Procedure : 2019/2819(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0099/2019

Ingediende teksten :

B9-0099/2019

Debatten :

PV 18/09/2019 - 17
CRE 18/09/2019 - 17

Stemmingen :

PV 19/09/2019 - 7.5
CRE 19/09/2019 - 7.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0021

<Date>{17/09/2019}17.9.2019</Date>
<NoDocSe>B9‑0099/2019</NoDocSe>
PDF 135kWORD 54k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over het belang van Europese herdenking voor de toekomst van Europa</Titre>

<DocRef>(2019/2819(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Kati Piri, Isabel Santos</Depute>

<Commission>{S&D}namens de S&D-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0097/2019

B9‑0099/2019

Resolutie van het Europees Parlement over het belang van Europese herdenking voor de toekomst van Europa

(2019/2819(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien de universele beginselen van mensenrechten en de fundamentele beginselen van de Europese Unie als een gemeenschap gebaseerd op gedeelde waarden,

 gezien de Universele verklaring van de rechten van de mens, aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 10 december 1948,

 gezien de verklaring van 22 augustus 2019 van eerste vicevoorzitter Timmermans en commissaris Jourová voorafgaand aan de pan-Europese herdenkingsdag voor de slachtoffers van alle totalitaire en autoritaire regimes,

 gezien het verslag van 9 mei 2017 van de speciaal rapporteur van de VN over hedendaagse vormen van racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante vormen van onverdraagzaamheid,

 gezien resolutie 71/179 van de Algemene Vergadering van de VN van 19 december 2016 getiteld “Combating glorification of Nazism, neo-Nazism and other practices that contribute to fuelling contemporary forms of racism, racial discrimination, xenophobia and related intolerance” (Bestrijding van verheerlijking van nazisme, neonazisme en andere praktijken die bijdragen tot het aanwakkeren van hedendaagse vormen van racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante vormen van onverdraagzaamheid),

 gezien zijn resolutie van 25 oktober 2018 over de opkomst van neofascistisch geweld in Europa[1],

 gezien zijn resolutie van 12 mei 2005 over de zestigste verjaardag van het einde van de Tweede Wereldoorlog in Europa op 8 mei 1945[2],

 gezien Kaderbesluit 2008/913/JBZ van de Raad van 28 november 2008 betreffende de bestrijding van bepaalde vormen en uitingen van racisme en vreemdelingenhaat door middel van het strafrecht[3],

 gezien de Verklaring van Praag over het Europese geweten en het communisme, die op 3 juni 2008 werd aangenomen,

 gezien zijn verklaring van 23 september 2008 over de proclamatie van 23 augustus als Europese herdenkingsdag voor de slachtoffers van het stalinisme en het nazisme[4],

 gezien zijn resolutie van 2 april 2009 over het Europese geweten en het totalitarisme[5],

 gezien het verslag van de Commissie van 22 december 2010 over de herinnering aan de misdaden van totalitaire regimes in Europa (COM(2010)0783),

 gezien de conclusies van de Raad van 9 en 10 juni 2011 over de herinnering aan de misdaden van totalitaire regimes in Europa,

 gezien de Verklaring van Warschau van 23 augustus 2011 ter gelegenheid van de Europese herdenkingsdag voor de slachtoffers van totalitaire regimes,

 gezien de gezamenlijke verklaring van de vertegenwoordigers van de regeringen van acht EU-lidstaten van 23 augustus 2018 ter herdenking van de slachtoffers van het communisme,

 gezien de in diverse delen van de wereld opgerichte waarheids- en rechtvaardigheidscommissies, die diegenen die onder de vele voormalige autoritaire en totalitaire regimes hebben geleefd, hebben geholpen hun geschillen achter zich te laten en zich met elkaar te verzoenen,

 gezien zijn op 13 januari 1983 aangenomen resolutie over de situatie in Estland, Letland en Litouwen[6],

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) is vastgelegd dat eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren, de waarden zijn waarop de Unie berust; overwegende dat alle lidstaten deze waarden delen;

B. overwegende dat in de 20e eeuw miljoenen slachtoffers in Europa door totalitaire en autoritaire regimes zijn gedeporteerd, gevangengezet, gemarteld en vermoord; overwegende dat de unieke aard van de Holocaust gepleegd door het naziregime nooit mag worden vergeten;

C. overwegende dat de Sovjet-Unie en nazi-Duitsland tachtig jaar geleden, op 23 augustus 1939, een niet-aanvalsverdrag ondertekenden, bekend als het Molotov-Ribbentroppact, vergezeld van geheime protocollen, waarin Europa en het grondgebied van onafhankelijke landen door de twee totalitaire regimes werden opgedeeld in belangensferen, en waarmee de weg werd geëffend voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog;

D. overwegende dat het Molotov-Ribbentroppact gevolgd door het grens- en vriendschapsverdrag tussen nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie van 28 september 1939 de rechtstreekse aanleiding zijn geweest voor de invasie van de Poolse Republiek, eerst door Hitler en twee weken later door Stalin, waardoor de Poolse onafhankelijkheid werd opgeheven; overwegende dat de Sovjet-Unie op 30 november 1939 een agressieve oorlog begon tegen Finland, en in juni 1940 delen van Roemenië bezette en annexeerde – gebieden die nooit zijn teruggegeven – en de onafhankelijke republieken Litouwen, Letland en Estland met geweld inlijfde; overwegende dat op 23 augustus 1989, 50 jaar na het Molotov-Ribbentroppact, de slachtoffers van totalitaire regimes werden herdacht met “de Baltische Weg”, een unieke demonstratie van twee miljoen Litouwers, Letten en Esten;

E. overwegende dat na de nederlaag van het naziregime en het einde van de Tweede Wereldoorlog in een deel van de Europese landen een periode van naoorlogse wederopbouw en verzoening aanbrak, terwijl andere Europese landen nog lang onder een dictatuur hebben geleden – sommige onder Sovjetbezetting – en dat de burgers van deze landen nog steeds vrijheid, democratie, waardigheid, mensenrechten en socio-economische ontwikkeling werden ontzegd;

F. overwegende dat de herdenking van slachtoffers van totalitaire en autoritaire regimes en de erkenning en het bewustzijn van de gedeelde Europese erfenis van misdaden die zijn gepleegd door stalinistische, nazistische en andere dictaturen, van wezenlijk belang zijn voor de eenheid van Europa en haar volkeren, alsook om de EU weerbaar te maken tegen hedendaagse externe dreigingen;

G. overwegende dat openlijk neofascistische, neonazistische, racistische en xenofobe groeperingen en politieke partijen oproepen tot haat en geweld in de samenleving en ons eraan herinneren waartoe zij in staat waren in het verleden;

H. overwegende dat de online verspreiding van haatzaaiende uitingen vaak leidt tot een toename van geweld, ook door neofascistische groeperingen;

1. benadrukt dat de pan-Europese herdenkingsdag voor de slachtoffers van alle totalitaire en autoritaire regimes, die elk jaar op 23 augustus plaatsvindt, ons eraan herinnert dat waardigheid, vrijheid, democratie, de rechtsstaat en mensenrechten kostbare verworvenheden zijn, en dat vrede, democratie en grondrechten niet vanzelfsprekend zijn;

2. herdenkt alle slachtoffers van het nazisme, stalinisme en andere totalitaire en autoritaire regimes; benadrukt dat deze gedachtenis aan de slachtoffers de waarde van de vrede en voorspoed die de Unie heeft gebracht kracht bijzet;

3. benadrukt dat de Tweede Wereldoorlog, de meest verwoestende oorlog in de Europese geschiedenis, is begonnen als direct gevolg van het beruchte niet-aanvalsverdrag tussen nazi-Duitsland en de Sovjet-Unie van 23 augustus 1939, ook bekend als het Molotov-Ribbentroppact en zijn geheime protocollen, waarmee twee totalitaire regimes Europa in twee invloedssferen hebben verdeeld;

4. herhaalt dat in de 20e eeuw nazistische, stalinistische en andere totalitaire en autoritaire regimes verantwoordelijk zijn geweest voor massamoorden, genocide, deportaties en het verlies van mensenlevens en vrijheden op een schaal die in de geschiedenis van de mensheid nog nooit eerder was gezien;

5. veroordeelt het historisch revisionisme en de verheerlijking van nazicollaborateurs in sommige lidstaten; is ernstig bezorgd over de toenemende normalisering van fascisme, racisme, vreemdelingenhaat en andere vormen van onverdraagzaamheid in de Europese Unie, en maakt zich zorgen over berichten uit sommige lidstaten dat politieke leiders, politieke partijen en rechtshandhavingsinstanties contacten onderhouden met neofascisten en neonazi’s;

6. dringt er bij de lidstaten op aan om alle vormen van ontkenning van de Holocaust, waaronder het bagatelliseren en minimaliseren van de misdaden die zijn begaan door de nazi’s en hun collaborateurs, te veroordelen en te bestrijden, onder meer door het bagatelliseren van de misdaden in het politieke discours en de media te voorkomen;

7. pleit voor een gemeenschappelijke cultuur van gedenken, waarbij de misdaden van fascistische, stalinistische en andere totalitaire en autoritaire regimes uit het verleden scherp worden afgekeurd om zo weerbaarder te worden tegen moderne dreigingen voor de democratie, met name onder de jongere generaties;

8. spoort de lidstaten aan onderwijs door middel van culturele uitingen voor een groot publiek over de diversiteit van onze samenleving en onze gemeenschappelijke geschiedenis te bevorderen, inclusief onderwijs over de wreedheden die zijn begaan in de Tweede Wereldoorlog, zoals de Holocaust, en de systematische en jarenlange ontmenselijking van de slachtoffers;

9. dringt er bij de lidstaten op aan ervoor te zorgen dat zij aan de bepalingen van het kaderbesluit van de Raad voldoen, organisaties die in de publieke ruimte en online haatzaaiende taal en geweld verspreiden te bestrijden en neofascistische en neonazistische groeperingen en andere stichtingen of verenigingen die nazisme en fascisme verheerlijken doeltreffend te verbieden, waarbij de nationale rechtsorde en jurisdictie worden geëerbiedigd;

10. verzoekt de Commissie projecten in het kader van historische herinnering en herdenking in de lidstaten en de activiteiten van het Platform van Europese herinnering en geweten doeltreffend te ondersteunen, en in het kader van het programma “Europa voor de burger” voldoende financiële middelen ter beschikking te stellen om het gedenken en herdenken van de slachtoffers van totalitaire en autoritaire regimes te ondersteunen;

11. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

 

[1] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0428.

[2] PB C 92 E van 20.4.2006, blz. 392.

[3] PB L 328 van 6.12.2008, blz. 55.

[4] PB C 8 E van 14.1.2010, blz. 57.

[5] PB C 137 E van 27.5.2010, blz. 25.

[6] PB C 42 van 14.2.1983, blz. 77.

Laatst bijgewerkt op: 18 september 2019Juridische mededeling - Privacybeleid