Procedure : 2019/2819(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0100/2019

Ingediende teksten :

B9-0100/2019

Debatten :

PV 18/09/2019 - 17
CRE 18/09/2019 - 17

Stemmingen :

PV 19/09/2019 - 7.5
CRE 19/09/2019 - 7.5
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0021

<Date>{17/09/2019}17.9.2019</Date>
<NoDocSe>B9‑0100/2019</NoDocSe>
PDF 141kWORD 53k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over het belang van Europese herinnering voor de toekomst van Europa</Titre>

<DocRef>(2019/2819(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Michal Šimečka, Frédérique Ries, Ramona Strugariu, Katalin Cseh, Ondřej Kovařík, Vlad‑Marius Botoş, Izaskun Bilbao Barandica, Jan‑Christoph Oetjen, Christophe Grudler</Depute>

<Commission>{Renew}namens de Renew-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0097/2019

B9‑0100/2019

Resolutie van het Europees Parlement over het belang van Europese herinnering voor de toekomst van Europa

(2019/2819(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien de universele beginselen van mensenrechten en de fundamentele beginselen van de Europese Unie als een gemeenschap gebaseerd op gedeelde waarden,

 gezien de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de VN, die op 10 december 1948 werd aangenomen,

 gezien Resolutie 1481 (2006) van de Parlementaire Vergadering van de Raad van Europa van 26 januari 2006 over de noodzaak van internationale veroordeling van de misdaden van totalitaire communistische regimes,

 gezien Kaderbesluit 2008/913/JBZ van de Raad van 28 november 2008 betreffende de bestrijding van bepaalde vormen en uitingen van racisme en vreemdelingenhaat door middel van het strafrecht[1],

 gezien de Verklaring van Praag over het Europese geweten en het communisme, die op 3 juni 2008 werd aangenomen,

 gezien zijn verklaring over de proclamatie van 23 augustus als Europese herdenkingsdag voor de slachtoffers van het stalinisme en het nazisme, die op 23 september 2008 werd aangenomen,

 gezien zijn resolutie van 2 april 2009 over het Europese geweten en het totalitarisme[2],

 gezien de gezamenlijke verklaring van de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten van de Europese Unie van 23 augustus 2018 ter herdenking van de slachtoffers van het communisme,

 gezien zijn talrijke resoluties over democratie en de eerbiediging van de fundamentele rechten en vrijheden, met inbegrip van zijn resolutie van 12 mei 2005 over de zestigste verjaardag van het einde van de Tweede Wereldoorlog in Europa op 8 mei 1945[3], zijn resolutie van 23 oktober 2008 over de herdenking van de Holodomor, de doelbewust veroorzaakte hongersnood in Oekraïne (1932-1933)[4], en zijn resolutie van 15 januari 2009 over Srebrenica[5],

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de communistische Sovjet-Unie en nazi-Duitsland 80 jaar geleden, op 23 augustus 1939, een niet-aanvalsverdrag ondertekenden, bekend als het Molotov-Ribbentroppact, vergezeld van geheime protocollen, waarin Europa en het grondgebied van de onafhankelijke landen tussen deze twee totalitaire regimes werden opgedeeld in belangensferen, hetgeen de weg effende voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog;

B. overwegende dat de herinnering aan Europa's tragische verleden levend moet worden gehouden, teneinde de slachtoffers in ere te houden, de daders te veroordelen, en de basis te leggen voor een verzoening die op de waarheid en herinnering stoelt; overwegende dat het dit jaar 80 jaar geleden is dat de Tweede Wereldoorlog uitbrak, waarmee een periode van niet eerder gezien menselijk lijden begon en de decennialang durende bezetting van Europese landen werd ingeluid;

C. overwegende dat de Europese integratie vanaf het begin een reactie vormde op niet alleen het leed dat door de twee wereldoorlogen werd aangericht en op de nazi-tirannie, die tot de holocaust leidde, maar ook op de expansie van totalitaire en ondemocratische communistische regimes in Midden- en Oost-Europa, en tevens een middel was om de grote verdeeldheid en vijandschap in Europa door samenwerking en integratie te overbruggen, en om oorlog te beëindigen en de democratie in Europa veilig te stellen;

D. overwegende dat het proces van Europese integratie een succes is en geleid heeft tot een Europese Unie waar ook de landen van Midden- en Oost-Europa die vanaf het eind van de Tweede Wereldoorlog tot het begin van de jaren 90 onder communistische regimes leefden, deel van uitmaken, en verder overwegende dat de eerdere toetredingen van Griekenland, Spanje en Portugal er mede voor hebben gezorgd dat de democratie in Zuid-Europa wortel heeft geschoten;

E. overwegende dat de Europese Unie in 2012 de Nobelprijs voor de vrede heeft gekregen voor haar meer dan 60 jaar durende bijdrage aan de bevordering van vrede, verzoening, democratie en mensenrechten in Europa;

F. overwegende dat extremistische en xenofobe krachten in Europa steeds vaker hun toevlucht nemen tot verdraaiing van de historische feiten, en gebruik maken van symbolisme en retoriek die doet denken aan aspecten van totalitaire propaganda, waaronder racisme, antisemitisme, en haat tegen seksuele en andere minderheden;

G. overwegende dat de geschiedenis van de Europese integratie als antithese tegen totalitaire onderdrukking en vernietiging door alle burgers van de EU en alle lidstaten, ongeacht geografie, wordt gedeeld, en als basis moet dienen voor Europese solidariteit en een gedeelde lotsbestemming;

1. betuigt zijn grote respect voor alle slachtoffers van de totalitaire en ondemocratische regimes in Europa en betuigt zijn dank aan degenen die tegen de tirannie en onderdrukking gestreden hebben;

2. bekrachtigt zijn toegewijdheid aan een vreedzaam en welvarend Europa dat gegrondvest is op de waarden van eerbiediging van de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten;

3. benadrukt dat het belangrijk is de herinnering aan het verleden levend te houden, omdat er geen sprake kan zijn van verzoening zonder herinnering, en herhaalt dat het een gesloten front wil vormen tegen elke vorm van totalitarisme, ongeacht de ideologische achtergrond;

4. brengt in herinnering dat de laatste daad van volkerenmoord in Europa plaatsvond in Srebrenica in juli 1995 en geeft aan dat we voortdurend waakzaam moeten zijn in de strijd tegen ondemocratische, xenofobe, autoritaire of totalitaire ideeën en tendensen;

5. benadrukt dat de herinnering aan de misdrijven van de totalitaire en ondemocratische regimes onder de bevolking van Europa alleen levend kan worden gehouden door de documentatie en getuigenissen van Europa's woelige verleden te steunen, aangezien er geen sprake kan zijn van verzoening zonder herinnering;

6. verzoekt alle lidstaten van de EU 23 augustus te vieren als de Europese Herdenkingsdag voor de slachtoffers van totalitaire regimes op zowel EU- als regeringsniveau, alsook het besef bij de jongere generatie van dit onderwerp te vergroten, door de geschiedenis en de bestudering van de gevolgen van de totalitaire regimes aan de curricula en lesboeken van alle scholen in de EU toe te voegen;

7. wijst erop dat het Molotov-Ribbentroppact en de geheime protocollen daarbij er onverminderd van getuigen hoe agressieve machtspolitiek en de logica van invloedsferen tot vernietiging en onderdrukking leiden; beklemtoont dat het Europese project van vreedzame samenwerking en gedeelde soevereiniteit de beste waarborg vormt tegen de terugkeer van machtspolitiek en breuklijnen op het Europese continent, en verzoekt de Commissie en de lidstaten deze beginselen ook in het externe en nabuurschapsbeleid van de EU leidend te laten zijn;

8. veroordeelt uitingen en de verspreiding van totalitaire ideologieën, zoals het nazisme en het stalinisme, in de EU;

9. maakt zich zorgen over de opkomst van extremistische bewegingen en het toenemende gebruik van xenofobe taal dat doet denken aan Europa’s totalitaire verleden, waaronder in de vorm van haat tegen en discriminatie van de LGBTI-gemeenschap, Roma en andere etnische en religieuze minderheden, en vluchtelingen, en verzoekt de Commissie en de lidstaten te strijden tegen alle vormen van extremisme en de verspreiding van haatzaaiende uitspraken online;

10. geeft aan dat de volkeren van Europa er door vrijwillig te kiezen voor de Europese integratie als een model van vrede en verzoening blijk van hebben gegeven zich te willen inzetten voor een gedeelde toekomst, en dat de Europese Unie een bijzondere verantwoordelijkheid draagt om niet alleen ín, maar ook buíten de Unie de democratie, de eerbiediging van de mensenrechten en de rechtsstaat te bevorderen en te waarborgen;

11. verzoekt de Commissie en de lidstaten zich meer inspanningen te getroosten om het onderricht van de Europese geschiedenis te versterken, en met nadruk te wijzen op het historisch succes van de Europese integratie en op het scherpe contrast tussen het tragische verleden enerzijds en de vreedzame en democratische maatschappelijke orde van de Europese Unie van vandaag anderzijds;

12. verzoekt de Commissie en de lidstaten te streven naar een gedeeld begrip van en onderricht in de Europese integratie als tegengif tegen totalitaire vernietiging, zowel van nazi- als stalinistische signatuur, te werken aan een gemeenschappelijk besef van geschiedenis en identiteit bij de burgers van de EU, en een eind te maken aan eventueel nog bestaande breuklijnen tussen oudere en nieuwere lidstaten;

13. herhaalt eens te meer zijn niet-aflatende steun voor versterkte internationale rechtspraak, middels het Internationaal Strafhof en andere speciale rechtbanken; verzoekt de Commissie doeltreffende steun te verlenen aan projecten in verband met herinnering en herdenking van de geschiedenis in de lidstaten en aan de activiteiten van het Platform Europese nagedachtenis en Europees geweten, alsook - in het kader van het programma "Europa voor de burger" - adequate financiële middelen toe te wijzen aan ondersteuning van de nagedachtenis en herdenking van de slachtoffers van totalitarisme;

14. beklemtoont dat alle Europese landen hun tragische verleden en historische erfenis onder ogen moeten zien; wijst erop dat de burgers van Rusland het grootste slachtoffer van het voormalige communistische regime zijn en dat de democratie niet volledig tot ontwikkeling zal komen zo lang als het stalinistische regime wordt vergoelijkt of opgehemeld;

15. beklemtoont dat Europa’s tragische verleden als morele en politieke inspiratie moet blijven dienen bij het aanpakken van de uitdagingen waarvoor de wereld van vandaag ons stelt, waaronder de bestrijding van ongelijkheid in de wereld, de klimaatverandering, de migratie- en vluchtelingenstromen, het tot stand brengen van open en verdraagzame samenlevingen en gemeenschappen waarin etnische, religieuze en seksuele minderheden niet worden buitengesloten, en het creëren van omstandigheden waarin eenieder de vruchten kan plukken van de Europese waarden;

16. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en parlementen van de lidstaten, de regeringen en parlementen van de kandidaat-lidstaten, de regeringen en parlementen van de met de Europese Unie geassocieerde landen, en de regeringen en parlementen van de landen die lid zijn van de Raad van Europa.

 

[1] PB L 328 van 6.12.2008, blz. 55.

[2] PB C 137 E van 27.5.2010, blz. 25.

[3] PB C 92 E van 20.4.2006, blz. 392.

[4] PB C 15 E van 21.1.2010, blz. 78.

[5] PB C 46 E van 24.2.2010, blz. 111.

Laatst bijgewerkt op: 18 september 2019Juridische mededeling