Procedure : 2019/2826(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0104/2019

Ingediende teksten :

B9-0104/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 10/10/2019 - 8.6

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0027

<Date>{01/10/2019}1.10.2019</Date>
<NoDocSe>B9‑0104/2019</NoDocSe>
PDF 159kWORD 67k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 112, leden 2 en 3, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over het ontwerp van uitvoeringsverordening van de Commissie tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur voor de werkzame stoffen amidosulfuron, beta-cyfluthrin, bifenox, chlorotoluron, clofentezine, clomazone, cypermethrin, daminozide, deltamethrin, dicamba, difenoconazole, diflubenzuron, diflufenican, fenoxaprop-P, fenpropidin, fludioxonil, flufenacet, fosthiazaat, indoxacarb, lenacil, MCPA, MCPB, nicosulfuron, picloram, prosulfocarb, pyriproxyfen, thiophanate-methyl, triflusulfuron en tritosulfuron</Titre>

<DocRef>(D062951/02 – 2019/2826(RSP))</DocRef>


<Commission>{ENVI}Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid</Commission>

Verantwoordelijk lid: <Depute>Anja Hazekamp</Depute>


B9‑0104/2019

Resolutie van het Europees Parlement over het ontwerp van uitvoeringsverordening van de Commissie tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur voor de werkzame stoffen amidosulfuron, beta-cyfluthrin, bifenox, chlorotoluron, clofentezine, clomazone, cypermethrin, daminozide, deltamethrin, dicamba, difenoconazole, diflubenzuron, diflufenican, fenoxaprop-P, fenpropidin, fludioxonil, flufenacet, fosthiazaat, indoxacarb, lenacil, MCPA, MCPB, nicosulfuron, picloram, prosulfocarb, pyriproxyfen, thiophanate-methyl, triflusulfuron en tritosulfuron

(D062951/02 – 2019/2826(RSP))

 

Het Europees Parlement,

 gezien het ontwerp van uitvoeringsverordening van de Commissie tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur voor de werkzame stoffen amidosulfuron, beta-cyfluthrin, bifenox, chlorotoluron, clofentezine, clomazone, cypermethrin, daminozide, deltamethrin, dicamba, difenoconazole, diflubenzuron, diflufenican, fenoxaprop-P, fenpropidin, fludioxonil, flufenacet, fosthiazaat, indoxacarb, lenacil, MCPA, MCPB, nicosulfuron, picloram, prosulfocarb, pyriproxyfen, thiophanate-methyl, triflusulfuron en tritosulfuron (D062951/02),

 gezien Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad[1], en met name artikel 21 en artikel 17, lid 1,

 gezien Uitvoeringsverordening (EU) 2015/408 van de Commissie van 11 maart 2015 inzake uitvoering van artikel 80, lid 7, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot vaststelling van een lijst van stoffen die in aanmerking komen om te worden vervangen[2],

 gezien de artikelen 11 en 13 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren[3],

 gezien zijn resolutie van 13 september 2018 over de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 1107/2009 betreffende gewasbeschermingsmiddelen[4],

 gezien artikel 112, leden 2 en 3, van zijn Reglement,

 gezien de ontwerpresolutie van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,

A. overwegende dat chlorotoluron op 1 maart 2006 middels Richtlijn 2005/53/EG[5] van de Commissie in bijlage I bij Richtlijn 91/414/EEG[6] van de Raad is opgenomen, en geacht wordt te zijn goedgekeurd krachtens Verordening (EG) nr. 1107/2009;

B. overwegende dat sinds 2013 een procedure loopt voor het verlengen van de goedkeuring voor chlorotoluron onder Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012[7] van de Commissie;

C. overwegende dat de geldigheidsduur voor de werkzame stof chlorotoluron reeds met een jaar is verlengd middels Uitvoeringsverordening (EU) nr. 533/2013 van de Commissie[8], vervolgens met een jaar middels Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1511 van de Commissie[9], nog eens met een jaar middels Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1262 van de Commissie[10], en nu nog eens met een jaar middels dit ontwerp van uitvoeringsverordening van de Commissie, waarmee de geldigheidsduur zou worden verlengd tot 31 oktober 2020;

D. overwegende dat de Commissie heeft nagelaten de redenen voor de verlenging uit te leggen en alleen het volgende stelt: “Aangezien de beoordeling van die stoffen om redenen buiten de wil van de aanvragers is uitgesteld, zal de goedkeuring van die werkzame stoffen waarschijnlijk vervallen voordat een besluit over de verlenging ervan is genomen”;

E. overwegende dat Verordening (EG) nr. 1107/2009 tot doel heeft een hoog niveau van bescherming van de gezondheid van mens en dier en van het milieu te waarborgen, en tegelijkertijd het concurrentievermogen van de landbouw in de Unie te vrijwaren; overwegende dat de bescherming van kwetsbare bevolkingsgroepen zoals zwangere vrouwen, zuigelingen en kinderen bijzondere aandacht verdient;

F. overwegende dat het voorzorgsbeginsel moet worden toegepast, en overwegende dat in Verordening (EG) nr. 1107/2009 wordt gespecificeerd dat gewasbeschermingsmiddelen uitsluitend stoffen mogen bevatten waarvan is aangetoond dat zij een duidelijk voordeel inhouden voor de teelt van planten en waarvan niet wordt verwacht dat zij een schadelijke uitwerking op de gezondheid van mens en dier of onaanvaardbare effecten voor het milieu hebben;

G. overwegende dat in Verordening (EG) nr. 1107/2009 wordt bepaald dat met het oog op de veiligheid de goedkeuringsperiode voor werkzame stoffen in de tijd beperkt moet zijn; overwegende dat de goedkeuringsperiode in verhouding moet staan tot de mogelijke risico's die aan het gebruik van dergelijke stoffen verbonden zijn, maar dat deze evenredigheid hier duidelijk ontbreekt;

H. overwegende dat chlorotoluron in de 13 jaar sinds de goedkeuring ervan als werkzame stof als een waarschijnlijke hormoonontregelaar is geïdentificeerd, maar dat de goedkeuring ervan gedurende die periode niet is herzien of ingetrokken;

I. overwegende dat de Commissie en de lidstaten de mogelijkheid en de verantwoordelijkheid hebben om te handelen overeenkomstig het voorzorgsbeginsel wanneer de mogelijkheid van schadelijke effecten voor de gezondheid geïdentificeerd zijn maar er nog wetenschappelijke onzekerheid bestaat, in concreto door voorlopige risicobeheermaatregelen vast te stellen die noodzakelijk zijn om een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid te waarborgen;

J. overwegende, meer in het bijzonder, dat artikel 21 van Verordening (EG) nr. 1107/2009 bepaalt dat de Commissie de goedkeuring van een werkzame stof te allen tijde opnieuw kan bekijken, met name wanneer zij in het licht van nieuwe wetenschappelijke en technische kennis meent dat er aanwijzingen zijn dat de stof niet langer voldoet aan de in artikel 4 bepaalde goedkeuringscriteria, en overwegende dat deze herziening kan leiden tot intrekking of wijziging van de goedkeuring;

Hormoonontregelende eigenschappen

K. overwegende dat, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad[11], chlorotoluron een geharmoniseerde indeling heeft als zeer giftig voor in het water levende organismen, zeer giftig voor in het water levende organismen, met langdurige gevolgen, verdacht van het veroorzaken van kanker (Kank. 2) en verdacht van het schaden van het ongeboren kind (Voortpl. 2); 

L. overwegende dat chlorotoluron in 2015 is opgenomen op de lijst van stoffen die in aanmerking komen om te worden vervangen van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/408 van de Commissie omdat de stof geacht werd een hormoonontregelende werking te hebben met mogelijkerwijs negatieve effecten op de mens en omdat hij voldeed aan de criteria om als een persistente toxische stof te worden beschouwd;

M. overwegende dat in punt 3.6.5 van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 1107/2009 wordt bepaald dat een werkzame stof slechts kan worden goedgekeurd wanneer hij niet wordt geacht hormoonontregelende eigenschappen te hebben die schadelijk kunnen zijn voor de mens, tenzij de blootstelling van mensen aan die werkzame stof, die beschermstof of die synergist in een gewasbeschermingsmiddel in realistische voorgestelde gebruiksomstandigheden te verwaarlozen is, dat wil zeggen dat het middel wordt gebruikt in gesloten systemen of in andere omstandigheden die contact met mensen uitsluiten en waarbij residuen van de werkzame stof, de beschermstof of de synergist in kwestie in levensmiddelen en diervoeders de overeenkomstig artikel 18, lid 1, onder b), van Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde standaardwaarde niet overschrijden[12];

N. overwegende dat het onaanvaardbaar is dat een stof waarvan bekend is dat deze voldoet aan de “cut-off” criteria voor werkzame stoffen die mutageen, kankerverwekkend of giftig voor de voortplanting zijn, of een hormoonontregelende werking hebben, die tot doel hebben de gezondheid van mensen en het milieu te beschermen, goedgekeurd blijft voor gebruik in de Unie, met alle risico’s van dien voor de menselijke gezondheid en het milieu;

O. overwegende dat aanvragers het in de werkmethoden van de Commissie ingebouwde automatisme van onmiddellijke verlenging van de geldigheidsperioden van werkzame stoffen in gevallen waarin de herziening van de risico’s nog niet afgerond is “gebruiken” door het herzieningsproces opzettelijk te vertragen middels het indienen van onvolledige gegevens en van verzoeken om meer afwijkingen en speciale voorwaarden, hetgeen onaanvaardbare risico’s voor het milieu en de menselijke gezondheid oplevert, aangezien de blootstelling aan de gevaarlijke stof gedurende die periode doorgaat;

P. overwegende dat het Parlement de Commissie en de lidstaten in zijn resolutie van 13 september 2009 over de uitvoering van Verordening (EG) nr. 1107/2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen[13] heeft verzocht “ervoor te zorgen dat de procedurele verlenging van de geldigheidsperiode voor de duur van de procedure, overeenkomstig artikel 17 van de verordening, niet zal worden gebruikt voor werkzame stoffen die mutageen, kankerverwekkend en giftig voor de voortplanting zijn en dus opgenomen zijn in categorie 1A of 1B, of voor werkzame stoffen die hormoonontregelende eigenschappen hebben en schadelijk zijn voor mens of dier, zoals momenteel het geval is voor stoffen als flumioxazine, thiacloprid, chlorotoluron en dimoxystrobin”;

Q. overwegende dat het Nederlandse parlement aangegeven heeft bezorgd te zijn over deze verlengingen en ertoe heeft opgeroepen geen verlengingen meer toe te staan voor stoffen waarvan bekend is dat ze een significante bedreiging vormen voor de biodiversiteit (in het bijzonder bijen en hommels), of dat ze kankerverwekkend, mutageen, hormoonontregelend of giftig voor de voortplanting zijn[14];

1. is van mening dat het ontwerp van uitvoeringsverordening van de Commissie de in Verordening (EG) nr. 1107/2009 bedoelde uitvoeringsbevoegdheden overschrijdt;

2. is van mening dat het ontwerp van uitvoeringsverordening van de Commissie het voorzorgsbeginsel niet eerbiedigt;

3. is van mening dat het besluit om de geldigheidsperiode voor chlorotoluron te verlengen niet in overeenstemming is met de veiligheidscriteria als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1107/2009, en niet stoelt op bewijs dat deze stof veilig kan worden gebruikt, noch op een bewezen hoogdringende noodzaak voor het gebruik van de werkzame stof voor de voedselproductie in de Unie;

4. verzoekt de Commissie haar ontwerp van uitvoeringsverordening in te trekken en een nieuw ontwerp aan de commissie voor te leggen dat rekening houdt met het wetenschappelijk bewijs betreffende de schadelijke kenmerken van alle stoffen in kwestie, in het bijzonder chlorotoluron;

5. verzoekt de Commissie alleen ontwerpen van uitvoeringsverordeningen voor te leggen voor verlenging van de geldigheidsperioden voor stoffen waarvan de huidige wetenschappelijke stand van zaken niet verwacht wordt te leiden tot een voorstel van de Commissie houdende niet-verlenging van de goedkeuring van de werkzame stof in kwestie;

6. verzoekt de Commissie de goedkeuringen voor stoffen waarvan bewezen is of ten aanzien waarvan het redelijke vermoeden bestaat dat ze niet aan de criteria van Verordening (EG) nr. 1107/2009 voldoen, in te trekken;

7. verzoekt de lidstaten de goedkeuringen voor werkzame stoffen waarvoor zij de rapporterende lidstaat zijn naar behoren en tijdig te herzien, en ervoor te zorgen dat de huidige vertragingen zo snel mogelijk worden weggewerkt;

8. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

 

[1] PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.

[2] PB L 67 van 12.3.2015, blz. 18.

[3] PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.

[4] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0356.

[5] Richtlijn 91/414/EEG van de Raad van 15 juli 1991 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 230 van 19.8.1991, blz. 1).

[6] Richtlijn 2005/53/EG van de Commissie van 16 september 2005 tot wijziging van Richtlijn 91/414/EEG van de Raad teneinde chloorthalonil, chloortoluron, cypermethrin, daminozide en thiofanaat-methyl op te nemen als werkzame stof (PB L 241 van 17.9.2005, blz. 51).

[7] Uitvoeringsverordening (EU) nr. 844/2012 van de Commissie van 18 september 2012 tot vaststelling van de nodige bepalingen voor de uitvoering van de verlengingsprocedure voor werkzame stoffen, als bedoeld in Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen (PB L 252 van 19.9.2012, blz. 26).

[8] Uitvoeringsverordening (EU) nr. 533/2013 van de Commissie van 10 juni 2013 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur voor de werkzame stoffen 1-methylcyclopropeen, chloorthalonil, chloortoluron, cypermethrin, daminozide, forchlorfenuron, indoxacarb, thiofanaat-methyl en tribenuron (PB L 159 van 11.6.2013, blz. 9).

[9] Uitvoeringsverordening (EU) 2017/1511 van de Commissie van 30 augustus 2017 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur voor de werkzame stoffen 1-methylcyclopropeen, beta-cyfluthrin, chloorthalonil, chloortoluron, cypermethrin, daminozide, deltamethrin, dimethenamid-p, flufenacet, flurtamone, forchlorfenuron, fosthiazaat, indoxacarb, iprodion, MCPA, MCPB, silthiofam, thiofanaat-methyl en tribenuron (PB L 224 van 31.8.2017, blz. 115).

[10] Uitvoeringsverordening (EU) 2018/1262 van de Commissie van 20 september 2018 tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 540/2011 wat betreft de verlenging van de geldigheidsduur voor de werkzame stoffen 1-methylcyclopropeen, beta-cyfluthrin, chloorthalonil, chloortoluron, clomazone, cypermethrin, daminozide, deltamethrin, dimethenamid-p, diuron, fludioxonil, flufenacet, flurtamone, fosthiazaat, indoxacarb, MCPA, MCPB, prosulfocarb, thiofanaat-methyl en tribenuron (PB L 238 van 21.9.2018, blz. 62).

[11] Verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels tot wijziging en intrekking van de Richtlijnen 67/548/EEG en 1999/45/EG en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1907/2006 (PB L 353 van 31.12.2008, blz. 1).

[12] Verordening (EG) nr. 396/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 23 februari 2005 tot vaststelling van maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen in of op levensmiddelen en diervoeders van plantaardige en dierlijke oorsprong en houdende wijziging van Richtlijn 91/414/EG van de Raad (PB L 70 van 16.3.2005, blz. 1).

[13] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0356.

[14] TK 21501-32 nr. 1176.

Laatst bijgewerkt op: 4 oktober 2019Juridische mededeling - Privacybeleid