Procedure : 2019/2730(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0010/2019

Ingediende teksten :

B9-0010/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 18/07/2019 - 7.4
CRE 18/07/2019 - 7.4
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0007

<Date>{15/07/2019}15.7.2019</Date>
<NoDocSe>B9‑0010/2019</NoDocSe>
PDF 148kWORD 55k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van een verklaring van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over de situatie in Venezuela</Titre>

<DocRef>(2019/2730(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Dita Charanzová, Andrus Ansip, Petras Auštrevičius, José Ramón Bauzá Díaz, Catherine Bearder, Izaskun Bilbao Barandica, Jordi Cañas, Catherine Chabaud, Olivier Chastel, Dacian Cioloș, Martina Dlabajová, Pascal Durand, Laurence Farreng, Valter Flego, Luis Garicano, Cristian Ghinea, Klemen Grošelj, Christophe Grudler, Bernard Guetta, Irena Joveva, Pierre Karleskind, Ondřej Kovařík, Ilhan Kyuchyuk, Javier Nart, Jan‑Christoph Oetjen, Urmas Paet, Maite Pagazaurtundúa, Dragoş Pîslaru, Samira Rafaela, Frédérique Ries, Stéphane Séjourné, Michal Šimečka, Susana Solís Pérez, Nicolae Ştefănuță, Ramona Strugariu, Irène Tolleret, Dragoş Tudorache, Hilde Vautmans, Marie‑Pierre Vedrenne</Depute>

<Commission>{Renew}namens de Renew-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0006/2019

B9‑0010/2019

Resolutie van het Europees Parlement over de situatie in Venezuela

(2019/2730(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien zijn eerdere resoluties over Venezuela, met name die van 8 februari 2018 over de situatie in Venezuela[1], van 3 mei 2018 over de verkiezingen in Venezuela[2], van 5 juli 2018 over de migratiecrisis en de humanitaire situatie in Venezuela en aan de grenzen van het land met Colombia en Brazilië[3], van 25 oktober 2018 over de situatie in Venezuela[4], van 31 januari 2019 over de situatie in Venezuela[5] en van 28 maart 2019 over de noodsituatie in Venezuela[6],

 gezien het verslag over Venezuela van de Hoge Commissaris voor de mensenrechten van de VN van 4 juli 2019,

 gezien de verklaringen van de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (VV/HV) over Venezuela van 10 januari 2019, 26 januari 2019, 24 februari 2019, 28 maart 2019, 30 april 2019 en 18 juni 2019,

 gezien het verslag van de Organisatie van Amerikaanse Staten (OAS) over Venezolaanse migranten en vluchtelingen van 8 maart 2019,

 gezien de vierde internationale technische vergadering van het proces van Quito, gehouden te Buenos Aires op 4 en 5 juli 2019,

 gezien de verklaring van de Groep van Lima van 30 april 2019,

 gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van 1948,

 gezien het Statuut van Rome inzake het Internationaal Strafhof,

 gezien de grondwet van Venezuela, met name artikel 233,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat bij de presidentsverkiezingen van 20 mei 2018 niet is voldaan aan de internationale minimumnormen voor een geloofwaardig verkiezingsproces; overwegende dat de EU, samen met andere regionale organisaties en democratische landen, noch die verkiezingen noch de autoriteiten die via dit onwettige proces aan de macht zijn gekomen, heeft erkend;

B. overwegende dat Nicolás Maduro op 10 januari 2019 voor het Venezolaanse hooggerechtshof op onrechtmatige wijze en in overtreding van de grondwettelijke orde de presidentiële macht heeft gegrepen; overwegende dat de wettig en democratisch gekozen voorzitter van de Nationale Vergadering, Juan Guaidó, op 23 januari 2019 werd beëdigd als interim-president van Venezuela overeenkomstig artikel 233 van de Venezolaanse grondwet;

C. overwegende dat de mensenrechtensituatie, de rechtsstaat en de democratie in Venezuela sinds de verkiezing van Nicolás Maduro in 2013 sterk zijn verslechterd; overwegende dat de politieke, economische, institutionele, sociale en multidimensionale humanitaire crisis in Venezuela tussen 2018 en 2019 aanzienlijk is verslechterd; overwegende dat een toenemend tekort aan geneesmiddelen en voedsel, massale schendingen van de mensenrechten, hyperinflatie, politieke onderdrukking, corruptie en geweld het leven van mensen in gevaar brengen, waardoor zij gedwongen worden het land te verlaten;

D. overwegende dat de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, Michelle Bachelet, van 19 tot en met 21 juni 2019 het land bezocht heeft; overwegende dat zij er bij de de facto-regering van Venezuela op heeft aangedrongen onmiddellijk concrete maatregelen te nemen om de ernstige schendingen van de mensenrechten in het land te beëindigen;

E. overwegende dat meer dan 7 miljoen mensen in Venezuela humanitaire bijstand nodig hebben; overwegende dat het regime van Maduro onvoldoende geprobeerd heeft de alarmerende en wijdverbreide humanitaire crisis aan te pakken en zo de verantwoordelijkheid heeft verwaarloosd die zij jegens haar eigen burgers heeft om de bevolking te beschermen en te voorzien in haar onderhoud; overwegende dat het regime het recht op voedsel heeft geschonden, met inbegrip van de verplichting van de staat om ervoor te zorgen dat de bevolking vrij is van honger; overwegende dat volgens de VN 3,7 miljoen Venezolanen ondervoed zijn, met name kinderen en zwangere vrouwen;

F. overwegende dat het gezondheidszorgstelsel in Venezuela op het punt staat in te storten, en dat ziekenhuizen er kampen met een tekort aan personeel, voorraden, geneesmiddelen en elektriciteit, wat tussen november 2018 en februari 2019 minstens 1 557 levens heeft geëist; overwegende dat het tekort aan essentiële geneesmiddelen in vier van de grootste steden van Venezuela, waaronder Caracas, oploopt van 60 tot 100 %; overwegende dat de moedersterfte is toegenomen en dat veel vrouwen het land hebben moeten verlaten om te bevallen; overwegende dat voorheen uitgeroeide ziekten zoals malaria, de ziekte van Chagas, dengue, zika en chikungunya opnieuw zijn opgedoken in Venezuela, en zich hebben kunnen verspreiden als gevolg van de slechte toestand van het gezondheidszorgstelsel; overwegende dat deze epidemieën zich tot buiten de grenzen van Venezuela zouden kunnen uitbreiden en op regionaal niveau een noodsituatie op het gebied van de volksgezondheid zouden kunnen veroorzaken;

G. overwegende dat wordt aangenomen dat ongeveer 4 miljoen mensen de afgelopen vier jaar het land hebben verlaten, te midden van ernstige tekorten aan voedsel, geneesmiddelen en basisvoorzieningen, een toename van geweld en misdaad, en repressie namens het regime; overwegende dat door deze migratie een grote druk is ontstaan op de buurlanden, maar ook in toenemende mate op de Europese Unie en op de Europese gebieden in het Caribisch gebied; overwegende dat tegen eind 2019 meer dan 5 miljoen Venezolanen gedwongen zullen zijn geweest te emigreren, waarmee dit de op één na grootste migratie- en vluchtelingencrisis ter wereld is;

H. overwegende dat van 22 parlementsleden, onder wie de voorzitter van de Nationale Vergadering, de parlementaire onschendbaarheid is opgeheven; overwegende dat twee parlementsleden gevangen zitten en zestien parlementsleden bescherming hebben gezocht in ambassades, het land hebben verlaten of zijn ondergedoken;

I. overwegende dat in het afgelopen anderhalf jaar tijdens veiligheidsoperaties in Venezuela bijna 7 000 personen zijn gedood; overwegende dat uit het rapport van de Mensenrechtenraad van de VN van 4 juli 2019 blijkt dat de autoriteiten doelbewust de FAES (de strijdtroepen van de Bolivariaanse nationale politie) en andere veiligheidstroepen inzetten om de bevolking bang te maken en de maatschappelijke controle te behouden; overwegende dat de gezinsleden van degenen die tijdens de protesten zijn gedood nog steeds verhinderd worden hun recht op de waarheid, gerechtigheid en schadeloosstelling uit te oefenen;

J. overwegende dat het regime stelselmatig foltering toepast om demonstranten te intimideren en te straffen, wat een klimaat van terreur creëert; overwegende dat in het verslag van de Mensenrechtenraad werd vastgesteld dat veiligheids- en inlichtingendiensten, met name de SEBIN (de Bolivariaanse inlichtingendienst) en het DGCIM (het directoraat-generaal Militaire Contraspionage), routinematig gebruikmaken van dergelijke praktijken; overwegende dat politieke gevangenen in Venezuela, vooral degenen die worden vastgehouden door het DGCIM, ook nu nog worden gemarteld en in afzondering worden gehouden, zonder dat zij contact kunnen opnemen met hun advocaten of familieleden, die vrezen voor hun leven en lichamelijke integriteit;

K. overwegende dat Rafael Acosta Arevalo, een kapitein-ter-zee die is gearresteerd en gefolterd omdat hij een moordcomplot tegen Nicolás Maduro zou hebben gesmeed, op 29 juni 2019 in gevangenschap is overleden; overwegende dat uit een uitgelekt autopsieverslag blijkt dat hij is geslagen en geëlektrocuteerd; overwegende dat het lichaam van kapitein Acosta zonder toestemming van zijn familie door overheidsfunctionarissen werd begraven;

L. overwegende dat Rufo Chacón, een 16 jaar oude Venezolaanse jongen, op 2 juli 2019 tijdens een protest tegen het gebrek aan benzine blind is geworden na een schot in het gezicht door officieren van de de facto-regering;

M. overwegende dat op de wereldtop van de Verenigde Naties in september 2005 alle lidstaten officieel de verantwoordelijkheid van elke staat hebben aanvaard om zijn bevolking te beschermen tegen misdaden tegen de menselijkheid; overwegende dat de lidstaten ook zijn overeengekomen dat, wanneer een staat deze verantwoordelijkheid niet nakomt, de internationale gemeenschap verplicht is bij te dragen tot de bescherming van de bevolking die door deze misdrijven wordt bedreigd;

1. spreekt nogmaals zijn volledige steun uit voor de legitieme interim-president, Juan Guaidó, overeenkomstig artikel 233 van de Venezolaanse grondwet; spreekt nogmaals zijn volledige steun uit voor de Nationale Vergadering, momenteel het enige legitiem verkozen democratische orgaan van Venezuela, waarvan de bevoegdheden moeten worden hersteld en geëerbiedigd, waaronder de prerogatieven en de veiligheid van haar leden; verzoekt alle EU-lidstaten Juan Guaidó te erkennen als de legitieme interim-president van Venezuela;

2. spreekt opnieuw zijn diepe bezorgdheid uit over de ernstige politieke, economische en humanitaire crises, die de levens van de Venezolanen in groot gevaar brengen en waarvan de gevolgen in de volledige regio voelbaar zijn;

3. veroordeelt krachtig de harde repressie en het geweld tegen burgers en de democratische oppositie door rechtshandhavings- en veiligheidsinstanties, met willekeurige opsluitingen, verwondingen en sterfgevallen tot gevolg; spreekt zijn solidariteit uit met de Venezolaanse bevolking en betuigt zijn oprechte medeleven aan de familieleden en vrienden van de slachtoffers;

4. onderstreept dat Nicolás Maduro en de veiligheidstroepen en inlichtingendiensten van zijn onwettige regime rechtstreeks verantwoordelijk zijn voor het willekeurige gebruik van geweld om de democratische en vreedzame oppositie tegen het regime te onderdrukken; veroordeelt het gebruik, in alle omstandigheden, van willekeurige opsluitingen, foltering en buitengerechtelijke executies, die krachtens internationale verdragen verboden zijn, met inbegrip van de verdragen waarbij Venezuela partij is;

5. veroordeelt de schendingen van het recht op voedsel en medische verzorging; dringt erop aan de beschikbaarheid en toegankelijkheid van voedsel, geneesmiddelen en gezondheidszorg te garanderen en daarbij bijzondere aandacht te geven aan diensten voor moeder en kind; verzoekt het regime van Maduro om onmiddellijk een kanaal open te stellen om humanitaire hulp aan het land mogelijk te maken;

6. benadrukt dat alle vervolging en selectieve repressie op politieke gronden gestopt, publiekelijk veroordeeld, bestraft en voorkomen moet worden; dringt er bij de autoriteiten op aan de veiligheid en de rechten van iedereen in gevangenschap in Venezuela te waarborgen en alle willekeurig vastgehouden personen vrij te laten;

7. is verontrust over de verergerende migratiecrisis in de volledige regio; verzoekt de Commissie te blijven samenwerken met de buurlanden die deze Venezolaanse migranten hebben ontvangen, niet alleen door humanitaire bijstand te verlenen, maar ook door in haar ontwikkelingsbeleid in meer middelen te voorzien;

8. wijst erop dat de lopende dialoog gebaseerd moet zijn op de routekaart van de Nationale Vergadering van Venezuela; dringt erop aan dat het hoofddoel van de dialoog een vreedzame overgang naar democratie moet zijn door de voorwaarden te scheppen voor vrije, transparante en geloofwaardige presidentsverkiezingen op basis van een overeengekomen kalender, eerlijke voorwaarden voor alle spelers, transparantie en de aanwezigheid van geloofwaardige internationale waarnemers;

9. herinnert degenen die in Venezuela aan de macht zijn aan hun verantwoordelijkheid om de Venezolaanse bevolking onder andere tegen mensenrechtenschendingen en misdrijven tegen de menselijkheid te beschermen; herinnert de internationale gemeenschap, en de EU en haar lidstaten in het bijzonder, aan het beginsel van de “verantwoordelijkheid tot bescherming”, op grond waarvan de Venezolaanse bevolking beschermd moet worden tegen misdrijven tegen de menselijkheid die worden begaan door de staat; herinnert eraan dat dit een collectieve verplichting is die door de lidstaten van de VN is overeengekomen om een humanitaire ramp met grotere gevolgen te voorkomen; verzoekt de internationale gemeenschap op gecoördineerde wijze en in het kader van de VN alle diplomatieke, humanitaire en vreedzame opties te evalueren, teneinde het beginsel van de “verantwoordelijkheid tot bescherming” toe te passen;

10. dringt er bij de Raad op aan bijkomende sancties op te leggen met betrekking tot buitenlandse activa van de illegale overheid alsook tegen degenen die verantwoordelijk zijn voor schendingen van de mensenrechten en repressie, en deze sancties uit te breiden tot hun familieleden; is van mening dat de EU-autoriteiten de bewegingsvrijheid van deze personen en van hun nauwste verwanten moeten beperken, en hun vermogensbestanddelen en visa moeten bevriezen; verzoekt de Raad dringend verdere economische maatregelen te onderzoeken, met inbegrip van het opleggen van sancties aan het oliebedrijf in staatseigendom Petróleos de Venezuela, S.A. (PDVSA);

11. herhaalt dat het zijn volledige steun biedt aan het onderzoek van het Internationaal Strafhof (ICC) naar de talrijke misdrijven en daden van onderdrukking door het Venezolaanse regime, waaronder een aantal misdrijven tegen de menselijkheid; dringt er bij de EU en haar lidstaten op aan zich aan te sluiten bij het initiatief van verschillende staten die partij zijn bij het ICC om de misdrijven tegen de menselijkheid van de de facto regering-Maduro te onderzoeken, teneinde de schuldigen ter verantwoording te roepen;

12. steunt het initiatief om een onderzoekscommissie bij de Mensenrechtenraad van de VN in te stellen, teneinde de individuele verantwoordelijkheden met betrekking tot de systematische schendingen van de mensenrechten in Venezuela te bepalen; steunt ook de oproep van de Mensenrechtenraad om een onpartijdig en onafhankelijk nationaal mechanisme in te stellen, met hulp van de internationale gemeenschap, om de standrechtelijke executies te onderzoeken die tijdens veiligheidsoperaties worden uitgevoerd, om ervoor te zorgen dat de verantwoordelijken ter verantwoording worden geroepen, en om de families van de slachtoffers een schadevergoeding te geven en bescherming te bieden tegen intimidatie en represailles;

13. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de rechtmatige interim-president alsook de Nationale Vergadering van de Bolivariaanse Republiek Venezuela, de regeringen en parlementen van de landen van de Groep van Lima, de Euro-Latijns-Amerikaanse Parlementaire Vergadering en de secretaris-generaal van de Organisatie van Amerikaanse Staten.

 

[1] PB C 463 van 21.12.2018, blz. 61.

[2] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0199.

[3] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0313.

[4] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0436.

[5] Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0061.

[6] Aangenomen teksten, P8_TA(2019)0327.

Laatst bijgewerkt op: 17 juli 2019Juridische mededeling