Procedure : 2019/2730(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0007/2019

Ingediende teksten :

B9-0007/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 18/07/2019 - 7.4
CRE 18/07/2019 - 7.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


<Date>{15/07/2019}15.7.2019</Date>
<NoDocSe>B9‑0007/2019</NoDocSe>
PDF 136kWORD 54k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over de situatie in Venezuela</Titre>

<DocRef>(2019/2730(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Molly Scott Cato, Anna Cavazzini, Jutta Paulus, Hannah Neumann, Pierrette Herzberger‑Fofana, Viola Von Cramon‑Taubadel</Depute>

<Commission>{Verts/ALE}namens de Verts/ALE-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>


B9‑0007/2019

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Venezuela

(2019/2730(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) over Venezuela van 10 januari 2019, 26 januari 2019, 24 februari 2019 en 7 mei 2019, en gezien de benoeming van Enrique Iglesias tot bijzonder adviseur voor Venezuela op 28 mei 2019,

 gezien het verslag van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten van 5 juli 2019 over de situatie van de mensenrechten in de Bolivariaanse Republiek Venezuela,

 gezien de aan de regering van Venezuela gerichte uitlatingen van Michelle Bachelet, de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, tijdens haar toespraak tot de VN-Mensenrechtenraad op 5 juli 2019,

 gezien de onlangs hervatte dialoog met de Venezolaanse regering, die op initiatief van Noorwegen in Barbados plaatsvindt,

 gezien de conclusies van de Raad Buitenlandse Zaken van 15 oktober 2018,

 gezien artikel 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens,

 gezien zijn eerdere resoluties over Venezuela, en met name die van 8 februari 2018[1], 3 mei 2018[2], 5 juli 2018[3], 25 oktober 2018[4], 31 januari 2019[5] en 28 maart 2019[6],

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat in het verslag van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten over de mensenrechtensituatie in Venezuela, dat gebaseerd is op bezoeken ter plaatse en gesprekken met honderden getuigen, slachtoffers en belanghebbenden, wordt ingegaan op de verslechterende economische en mensenrechtensituatie in Venezuela, en civiele en militaire strijdkrachten schuldig worden bevonden aan willekeurige detenties, mishandeling en foltering van regeringscritici, seksueel en gendergerelateerd geweld tegen gevangenen en buitensporig gebruik van geweld tijdens betogingen;

B. overwegende dat de reeds rampzalige situatie nog eens wordt verergerd door beperkte of geen toegang tot voedseldistributie, water en gezondheidszorg, en dat vrouwen hier onevenredig hard door getroffen worden;

C. overwegende dat mijnbouw en oliewinning, met name in afgelegen regio's en gebieden met een rijke biodiversiteit, funest zijn voor het levensonderhoud van minderheden, zoals inheemse en zwarte gemeenschappen, die worden verdreven of het slachtoffer worden van ernstig geweld door militaire strijdkrachten, criminele bendes en gewapende groepen als zij zich tegen deze activiteiten verzetten en hun rechten opeisen;

D. overwegende dat er een volledig onderzoek moet worden gestart naar het overlijden in hechtenis, naar verluidt na foltering, van kapitein Rafael Acosta Arévalo, en dat degenen die hiervoor verantwoordelijk zijn moeten worden berecht;

E. overwegende dat het dringend noodzakelijk is om via onderhandelingen tot een oplossing te komen voor de huidige situatie: de sociale onrust, de economische problemen en de exodus van miljoenen Venezolanen, het ernstige voedseltekort, de schaarste aan medicijnen en het gebrek aan adequate medische diensten, de ontoereikende bescherming van de mensenrechten en de onveiligheid en het geweld op straat, welke allemaal een gevolg zijn van het politieke wanbeheer en het autocratische gedrag van de regering-Maduro;

F. overwegende dat het recht op vreedzaam protest een fundamenteel mensenrecht is, terwijl elke oproep tot protest zorgvuldig moet worden ingekaderd om te voorkomen dat het geweld of de provocaties in het licht van de huidige spanningen nog verder worden aangewakkerd;

G. overwegende dat elke oplossing voor dit diepe, meervoudige conflict moet worden gevonden binnen het kader van de rechtsstaat, in overeenstemming moet zijn met de internationale normen, en de democratie en de mensenrechten ten volle moet eerbiedigen;

H. overwegende dat de internationale erkenning van een nieuwe regering die is gevormd op basis van zelfbenoeming het ernstige risico met zich meebrengt dat de toch al uiterst kritieke situatie verder escaleert en zelfs een burgeroorlog kan veroorzaken, wat overloopeffecten buiten Venezuela kan hebben, gezien het risico dat een toenemend aantal migranten naar de buurlanden vlucht;

I. overwegende dat de rol van de EU moet bestaan in het blijven aanbieden van bemiddeling tussen alle actoren die betrokken zijn bij het conflict in het land – een rol die zij goed kan vervullen gezien de nauwe banden tussen verschillende lidstaten en Venezuela;

1. maakt zich grote zorgen over de verslechterende situatie zoals omschreven in het recente VN-verslag en beveelt ten zeerste aan dat de in dit verslag gedane aanbevelingen volledig worden uitgevoerd om een uitweg te vinden uit de alsmaar dieper wordende crisis;

2. is ontsteld door de dood van kapitein Rafael Acosta Arévalo, nadat hij door leden van de Venezolaanse oproerpolitie was opgepakt en zou zijn gefolterd, en dringt aan op een uitgebreid, onafhankelijk en transparant onderzoek naar de motieven en daders, zodat gerechtelijke instellingen passende sancties kunnen opleggen;

3. herhaalt zijn oproep om een einde te maken aan de straffeloosheid voor misdaden die in de context van vreedzame betogingen zijn gepleegd; verzoekt in dit verband om een volledig, onafhankelijk en onpartijdig onderzoek naar deze misdaden en schendingen, en pleit ervoor dat de daders in al deze zaken voor de rechter worden gebracht; benadrukt het recht op herstel, verhaal en niet-herhaling en dringt erop aan dat alle willekeurig gedetineerden worden vrijgelaten;

4. roept de strijdkrachten en veiligheidstroepen op zich strikt aan hun mandaat te houden, zodat het leger een constructieve rol kan spelen in overeenstemming met zijn grondwettelijke plicht; veroordeelt de oprichting en het optreden van de paramilitaire troepen, ongeacht wie er het bevel over voert, en dringt erop aan dat zij onmiddellijk worden ontmanteld, dat al hun misdaden snel worden onderzocht en dat de daders overeenkomstig de internationale normen voor de rechter worden gebracht;

5. onderstreept dat grootschalige projecten voor het genereren van inkomensbronnen om de economische crisis te boven te komen moeten worden vermeden wanneer deze schadelijk zijn voor het milieu, het klimaat en het levensonderhoud van gemeenschappen in de regio; dringt aan op de onvoorwaardelijke bescherming van inheemse en zwarte gemeenschappen in afgelegen gebieden die het milieu beschermen tegen activiteiten zoals goudwinning in de Venezolaanse regio Arco Minero del Orinoco;

6. benadrukt dat de wederopbouw van de democratie in al haar dimensies in Venezuela een randvoorwaarde is voor een definitieve oplossing van de crisis; herhaalt dat geweld niet zal leiden tot vrede, maar het land verder zal destabiliseren;

7. waarschuwt voor een herhaling van het geweld waarvan melding werd gemaakt; dringt erop aan dat de Venezolaanse autoriteiten de vrijheid van meningsuiting en het recht op vreedzame vergadering eerbiedigen; roept alle actoren op af te zien van het gebruik van buitensporig, onevenredig en willekeurig geweld, dat op duidelijke en ondubbelzinnige wijze wordt verboden door het internationaal recht;

8. spreekt andermaal zijn bezorgdheid uit over het gebrek aan legitimiteit van de presidentsverkiezingen van mei 2018; benadrukt het belang van het zelfbeschikkingsrecht van de Venezolaanse bevolking en het belang van een echte uitdrukking van hun democratische wil; verzoekt politieke leiders zich te onthouden van handelingen of oproepen die verdere onrust en politieke instabiliteit in de hand zouden kunnen werken;

9. deelt het standpunt van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten Michelle Bachelet, waaraan zij uitdrukking gaf in haar toespraak tot de VN-Mensenrechtenraad op 5 juli 2019 – namelijk dat samenkomen in dialoog de enige uitweg uit deze crisis vormt;

10. koestert in dit verband hooggespannen verwachtingen met betrekking tot de onlangs hervatte dialoog tussen de Venezolaanse regering en de oppositie op het eiland Barbados, op uitnodiging van de Barbadiaanse premier Mia Mottley en onder Noorse bemiddeling;  is ingenomen met de uitspraak van oppositieleider en president van de Nationale Vergadering Juan Guaidó, na een privégesprek met EU-bemiddelaar Enrique Iglesias, dat de voorwaarden om tot een oplossing van de nationale crisis te komen aanwezig zijn;

11. roept EU-spelers ertoe op zich te blijven inzetten voor bemiddeling en geeft uiting aan zijn steun voor deze inspanningen, die een middel vormen om de crisis te beëindigen zonder meer geweld op te roepen; onderstreept de belangrijke rol die de Verenigde Naties en een internationaal kader in dit verband moeten vervullen;

12. vreest ten zeerste dat recente maatregelen van Venezolaanse en buitenlandse actoren tot verdere polarisering zullen leiden, ook op internationaal niveau, wat het risico met zich meebrengt dat het Venezolaanse conflict transformeert tot een slagveld bij volmacht tussen internationale mogendheden zoals de VS, Rusland en China, die proberen de controle te krijgen over de Venezolaanse oliereserves; waarschuwt voor het potentiële risico dat het geweld en de onrust in Venezuela overslaan naar buurlanden, en het risico dat dit uiteindelijk leidt tot oorlog in de regio; roept alle actoren ertoe op niet‑vreedzame, militaire oplossingen voor de crisis, met inbegrip van lage-intensiteitsoorlogvoering, uit te sluiten;

13. dringt erop aan dat dubbele normen ten aanzien van derde landen worden vermeden en dat de EU en haar lidstaten consequent zijn in hun standpunten ten aanzien van derde landen; herinnert aan het belang van een eensgezinde reactie van de EU als basis voor een krachtig en geloofwaardiger EU-standpunt;

14. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de parlementen en regeringen van de lidstaten, de regering en autoriteiten van Venezuela en de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering.

 

[1] PB C 463 van 21.12.2018, blz. 61.

[2] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0199.

[3] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0313.

[4] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0436.

[5] Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0061.

[6] Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0327.

Laatst bijgewerkt op: 17 juli 2019Juridische mededeling