Procedure : 2019/2683(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B8-0241/2019

Ingediende teksten :

B8-0241/2019

Debatten :

PV 18/04/2019 - 3
CRE 18/04/2019 - 3

Stemmingen :

PV 18/04/2019 - 10.21
CRE 18/04/2019 - 10.21
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P8_TA(2019)0441

<Date>{15/04/2019}15.4.2019</Date>
<NoDocSe>B8‑0241/2019</NoDocSe>
PDF 154kWORD 52k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van een verklaring van de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 123, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over een alomvattend EU-kader voor hormoonontregelende stoffen</Titre>

<DocRef>(2019/2683(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Jens Gieseke</Depute>

<Commission>{PPE}namens de PPE-Fractie</Commission>

<Depute>Jytte Guteland</Depute>

<Commission>{S&D}namens de S&D-Fractie</Commission>

<Depute>Bolesław G. Piecha</Depute>

<Commission>{ECR}namens de ECR-Fractie</Commission>

<Depute>Frédérique Ries</Depute>

<Commission>{ALDE}namens de ALDE-Fractie</Commission>

<Depute>Kateřina Konečná</Depute>

<Commission>{GUE/NGL}namens de GUE/NGL-Fractie</Commission>

<Depute>Bas Eickhout</Depute>

<Commission>{Verts/ALE}namens de Verts/ALE-Fractie</Commission>

<Depute>Piernicola Pedicini</Depute>

<Commission>{EFDD}namens de EFDD-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

AMENDEMENTEN

B8‑0241/2019

Resolutie van het Europees Parlement over een alomvattend EU-kader voor hormoonontregelende stoffen

(2019/2683(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien de mededeling van de Commissie van 7 november 2018 (COM(2018)0734) getiteld "Een alomvattend EU-kader voor hormoonontregelende stoffen" (hierna "de mededeling"),

 gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en met name artikel 191, lid 2,

 gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad[1],

 gezien Verordening (EU) 2018/605 van de Commissie van 19 april 2018 tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1107/2009 met betrekking tot de vaststelling van wetenschappelijke criteria voor de vaststelling van hormoonontregelende eigenschappen[2],

 gezien Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2012 betreffende het op de markt aanbieden en het gebruik van biociden[3],

 gezien Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/2100 van de Commissie van 4 september 2017 tot vaststelling van wetenschappelijke criteria voor het bepalen van hormoonontregelende eigenschappen overeenkomstig Verordening (EU) nr. 528/2012 van het Europees Parlement en de Raad[4],

 gezien Verordening (EG) nr. 1935/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 27 oktober 2004 inzake materialen en voorwerpen bestemd om met levensmiddelen in contact te komen en houdende intrekking van de Richtlijnen 80/590/EEG en 89/109/EEG[5],

 gezien Verordening (EG) nr. 1223/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 30 november 2009 betreffende cosmetische producten[6],

 gezien Richtlijn 2009/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 18 juni 2009 betreffende de veiligheid van speelgoed[7],

 gezien Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels, tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006[8],

 gezien Besluit nr. 1386/2013/EU van het Europees Parlement en de Raad van 20 november 2013 inzake een nieuw algemeen milieuactieprogramma voor de Europese Unie voor de periode tot en met 2020 "Goed leven, binnen de grenzen van onze planeet" (hierna "het 7e MAP"), en met name punt 54, onder iv)[9],

 gezien de doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling, en met name doelstelling 3.9[10],

 gezien het verslag van het milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) en de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) met als titel "State of the science of endocrine disrupting chemicals – 2012"[11],

 gezien zijn resolutie van 14 maart 2013 over bescherming van de volksgezondheid tegen hormoonontregelaars[12],

 gezien de in opdracht van de beleidsondersteunende afdeling Rechten van de burger en Constitutionele Zaken van het Parlement uitgevoerde studie van 15 januari 2019 met als titel "Endocrine Disruptors: from Scientific Evidence to Human Health Protection"[13],

 gezien artikel 123, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat hormoonontregelende stoffen (EDC's) in het UNEP/WHO-verslag van 2012 een "wereldwijde bedreiging" worden genoemd, waarbij onder meer wordt verwezen naar de grote incidentie en de toenemende trend van hormoongerelateerde aandoeningen bij de mens, alsook naar het feit dat er hormoongerelateerde effecten zijn vastgesteld bij in het wild levende dieren;

B. overwegende dat er volgens het verslag nieuwe aanwijzingen zijn dat blootstelling aan hormoonontregelende stoffen schadelijke gevolgen voor de voortplanting heeft (onvruchtbaarheid, kankers, misvormingen) en dat er ook steeds meer bewijs is van de effecten van deze chemische stoffen op de schildklierfunctie, de hersenfunctie, zwaarlijvigheid en het metabolisme, en de homeostase van insuline en glucose;

C. overwegende dat het feit dat deze categorie chemische stoffen schadelijke gevolgen heeft voor de gezondheid van de mens en in het wild levende dieren doordat ze het hormonale systeem verstoren, niet langer wordt betwist; dat er dan ook geen geldige reden is om effectieve regelgeving op de lange baan te schuiven;

D. overwegende dat in de recentste studie van het Institute for Risk Assessment Sciences, getiteld "Health costs that may be associated with Endocrine Disrupting Chemicals", na onderzoek naar vijf mogelijk met EDC's samenhangende gezondheidseffecten wordt geconcludeerd dat de sociaal-economische last van met EDC's samenhangende gezondheidseffecten voor de EU volgens de momenteel beschikbare vakliteratuur wellicht aanzienlijk is, namelijk naar schatting tussen 46 miljard en 288 miljard EUR per jaar[14];

E. overwegende dat in het UNEP/WHO-verslag staat dat van bijna 800 chemische stoffen geweten is of vermoed wordt dat zij hormoonreceptoren, hormoonsynthese of hormoonconversie kunnen verstoren, maar dat slechts een klein aantal van deze chemische stoffen is onderworpen aan proeven waarmee openlijke endocriene effecten in intacte organismen kunnen worden vastgesteld;

F. overwegende dat in de mededeling in de context van het voorgestelde EU-kader wordt gesteld dat er sinds 1999 steeds sterkere wetenschappelijke aanwijzingen zijn dat er een verband is tussen blootstelling aan hormoonontregelende stoffen enerzijds en ziekten bij de mens of negatieve gevolgen voor in het wild levende dieren anderzijds;

G. overwegende in het 7e MAP staat: "om de burgers van de Unie te beschermen tegen milieugerelateerde problemen en risico’s voor de volksgezondheid en het welzijn, zal het 7e MAP ervoor zorgen dat tegen 2020 [...] bezorgdheden inzake de veiligheid van hormoonverstorende stoffen effectief zijn aangepakt in alle relevante Uniewetgeving";

H. overwegende dat daartoe volgens het 7e MAP "tegen 2018 [...] een strategie" moet worden ontwikkeld "op basis van horizontale maatregelen die tegen 2015 moeten worden genomen, om te zorgen voor [...] minimalisering van de blootstelling aan hormoonverstorende stoffen";

I. overwegende dat de Commissie tot op heden nog geen EU-strategie voor een niet-toxisch milieu heeft vastgesteld, noch tegen 2015 horizontale maatregelen heeft genomen om de blootstelling aan EDC's tot een minimum te beperken;

J. overwegende dat de herziening van de communautaire strategie voor hormoonontregelaars van 1999 al veel eerder had moeten plaatsvinden;

K. overwegende dat lidstaten zoals Frankrijk, Zweden, Denemarken en België, bij gebrek aan een herziene EU-strategie inzake EDC's, op nationaal niveau stappen hebben ondernomen om hun burgers beter te beschermen door middel van diverse nationale maatregelen;

L. overwegende dat het in het belang van allen is ervoor te zorgen dat er een doeltreffende en alomvattende Europese aanpak van EDC's komt om een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu te waarborgen;

M. overwegende dat een stevig EU-kader voor EDC's en de effectieve tenuitvoerlegging daarvan van cruciaal belang zijn als de EU haar toezegging wil waarmaken om duurzame-ontwikkelingsdoelstelling 3.9 te helpen verwezenlijken, namelijk "het aantal overlijdens en ziekten als gevolg van gevaarlijke chemische stoffen en vervuiling en besmetting van lucht, water en bodem aanzienlijk verminderen";

N. overwegende dat een stevig EU-kader voor EDC's ook nodig is om de basis te leggen voor een niet-toxische circulaire economie, waarbij industriële innovatie wordt aangemoedigd door vervanging door veiligere alternatieven;

O. overwegende dat het een goede zaak is dat in de mededeling de negatieve effecten van de EDC's – met inbegrip van het "mengseleffect" – op de menselijke gezondheid en het milieu worden erkend, de nadruk wordt gelegd op de doelstelling om de algemene blootstelling zoveel mogelijk te beperken, en wordt erkend dat er een horizontale aanpak nodig is voor de identificatie van hormoonontregelende stoffen;

P. overwegende dat het in de mededeling evenwel ontbreekt aan een concreet actieplan om de blootstelling aan EDC's zoveel mogelijk te beperken en een tijdschema voor de volgende stappen in de juiste richting;

Q. overwegende dat belangrijke EU-wetgeving op gevoelige gebieden nog steeds geen specifieke bepalingen inzake EDC's bevat (bv. voor cosmetica, speelgoed of materialen die met levensmiddelen in contact komen);

R. overwegende dat de Commissie een geschiktheidscontrole heeft aangekondigd om te beoordelen of de relevante EU-wetgeving inzake hormoonontregelaars haar algemene doelstelling verwezenlijkt, namelijk de menselijke gezondheid en het milieu beschermen door de blootstelling aan deze stoffen zoveel mogelijk te beperken; overwegende dat de transversale aard van de geschiktheidscontrole en de toezegging van de Commissie dat bijzondere aandacht zal worden besteed aan de bescherming van kwetsbare groepen, toe te juichen zijn; overwegende dat deze beoordeling echter al jaren geleden had moeten plaatsvinden en dat de Commissie helaas pas nu heeft besloten een dergelijke geschiktheidscontrole te verrichten; overwegende dat de geschiktheidscontrole dan ook geen reden mag zijn om concrete wetgevings- en andere maatregelen op de lange baan te schuiven;

S. overwegende dat het in de relevante EU-wetgeving ontbreekt aan adequate proeven en gegevensvereisten om EDC's te identificeren;

T. overwegende dat er in de mededeling op wordt gewezen dat er steeds meer aanwijzingen zijn dat EDC's "mengseleffecten" kunnen hebben (d.w.z. dat blootstelling aan een combinatie van EDC's schadelijke gevolgen kan hebben bij concentraties waarvoor voor de afzonderlijke stoffen op zich geen effecten zijn waargenomen), maar dat zij geen voorstellen bevat om daar iets aan te doen;

U. overwegende dat het project "EDC-MixRisk" in het kader van Horizon 2020 tot de conclusie heeft geleid dat "de gezondheidsrisico's van gecombineerde blootstelling aan EDC's of potentiële EDC's in de huidige regelgeving inzake door de mens gemaakte chemische stoffen systematisch wordt onderschat"[15];

1. is van mening dat het EU-kader voor EDC's dat de Commissie in de mededeling voorstelt, ontoereikend is om de bedreiging voor de menselijke gezondheid en het milieu als gevolg van blootstelling aan EDC's aan te pakken, en niet beantwoordt aan de vereisten van het 7e MAP;

2. is van mening dat EDC's een klasse van chemische stoffen zijn die even zorgwekkend is als stoffen die als kankerverwekkend, mutageen of giftig voor de voortplanting zijn ingedeeld (CMR-stoffen), en daarom in de EU-wetgeving op dezelfde manier moeten worden behandeld;

3. verzoekt de Commissie spoedig alle nodige maatregelen te nemen om een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid en het milieu tegen EDC's te waarborgen door de algemene blootstelling van mens en milieu aan EDC's zoveel mogelijk te beperken;

4. verzoekt de Commissie uiterlijk in juni 2020 een horizontale definitie van EDC's te ontwikkelen op basis van de WHO-definitie;

5. verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de horizontale definitie vergezeld gaat van adequate richtsnoeren;

6. verzoekt de Commissie uiterlijk in juni 2020 wetgevingsvoorstellen in te dienen om in de cosmeticaverordening specifieke bepalingen betreffende EDC's op te nemen die vergelijkbaar zijn met de bepalingen betreffende CMR-stoffen;

7. verzoekt de Commissie uiterlijk in juni 2020 wetgevingsvoorstellen op te stellen om in de richtlijn inzake de veiligheid van speelgoed specifieke bepalingen betreffende EDC's op te nemen die vergelijkbaar zijn met de bepalingen betreffende CMR-stoffen, maar zonder verwijzing naar indelingsgrenswaarden, aangezien voor EDC's geen dergelijke grenswaarden gelden;

8. verzoekt de Commissie de verordening inzake materialen die met levensmiddelen in contact komen uiterlijk in juni 2020 te herzien om het gehalte aan gevaarlijke stoffen in deze materialen effectief te verminderen, met specifieke bepalingen om EDC's te vervangen;

9. is van mening dat de ontwikkeling en validering van proeven dringend moet worden bespoedigd teneinde EDC's naar behoren te kunnen identificeren, met inbegrip van nieuwe benaderingsmethoden;

10. verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat de gegevensvereisten in alle relevante wetgeving voortdurend worden geactualiseerd om rekening te houden met de recentste technische en wetenschappelijke vooruitgang, zodat EDC's naar behoren kunnen worden geïdentificeerd;

11. verzoekt de Commissie in alle relevante EU-wetgeving rekening te houden met mengseleffecten en gecombineerde blootstelling;

12. verzoekt de Commissie te zorgen voor adequate biomonitoring van EDC's in menselijke en dierlijke populaties en voor monitoring van EDC's in het milieu, met inbegrip van drinkwater;

13. verzoekt de Commissie ervoor te zorgen dat het EU-kader voor EDC's een effectieve bijdrage levert aan de EU-strategie voor een niet-toxisch milieu, die zo spoedig mogelijk moet worden goedgekeurd;

14. verzoekt de Commissie onderzoek naar EDC's te bevorderen, met name wat betreft hun epigenetische en transgenerationele effecten, hun effecten op het microbioom, nieuwe EDC-modaliteiten en de karakterisering van dosis-effectrelaties, alsook veiligere alternatieven;

15. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

 

[1] PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.

[2] PB L 101 van 20.4.2018, blz. 33.

[3] PB L 167 van 27.6.2012, blz. 1.

[4] PB L 301 van 17.11.2017, blz. 1.

[5] PB L 338 van 13.11.2004, blz. 4.

[6] PB L 342 van 22.12.2009, blz. 59.

[7] PB L 170 van 30.6.2009, blz. 1.

[8] PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1.

[9] PB L 354 van 28.12.2013, blz. 171.

[11] WHO/UNEP, "State of the Science of Endocrine Disrupting Chemicals – 2012", Wereldgezondheidsorganisatie, 2013, http://www.who.int/ceh/publications/endocrine/en/

 

[12] PB C 36 van 29.1.2016, blz. 85.

[13] Studie – "Endocrine Disruptors: from Scientific Evidence to Human Health Protection", Europees Parlement, directoraat-generaal Intern Beleid, beleidsondersteunende afdeling Rechten van de burger en Constitutionele Zaken, 15 januari 2019, te vinden op: http://www.europarl.europa.eu/RegData/etudes/STUD/2019/608866/IPOL_STU(2019)608866_EN.pdf

[14] Rijk, I., van Duursen, M. en van den Berg, M, "Health cost that may be associated with Endocrine Disrupting Chemicals – An inventory, evaluation and way forward to assess the potential health impact of EDC-associated health effects in the EU", Institute for Risk Assessment Sciences, Universiteit Utrecht, 2016, te vinden op: https://www.uu.nl/sites/default/files/rijk_et_al_2016_-_report_iras_-_health_cost_associated_with_edcs_3.pdf

Laatst bijgewerkt op: 17 april 2019Juridische mededeling