Procedure : 2019/2651(DEA)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0239/2019

Ingediende teksten :

B8-0239/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 17/04/2019 - 16.7

Aangenomen teksten :


<Date>{09/04/2019}9.4.2019</Date>
<NoDocSe>B8‑0239/2019</NoDocSe>
PDF 130kWORD 50k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 105, lid 3, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over de gedelegeerde verordening van de Commissie van 13 maart 2019 tot aanvulling van Richtlijn 2010/40/EU van het Europees Parlement en de Raad wat de invoering en het operationele gebruik van coöperatieve slimme vervoerssystemen betreft</Titre>

<DocRef>(2019/2651(DEA))</DocRef>


<Commission>{TRAN}Commissie vervoer en toerisme</Commission>

Verantwoordelijk lid: <Depute>Dominique Riquet</Depute>


B8‑0239/2019

Resolutie van het Europees Parlement over de gedelegeerde verordening van de Commissie van 13 maart 2019 tot aanvulling van Richtlijn 2010/40/EU van het Europees Parlement en de Raad wat de invoering en het operationele gebruik van coöperatieve slimme vervoerssystemen betreft

(2019/2651(DEA))

 

Het Europees Parlement,

 gezien de gedelegeerde verordening van de Commissie (C(2019)1789),

 gezien artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

 gezien Richtlijn 2010/40/EU van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2010 betreffende het kader voor het invoeren van intelligente vervoerssystemen op het gebied van wegvervoer en voor interfaces met andere vervoerswijzen[1], en met name artikel 6, lid 3,

 gezien de ontwerpresolutie van de Commissie vervoer en toerisme,

 gezien artikel 105, lid 3, van zijn Reglement,

A. overwegende dat in de Europese strategie inzake coöperatieve intelligente vervoerssystemen (C-ITS)[2] een risico op versnippering van de interne markt voor C-ITS wordt vastgesteld en wordt gewezen op de noodzaak om minimumeisen voor C-ITS-diensten vast te leggen met het oog op een gecoördineerde en coherente invoering daarvan;

B. overwegende dat de Commissie gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid uit hoofde van Richtlijn 2010/40/EU om een gedelegeerde handeling vast te stellen teneinde de compatibiliteit, interoperabiliteit en continuïteit van C-ITS-diensten te garanderen bij de invoering en het operationele gebruik van C-ITS-diensten in de hele Unie op basis van betrouwbare en veilige communicatie;

C. overwegende dat de Commissie er naar eigen zeggen naar streeft een "hybride communicatie"-aanpak te bevorderen waarin twee soorten technologie worden gebruikt: technologie voor korteafstandscommunicatie en technologie voor communicatie over langere afstand; overwegende dat ITS-G5 is gekozen als voornaamste referentie voor de invoering van C-ITS bij korteafstandscommunicatie;

D. overwegende dat een echt technologieneutrale aanpak zou inhouden dat er rekening wordt gehouden met alle bestaande toepassingen van cellulaire netwerken en dat er wederzijdse interoperabiliteit op dienstverleningsniveau wordt geboden, zodat alle nieuwe technologieën kunnen worden geïntroduceerd als aanvulling op ITS-G5;

E. overwegende dat de Commissie, via de vereiste van achterwaartse compatibiliteit met ITS-G5, grenzen stelt aan de ontwikkeling van innovatieve C-ITS-vervoersoplossingen in Europa;

F. overwegende dat de gedelegeerde verordening formeel slechts een paar dagen vóór het begin van de recesperiode is doorgestuurd en dat het Parlement minder dan twee maanden heeft om de handeling te beoordelen;

1. maakt bezwaar tegen de gedelegeerde verordening van de Commissie;

2. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en haar ervan in kennis te stellen dat de gedelegeerde verordening niet in werking kan treden;

3. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

[1] PB L 207 van 6.8.2010, blz. 1.

[2] Mededeling van de Commissie van 30 november 2016 over een Europese strategie betreffende ITS, op weg naar de introductie van coöperatieve, communicerende en geautomatiseerde voertuigen (COM(2016)0766).

Laatst bijgewerkt op: 11 april 2019Juridische mededeling