,

 gezien artikel 1 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en artikel 1 van het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten, volgens welke artikelen alle volken zelfbeschikkingsrecht bezitten en zij uit hoofde van dit recht in alle vrijheid hun politieke status bepalen en vrijelijk hun economische, sociale en culturele ontwikkeling nastreven,

 gezien het beginsel van niet-inmenging, dat in het VN-Handvest is vastgelegd,

 gezien artikel 2, lid 4, van hoofdstuk I van het Handvest van de Verenigde Naties waarin staat dat alle VN-leden zich in hun internationale betrekkingen moeten onthouden van bedreiging met of het gebruik van geweld tegen de territoriale integriteit of de politieke onafhankelijkheid van welke staat dan ook, of van elk ander gedrag dat niet verenigbaar is met de doelstellingen van de Verenigde Naties,

 gezien verdere bezorgdheden over pogingen tot inmenging in kwesties die in wezen binnen de binnenlandse jurisdictie van de Bolivariaanse Republiek Venezuela vallen, in strijd met de bepalingen van hoofdstuk I, artikel 2, lid 7, van het VN-Handvest,

 gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

 gezien de verklaring van de topbijeenkomst van staatshoofden en regeringsleiders van de Gemeenschap van Latijns-Amerikaanse en Caribische staten (Celac) en de EU op 10 en 11 juni 2015, waarin de ondertekenaars opnieuw hun gehechtheid uitspreken aan alle in het VN-Handvest verankerde doelstellingen en beginselen en aan hun besluit om alle inspanningen te ondersteunen om de soevereine gelijkheid van alle staten te verdedigen en hun territoriale integriteit en politieke onafhankelijkheid te eerbiedigen,

 gezien de grondwet van Venezuela,

 gezien de verklaring van het Latijns-Amerikaanse parlement, in het bijzonder zijn afwijzing van elke poging tot directe of indirecte buitenlandse inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van de Bolivariaanse Republiek Venezuela en zijn oproepen tot een constructieve dialoog,

 gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat president Nicolás Maduro Moros op 10 januari 2019 in overeenstemming met de wet en de grondwet het presidentschap van de Republiek voor de periode 2019-2025 op zich heeft genomen;

B. overwegende dat de presidentsverkiezingen op verzoek van de oppositie zijn vervroegd; overwegende dat de oppositie een politieke en electorale overeenkomst op het allerlaatste moment niet heeft ondertekend, die was opgesteld in de Dominicaanse Republiek en waarover onder leiding van de voormalige Spaanse premier José Luis Rodríguez Zapatero was onderhandeld;

C. overwegende dat de verkiezingen onder gelijke, eerlijke en transparante voorwaarden zijn verlopen, onder toezicht stonden van een evenwichtig samengestelde Nationale Kiesraad, en dat hierbij voldoende waarborgen zijn geboden voor alle deelnemers;

D. overwegende dat 200 onafhankelijke internationale waarnemers, waaronder José Luis Rodríguez Zapatero, voormalig premier van Spanje, Markos Kyprianou, voormalig minister van Buitenlandse Zaken van Cyprus, en Jean-Pierre Bel, voormalig voorzitter van de Franse Senaat, bij de verkiezingen in Venezuela aanwezig waren op uitnodiging van de bevoegde Venezolaanse autoriteiten;

E. overwegende dat Nicolás Maduro de verkiezingen van 20 mei 2018 heeft gewonnen met 68 % van de stemmen;

F. overwegende dat de unilaterale erkenning van Juan Guaidó door de VS, een aantal EU‑lidstaten en de Groep van Lima, om maar niet te spreken van dreigingen met inmenging en staatsgreeppogingen, de huidige crisis uitsluitend verder zullen aanwakkeren;

G. overwegende dat zogenaamde humanitaire hulp wordt misbruikt en wordt ingezet voor politieke doeleinden; overwegende dat humanitaire hulp in overeenstemming moet zijn met de internationale beginselen van neutraliteit en onafhankelijkheid;

H. overwegende dat de huidige impasse slechts meer lijden voor de bevolking van Venezuela tot gevolg zal hebben;

I. overwegende dat het dringend noodzakelijk is om via onderhandelingen en dialoog, en met vreedzame middelen een uitweg te vinden uit de huidige crisis in Venezuela;

J. overwegende dat de VS continu het VN-Handvest, het internationaal recht en, in het bijzonder, het beginsel van niet-inmenging schendt en naast zich neerlegt;

K. overwegende dat de VS en de EU Venezuela sancties hebben opgelegd;

1. betuigt zijn solidariteit met het Venezolaanse volk; herinnert eraan dat alle volkeren zelfbeschikkingsrecht bezitten en dat zij uit hoofde van dit recht in alle vrijheid hun politieke status bepalen en vrijelijk hun economische, sociale en culturele ontwikkeling nastreven; verwerpt alle aanvallen op de Venezolaanse democratie en soevereiniteit;

2. blijft ervan overtuigd dat uitsluitend een einde kan worden gemaakt aan de huidige crisis indien de Venezolaanse regering en de oppositie een dialoog aangaan, en dat alleen politieke dialoog zal leiden tot vrede in Venezuela en de omliggende landen; ondersteunt alle initiatieven die gericht zijn op het vinden van een politieke oplossing voor de huidige crisis onder de bevolking van Venezuela, met inbegrip van het Mechanisme van Montevideo, door middel van een daadwerkelijke en inclusieve nationale dialoog;

3. wenst dat het VN-Handvest, het internationaal recht en de beginselen van niet-inmenging en multilateralisme worden geëerbiedigd;

4. roept ertoe op dat huidige crisis in de Bolivariaanse Republiek Venezuela wordt opgelost met vreedzame middelen, overeenkomstig de nationale grondwet en onder volledige eerbiediging van de soevereiniteit en de territoriale integriteit van het land en van het recht op zelfbeschikking van de bevolking; is verheugd over de oproepen van de secretaris-generaal van de VN in dit verband;

5. veroordeelt ten sterkste de unilaterale erkenning van Juan Guaidó als interim-president door de VS, een aantal EU-lidstaten en de Groep van Lima;

6. veroordeelt de dreigingen met inmenging en staatsgreeppogingen, die volledig onaanvaardbaar zijn en de huidige crisis uitsluitend verder zullen aanwakkeren;

7. betreurt het voortdurende misbruik en de inzet voor politieke doeleinden van de zogenaamde humanitaire hulp; herinnert eraan dat humanitaire hulp moet worden verstrekt in overeenstemming met de internationale beginselen van neutraliteit en onafhankelijkheid;

8. benadrukt dat de huidige impasse onhoudbaar is en slechts meer lijden voor de bevolking van Venezuela tot gevolg zal hebben;

9. uit zijn bezorgdheid over het ernstige gevaar van burgeroorlog en de mogelijke overloopeffecten ervan op de rest van Latijns-Amerika;

10. roept de VS en de EU op om de economische en financiële sancties tegen Venezuela op te heffen, die de benarde situatie van de bevolking verergeren, en om het internationaal recht en de mensenrechten te eerbiedigen;

11. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, het Mercosur-parlement, de Euro-Latijns-Amerikaanse parlementaire vergadering, en de Latijns-Amerikaanse regionale organen, waaronder de Unie van Zuid-Amerikaanse Naties (Unasur), het Bolivariaanse Verbond voor de volkeren van onze Amerika's (ALBA) en de Gemeenschap van Latijns-Amerikaanse en Caribische Staten (Celac).

 

Laatst bijgewerkt op: 27 maart 2019Juridische mededeling