Procedure : 2019/2730(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0006/2019

Ingediende teksten :

B9-0006/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 18/07/2019 - 7.4
CRE 18/07/2019 - 7.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0007

<Date>{15/07/2019}15.7.2019</Date>
<NoDocSe>B9‑0006/2019</NoDocSe>
PDF 141kWORD 54k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over de situatie in Venezuela</Titre>

<DocRef>(2019/2730(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Esteban González Pons, Michael Gahler, Dolors Montserrat, Leopoldo López Gil, Cláudia Monteiro de Aguiar, Antonio López‑Istúriz White, Nuno Melo, Paulo Rangel, Ivan Štefanec, Vladimír Bilčík, Pilar del Castillo Vera, Javier Zarzalejos, Francisco José Millán Mon, Antonio Tajani, Isabel Wiseler‑Lima</Depute>

<Commission>{PPE}namens de PPE-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0006/2019

B9‑0006/2019

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Venezuela

(2019/2730(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn eerdere resoluties over Venezuela, met name die van 3 mei 2018 over de verkiezingen in Venezuela[1], van 5 juli 2018 over de migratiecrisis en de humanitaire situatie in Venezuela en aan de grenzen van het land met Colombia en Brazilië[2], van 25 oktober 2018 over de situatie in Venezuela[3], van 31 januari 2019 over de situatie in Venezuela[4] en van 28 maart 2019 over de noodsituatie in Venezuela[5],

 gezien het verslag over Venezuela van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de VN van 4 juli 2019,

 gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) over Venezuela van 10 januari 2019, 26 januari 2019, 24 februari 2019 en 28 maart 2019,

 gezien het verslag van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) over Venezolaanse migranten en vluchtelingen van 8 maart 2019,

 gezien de vierde internationale technische vergadering in het kader van het proces van Quito, gehouden te Buenos Aires op 4 en 5 juli 2019,

 gezien de verklaring van de Groep van Lima van 30 april 2019,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de politieke, economische, institutionele, sociale en multidimensionale humanitaire crisis tussen 2018 en 2019 aanzienlijk is verslechterd; overwegende dat een toenemend tekort aan geneesmiddelen en voedsel, massale schendingen van de mensenrechten, hyperinflatie, politieke onderdrukking, corruptie en geweld het leven van mensen in gevaar brengen;

B. overwegende dat de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, Michelle Bachelet, van 19 tot en met 21 juni het land heeft bezocht; overwegende dat zij er bij de feitelijke regering van Venezuela op heeft aangedrongen onmiddellijk concrete maatregelen te nemen om de ernstige schendingen van de mensenrechten in het land te beëindigen;

C. overwegende dat meer dan 7 miljoen mensen in Venezuela humanitaire bijstand nodig hebben; overwegende dat de feitelijke regering van Maduro het recht op voedsel heeft geschonden, met inbegrip van de verplichting van de staat om ervoor te zorgen dat de bevolking geen honger lijdt; overwegende dat volgens de VN 3,7 miljoen Venezolanen ondervoed zijn, wat in het bijzonder schadelijk is voor kinderen en zwangere vrouwen; overwegende dat sommige vrouwen gedwongen zijn geweest seks te hebben in ruil voor voedsel en herhaaldelijk te maken hebben gehad met geweld;

D. overwegende dat de gezondheidssituatie in Venezuela schrijnend is: ziekenhuizen kampen met een tekort aan personeel, voorraden, geneesmiddelen en elektriciteit, wat tussen november 2018 en februari 2019 ten minste 1 557 levens heeft geëist; overwegende dat vier van de grootste steden van Venezuela, waaronder Caracas, kampen met een tekort aan essentiële geneesmiddelen van 60 % tot 100 %; overwegende dat de moedersterfte is toegenomen en dat veel vrouwen het land hebben moeten verlaten om te bevallen;

E. overwegende dat meer dan 3,4 miljoen Venezolanen het land hebben moeten ontvluchten; overwegende dat het totale aantal Venezolanen dat gedwongen is te migreren eind 2019 meer dan 5 miljoen zal bedragen, waarmee het de op één na grootste migratie- en vluchtelingencrisis ter wereld is;

F. overwegende dat in de afgelopen anderhalf jaar tijdens veiligheidsoperaties in Venezuela bijna 7 000 personen buitengerechtelijk zijn gedood; overwegende dat de autoriteiten in het kader van hun beleid van sociale controle gebruikmaken van de FAES (de troepen voor speciale acties van de Bolivariaanse nationale politie) en andere veiligheidstroepen; overwegende dat de families van degenen die tijdens de protesten buitengerechtelijk zijn gedood nog steeds belemmerd worden om hun recht op de waarheid, op gerechtigheid en schadevergoeding uit te oefenen;

G. overwegende dat het regime stelselmatig foltering toepast om demonstranten te intimideren en af te schrikken, wat een klimaat van terreur creëert;

H. overwegende dat van 22 afgevaardigden, onder wie de voorzitter van de Nationale Vergadering, de parlementaire onschendbaarheid is opgeheven; overwegende dat 2 parlementsleden gevangen zitten en 16 parlementsleden bescherming hebben gezocht in ambassades, het land hebben verlaten of zijn ondergedoken;

I. overwegende dat inheemse volkeren slachtoffer zijn van geweldsmisdrijven; overwegende dat 63 van hen willekeurig zijn aangehouden en gemarteld, dat er 7 zijn overleden en dat er meer dan 23 gewond zijn geraakt en naar ziekenhuizen in het buitenland moesten reizen om te worden behandeld;

J. overwegende dat Rafael Acosta Arevalo, een marinekapitein die is gearresteerd en gefolterd omdat hij een moordcomplot tegen Nicolás Maduro zou hebben gesmeed, op 29 juni 2019 in gevangenschap is overleden; overwegende dat de feitelijke autoriteiten zijn stoffelijk overschot elf dagen hebben verborgen voordat ze het hebben begraven, zonder de grondrechten van zijn familie en haar wens te rouwen om de overledene te eerbiedigen;

K. overwegende dat Rufo Chacón, een zestienjarige Venezolaanse jongen, op 2 juli blind is geworden nadat overheidsfunctionarissen hem tijdens een protest tegen het gebrek aan benzine in het gezicht hadden geschoten;

1. herhaalt zijn diepe bezorgdheid over de ernstige noodtoestand in Venezuela, die de levens van burgers ernstig in gevaar brengt;

2. veroordeelt de felle repressie en het geweld, die hebben geleid tot doden en gewonden; spreekt zijn solidariteit uit met de Venezolaanse bevolking en betuigt zijn oprechte medeleven aan de familieleden en vrienden van de slachtoffers;

3. onderstreept dat Nicolás Maduro en de strijdkrachten en inlichtingendiensten die in dienst zijn van zijn onwettige regime rechtstreeks verantwoordelijk zijn voor het willekeurige gebruik van geweld om het democratisch overgangsproces en het herstel van de rechtsstaat in Venezuela te onderdrukken;

4. veroordeelt het misbruik van rechtshandhavers en de brute repressie door veiligheidstroepen; dringt aan op de instelling, met de hulp van de internationale gemeenschap, van een onpartijdig en onafhankelijk nationaal mechanisme om de buitengerechtelijke executies te onderzoeken die tijdens veiligheidsoperaties werden uitgevoerd, om ervoor te zorgen dat de verantwoordelijken ter verantwoording worden geroepen en dat de families van de slachtoffers een schadevergoeding ontvangen en beschermd worden tegen intimidatie en represailles;

5. veroordeelt de schendingen van het recht op voedsel en medische zorg; dringt er sterk op aan de beschikbaarheid en toegankelijkheid van voedsel, geneesmiddelen en gezondheidszorg te garanderen en daarbij bijzondere aandacht te schenken aan diensten voor moeder en kind;

6. benadrukt de noodzaak om alle vervolging en selectieve repressie op politieke gronden te stoppen, publiekelijk te veroordelen, te bestraffen en te voorkomen; dringt aan op de vrijlating van alle personen die op arbitraire wijze van hun vrijheid zijn beroofd;

7. vestigt de aandacht op de steeds ernstiger migratiecrisis in de gehele regio en prijst de inspanningen en de solidariteit van de buurlanden, in het bijzonder Colombia; verzoekt de Commissie met deze landen te blijven samenwerken, niet alleen door humanitaire hulp te verstrekken, maar ook door meer middelen te verschaffen en door middel van ontwikkelingsbeleid;

8. wijst erop dat de lopende dialoog gebaseerd moet zijn op de routekaart die in de Nationale Vergadering van Venezuela is vastgesteld; benadrukt dat het enige doel van de dialoog het scheppen van voorwaarden moet zijn voor vrije, transparante en geloofwaardige presidentsverkiezingen op basis van een overeengekomen kalender, eerlijke voorwaarden voor alle spelers, transparantie en de aanwezigheid van geloofwaardige internationale waarnemers;

9. dringt er bij de Raad op aan bijkomende sancties op te leggen met betrekking tot de buitenlandse activa van de illegale overheid en tegen personen die verantwoordelijk zijn voor schendingen van de mensenrechten en repressie; is van mening dat de EU-autoriteiten de bewegingsvrijheid van deze personen en hun naaste familie moeten beperken, en hun vermogen en visa moeten bevriezen;

10. verzoekt de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) het voortouw te nemen bij het EU-beleid inzake de situatie in Venezuela en de contactgroep een front te laten vormen met de democratische landen in de regio die door de Groep van Lima worden vertegenwoordigd;

11. biedt zijn volledige steun aan het onderzoek van het Internationaal Strafhof (ICC) naar de talrijke misdrijven en gevallen van onderdrukking door het Venezolaanse regime; dringt er bij de EU op aan zich aan te sluiten bij het initiatief van de landen die partij zijn bij het ICC om de misdrijven tegen de menselijkheid van de feitelijke regering van Maduro te onderzoeken, teneinde de verantwoordelijken ter verantwoording te roepen;

12. steunt het initiatief om een onderzoekscommissie bij de Mensenrechtenraad van de VN (UNHRC) op te richten, teneinde individuele verantwoordelijkheden met betrekking tot de systematische schendingen van de mensenrechten in Venezuela vast te stellen;

13. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de rechtmatige interim-president alsook de Nationale Vergadering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, de regeringen en parlementen van de landen van de Groep van Lima, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering en de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten.

 

[1] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0199.

[2] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0313.

[3] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0436.

[4] Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0061.

[5] Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0327.

Laatst bijgewerkt op: 17 juli 2019Juridische mededeling