Procedure : 2019/2628(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0229/2019

Ingediende teksten :

B8-0229/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 28/03/2019 - 8.9
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0327

<Date>{25/03/2019}25.3.2019</Date>
<NoDocSe>B8‑0229/2019</NoDocSe>
PDF 151kWORD 58k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over de noodsituatie in Venezuela </Titre>

<DocRef>(2019/2628(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Javier Nart, Dita Charanzová, Beatriz Becerra Basterrechea, Izaskun Bilbao Barandica, María Teresa Giménez Barbat, Marian Harkin, Ivan Jakovčić, Ilhan Kyuchyuk, Louis Michel, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Jozo Radoš, Frédérique Ries, Marietje Schaake, Ramon Tremosa i Balcells, Johannes Cornelis van Baalen, Hilde Vautmans, Mirja Vehkaperä</Depute>

<Commission>{ALDE}namens de ALDE-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B8-0225/2019

B8‑0229/2019

Resolutie van het Europees Parlement over de noodsituatie in Venezuela

(2019/2628(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn eerdere resoluties over Venezuela, en met name zijn resolutie van 3 mei 2018 over de verkiezingen in Venezuela[1], zijn resolutie van 5 juli 2018 over de migratiecrisis en de humanitaire situatie in Venezuela en aan de grenzen van het land met Colombia en Brazilië[2], zijn resolutie van 25 oktober 2018 over de situatie in Venezuela[3], en zijn resolutie van 31 januari 2019 over de situatie in Venezuela[4],

 gezien de recente verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor Buitenlandse Zaken en Veiligheidsbeleid (VV/HV) namens de EU over de situatie in Venezuela,

 gezien de recente conclusies van de Raad,

 gezien het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof,

 gezien de grondwet van Venezuela, en met name artikel 233 daarvan,

 gezien het verslag van Amnesty International van 20 februari 2019[5],

 gezien de verklaringen van de Groep van Lima, met name die van 25 februari 2019[6],

 gezien de boodschap van de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) van 20 april 2018 over de verslechterende humanitaire situatie in Venezuela[7], en de gezamenlijke verklaring van de OAS-lidstaten van 24 januari 2019 over Venezuela[8],

 gezien de door de Inter-Amerikaanse Commissie voor de rechten van de mens (IACHR) afgekondigde voorzorgsmaatregelen ter bescherming van Juan Guaidó,

 gezien de mondelinge update van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten van 20 maart 2019 over de situatie van de mensenrechten in de Bolivariaanse Republiek Venezuela,

 gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat Venezuela kampt met een ernstige humanitaire crisis, tekorten aan geneesmiddelen en voedsel, massale mensenrechtenschendingen, hyperinflatie, politieke onderdrukking, corruptie en geweld; overwegende dat de levensomstandigheden ernstig zijn verslechterd en 87 % van de bevolking nu in armoede leeft;

B. overwegende dat de recente nationale black-out, waar bepaalde staten nog steeds onder lijden, de dramatische achteruitgang van de gezondheidsdiensten en de voedsel- en watervoorziening in de hand werkt; overwegende dat gevreesd wordt dat het elektriciteitsnet en de watervoorziening de komende dagen opnieuw zullen uitvallen; overwegende dat het regime deze diensten niet kan waarborgen aan zijn eigen bevolking;

C. overwegende dat de black-out geleid heeft tot een dramatische crisis in de Venezolaanse ziekenhuizen, die kampen met een gebrek aan investeringen en onderhoud, bovenop het tekort aan geneesmiddelen; overwegende dat tijdens de black-out tientallen mensen gestorven zijn in openbare ziekenhuizen;

D. overwegende dat de reeds beperkte voedselvoorraad in Venezuela dreigt te bederven; overwegende dat mensen moeilijk aan water, voedsel en geneesmiddelen raken;

E. overwegende dat de black-outs een gevolg zijn van het wanbeheer, het gebrek aan onderhoud en de corruptie door het illegale regime van Nicolás Maduro;

F. overwegende dat, volgens de Hoge Commissaris van de VN voor de vluchtelingen (UNHCR) en de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM), sinds 2015 meer dan 2,7 miljoen Venezolanen het land zijn ontvlucht, en dat hun aantal tegen het einde van het jaar tot 5 miljoen kan stijgen als de crisis blijft aanslepen;

G. overwegende dat de Venezolaanse bevolking kampt met een ongekende sociale, economische en democratische crisis, dat meer dan 3 miljoen mensen het land hebben verlaten en dat de inflatie is opgelopen tot 1 650 000 %; overwegende dat meer dan een miljoen kinderen niet meer naar school gaan;

H. overwegende dat er aan de grenzen met Brazilië en Colombia nog steeds spanningen zijn; overwegende dat de land- en zeegrenzen van Venezuela met Colombia, Brazilië en de eilanden Aruba, Bonaire en Curaçao daadwerkelijk gesloten zijn;

I. overwegende dat op verschillende plaatsen aan de grenzen met Colombia en Brazilië internationale hulp klaarstaat, maar het land nog niet binnen is gemogen; overwegende dat Nicolás Maduro herhaaldelijk internationale hulp heeft afgewezen, waardoor een deel van de hulp verloren is gegaan, de bevolking nog meer in nood is geraakt en de spanningen aan de grens zijn toegenomen;

J. overwegende dat Nicolás Maduro op 10 januari 2019 voor het Venezolaanse hooggerechtshof op onrechtmatige wijze en in overtreding van de grondwettelijke orde de presidentiële macht heeft gegrepen;

K. overwegende dat het Europees Parlement en een groot deel van de internationale gemeenschap Juan Guaidó op 31 januari 2019 hebben erkend als de legitieme interim-president van Venezuela, maar dat Maduro de controle over de gewapende troepen en de overheidsinstellingen behoudt;

L. overwegende dat Spanje, Frankrijk, Duitsland, Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Oostenrijk, Zweden, Denemarken, Portugal, Finland, Luxemburg, Letland, Litouwen, Tsjechië en Estland Guaidó als interim-president hebben erkend nadat zittend president Nicolás Maduro niet voornemens bleek te zijn nieuwe verkiezingen te houden; overwegende dat Guaidó nu erkend wordt als interim-president door meer dan 50 landen, waaronder 24 EU-lidstaten;

M. overwegende dat de openbare aanklager van het ICC op 8 februari 2018 een vooronderzoek heeft ingesteld naar de situatie in Venezuela;

N. overwegende dat de Unie de afgelopen twee jaar meer dan 67 miljoen EUR aan humanitaire en ontwikkelingshulp aan Venezuela heeft toegekend en bereid is de hulp nog op te drijven;

O. overwegende dat de protesten in Venezuela, vooral in Caracas, blijven aanhouden; overwegende dat de aanvallen op en intimidatie van burgers, oppositie- en regeringsleden, zowel door veiligheidstroepen als door ongeregelde gewapende groeperingen, toenemen;

P. overwegende dat de videobeelden die door luitenant Ronald Dugarte, voormalig luchtmachtofficier, werden onthuld en aan de OAS werden bezorgd, duidelijk aantonen dat tussen december 2018 en februari 2019 verschillende gevallen van foltering hebben plaatsgevonden, wat een misdrijf tegen de menselijkheid is;

Q. overwegende dat sinds begin 2019 40 journalisten gevangen werden genomen in het kader van het steeds hardere optreden tegen andersdenkenden en tegen de persvrijheid, iets wat al enkele jaren gebeurt maar sinds 10 januari 2019 is toegenomen;

R. overwegende dat de Venezolaanse inlichtingendienst op 21 maart de kabinetschef van Juan Guaidó, Roberto Marrero, heeft opgepakt, en met geweld het huis van Sergio Vergara, lid van de Nationale Vergadering voor de deelstaat Táchira, is binnengedrongen, wat neerkomt op een schending van zijn parlementaire onschendbaarheid;

S. overwegende dat de Cubaanse politie en militaire inlichtingendienst het strategische element zijn dat het voortbestaan van het illegale regime van Maduro mogelijk maakt;

T. overwegende dat op zaterdag 23 januari twee vliegtuigen van de Russische luchtmacht met minstens 100 militairen geland zijn op de internationale luchthaven Simón Bolívar in Maiquetía, en dat dit soort feiten de afgelopen maanden vaker heeft plaatsgevonden;

1. uit zijn diepe bezorgdheid over de ernstige humanitaire noodsituatie in Venezuela, die zeer schadelijk is voor de bevolking van het land;

2. steunt Juan Guaidó, de interim-president overeenkomstig artikel 233 van de Venezolaanse grondwet, en roept de VV/HV en alle lidstaten op om Juan Guaidó te erkennen als de legitieme interim-president van de Bolivariaanse Republiek Venezuela; steunt diens routekaart naar nieuwe vrije, transparante en geloofwaardige presidentsverkiezingen en herstel van de democratie; is verheugd dat een groot deel van de internationale gemeenschap en de meerderheid van de EU-lidstaten de nieuwe interim-president reeds erkend hebben; betreurt dat de Raad hierover niet tot een gemeenschappelijk standpunt is kunnen komen;

3. spreekt nogmaals zijn volledige steun uit voor de Nationale Vergadering, momenteel het enige legitieme democratische orgaan van Venezuela, waarvan de bevoegdheden moeten worden hersteld en geëerbiedigd, waaronder de prerogatieven en de veiligheid van haar leden;

4. herhaalt zijn verzoek om volledige erkenning van de door de legitieme interim-president van Venezuela, Juan Guaidó, benoemde diplomatieke vertegenwoordigers, als ambassadeurs bij de EU en haar lidstaten; is erover verheugd dat de raad van bestuur van de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank (IDB) en de Inter-Amerikaanse Investeringsmaatschappij Ricardo Hausmann hebben erkend als gouverneur van Venezuela;

5. is ontzet over de recente zware elektriciteitscrisis, veroorzaakt door wanbeheer, onderinvestering en corruptie, die begin maart 2019 geresulteerd heeft in een nationale black-out van meer dan 100 uur, hetgeen de humanitaire crisis verder heeft verergerd en tot tal van dodelijke slachtoffers, chaos in het hele land, geblokkeerde luchthavens en ziekenhuizen, afgesloten telefoon- en internetdiensten en een stillegging van de watervoorziening heeft geleid;

6. veroordeelt de blokkade van dringende humanitaire hulpgoederen door het illegale regime van Maduro; herhaalt dat humanitaire hulp ongehinderd het land in moet kunnen en tot bij mensen in nood, in extreem kwetsbare omstandigheden, moet raken; veroordeelt dat het regime van Maduro op 23 februari 2019 de toegang van humanitaire hulp die door verschillende landen geschonken was en aan de grenzen met Colombia en Brazilië verzameld werd, verhinderde en de goederen zelfs vernietigd heeft;

7. steunt de leden van het Venezolaanse leger die geweigerd hebben de burgerbevolking tijdens deze crisis te onderdrukken en die gedeserteerd zijn; erkent de inspanningen van de Colombiaanse autoriteiten om deze dissidente soldaten bescherming en zorg te bieden; moedigt militair personeel, vooral in hogere rangen, aan om bevelen die neerkomen op schendingen van de mensenrechten te negeren en de grondwettelijke route van interim-president Juan Guaidó te ondersteunen;

8. is zeer ingenomen met en steunt nadrukkelijk de inspanningen van internationale organisaties zoals het Internationale Comité van het Rode Kruis, de Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) en de UNHCR, evenals andere niet-gouvernementele organisaties, om Venezolaanse migranten en vluchtelingen in onder meer de buurlanden Colombia en Brazilië te helpen;

9. uit zijn diepe bezorgdheid over verslagen die erop wijzen dat de aanwezigheid van georganiseerde misdaad in Venezuela, de uitbreiding daarvan en de grensoverschrijdende samenwerking, met name in de richting van Colombia, de stabiliteit van de regio in gevaar brengen;

10. vraagt dat de bevoegdheden van de democratisch verkozen Nationale Vergadering hersteld en geëerbiedigd worden; vraagt dat de in de grondwet vastgelegde immuniteit, vrijheid en veiligheid van alle leden van de Nationale Vergadering en van de president Juan Guaidó geëerbiedigd worden;

11. veroordeelt de invallen door de veiligheidsdiensten van Maduro en de arrestatie van Roberto Marrero, kabinetschef van interim-president Juan Guaidó, alsook het met geweld binnendringen van de woning van Sergio Vergara, lid van de Nationale Vergadering; roept op tot de onmiddellijke vrijlating van Marrero; veroordeelt de ontvoering van Juan Requesens, lid van de Nationale Vergadering, en roept op tot zijn vrijlating;

12. neemt kennis van de oprichting van de Internationale Contactgroep (International Contact Group, ICG) op initiatief van de Europese Unie, die tot doel heeft de voorwaarden te scheppen voor vervroegde presidentsverkiezingen en de aflevering van humanitaire hulp te vergemakkelijken; dringt erop aan dat dit initiatief benut wordt als een effectief mechanisme om op korte termijn concrete resultaten te boeken, met name gezien de noodsituatie in het land de afgelopen weken en de bijeenkomst in Montevideo op 7 maart; vraagt de ICG te vermijden om door het regime van Maduro ingezet te worden als strategie om de oplossing van de crisis uit te stellen, en om dringend te onderzoeken hoe voorzien kan worden in de dringende behoeften van de Venezolaanse bevolking en in meer steun voor de Venezolaanse vluchtelingen in andere landen in de regio en daarbuiten; wijst erop dat de ICG moet worden afgestemd op de standpunten van het Europees Parlement, zoals uiteengezet in zijn resoluties, en moet samenwerken met de Groep van Lima, aangezien dit de regionale speler is die de oppositie tegen het regime van Maduro heeft geleid;

13. herhaalt zijn steun voor een vreedzame en democratische oplossing van de politieke crisis; dringt erop aan dat het land alleen uit de crisis kan komen door het houden van vrije, transparante en geloofwaardige presidentsverkiezingen op basis van een overeengekomen kalender, gelijke voorwaarden voor alle spelers, transparantie en de aanwezigheid van geloofwaardige internationale waarnemers;

14. erkent het belang van de Groep van Lima, en de inspanningen van de lidstaten daarvan, als een regionaal mechanisme dat zich inspant voor een democratische oplossing voor de crisis onder leiding van Juan Guaidó als legitieme interim-president van Venezuela;

15. vestigt de aandacht op de toegenomen vluchtelingen- en migratiecrisis in de hele regio, en prijst de inspanningen en de solidariteit van de buurlanden; verzoekt de Commissie te blijven samenwerken met deze landen, niet alleen door humanitaire hulp te verstrekken maar ook door meer middelen ter beschikking te stellen en door middel van ontwikkelingsbeleid;

16. herhaalt dat de humanitaire crisis het gevolg is van een politieke crisis; roept de Venezolaanse autoriteiten nadrukkelijk op om onmiddellijk een eind te maken aan alle mensenrechtenschendingen en aan alle gewelddadigheden tegen burgers, en alle mensenrechten en fundamentele vrijheden, waaronder de vrijheid van meningsuiting, de persvrijheid en de vrijheid van vergadering, volledig te eerbiedigen;

17. veroordeelt met klem de harde repressie van degenen die zich verzetten tegen en kritiek leveren op het regime, met inbegrip van militair personeel, artsen, werknemers in de publieke sector, politieke tegenstanders, academici en studenten, leden van de rechterlijke macht, inheemse gemeenschappen zoals de Pemón-gemeenschap, en leden van maatschappelijke organisaties, alsook het geweld dat geleid heeft tot dodelijke en gewonde slachtoffers; spreekt zijn solidariteit uit met de Venezolaanse bevolking en betuigt zijn oprechte medeleven aan de familieleden en vrienden van de slachtoffers; dringt er bij de de facto Venezolaanse autoriteiten op aan een eind te maken aan de mensenrechtenschendingen, de daders ter verantwoording te roepen, en erop toe te zien dat alle fundamentele vrijheden en mensenrechten volledig worden geëerbiedigd;

18. roept dringend op tot de onmiddellijke vrijlating van alle politieke gevangenen, met inbegrip van Sacharovprijswinnaar Leopoldo López en talrijke journalisten, waaronder ook EU-burgers;

19. staat volledig achter de oproep van de secretaris-generaal van de VN om een onafhankelijk en volledig onderzoek uit te voeren naar de gemelde slachtoffers; herinnert aan de inzet van de EU voor multilateralisme, in het kader van de VN-doctrine, als een door de lidstaten van de Verenigde Naties overeengekomen collectieve verbintenis om een humanitaire ramp met grotere gevolgen te voorkomen; spreekt nogmaals zijn volledige steun uit voor de rol van het ICC in de strijd tegen straffeloosheid en om de plegers van geweld en mensenrechtenschendingen voor de rechter te brengen, en voor de opening van een onderzoek volgend op het voorafgaand onderzoek naar misdrijven door het Maduro-regime, waaronder een aantal ernstige misdrijven tegen de menselijkheid;

20. dringt er bij de Raad op aan onmiddellijk verdere gerichte sancties aan te nemen tegen vertegenwoordigers van het onwettige Venezolaanse regime die verantwoordelijk zijn voor schendingen van de mensenrechten en het ondermijnen van de democratie en de rechtsstaat, en deze sancties uit te breiden tot hun familieleden; verzoekt de Raad te overwegen sancties op te leggen aan de PDVSA-holding, een oliebedrijf in eigendom van de Venezolaanse staat;

21. vraagt de internationale gemeenschap alle nodige maatregelen te treffen om uitvoering te geven aan de "verantwoordelijkheid tot bescherming", wat de verantwoordelijkheid van alle VN-lidstaten is tegen de achtergrond van de misdrijven tegen de menselijkheid door het regime van Maduro en de verergering van de mensenrechtencrisis;

22. dringt er bij de regering van de Republiek Cuba op aan te stoppen met de inmenging in de Bolivariaanse Republiek Venezuela, aangezien dit de betrekkingen tussen Cuba en de Europese Unie aantast;

23. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de rechtmatige interim-president alsook de Nationale Vergadering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, de Internationale Contactgroep, de regeringen en parlementen van de landen van de Groep van Lima, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering en de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten.

[1] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0199.

[2] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0313.

[3] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0436.

[4] Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0061.

[6] https://www.canada.ca/en/global-affairs/news/2019/02/lima-group-declaration-february-25-2019.html

[7] http://www.oas.org/en/media_center/press_release.asp?sCodigo=S-013/18

[8] https://usoas.usmission.gov/oas-member-states-issue-joint-statement-on-venezuela/

Laatst bijgewerkt op: 27 maart 2019Juridische mededeling