Procedure : 2019/2730(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0009/2019

Ingediende teksten :

B9-0009/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 18/07/2019 - 7.4
CRE 18/07/2019 - 7.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0007

<Date>{15/07/2019}15.7.2019</Date>
<NoDocSe>B9‑0009/2019</NoDocSe>
PDF 137kWORD 54k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over de situatie in Venezuela</Titre>

<DocRef>(2019/2730(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Kati Piri, Tonino Picula, Javi López, Isabel Santos</Depute>

<Commission>{S&D}namens de S&D-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0006/2019

B9‑0009/2019

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Venezuela

(2019/2730(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn eerdere resoluties over de situatie in Venezuela, met name die van 27 februari 2014 over de situatie in Venezuela[1], van 18 december 2014 over de vervolging van de democratische oppositie in Venezuela[2], van 12 maart 2015 over de situatie in Venezuela[3], van 8 juni 2016 over de situatie in Venezuela[4], van 27 april 2017 over de situatie in Venezuela[5], van 8 februari 2018 over de situatie in Venezuela[6], van 3 mei 2018 over de verkiezingen in Venezuela[7], van 5 juli 2018 over de migratiecrisis en de humanitaire situatie in Venezuela en aan zijn landsgrenzen met Colombia en Brazilië[8], van 25 oktober 2018 over de situatie in Venezuela[9], van 31 januari 2019 over de situatie in Venezuela[10] en van 28 maart 2019 over de noodsituatie in Venezuela[11],

 gezien het verslag van de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten van 5 juli 2019 over de situatie van de mensenrechten in de Bolivariaanse Republiek Venezuela,

 gezien de recentste verklaringen die de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) op 4 april, 30 april en 18 juni 2019 heeft afgelegd,

 gezien de verklaring van 3 juni 2019 over de gezamenlijke vergadering van de internationale contactgroep en de Groep van Lima over de situatie in Venezuela,

 gezien de verklaring van de Groep van Lima van 3 mei 2019,

 gezien Besluit (GBVB) 2018/1656 van de Raad van 6 november 2018 tot wijziging van Besluit (GBVB) 2017/2074 betreffende beperkende maatregelen in Venezuela[12], waarmee de gerichte beperkende maatregelen die momenteel van kracht zijn worden verlengd tot 14 november 2019,

 gezien de Verklaring van Quito van 4 september 2018 over de menselijke mobiliteit van Venezolaanse burgers in de regio,

 gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

 gezien het Inter-Amerikaans Democratisch Handvest, goedgekeurd op 11 september 2001,

 gezien het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten,

 gezien het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten,

 gezien het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof,

 gezien de grondwet van Venezuela,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de humanitaire crisis in Venezuela blijft verergeren en de mensenrechtensituatie, de rechtsstaat en de democratie blijven verslechteren; overwegende dat 7 miljoen mensen dringend bijstand nodig hebben en dat 94 % van de bevolking onder de armoedegrens en 62 % in extreme armoede leeft; overwegende dat 70 % van de kinderen niet naar school gaat, dat iedere dag 5 000 mensen het land verlaten en dat er tegen het eind van het jaar naar schatting 5,2 miljoen Venezolaanse migranten zullen zijn;

B. overwegende dat er volgens het Bureau van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten (OHCHR) redelijke gronden zijn om aan te nemen dat er in Venezuela grove schendingen zijn gepleegd van de economische en sociale rechten, met inbegrip van het recht op eten en gezondheid; overwegende dat tevens is erkend dat Venezuela meer dan een decennium lang een reeks wetten, beleidslijnen en praktijken heeft vastgesteld en ten uitvoer heeft gelegd die de democratische ruimte hebben beperkt, de overheidsinstellingen hebben verzwakt en de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht hebben aangetast;

C. overwegende dat de overheid door deze situatie in staat is geweest tal van mensenrechtenschendingen te plegen, zoals vervolging om politieke redenen, buitengerechtelijke executies, foltering, willekeurige arrestaties en bedreiging van en geweld tegen inheemse gemeenschappen; overwegende dat de overheid in 2018 5 287 executies vanwege “verzet tegen het openbare gezag” heeft erkend en nog eens 1 569 tussen januari en mei 2019; overwegende dat uit door de OHCHR geanalyseerde informatie blijkt dat veel van deze executies mogelijk buitengerechtelijke executies betreffen;

D. overwegende dat de economie van Venezuela, met name de olie-industrie en de voedselproductiesystemen, al door crisis geteisterd werd voordat er sectorale sancties werden opgelegd; overwegende dat de recentste economische sancties de gevolgen van de economische crisis en de humanitaire situatie nog verergeren; overwegende dat de overheid heeft ingestemd met de benoeming van een VN-coördinator voor humanitaire hulp, waarmee ze erkent dat er een humanitaire crisis heerst;

E. overwegende dat de humanitaire situatie beduidend achteruit is gegaan door langdurige stroomonderbrekingen die veroorzaakt werden door gebrekkig onderhoud aan de openbare infrastructuur, verkeerde toewijzing van middelen, corruptie en ernstige onderinvestering; overwegende dat dit heeft geleid tot de ineenstorting van openbare diensten zoals het openbaar vervoer, de levering van elektriciteit, water en aardgas; overwegende dat sociale programma’s, waaronder voedselverdeling en toegang tot medische zorg, als socialecontrole-instrument zijn gebruikt en op discriminerende wijze ten uitvoer zijn gelegd op basis van politieke overwegingen, waarbij vrouwen onevenredig zwaar zijn getroffen; overwegende dat de economische en sociale rechten van veel inheemse volkeren onevenredig zwaar zijn getroffen door de humanitaire situatie, met name door de sluiting van de grenzen van Venezuela in februari 2019, hetgeen ernstige gevolgen had voor inheemse groepen zoals de Wayuu of de Pemón, van wie het traditionele grondgebied de grenzen overschrijdt;

F. overwegende dat de EU in reactie op de crisis 117,6 miljoen EUR aan noodhulp en ontwikkelingshulp heeft gemobiliseerd en samenwerkt met kwetsbare bevolkingsgroepen in Venezuela (60 % van de financiering) en zijn buurlanden (40 % van de financiering); overwegende dat de tot nu toe verzamelde steun waar de VN om vraagt voor zijn regionale vluchtelingen- en migrantenplan slechts 22 % van het gevraagde bedrag vertegenwoordigt (159 miljoen USD van de gevraagde 738 miljoen USD);

G. overwegende dat de EU ervan overtuigd blijft dat een vreedzame politieke democratische oplossing de enige duurzame manier is om uit de Venezolaanse crisis te komen en dat ze deelneemt aan outreach-activiteiten in Venezuela en via de internationale contactgroep en zijn speciaal adviseur samenwerkt met alle relevante actoren; overwegende dat de onderhandelingen tussen de de-factoregering en de oppositie na twee onderhandelingsronden in Oslo op 8 juli in Barbados zijn hervat; overwegende dat de EU zijn steun opnieuw heeft uitgesproken voor het door Noorwegen gefaciliteerde proces om tot een politieke en democratische oplossing voor de crisis te komen die moet leiden tot vrije en eerlijke verkiezingen met internationale waarneming;

H. overwegende dat de legerkapitein Rafael Acosta Arévalo op 29 juni 2019 is gestorven terwijl hij door de Venezolaanse veiligheidsdiensten in hechtenis werd gehouden; overwegende dat dit volgens de EU nogmaals de arbitraire aard van het rechtsstelsel in het land illustreert, evenals het gebrek aan garanties voor en rechten van gedetineerden;

1. spreekt zijn solidariteit met en onvoorwaardelijke steun voor de bevolking van Venezuela uit, die zucht onder de gevolgen van een ernstige politieke en humanitaire crisis;

2. herinnert aan zijn eerdere standpunt om elk voorstel of elke poging om de crisis door middel van geweld of militair ingrijpen op te lossen, categorisch van de hand te wijzen; bekrachtigt zijn eerdere standpunt dat een vreedzame, democratische en inclusieve oplossing de enige duurzame uitweg is uit de huidige politieke impasse en de ernstige sociale en humanitaire crisis die daar het gevolg van is;

3. steunt het lopende door Noorwegen gefaciliteerde proces en is verheugd dat beide partijen ermee hebben ingestemd een permanente vredesdialoog aan te gaan; benadrukt dat een dergelijk proces alleen succes kan hebben als minstens de volgende vertrouwenwekkende maatregelen worden getroffen: de vrijlating van politieke gevangenen en het opheffen van het verbod voor politici van de oppositie om zich kandidaat te stellen voor een openbare functie; de erkenning en eerbiediging van de constitutionele rol van de Nationale Vergadering; een evenwichtige samenstelling van de Nationale Kiesraad en een geactualiseerd nationaal kiesregister; het wegnemen van de belemmeringen voor een gelijke deelname aan de verkiezingen door te verzekeren dat alle politieke actoren zich onder gelijke voorwaarden verkiesbaar kunnen stellen en dat de winnaar van de verkiezingen onder gelijke en eerlijke voorwaarden en onder internationaal toezicht wordt erkend;

4. roept de Venezolaanse autoriteiten op ervoor te zorgen dat humanitaire hulp zonder politieke vooringenomenheid aan de gehele bevolking wordt verleend; herinnert eraan dat de Venezolaanse autoriteiten alle burgers moeten beschermen, met volledige eerbiediging van hun mensenrechten, en dat ze hun internationale verbintenissen om de rechtstaat en de fundamentele vrijheden te eerbiedigen, moeten nakomen; benadrukt in deze context dat alle milities of paramilitaire groeperingen aan banden moeten worden gelegd en zo snel mogelijk ontwapend moeten worden;

5. spreekt nogmaals zijn volledige steun uit voor de Nationale Vergadering, het legitieme democratische orgaan van Venezuela, waarvan de bevoegdheden moeten worden hersteld en geëerbiedigd, net als de prerogatieven en de veiligheid van haar leden; veroordeelt het feit dat de immuniteit van 22 parlementsleden is opgeheven en dat twee parlementsleden gevangen zijn genomen;

6. prijst de inspanningen van de overheden in de regio om Venezolaanse burgers die zich in een situatie van menselijke mobiliteit bevinden op gepaste wijze op te vangen, bekend als het proces van Quito; is ingenomen met de routekaart van het “Buenos Aires Chapter”, die bestaat uit specifieke maatregelen met betrekking tot onder meer mensenhandel, gezondheidszorg en de erkenning van academische kwalificaties; roept de EU op deze initiatieven aan te moedigen en te steunen teneinde een door Latijns-Amerika gestuurde reactie te waarborgen;

7. herinnert eraan dat de intimidatie van en aanvallen op inheemse volkeren, met inbegrip van hun leiders, moeten stoppen, en dat de autoriteiten hen moeten beschermen en alle nodige maatregelen moeten nemen om hun individuele en collectieve rechten te beschermen, met inbegrip van hun recht op land;

8. roept de Venezolaanse autoriteiten op een uitgebreid en onafhankelijk onderzoek te voeren naar de dood van kapitein Rafael Acosta Arévalo;

9. herinnert aan zijn voorstellen om indien mogelijk een officiële delegatie van het Europees Parlement op onderzoeksmissie te sturen naar het land; herinnert eraan dat het bereid is het toekomstige verkiezingsproces waar te nemen;

10. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de rechtmatige tijdelijke president alsook de Nationale Vergadering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, de regeringen en parlementen van de Groep van Lima, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering en de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten.

[1] PB C 285 van 29.8.2017, blz. 145.

[2] PB C 294 van 12.8.2016, blz. 21.

[3] PB C 316 van 30.8.2016, blz. 190.

[4] PB C 86 van 6.3.2018, blz. 101.

[5] PB C 298 van 23.8.2018, blz. 137.

[6] PB C 463 van 21.12.2018, blz. 61.

[7] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0199.

[8] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0313.

[9] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0436.

[10] Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0061.

[11] Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0327.

[12] PB L 276 van 7.11.2018, blz. 10.

Laatst bijgewerkt op: 17 juli 2019Juridische mededeling