Procedure : 2018/2965(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0230/2019

Ingediende teksten :

B8-0230/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 28/03/2019 - 8.10

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0328

<Date>{26/03/2019}26.3.2019</Date>
<NoDocSe>B8-0230/2019</NoDocSe>
PDF 198kWORD 67k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van vraag voor mondeling antwoord B8-0017/2019</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 128, lid 5, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over de situatie van de rechtsstaat en de strijd tegen corruptie binnen de EU, met name in Malta en Slowakije</Titre>

<DocRef>(2018/2965(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Sophia in 't Veld</Depute>

<Commission>{LIBE}namens de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken</Commission>

</RepeatBlock-By>


B8-0230/2019

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie van de rechtsstaat en de strijd tegen corruptie binnen de EU, met name in Malta en Slowakije

(2018/2965(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien de artikelen 2, 4, 5, 6, 7, 9 en 10 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU),

 gezien artikel 20 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

 gezien de artikelen 6, 7, 8, 10, 11, 12 en 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie,

 gezien het advies over vragen ten aanzien van de benoeming van rechters van het constitutioneel hof van de Slowaakse Republiek, uitgebracht door de Commissie van Venetië tijdens haar 110e plenaire vergadering (Venetië, 10-11 maart 2017),

 gezien het advies over constitutionele regelingen, de scheiding der machten en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en rechtshandhavingsinstanties in Malta, uitgebracht door de Commissie van Venetië tijdens haar 117e plenaire vergadering (Venetië, 14-15 december 2018),

 gezien het verslag van 23 januari 2019 van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's getiteld "Burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders in de Europese Unie" (COM(2019)0012),

 gezien zijn resolutie van 16 januari 2014 over het te koop aanbieden van het EU-burgerschap[1] en de gezamenlijke persverklaring van 29 januari 2014 van de Europese Commissie en de autoriteiten van Malta over het Maltese Individual Investor Programme (IIP),

 gezien zijn resolutie van 25 oktober 2016 met aanbevelingen aan de Commissie over de instelling van een EU-mechanisme voor democratie, de rechtsstaat en grondrechten[2] en zijn resolutie van 14 november 2018 over de noodzaak van een omvattend EU‑mechanisme voor de bescherming van democratie, de rechtsstaat en grondrechten[3],

 gezien zijn resolutie van 15 november 2017 over de rechtsstaat in Malta[4],

 gezien zijn resolutie van 1 maart 2018 over het besluit van de Commissie om de procedure van artikel 7, lid 1, VEU in te leiden ten aanzien van de situatie in Polen[5], alsook zijn daaraan voorafgaande resoluties van 13 april 2016 over de situatie in Polen[6], van 14 september 2016 over de recente ontwikkelingen in Polen en hun impact op de grondrechten als vastgelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie[7], en van 15 november 2017 over rechtsstaat en democratie in Polen[8],

 gezien zijn resolutie van 19 april 2018 over de bescherming van onderzoeksjournalisten in Europa: de zaak van de Slowaakse journalist Ján Kuciak en Martina Kušnírová[9],

 gezien zijn resolutie van 3 mei 2018 over pluralisme van de media en mediavrijheid in de Europese Unie[10],

 gezien zijn resolutie van 12 september 2018 over een voorstel houdende een verzoek aan de Raad om overeenkomstig artikel 7, lid 1, van het Verdrag betreffende de Europese Unie te constateren dat er een duidelijk gevaar bestaat voor een ernstige schending door Hongarije van de waarden waarop de Unie berust[11], alsook zijn daaraan voorafgaande resoluties van 10 juni 2015[12], 16 december 2015[13] en van 17 mei 2017[14] over de situatie in Hongarije,

 gezien zijn resolutie van 13 november 2018 over de rechtsstaat in Roemenië[15],

 gezien het verslag van 22 maart 2018 over het bezoek van de ad-hocdelegatie van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de Commissie begrotingscontrole aan Slowakije, van 7 tot 9 maart 2018,

 gezien het verslag van 30 januari 2019 van de onderzoeksmissie van de Commissie begrotingscontrole naar Slowakije van 17 tot 19 december 2018,

 gezien het verslag van 11 januari 2018 over het bezoek van de ad-hocdelegatie van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken en de Enquêtecommissie die onderzoek moest doen naar vermeende inbreuken op en gevallen van wanbeheer bij de toepassing van het Unierecht met betrekking tot witwaspraktijken, belastingontwijking en belastingontduiking (PANA), aan Malta, van 30 november tot 1 december 2017,

 gezien het verslag van 16 november 2018 over het bezoek van de ad-hocdelegatie van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken aan Slowakije, van 17 tot 20 september 2018,

 gezien de hoorzittingen en gedachtewisselingen die zijn gehouden door de werkgroep met een algemeen mandaat om toezicht te houden op de stand van zaken ten aanzien van de rechtsstaat en de strijd tegen corruptie binnen de EU, en om specifieke probleemgevallen aan te pakken, in het bijzonder in Malta en Slowakije (werkgroep voor toezicht op de rechtsstaat) die op 4 juni 2018 in het leven is geroepen door de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, met name met de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa en zijn Comité van deskundigen inzake de evaluatie van maatregelen ter bestrijding van het witwassen van geld en het financieren van terrorisme (Moneyval), nationale instellingen en autoriteiten, vertegenwoordigers van de Europese Commissie, EU-agentschappen zoals Europol, en verscheidene belanghebbenden zoals vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en klokkenluiders in Malta en Slowakije,

 gezien de vraag aan de Commissie over de stand van zaken ten aanzien van de rechtsstaat en de strijd tegen corruptie binnen de EU, in het bijzonder in Malta en Slowakije (O-000015/2019 – B8-0017/2019),

 gezien de ontwerpresolutie van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,

 gezien artikel 128, lid 5, en artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de werkgroep voor toezicht op de rechtsstaat op 4 juni 2018 in het leven geroepen is met een algemeen mandaat om toezicht te houden op de stand van zaken ten aanzien van de rechtsstaat en de strijd tegen corruptie binnen de EU, en om specifieke probleemgevallen aan te pakken, in het bijzonder op Malta en in Slowakije;

B. overwegende dat eerbiediging van de rechtsstaat, de democratie, mensenrechten, fundamentele vrijheden en de in de EU-Verdragen en internationale mensenrechteninstrumenten vervatte waarden en beginselen verplichtingen zijn die rusten op de Unie en haar lidstaten, en nagekomen dienen te worden;

C. overwegende dat artikel 6, lid 3, VEU bevestigt dat de grondrechten, zoals zij worden gewaarborgd door het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en zoals zij voortvloeien uit de constitutionele tradities die de lidstaten gemeen hebben, als algemene beginselen deel uitmaken van het recht van de Unie;

D. overwegende dat de EU functioneert op grond van de veronderstelling van het wederzijdse vertrouwen dat de lidstaten de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten eerbiedigen, als vervat in het EVRM, het Handvest van de grondrechten en het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten;

E. overwegende dat de systematische weigering van een lidstaat om de fundamentele waarden na te leven van de Europese Unie en de Verdragen tot welke zij vrijwillig is toegetreden, niet kan worden gerechtvaardigd door een beroep te doen op de nationale soevereiniteit of subsidiariteit;

F. overwegende dat de werkgroep voor toezicht op de rechtsstaat (ROLMG) een aantal vergaderingen heeft belegd met verschillende belanghebbenden, met het accent op de situatie in Malta en Slowakije; overwegende dat de ROLMG ook een gedachtewisseling heeft gehad over de veiligheid van journalisten in Bulgarije na de moord op Viktoria Marinova; overwegende dat tijdens deze vergadering ook de tijdelijke detentie van de journalisten Attila Biro en Dimitar Stoyanov, die onderzoek verrichtten naar de beschuldigingen van fraude met betrekking tot EU-fondsen in Roemenië en Bulgarije, aan de orde is gesteld;

G. overwegende dat de moorden op Daphne Caruana Galizia in Malta, op Ján Kuciak en zijn verloofde Martina Kušnírová in Slowakije, en de moord op Viktoria Marinova in Bulgarije, de Europese publieke opinie hebben geschokt en een afschrikkend effect hebben gehad op journalisten in de EU;

H. overwegende dat de onderzoeken naar deze moorden tot dusverre geleid hebben tot de identificering van verschillende verdachten, maar niet tot conclusies over de mogelijke opdrachtgevers van de moorden, terwijl vooral hierover duidelijkheid moet worden verschaft; overwegende dat in Malta drie personen in staat van beschuldiging zijn gesteld en de politiële en justitiële onderzoeken naar de moord nog steeds gaande zijn;

I. overwegende dat de ROLMG geen volledig overzicht heeft gekregen van de stand van zaken van de onderzoeken omdat de autoriteiten legitiem beroep hebben gedaan op vertrouwelijkheid, om de voortgang van het onderzoek in zulke moordzaken te kunnen garanderen;

J. overwegende dat de ROLMG talrijke punten van zorg heeft kunnen onderzoeken betreffende de rechtsstaat in Malta en Slowakije, en met name de probleemgebieden die de aandacht hadden van Daphne Caruana Galizia en Ján Kuciak;

K. overwegende dat de ROLMG regelmatig is geïnformeerd, ook door de verwanten van Daphne Caruana Galizia, over het verzoek voor een volledig en onafhankelijk openbaar onderzoek naar haar moord, met name naar de omstandigheden die tot de moord hebben geleid, de respons van de autoriteiten, en de maatregelen die zijn genomen om ervoor te zorgen dat een dergelijke moord niet meer plaatsvindt;

L. overwegende dat het niveau van samenwerking met Europol in deze onderzoeken van geval tot geval verschilt;

M. overwegende dat, met name in het geval van Malta, de vorige directeur van Europol heeft gewezen op een suboptimale samenwerking tussen de Maltese autoriteiten en Europol; volgens zijn opvolger is de situatie zodanig verbeterd dat er inmiddels sprake is van een bevredigende samenwerking; overwegende dat vertegenwoordigers van Europol de leden van ROLMG hebben laten weten dat het onderzoek na de arrestatie van de drie verdachten is voortgezet; overwegende dat deskundigen van Europol zijn aangewezen voor specifieke taken in het justitiële onderzoek;

N. overwegende dat, ten aanzien van de inbeslagname van het telefoontoestel van de journalist Pavla Holcová in Slowakije, het nog steeds niet duidelijk is op welke wijze het toestel is verkregen en in hoeverre Europol toegang heeft gekregen tot de aan het toestel ontleende gegevens, hoewel Europol heeft laten weten dat het zou helpen bij de analyse;

O. overwegende dat er ernstige bezorgdheid bestaat over de bestrijding van corruptie en de georganiseerde misdaad in de EU, onder meer in Malta en Slowakije, dat hierdoor het vertrouwen van de burgers in de overheidsinstellingen dreigt te worden ondermijnd, wat kan leiden tot gevaarlijke interconnectie van criminele groepen en overheidsinstanties;

P. overwegende dat een groot Europees consortium van onderzoeksjournalisten de door Daphne Caruana Galizia gepubliceerde onderzoeken nader heeft bestudeerd en daarover veel heeft gepubliceerd;

Q. overwegende met name dat de bestrijding van het witwassen in de EU niet adequaat is, onder meer als gevolg van bestaande leemten in de uitvoering van de antiwitwaswetgeving van de EU, zoals aan het licht is gekomen in recente gevallen van tekortschietende handhaving van deze wetgeving, waarbij grote bankinstellingen in verschillende lidstaten betrokken zijn;

R. overwegende dat in de aanbeveling van de Europese Bankautoriteit (EBA) van juli 2018 aan de Financial Intelligence Analysis Unit (FIAU) van Malta wordt geconcludeerd dat er sprake is van algemene en systematische tekortkomingen bij de bestrijding van witwassen op Malta, met name in het geval van de bank Pilatus, en tegelijkertijd wordt erkend dat het actieplan van de FIAU een stap in de juiste richting is; overwegende dat de Commissie naderhand heeft vastgesteld dat de FIAU van Malta zijn verplichtingen uit hoofde van de antiwitwaswetgeving van de EU niet is nagekomen en niet volledig gevolg heeft gegeven aan de aanbeveling van de EBA; overwegende dat de Commissie in november 2018 haar aanbeveling over deze zaak dienovereenkomstig heeft uitgebracht;

S. overwegende dat Malta over een grote bankensector beschikt, waaronder enkele bijzondere bankinstellingen die niet aan alle wettelijke normen en vereisten voldoen, zoals blijkt uit het geval van de bank Pilatus waarvan de licentie door de Europese Centrale Bank (ECB) is ingetrokken;

T. overwegende dat het onderzoeksrapport "Egrant" niet openbaar is gemaakt; overwegende dat de beschikbare conclusies niet bevestigen dat de minister-president van Malta en zijn echtgenote eigenaar zijn van Egrant Inc.; overwegende dat uitsluitend de minister-president, de minister van Justitie, de stafchef van de minister-president en de woordvoerder van de minister-president toegang hebben tot de volledige niet-geschoonde versie van het onderzoeksrapport;

U. overwegende dat vervolgens geen onderzoek is gestart om duidelijkheid te verkrijgen over wie de eindbegunstigde van Egrant is;

V. overwegende dat de onthullingen betreffende de eindbegunstigde van de onderneming "17 Black" – thans naar verluidt de CEO van Tumas Group, aan wie de Maltese regering de opdracht heeft gegund voor de bouw van de energie-installatie van Electrogas op Malta – nogmaals de noodzaak benadrukken van meer transparantie ten aanzien van de financiële belangen en banden van de leden van de regering, zoals de stafchef van de minister-president, de huidige minister van Toerisme en de voormalige minister van Energie;

W. overwegende dat de stafchef van de minister-president, de huidige minister van Toerisme en de voormalige minister van Energie de enige actieve hoge overheidsfunctionarissen van een EU-lidstaat zijn die in de Panama Papers genoemd worden als eindbegunstigden van een rechtspersoon; overwegende dat laatstgenoemde aan een delegatie van het Europees Parlement verklaringen heeft afgelegd over het gebruik van zijn rechtspersonen die strijdig zijn met documenten die in de Panama Papers zijn gepubliceerd;

X. overwegende dat een gebrek aan veiligheid voor journalisten en een krimpende ruimte voor het maatschappelijk middenveld als gevolg van pesterijen en intimidatie, de controle op de uitvoerende macht ondermijnen en de maatschappelijke betrokkenheid van burgers doen afkalven;

Y. overwegende dat journalisten, en met name, maar niet uitsluitend, onderzoeksjournalisten, in toenemende mate worden geconfronteerd met strategische rechtszaken tegen publieke inspraak, die erop zijn gericht hun werk te bemoeilijken;

Z. overwegende dat de familie van Daphne Caruana Galizia te maken heeft met haatcampagnes en smaadprocedures, zelfs na haar dood, onder meer van leden van de Maltese regering, en dat de vice-minister-president heeft laten weten dat hij het intrekken van deze smaadprocedures niet noodzakelijk acht;

AA. overwegende dat de familie en vrienden van Daphne Caruana Galizia, alsmede maatschappelijke activisten, ook te maken hebben met een voortdurende situatie waarin bij haar geïmproviseerde herdenkingsmonument voorwerpen van eerbetoon worden weggehaald en vernietigd;

BB. overwegende dat de Commissie van Venetië in haar advies over Malta, dat tijdens de 117e plenaire vergadering van 14-15 december 2018[16] is uitgebracht, wijst op de positieve verplichting van staten om journalisten te beschermen in geval van kwesties die rechtstreeks verband houden met de rechtsstaat, en benadrukt dat het een internationale verplichting is van de regering van Malta om ervoor te zorgen dat de media en het maatschappelijk middenveld een actieve rol kunnen spelen bij het ter verantwoording roepen van autoriteiten[17];

CC. overwegende dat de Commissie van Venetië benadrukt heeft dat de Maltese autoriteiten een positieve stap hebben gezet met de oprichting van het Comité voor rechterlijke benoemingen (JAC) in 2016, en erop heeft gewezen dat er desalniettemin verschillende punten van zorg blijven in verband met het beginsel van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, met name de organisatie van de bevoegdheid tot vervolging en de justitiële structuur, in verband met de algemene scheiding van machten en het machtsevenwicht in het land, waar de macht thans duidelijk bij de uitvoerende macht ligt, met name bij de minister-president, die over een reeks verreikende bevoegdheden beschikt, onder meer in diverse benoemingsprocedures, zoals voor de leden van de rechterlijke macht, en dat deze niet gekoppeld zijn aan robuuste controles en waarborgen[18];

DD. overwegende dat de Commissie van Venetië heeft verklaard dat de huidige verdeling van de vervolgingsbevoegdheid tussen de politie en de procureur-generaal op Malta een ambivalent systeem vormt dat problematisch is uit het oogpunt van de machtenscheiding; overwegende dat de Commissie ook heeft opgemerkt dat de procureur-generaal, die niet alleen beschikt over de bevoegdheid om te vervolgen maar ook de juridisch adviseur van de regering en voorzitter van de FIAU is, een zeer machtige positie bekleedt, wat problematisch is uit het oogpunt van het beginsel van democratische controles en waarborgen en de machtenscheiding[19];

EE. overwegende dat de delegatie van de Commissie van Venetië heeft opgemerkt dat een toekomstige scheiding van de rollen van de procureur-generaal thans algemeen aanvaard is na het verslag van 2013 van de Commissie voor een algemene hervorming van het justitiële stelsel[20];

FF. overwegende dat de Commissie van Venetië heeft verklaard dat, naast de taken van de procureur-generaal en de politie op het gebied van vervolging, magistraten ook de mogelijkheid hebben om onderzoeken te starten, en dat er naar het schijnt geen coördinatie plaatsvindt tussen deze onderzoeken en politieonderzoeken[21];

GG. overwegende dat de Commissie van Venetië ook heeft benadrukt dat de Vaste Commissie tegen corruptie te leiden heeft onder gebreken met betrekking tot haar samenstelling, aangezien de minister-president de leden benoemt, zelfs als hij verplicht is de oppositie te raadplegen, en ook wat betreft de geadresseerden van haar verslagen, namelijk de minister van Justitie die niet over onderzoeksbevoegdheden beschikt, als gevolg waarvan slechts in een zeer klein aantal gevallen de verslagen leiden tot daadwerkelijk onderzoek en feitelijke vervolging[22];

HH. overwegende dat de Commissie van Venetië heeft geoordeeld dat de benoemingsprocedure voor het hoofd van de politie moet worden gebaseerd op een openbaar vergelijkend onderzoek; het hoofd van de politie moet in de ogen van het algemene publiek politiek neutraal zijn[23];

II. overwegende dat Malta een proces is gestart dat gericht op het in kaart brengen van mogelijke constitutionele hervormingen, onder toezicht van de president, waarbij verschillende politieke krachten en het maatschappelijk middenveld zijn betrokken; hervormingen vereisen een tweederdemeerderheid in het parlement om te worden uitgevoerd;

JJ. overwegende dat het monitoren door het Europees Parlement van verslechterende situaties in lidstaten op het gebied van de rechtsstaat een cruciaal onderdeel is van de Europese democratie, en het model van de werkgroep voor toezicht op de rechtsstaat het Parlement in staat stelt een nauwgezette follow-up te verrichten en te overleggen met autoriteiten en het maatschappelijk middenveld in de lidstaten;

KK. overwegende dat ondanks breed gesteunde resoluties van het Europees Parlement[24], de Commissie nog steeds geen voorstel heeft ingediend voor een omvattend en onafhankelijk mechanisme om de situatie betreffende democratie, de rechtsstaat en grondrechten jaarlijks in alle lidstaten te monitoren;

LL. overwegende dat het gebruik van burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders door EU-lidstaten ernstige risico's oplevert voor de bestrijding van witwassen, het wederzijds vertrouwen en de integriteit van de Schengenruimte, het mogelijk maakt dat onderdanen van derde landen toegang verkrijgen louter op grond van rijkdom in plaats van nuttige kennis, vaardigheden of humanitaire overwegingen, en resulteert in het daadwerkelijk verkopen van EU-burgerschap; overwegende dat de Commissie uitdrukkelijk heeft verklaard dat zij de burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders van Malta niet langer onderschrijft;

MM. overwegende dat de Commissie een verslag heeft gepubliceerd over burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders dat de bestaande praktijken in kaart brengt en bepaalde risico's identificeert die dergelijke regelingen voor de EU opleveren, met name in verband met veiligheid, witwassen, belastingontduiking en corruptie;

NN. overwegende dat de Maltese regering een vertrouwelijke overeenkomst heeft gesloten met het particuliere bedrijf Henley & Partners om de burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders van Malta uit te voeren en daarmee het onmogelijk maakt om te controleren of de overeengekomen procedures, verkoopvolumes, en verdere voorwaarden stroken met het Maltese recht, het EU-recht, het internationale recht en met veiligheidsoverwegingen;

OO. overwegende dat de uitvoering van de vestigingsvereisten voor aanvragers van de Maltese burgerschaps- en verblijfsregelingen niet overeenstemt met de voorwaarden voor dergelijke regelingen die in 2014 met de Commissie zijn overeengekomen; overwegende dat de Commissie geen effectieve maatregelen heeft getroffen om dit niet-naleven van de vestigingsvereisten aan te pakken;

PP. overwegende dat de beschuldigingen ten aanzien van de verkoop van medische en Schengenvisa in Libië en Algerije door Maltese functionarissen, niet volledig zijn onderzocht[25];

QQ. overwegende dat journalisten in Slowakije tijdens het bezoek van de ROLMG-delegatie hebben laten weten dat zij in een omgeving werkzaam zijn waar volledige onafhankelijkheid en veiligheid niet altijd kan worden gegarandeerd; overwegende dat in het geval van RTVS (Radio en Televisie Slowakije) er sprake is van gevallen van vermeende politieke bemoeienis met journalistieke werkzaamheden, bijvoorbeeld in de vorm van het uitvaardigen van korte richtsnoeren voor nieuwsuitzendingen;

RR. overwegende dat de nationale perswet in Slowakije momenteel herzien wordt en dit de gelegenheid biedt om de mediavrijheid en veiligheid van journalisten te versterken;

SS. overwegende dat er meldingen zijn van corruptie en fraude in Slowakije, onder meer met betrekking tot EU-landbouwfondsen, met de betrokkenheid van het betaalorgaan voor de landbouw, die grondig en onafhankelijk onderzoek verdienen, en waarvan enkele daadwerkelijk door OLAF worden onderzocht en in verband waarmee de Commissie begrotingscontrole van het Parlement in december 2018 een onderzoeksmissie heeft gezonden naar Slowakije; overwegende dat Slowakije de hoogste percentages van opgespoorde onregelmatigheden en fraude van alle EU-lidstaten kent[26];

TT. overwegende dat de leden van de ROLMG bezorgd zijn over de onpartijdigheid van de rechtshandhaving en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in Slowakije, met name in verband met de politisering en het gebrek aan transparantie in de selectie- en benoemingsprocedures, zoals voor de positie van de korpschef van de politie;

UU. overwegende dat de minister-president van Slowakije en andere belangrijke leden van de regering, alsook de adjunct-procureur-generaal en de korpschef, na de moord op Ján Kuciak zijn afgetreden;

VV. overwegende dat het wetgevingsproces in Slowakije inzake de hervorming van de selectieprocedure voor rechters van het constitutioneel hof nog niet is afgerond, en het komende selectieproces ter vervanging van de negen aftredende rechters zal plaatsvinden op grond van de bestaande procedures;

WW. overwegende dat tijdens hun bezoek de leden van de ROLMG-delegatie nota hebben genomen van de getoonde inzet van diverse leden van het personeel van de Slowaakse overheidsinstanties en actoren van het maatschappelijk middenveld om de normen van de rechtsstaat te handhaven;

XX. overwegende dat op de Wereldindex voor persvrijheid 2018 van Verslaggevers zonder grenzen Slowakije op de 27e plaats staat, vergeleken met de 17e plaats in 2017, Malta gezakt is van de 47e plaats naar de 65e plaats, en Bulgarije als de laagst gerangschikte EU-lidstaat gezakt is van de 109e plaats in 2017 naar de 111e plaats;

YY. overwegende dat op de jaarlijkse corruptieperceptie-index van Transparency International Malta op de 51e plaats staat (46e plaats in 2017), Slowakije op de 57e plaats (54e plaats in 2017) en Bulgarije op de 77e plaats (71e plaats in 2017); overwegende dat alle drie landen significant lager scoren dan het EU-gemiddelde[27];

ALGEMENE OPMERKINGEN

1. veroordeelt krachtig de aanhoudende pogingen van de regeringen van een toenemend aantal lidstaten om de rechtsstaat te verzwakken en de scheiding der machten en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht te ondermijnen; maakt zich zorgen over het feit dat de meeste lidstaten weliswaar in overeenstemming met de normen van de Raad van Europa wetgeving hebben aangenomen om de rechterlijke onafhankelijkheid en onpartijdigheid te waarborgen, maar dat wijze waarop deze normen worden toegepast vaak tekortschiet;

2. brengt in herinnering dat de rechtsstaat deel uitmaakt van en voorwaarde is voor de bescherming van alle in artikel 2 VEU neergelegde waarden; roept alle betrokken actoren op EU- en nationaal niveau, waaronder overheden, parlementen en de rechterlijke macht, op om zich krachtiger in te zetten voor het behoud en de versterking van de rechtsstaat;

3. stelt met grote bezorgdheid vast dat journalisten steeds vaker bedreigd worden, dat de mediavrijheid steeds meer onder druk komt te staan, dat er steeds minder eerbied is voor het beroep van journalist en dat de positie van journalisten verslechtert, en dat er in deze sector sprake is van economische concentratie en een toename van desinformatie; herinnert eraan dat sterke democratieën die gebaseerd zijn op het beginsel van de rechtsstaat alleen maar kunnen bestaan als er ook sprake is van een krachtige en onafhankelijke vierde macht;

4. verzoekt de Raad om alle voorstellen van de Commissie en het Parlement met betrekking tot inbreukprocedures en de procedure van artikel 7 VEU te bespreken en een follow-up te geven, en met name om snel in actie te komen met betrekking tot het met redenen omklede voorstel van de Commissie van 20 december 2017 over Polen, en bovendien de situatie in Hongarije als prioritair punt op de agenda van de Raad te plaatsen, en het Parlement in alle stadia van de procedure onverwijld en ten volle te informeren en het Parlement uit te nodigen om zijn met redenen omkleed voorstel over Hongarije in de Raad toe te lichten;

ONDERZOEKEN EN RECHTSHANDHAVING

5. verzoekt de regering van Malta om onverwijld een volledig en onafhankelijk openbaar onderzoek in te stellen naar de moord op Daphne Caruana Galizia, met speciale aandacht voor de omstandigheden die toelieten dat deze moord werd gepleegd, de respons van de openbare autoriteiten op de moord en de maatregelen die genomen kunnen worden om dergelijke moorden in de toekomst te voorkomen;

6. dringt er met klem bij de Maltese regering op aan om op eenduidige wijze en in het openbaar alle haatzaaiende uitlatingen en elke bezoedeling van de herinnering van wijlen Daphne Caruana Galizia te veroordelen; pleit voor harde maatregelen tegen overheidsfunctionarissen die haat aanwakkeren;

7. acht het van het grootste belang dat er, in overleg met maatschappelijke organisaties en met de familie van Daphne Caruana Galizia, een oplossing gevonden wordt voor de gedenkplaats ter ere van Daphne Caruana Galizia in Valletta, zodat zij ongestoord kan worden herdacht;

8. dringt er bij de Maltese autoriteiten op aan het volledige en onbewerkte "Egrant"-rapport te publiceren;

9. dringt er bij de regeringen van Malta en Slowakije op aan om te waarborgen dat alle aanwijzingen van strafbare feiten onverwijld en ten volle door de rechtshandhavingsinstanties worden onderzocht, onder meer als deze aanwijzingen afkomstig zijn van klokkenluiders en journalisten, en in het bijzonder te waarborgen dat onderzoek wordt gedaan naar de vermeende gevallen van corruptie, financiële misdrijven, witwaspraktijken, fraude en belastingontwijking, die door Daphne Caruana Galizia en Ján Kuciak onder de aandacht werden gebracht;

10. betreurt dat de leden van de ROLMG tijdens hun werkbezoek niet alle leden van de regering van Malta hebben kunnen ontmoeten, zoals de minister van Toerisme en voormalig minister van Energie en dat zij evenmin een ontmoeting konden hebben met vertegenwoordigers van Nexia BT, zoals de beherend vennoot van de onderneming;

11. stelt met bezorgdheid vast dat de Maltese autoriteiten bij de Duitse federale recherche-informatiedienst ("Bundeskriminalamt") geen officieel verzoek om wederzijdse rechtshulp hebben ingediend om toegang te krijgen tot de gegevens op de laptops en harde schijven nadat deze door de familie van Daphne Caruana Galizia aan de Duitse autoriteiten waren gegeven;

12. is verheugd over de laatste resultaten van het onderzoek in verband met de moord op Ján Kuciak en Martina Kušnírová en de arrestatie in september 2018 naar aanleiding van dat onderzoek van vier personen die nu in staat van beschuldiging zijn gesteld; dringt er bij de rechtshandhavingsinstanties op aan om het onderzoek op zowel nationaal als internationaal niveau met alle beschikbare middelen voort te zetten en de personen die de opdracht hebben gegeven voor deze moord of daarbij betrokken zijn geweest voor de rechter te brengen, onder meer door de overeenkomst ter instelling van een gemeenschappelijk onderzoeksteam te verlengen tot na april 2019;

13. merkt op dat er in het kader van het onderzoek naar de moord op Ján Kuciak en Martina Kušnírová andere mogelijke strafbare feiten naar boven zijn gekomen, bijvoorbeeld een vermeend plan om de aanklagers Peter Šufliarsky en Maroš Žilinka en de advocaat Daniel Lipšicn te vermoorden; merkt op dat het latere onderzoek op grond van een besluit van de procureur-generaal en de speciale aanklager moet worden uitgevoerd door de politie-inspectiedienst van het Ministerie van Binnenlandse Zaken, vanwege de mogelijke betrokkenheid van politieagenten bij het doorzoeken politiedatabanken op gegevens van de betrokken personen; zal de ontwikkelingen in dit verband blijven volgen;

14. is ingenomen met de oprichting van het Ján Kuciak-onderzoekscentrum, het Daphne-project dat eind 2018 door een aantal journalisten werd opgezet en het Daphne-project Forbidden Stories, dat in maart 2018 werd opgezet door 18 consortia van onderzoeksjournalisten, met als doel om na de dood van Daphne haar werk voort te zetten; merkt op dat het Daphne-project zes maanden na de oprichting in zijn eerste publicatie met nieuwe onthullingen kwam;

15. verzoekt de Commissie en het Europees Bureau voor fraudebestrijding diepgaand onderzoek te doen naar alle zaken die in 2018 onder de aandacht van de delegaties ad hoc van het Europees Parlement zijn gebracht, met name beschuldigingen van corruptie en fraude, onder meer met betrekking tot EU-landbouwfondsen, en mogelijke verkeerde stimulansen voor landroof;

16. dringt er bij de Maltese autoriteiten op aan een onderzoek te starten naar de onthullingen in het kader van de Panama Papers en de verbanden tussen de in Dubai gevestigde onderneming "17 Black" en de minister van Toerisme en voormalig minister van Energie en de stafchef van de minister-president;

17. dringt er bij de Maltese en de Slowaakse regering en bij alle EU-lidstaten en hun rechtshandhavingsinstanties op aan om de strijd tegen georganiseerde misdaad en corruptie te intensiveren, om het vertrouwen van de burgers in openbare instanties te herstellen;

18. is zeer bezorgd over de rol die de Slowaakse regering mogelijkerwijs heeft gespeeld bij de ontvoering van een Vietnamese burger uit Duitsland en dringt aan op de opstelling van een omvattend onderzoeksrapport, in samenwerking met de Duitse autoriteiten, over onder meer de vermeende betrokkenheid van de voormalig minister van Binnenlandse Zaken;

19. geeft uiting aan zijn bezorgdheid over beschuldigingen van corruptie, belangenverstrengeling, straffeloosheid en draaideurconstructies in gezaghebbende kringen in Slowakije; is verbijsterd dat een voormalige hooggeplaatste politiefunctionaris van het nationale agentschap voor strafzaken (NAKA) en het voormalige hoofd van politie na hun ontslagneming benoemd zijn als adviseurs van de minister van Binnenlandse Zaken, onder meer in de Tsjechische Republiek; merkt op dat het voormalige hoofd van politie inmiddels zijn taak als adviseur van de minister van Binnenlandse Zaken heeft neergelegd, nadat er persberichten naar buiten kwamen over een opdracht tot het doorzoeken van een politiedatabank op gegevens van Ján Kuciak voordat deze werd vermoord, en waartoe het voormalige hoofd van politie opdracht zou hebben gegeven;

20. is verheugd over de inzet van de Slowaakse en Maltese burgers en maatschappelijke organisaties in de strijd voor democratie, de rechtsstaat en de grondrechten; dringt er bij de regeringen van Slowakije en Malta op aan deze betrokkenheid van de burgers te stimuleren en niet te ontmoedigen;

21. dringt er bij de regeringen van Malta, Slowakije en Bulgarije op aan om elke vorm van samenwerking met Europol te blijven ondersteunen, onder meer door Europol ten volle te betrekken bij onderzoeken en proactief volledige toegang te bieden tot onderzoeksdossiers;

22. verzoekt de Commissie om duidelijke sturing te geven inzake het rechtskader en de modaliteiten voor de uitwisseling van gegevens en bewijsmateriaal tussen de rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten onderling en tussen de rechtshandhavingsinstanties van de lidstaten en de EU-agentschappen, onder meer door gebruikmaking van het Europees onderzoeksbevel;

23. stelt vast dat het huidige mandaat en de huidige begrotings- en personele middelen van Europol en Eurojust te beperkt zijn om deze agentschappen in staat te stellen om ten volle en op proactieve wijze EU-meerwaarde te bieden bij de uitvoering van strafrechtelijke onderzoeken, zoals de onderzoeken naar de moorden op Daphne Caruana Galizia en Ján Kuciak en Martina Kušnírová;

24. benadrukt dat de rechtshandhavingsinstanties en de justitiële autoriteiten van de lidstaten deel uitmaken van een Europees samenwerkingssysteem; is van oordeel dat de EU-instellingen, -organen en -instanties daarom op eigen initiatief in actie moeten komen om tekortkomingen bij de nationale autoriteiten aan te pakken en vindt het zorgwekkend dat de EU-instellingen, -organen en -instanties veelal pas in actie komen nadat journalisten of klokkenluiders bepaalde zaken onder de aandacht hebben gebracht;

25. dringt er bij de Commissie en de Raad op aan om de begroting van Europol te verhogen, dit in overeenstemming met de tijdens de onderhandelingen over het meerjarig financieel kader (MFK) 2021-2027 vastgestelde operationele en strategische behoeften van het agentschap, en om het mandaat van Europol te versterken, zodat Europol in staat wordt gesteld om actiever deel te nemen aan onderzoek naar invloedrijke criminele organisaties in landen waar de onafhankelijkheid en de kwaliteit van het onderzoek niet buiten kijf staan en bijvoorbeeld in dergelijke gevallen het initiatief kan nemen tot de instelling van gezamenlijke onderzoeksteams;

26. verzoekt Eurojust en het toekomstige Europees Openbaar Ministerie (EOM) om zo goed mogelijk samen te werken als het gaat om onderzoek dat betrekking heeft op de financiële belangen van de EU, met name met betrekking tot landen die niet deelnemen aan het EOM; verzoekt de lidstaten en de EU-instellingen met het oog hierop om te werken aan een spoedige instelling van het EOM, en is van oordeel dat alle lidstaten die nog geen kennis hebben gegeven van hun voornemen om deel te nemen aan het EOM dat alsnog moeten doen;

27. verzoekt de Commissie om een follow-up te geven aan de resoluties van het Parlement waarin de Commissie werd verzocht om beste praktijken op het gebied van opsporingstechnieken in EU in kaart te brengen, om aan de hand daarvan te komen tot gemeenschappelijke onderzoeksmethoden in de EU[28];

CONSTITUTIONELE PROBLEMEN IN MALTA EN SLOWAKIJE

28. is ingenomen met de verklaringen van de regering van Malta over de uitvoering van de aanbevelingen die werden gedaan in het recente verslag van de Commissie van Venetië;

29. is ingenomen met de oprichting van een groep waarin leden van de regering en de oppositie zitting hebben en die zich bezighoudt met de mogelijkheden voor een grondwetsherziening;

30. dringt er bij de regering en het parlement van Malta op aan om zonder uitzondering alle aanbevelingen van de Commissie van Venetië ten uitvoer te leggen, en waar nodig dit ook met terugwerkende kracht te doen, om ervoor te zorgen dat alle besluiten, standpunten en structuren uit heden en verleden in overeenstemming zijn met deze aanbevelingen, en met name

 de onafhankelijkheid en controlerende bevoegdheden van en de criteria die gelden voor de leden van het Maltese parlement te versterken en aan te scherpen, met name door invoering van strengere regels inzake incompatibiliteiten en door te zorgen voor een passend salaris en onpartijdige ondersteuning;

 vacatures voor rechterlijke posten openbaar te maken (par. 44);

 de samenstelling van het JAC aldus te wijzigen dat de helft van de leden bestaat uit rechters die gekozen worden door vakgenoten, en het JAC te bevoegdheid toe te kennen kandidaten een rangorde toe te kennen op basis van hun verdienste en deze kandidaten rechtstreeks bij de president van Malta voor te dragen voor benoeming, en dit op dezelfde wijze te doen bij de benoeming van de opperrechter (par. 44);

 de Commissie voor rechtsbedeling de bevoegdheid toe te kennen om rechters of magistraten te schorsen en te voorzien in de mogelijkheid om tegen disciplinaire maatregelen van die commissie bij een rechter in beroep te gaan (par. 53);

 het ambt van onafhankelijk hoofd van het openbaar ministerie in te stellen, met verantwoordelijkheid voor alle strafvervolgingen, dat de huidige taken op het gebied van vervolging overneemt van de procureur-generaal, alsmede de taken op het gebied van vervolging van de politie en op het gebied van onderzoek door een rechter, zoals aanbevolen door de Commissie van Venetië (par. 61 t/m 73); te bepalen dat dit mogelijk nieuw in te stellen hoofd van het openbaar ministerie onderworpen is aan rechterlijke toetsing, met name als het gaat om besluiten om niet tot vervolging over te gaan (par. 68 en 73);

 de PCAC te hervormen, enerzijds door een benoemingsprocedure in te voeren die minder afhankelijk is van de uitvoerende macht, met name de minister-president, en anderzijds door erop toe te zien dat de PCAC-rapporten ook daadwerkelijk tot vervolging leiden; na te denken over de mogelijkheid om de PCAC rechtstreeks te laten rapporteren aan het nieuwe hoofd van het openbaar ministerie (par. 72);

 een constitutionele hervorming door te voeren om te waarborgen dat de uitspraken van het Constitutioneel Hof, zonder dat het Parlement hierbij een rol hoeft te spelen, leiden tot nietigverklaring van bepalingen die ongrondwettelijk worden bevonden (par. 79);

 de praktijk van het in deeltijd uitoefenen van het ambt van parlementslid af te schaffen, het salaris van parlementsleden te verhogen, de benoeming van parlementsleden in officiële organen te beperken, ervoor te zorgen dat parlementsleden kunnen beschikken over voldoende ondersteunend personeel en dat aan parlementsleden kennis en advies geboden wordt, en op veel minder ruime schaal gebruik te maken van gedelegeerde wetgeving (par. 94);

 ervoor te zorgen dat verzoeken om informatie van de ombudsman volledig worden ingewilligd door de autoriteiten, dat de verslagen van de ombudsman in het parlement worden besproken, dat het ambt van ombudsman in de grondwet wordt vastgelegd en dat de wet op de vrijheid van informatie wordt geactualiseerd (par. 100 en 101);

 de procedure voor de benoeming van permanente secretarissen te hervormen, namelijk door de selectie niet meer te laten plaatsvinden door de minister-president, maar door een onafhankelijke commissie voor ambtenarenzaken, die besluit op basis van verdienste (par.119 en 120);

 de praktijk van "vertrouwensposities of vertrouwenspersonen" verregaand te beperken en in verband hiermee duidelijke rechtsregels vast te stellen en een wijziging van de grondwet door te voeren, als basis en kader voor de regulering van deze praktijk (par. 129);

 de procedure voor de benoeming van commissaris van politie te wijzigen, met name door bij deze procedure uit te gaan van de verdiensten van kandidaten, en hiervoor een openbaar vergelijkend onderzoek te organiseren (par. 134);

31. merkt op dat er momenteel een selectie- en benoemingsprocedure loopt voor rechters aan het grondwettelijk hof van Slowakije, aangezien de ambtstermijn van negen van de dertien rechters in februari afloopt; benadrukt dat de regels voor deze selectie- en benoemingsprocedure en de kwalificaties en functie-eisen moeten voldoen aan de hoogst mogelijke normen op het gebied van transparantie, controle en verantwoordingsplicht, in overeenstemming met de conclusies van de Commissie van Venetië over dit onderwerp[29];

32. dringt erop aan dat er snel transparante, ondubbelzinnige en objectieve regels en procedures worden vastgesteld voor de selectie in 2019 van het nieuwe Slowaakse hoofd van politie, die de onafhankelijkheid en neutraliteit van dit ambt moeten waarborgen;

BURGERSCHAPS- EN VERBLIJFSREGELINGEN EN VISA VOOR INVESTEERDERS

33. dringt er bij de regering van Malta op aan haar burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders te beëindigen, en opdracht te geven voor een onafhankelijk en internationaal onderzoek naar de gevolgen van deze regelingen voor de Maltese handhavingscapaciteit op het gebied van de bestrijding van het witwassen van geld, voor de grensoverschrijdende criminaliteit en voor de integriteit van het Schengengebied;

34. verzoekt de regering van Malta om jaarlijks een afzonderlijke lijst te publiceren van alle personen die het Maltese en het EU-burgerschap hebben gekocht en erop te letten dat er op deze lijst geen personen staan die hun Maltese staatsburgerschap op een ander manier hebben gekregen; verzoekt de regering van Malta te waarborgen dat al deze nieuwe burgers vóór de koop van het staatsburgerschap daadwerkelijk een volledig jaar in Malta hebben verbleven, zoals overeengekomen met de Europese Commissie voordat het programma van start ging; verzoekt de Commissie om alles te doen wat in haar vermogen ligt om ervoor te zorgen dat de hierover gemaakte afspraken in de toekomst worden nageleefd;

35. is tevreden dat de Commissie in februari 2019, toen zij om opheldering over deze kwestie werd gevraagd, duidelijk heeft aangegeven dat zij de Maltese burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders op geen enkele wijze steunt;

36. doet derhalve een beroep op de regering van Malta om haar contract met Henley & Partners, de particuliere onderneming die momenteel de Maltese burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders ten uitvoer legt, volledig openbaar te maken en te beëindigen, en ervoor te zorgen dat dit geen nadelige gevolgen heeft voor de overheidsfinanciën;

37. verzoekt de Commissie te onderzoeken of de bestaande contracten tussen de autoriteiten van de lidstaten en particuliere ondernemingen die de burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders beheren en uitbesteden, verenigbaar zijn met het EU- en internationaal recht en met eisen inzake de veiligheid;

38. is verheugd over de publicatie van het verslag van de Commissie over de burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders, maar is bezorgd over het gebrek aan gegevens in dat verslag; roept de Commissie op om de omvang en de gevolgen van de verschillende burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders in de EU te blijven monitoren, en daarbij in het bijzonder aandacht te besteden aan de zorgvuldigheidsprocedures, de profielen en activiteiten van de begunstigden, de mogelijke gevolgen voor grensoverschrijdende criminaliteit en de integriteit van het Schengengebied; roept de Commissie op om in het Schengenevaluatiemechanisme uitdrukkelijk aandacht te besteden aan de burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders; verzoekt de Commissie een wetgevingsvoorstel voor te leggen waarin duidelijke grenzen worden gesteld aan de burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders;

40. verzoekt de Commissie om, voortbouwend op haar verslag over burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders in diverse EU-lidstaten, specifiek onderzoek te doen naar de gevolgen van de burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders van de Maltese regering voor de integriteit van het Schengengebied;

41. verzoekt Europol en het Europees grens- en kustwachtagentschap om een gemeenschappelijke dreigingsanalyse uit te voeren met betrekking tot de gevolgen van burgerschaps- en verblijfsregelingen voor investeerders van de EU-lidstaten voor de bestrijding van georganiseerde criminaliteit en voor de integriteit van het Schengengebied;

42. verzoekt de Maltese regering om een grondig onderzoek in te stellen naar de beschuldigingen in verband met grootschalige verkoop van Schengenvisa en visa op medische gronden, almede naar de vermeende betrokkenheid van (voormalige) hooggeplaatste Maltese regeringsfunctionarissen, zoals de stafchef van de minister-president en Neville Gafa;

VEILIGHEID VAN JOURNALISTEN EN ONAFHANKELIJKHEID VAN DE MEDIA

43. dringt er bij de regering van Slowakije op aan de veiligheid van journalisten te waarborgen; betreurt het gebrek aan transparantie inzake media-eigendom; heeft twijfels over de onafhankelijkheid en kwaliteit van de publieke media na het vertrek van een aantal RTVS-journalisten;

44. is bezorgd over de uitspraken van Slowaakse politici die het belang van onafhankelijke journalistiek en onafhankelijke publieke media in twijfel trekken, zoals de uitspraken die de voormalige minister-president in het openbaar heeft gedaan, onder meer tijdens een persconferentie op 2 oktober 2018;

45. herhaalt zijn dringende verzoek aan de betrokken leden van de Maltese regering om te waarborgen dat de procedures wegens smaad tegen Daphne Caruana Galizia, waar haar rouwende familie nog steeds mee geconfronteerd wordt, per direct worden stopgezet, om de wetgeving inzake smaad niet te gebruiken om banktegoeden van kritische journalisten te bevriezen, en om de wetgeving inzake smaad die wordt gebruikt om journalisten bij hun werkzaamheden te belemmeren te hervormen;

46. verzoekt de Commissie om voorstellen in te dienen ter voorkoming van zogenaamde "strategische rechtszaken tegen publieke inspraak";

DE REACTIE VAN DE EU

47. herhaalt zijn oproep aan de Commissie om een dialoog met de Maltese regering aan te gaan in de context van het EU-kader voor de rechtsstaat;

48. neemt nota van de inspanningen van de Commissie en de Raad om ervoor te zorgen dat alle lidstaten de rechtsstaat, de democratie en de grondrechten volledig in acht nemen; is echter bezorgd over de beperkte effecten van het EU-kader voor de rechtsstaat van de Commissie en van de procedures die tot dusver op grond van artikel 7, lid 1, VEU zijn ingeleid; benadrukt dat het blijvende verzuim om ernstige en aanhoudende schendingen van de in artikel 2 VEU bedoelde waarden aan te pakken andere lidstaten heeft aangemoedigd om dezelfde weg te volgen; betreurt het besluit van de Commissie om de publicatie van haar voorstel tot versterking van het EU-kader voor de rechtsstaat uit te stellen tot juli 2019;

49. herinnert aan de noodzaak van een onpartijdige en systematische beoordeling van de situatie met betrekking tot de rechtsstaat, de democratie en de grondrechten in alle lidstaten; benadrukt dat een dergelijke beoordeling gebaseerd moet zijn op objectieve criteria; herinnert aan zijn resoluties van 10 oktober 2016 en 14 november 2018, waarin wordt opgeroepen tot een omvattend, permanent en objectief EU-mechanisme voor de bescherming van de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten; is van mening dat dit een eerlijk, evenwichtig, rechtmatig en preventief mechanisme zou zijn om eventuele schendingen van de in artikel 2 VEU genoemde waarden aan te pakken, en onderstreept dat het nu dringender dan ooit nodig is om een dergelijk mechanisme in te voeren;

50. betreurt dat de Commissie nog steeds geen voorstel voor een omvattend EU-mechanisme voor democratie, de rechtsstaat en de grondrechten heeft ingediend en verzoekt de Commissie om dit tijdig te doen, met name door een voorstel tot goedkeuring van het interinstitutioneel akkoord over het EU-pact voor democratie, de rechtsstaat en grondrechten in te dienen;

51. is ingenomen met het voorstel van de Commissie voor een verordening inzake de bescherming van de begroting van de Unie in geval van fundamentele tekortkomingen op het gebied van de rechtsstaat in de lidstaten, herinnert aan het verslag hierover dat het Parlement in januari 2019 heeft aangenomen en dringt er bij de Raad op aan om zo spoedig mogelijk constructief met de onderhandelingen te beginnen;

52. wijst erop dat het belangrijk is dat het Parlement ad-hocdelegaties naar de lidstaten stuurt, omdat dat een doeltreffende manier is om schendingen van de democratie, de rechtsstaat en de grondrechten te monitoren; pleit voor de totstandbrenging, binnen de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, van een permanente structuur die belast wordt met de monitoring van dergelijke schendingen in de lidstaten;

53. dringt er bij de EU-instellingen en de lidstaten op aan om systemische corruptie krachtig te bestrijden en effectieve instrumenten te ontwikkelen voor de preventie, bestrijding en bestraffing van corruptie en voor de strijd tegen fraude, alsmede voor de periodieke controle op de besteding van overheidsmiddelen; geeft nogmaals uiting aan zijn teleurstelling over het feit dat de Commissie de afgelopen jaren heeft afgezien van het publiceren van EU-corruptiebestrijdingsverslagen en wijst erop dat de thematische overzichten over corruptiebestrijding die zij in het kader van het Europees Semester publiceert onvoldoende waarborgen bieden dat corruptiebestrijding ook daadwerkelijk op de politieke agenda wordt geplaatst; dringt er daarom bij de Commissie op aan om haar jaarlijkse monitoring en verslaglegging op het gebied van corruptiebestrijding met betrekking tot alle lidstaten en alle EU-instellingen onmiddellijk te hervatten;

54. is ingenomen met het akkoord tussen de ECB en de nationale toezichthoudende instanties over een nieuw samenwerkingsmechanisme voor de uitwisseling van informatie; spoort alle deelnemende autoriteiten aan om op ruime schaal van dat mechanisme gebruik te maken, om een vlotte en doeltreffende samenwerking op het gebied van de bestrijding van witwaspraktijken te waarborgen;

55. herinnert zijn Voorzitter eraan dat er nog altijd geen gevolg is gegeven aan zijn oproep om een Europese Daphne Caruana Galizia-prijs voor onderzoeksjournalistiek in het leven te roepen die jaarlijks wordt uitgereikt voor uitzonderlijke prestaties op het gebied van onderzoeksjournalistiek in Europa;

56. is ingenomen met het besluit van het Parlement om het stageprogramma voor onderzoeksjournalisten van het Parlement te vernoemen naar Ján Kuciak;

57. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten en de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa.

 

 

[1] PB C 482 van 23.12.2016, blz. 117.

[2] PB C 215 van 19.6.2018, blz. 162.

[3] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0456.

[4] Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0438.

[5] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0055.

[6] PB C 58 van 15.2.2018, blz. 148.

[7] PB C 204 van 13.6.2018, blz. 95.

[8] Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0442.

[9] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0183.

[10] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0204.

[11] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0340.

[12] PB C 407 van 4.11.2016, blz. 46.

[13] PB C 399 van 24.11.2017, blz. 127.

[14] Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0216.

[15] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0446.

[16] Malta - Opinion on Constitutional arrangements and separation of powers (Malta - Advies over constitutionele regelingen, de scheiding der machten en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en rechtshandhavingsinstanties), uitgebracht door de Commissie van Venetië tijdens haar 117e plenaire vergadering (Venetië, 14-15 december 2018)).

[17] Advies van de Commissie van Venetië, punt 142.

[18] Ibid., punten 107-112.

[19] Ibid., punt 54.

[20] Ibid., punt 59.

[21] Ibid., punt 71.

[22] Ibid., punt 72.

[23] Ibid., punt 132.

[24] Resolutie van 25 oktober 2016 met aanbevelingen aan de Commissie betreffende de instelling van een EU-mechanisme voor democratie, de rechtsstaat en grondrechten (PB C 215 van 19.6.2018, blz. 162); resolutie van 14 november 2018 over de noodzaak van een omvattend EU‑mechanisme voor de bescherming van democratie, de rechtsstaat en grondrechten (Aangenomen teksten, – P8_TA(2018)0456).

Laatst bijgewerkt op: 27 maart 2019Juridische mededeling