Procedure : 2019/2730(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0008/2019

Ingediende teksten :

B9-0008/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 18/07/2019 - 7.4
CRE 18/07/2019 - 7.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0007

<Date>{15/07/2019}15.7.2019</Date>
<NoDocSe>B9‑0008/2019</NoDocSe>
PDF 141kWORD 53k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over de situatie in Venezuela </Titre>

<DocRef>(2019/2730(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Anna Fotyga, Hermann Tertsch, Karol Karski, Zdzisław Krasnodębski, Geoffrey Van Orden, Assita Kanko, Ruža Tomašić, Raffaele Fitto, Ryszard Czarnecki, Nicola Procaccini, Raffaele Stancanelli, Carlo Fidanza, Alexandr Vondra, Charlie Weimers</Depute>

<Commission>{ECR}namens de ECR-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0006/2019

B9‑0008/2019

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Venezuela

(2019/2730(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn eerdere resoluties over Venezuela, met name die van 3 mei 2018 over de verkiezingen in Venezuela, van 5 juli 2018 over de migratiecrisis en de humanitaire situatie in Venezuela en aan de grenzen van het land met Colombia en Brazilië, van 25 oktober 2018 over de situatie in Venezuela, van 31 januari 2019 over de situatie in Venezuela en van 28 maart 2019 over de noodsituatie in Venezuela,

 gezien het verslag over Venezuela van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de VN (UNHCHR) van 4 juli 2019,

 gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) over Venezuela van 10 januari 2019, 26 januari 2019, 24 februari 2019 en 28 maart 2019,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de Venezolanen te maken hebben met een reeks onderling verbonden schendingen van hun economische en sociale rechten, die steeds ernstiger worden: hun koopkracht neemt af, waardoor ze niet langer in hun basisbehoeften kunnen voorzien; een verkeerde toewijzing van middelen, corruptie, gebrekkig onderhoud aan de openbare infrastructuur en ernstige onderinvestering hebben geleid tot de ineenstorting van openbare diensten zoals de gezondheidszorg, het openbaar vervoer, de levering van elektriciteit, water en aardgas; door voedselschaarste en de hoge voedselprijzen hebben Venezolanen moeilijk toegang tot voedsel, waardoor zij honger lijden;

B. overwegende dat de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten Michelle Bachelet het land van 19 tot en met 21 juni 2019 heeft bezocht en vervolgens een verslag heeft ingediend bij de Mensenrechtenraad van de VN (UNHRC) met aanbevelingen aan de regering van Venezuela om haar ernstige mensenrechtenschendingen een halt toe te roepen en te corrigeren;

C. overwegende dat het aantal personen dat Venezuela heeft moeten verlaten sinds 2018 zeer sterk is gestegen en op 6 juni 2019 meer dan vier miljoen bedroeg; overwegende dat de gedwongen migratie van Venezolanen voor het einde van 2019 het aantal van vijf miljoen personen zal overschrijden, waarmee het de op één na grootste migratie- en vluchtelingencrisis ter wereld is;

D. overwegende dat de de facto-regering van Venezuela de rechtsstaat heeft uitgehold, democratische instellingen heeft ontmanteld en maatregelen heeft genomen die bedoeld zijn om politieke tegenstanders en personen die kritiek uiten op de de facto-regering te onderdrukken en te criminaliseren; overwegende dat door het regime stelselmatig foltering wordt toegepast om hen te intimideren en te ontmoedigen;

E. overwegende dat in het afgelopen anderhalf jaar in Venezuela bijna 7 000 personen buitengerechtelijk zijn geëxecuteerd tijdens veiligheidsoperaties die werden uitgevoerd door de veiligheidstroepen van de de facto-regering; overwegende dat de familieleden van degenen die tijdens de protesten buitengerechtelijk zijn gedood nog steeds hun recht op de waarheid, gerechtigheid en schadeloosstelling wordt ontzegd;

F. overwegende dat van 22 parlementsleden, onder wie de voorzitter van de Nationale Vergadering, de parlementaire onschendbaarheid is opgeheven; overwegende dat 2 parlementsleden gevangen zitten en 16 parlementsleden bescherming hebben gezocht in ambassades, het land hebben verlaten of zijn ondergedoken;

G. overwegende dat de bemiddelingsdialoog tussen de facto-president Nicolás Maduro en de oppositie onder leiding van Juan Guaidó die op 16 mei 2018 van start is gegaan met bemiddeling van Noorwegen, niet tot een oplossing van de crisis heeft geleid; overwegende dat de dialoog op 8 juli 2019 in is hervat in Barbados, hoewel de de facto-regering aan geen van de voorwaarden voor een verbeterde poging tot dialoog heeft voldaan;

H. overwegende dat de wettig en democratisch gekozen voorzitter van de Nationale Vergadering, Juan Guaidó, op 23 januari 2019 werd beëdigd als interim-president van Venezuela overeenkomstig artikel 233 van de Venezolaanse grondwet;

I. overwegende dat officiële eenheden en paramilitaire bendes steeds wreder optreden, getuige de marteldood van kapitein Rafael Acosta of de verblinding van de 16-jarige Rupo Velandria, die in zijn gezicht werd geschoten toen hij met zijn moeder deelnam aan een protest naar aanleiding van een gebrek aan gas om op te koken;

1. herhaalt zijn diepe bezorgdheid over de hevige noodsituatie in Venezuela, waardoor de levens en rechten van de burgers van het land ernstig worden bedreigd;

2. veroordeelt de felle repressie en het geweld, die hebben geleid tot doden en gewonden; betuigt zijn solidariteit met het Venezolaanse volk;

3. benadrukt dat Nicolás Maduro en de veiligheidstroepen die in dienst zijn van zijn onwettige regime rechtstreeks verantwoordelijk zijn voor het willekeurige gebruik van geweld om het democratisch overgangsproces en het herstel van de rechtsstaat in Venezuela te onderdrukken;

4. veroordeelt de laakbare praktijken waaraan rechtshandhavers zich schuldig hebben gemaakt en de brute repressie door de veiligheidstroepen; dringt aan op de instelling van een onpartijdig en onafhankelijk nationaal mechanisme onder een overgangsregering, met hulp van de internationale gemeenschap, om de standrechtelijke executies te onderzoeken die tijdens veiligheidsoperaties worden uitgevoerd, om ervoor te zorgen dat de verantwoordelijken ter verantwoording worden geroepen, en om de families van de slachtoffers een schadevergoeding te geven en bescherming te bieden tegen intimidatie en represailles;

5. veroordeelt de schendingen van het recht op voedsel en medische verzorging; dringt er sterk op aan de beschikbaarheid en toegankelijkheid van voedsel, geneesmiddelen en gezondheidszorg te garanderen en daarbij bijzondere aandacht te geven aan diensten voor moeder en kind;

6. benadrukt dat alle vervolging en selectieve repressie op politieke gronden moet worden gestopt, veroordeeld en bestraft; verzoekt om de vrijlating van alle personen die op arbitraire wijze van hun vrijheid zijn beroofd;

7. vestigt de aandacht op de steeds ernstiger migratiecrisis in de gehele regio en prijst de inspanningen en de solidariteit van de buurlanden; verzoekt de Commissie met deze landen te blijven samenwerken, niet alleen door humanitaire hulp te verstrekken, maar ook door meer middelen te verschaffen via het ontwikkelingsbeleid van de EU;

8. stelt voor dat beide partijen overeenstemming bereiken over een interim-regering die de nodige voorwaarden kan scheppen voor eerlijke verkiezingen, zodat een succesvolle dialoog en vrije verkiezingen kunnen plaatsvinden, wat onder de regering Maduro onmogelijk is;

9. benadrukt dat het enige doel van de dialoog moet zijn een vreedzame oplossing te vinden waarbij de dictatuur wordt beëindigd, de huidige crisis wordt opgelost en een einde wordt gemaakt aan het lijden van het Venezolaanse volk;

10. dringt erop aan dat de voorwaarden worden geschapen voor vrije, transparante en geloofwaardige presidentsverkiezingen, onder een overgangsregering en op basis van een overeengekomen kalender en eerlijke voorwaarden voor alle spelers, transparantie, en de aanwezigheid van geloofwaardige internationale waarnemers;

11. dringt er bij de Raad op aan bijkomende sancties op te leggen met betrekking tot de buitenlandse activa van de illegale overheid en personen die verantwoordelijk zijn voor schendingen van mensenrechten en repressie; is van mening dat de EU-autoriteiten de bewegingsvrijheid van deze personen en hun naaste familie moeten beperken, en hun vermogen en visa moeten bevriezen;

12. verzoekt de VV/HV leiding te geven aan het beleid van de EU inzake de situatie in Venezuela, in samenwerking met de contactgroep die bestaat uit de democratische landen in de regio, vertegenwoordigd door de Groep van Lima;

13. uit zijn bezorgdheid over het feit dat de Cubaanse politie en militaire inlichtingendienst het strategische element vormen waardoor het illegale regime van Maduro kan standhouden, wat neerkomt op grootschalige buitenlandse, politieke en militaire inmenging in Venezuela;

14. uit zijn bezorgdheid over de steun van Rusland voor het regime in Venezuela en in het bijzonder het feit dat Rusland technische en militaire deskundigen en adviseurs stuurt; veroordeelt deze onwettige inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van Venezuela;

15. biedt zijn volledige steun aan het onderzoek van het Internationaal Strafhof (ICC) naar de talrijke misdrijven en gevallen van onderdrukking door het Venezolaanse regime; dringt er bij de EU op aan zich aan te sluiten bij het initiatief van de landen die partij zijn bij het ICC om een onderzoek te openen naar de misdrijven tegen de menselijkheid van de de facto-regering-Maduro, teneinde de verantwoordelijken ter verantwoording te roepen;

16. steunt het initiatief om samen met de Mensenrechtenraad van de VN een onderzoekscommissie in te stellen, teneinde de individuele verantwoordelijkheden met betrekking tot de systematische schendingen van de mensenrechten in Venezuela te bepalen;

17. verzoekt de de facto-regering van Venezuela met klem onverwijld de aanbevelingen op te volgen die worden genoemd in het verslag van de UNHCHR over de situatie van de mensenrechten in Venezuela;

18. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de VV/HV, de rechtmatige interim-president alsook de Nationale Vergadering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, de regeringen en parlementen van de landen van de Groep van Lima, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering en de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten.

 

Laatst bijgewerkt op: 17 juli 2019Juridische mededeling