Procedure : 2019/2830(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0107/2019

Ingediende teksten :

B9-0107/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 10/10/2019 - 8.7
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0028

<Date>{01/10/2019}1.10.2019</Date>
<NoDocSe>B9‑0107/2019</NoDocSe>
PDF 180kWORD 75k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 112, leden 2 en 3, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde mais MZHG0JG (SYN-ØØØJG-2), overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad</Titre>

<DocRef>(D061869/04 – 2019/2830(RSP))</DocRef>


<Commission>{ENVI}Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid</Commission>

Bevoegde leden: <Depute>Tilly Metz

</Depute>Günther Sidl, Anja Hazekamp, Eleonora Evi, Sirpa Pietikäinen, Nicolae Ştefănuță


B9‑0107/2019

Resolutie van het Europees Parlement over het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde mais MZHG0JG (SYN-ØØØJG-2), overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad

(D061869/04 – 2019/2830(RSP))

 

Het Europees Parlement,

 gezien het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie tot verlening van een vergunning voor het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde mais MZHG0JG (SYN-ØØØJG-2), overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad (D061869/04),

 gezien Verordening (EG) nr. 1829/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 22 september 2003 inzake genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders[1], en met name artikel 7, lid 3, en artikel 19, lid 3,

 gezien de stemming van 30 april 2019 in het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1829/2003, waarbij geen advies is geformuleerd, en gezien de stemming van 5 juni 2019 in het comité van beroep, dat evenmin een advies heeft opgeleverd,

 gezien de artikelen 11 en 13 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren[2],

 gezien het advies dat op 17 oktober 2018 door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) werd goedgekeurd en op 14 november 2018 werd gepubliceerd[3],

 gezien zijn eerdere resoluties waarin bezwaar wordt gemaakt tegen het verlenen van vergunningen voor genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s)[4],

 gezien artikel 112, leden 2 en 3, van zijn Reglement,

 gezien de ontwerpresolutie van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid,

A. overwegende dat Syngenta Crop Protection NV op 1 september 2016 namens Syngenta Crop Protection AG een aanvraag heeft ingediend bij de bevoegde nationale instantie van Duitsland voor het in de handel brengen van levensmiddelen, levensmiddeleningrediënten en diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met genetisch gemodificeerde mais MZHG0JG (hierna “de aanvraag” genoemd), overeenkomstig de artikelen 5 en 17 van Verordening (EG) nr. 1829/2003; overwegende dat de aanvraag ook betrekking heeft op het in de handel brengen van producten die geheel of gedeeltelijk bestaan uit genetisch gemodificeerde mais MZHG0JG voor andere toepassingen dan als levensmiddel of als diervoeder, met uitzondering van de teelt;

B. overwegende dat de EFSA op 17 oktober 2018 een gunstig advies heeft uitgebracht, dat op 14 november 2018 is gepubliceerd[5];

C. overwegende dat in Verordening (EG) nr. 1829/2003 wordt bepaald dat genetisch gemodificeerde levensmiddelen of diervoeders geen negatieve effecten op de menselijke gezondheid, op de diergezondheid of op het milieu mogen hebben en wordt vereist dat de Commissie bij het opstellen van haar besluit alle desbetreffende bepalingen van het Unierecht en andere ter zake dienende factoren in aanmerking neemt;

D. overwegende dat mais MZHG0JG tolerant is gemaakt tegen op glyfosaat gebaseerde en op glufosinaat-ammonium gebaseerde herbiciden[6];

E. overwegende dat de lidstaten gedurende de overlegperiode van drie maanden tal van kritische opmerkingen hebben ingediend bij de EFSA[7]; overwegende dat de meest kritische opmerkingen betrekking hebben op de toxicologische beoordeling, de vergelijkende analyse en de milieurisicobeoordeling; overwegende dat verschillende lidstaten de toxicologische gegevens ontoereikend en onbetrouwbaar achtten, met name ten aanzien van de glyfosaat- en glufosinaatresiduen; overwegende dat in een van de opmerkingen erop wordt gewezen dat de vergelijkende analyse verschillen heeft aangetoond tussen de hoeveelheid ferulazuur – een belangrijk bestanddeel van de celwanden van planten – die in mais MZHG0JG en zijn referentievariëteiten werd aangetroffen, en dat de hoeveelheid ferulazuur in mais MZHG0JG tot meer ophoping van herbiciden kan leiden;

F. overwegende dat in een onafhankelijke studie[8] is geconcludeerd dat de risicobeoordeling van de EFSA onaanvaardbaar is in haar huidige vorm, aangezien de toxiciteit niet naar behoren is beoordeeld, met name voor wat betreft mogelijke cumulatieve effecten van de twee transgenen en de complementaire herbiciden en hun metabolieten; overwegende dat de studie de betrouwbaarheid van de gegevens van het negentig dagen durende diervoederonderzoek in twijfel trekt en bovendien concludeert dat de door de EFSA uitgevoerde milieurisicobeoordeling niet aanvaardbaar is, aangezien geen aandacht wordt besteed aan het risico op de verspreiding van de transgenen via mogelijke genoverdracht tussen mais MZHG0JG en zijn wilde variant teosinte wanneer er levensvatbaar plantenmateriaal van mais MZHG0JG in het milieu terechtkomt;

Complementaire herbiciden

G. overwegende dat is aangetoond dat de teelt van herbicidetolerante genetisch gemodificeerde gewassen een toename van het gebruik van herbiciden in de hand werkt, voornamelijk vanwege het ontstaan van herbicidetolerant onkruid[9]; overwegende dat er dan ook van moet worden uitgegaan dat de geteelde mais MZHG0JG aan hogere en ook herhaaldelijke doses glyfosaat en glufosinaat zal worden blootgesteld, waardoor er mogelijk meer residuen zullen achterblijven in de oogst;

H. overwegende dat de lidstaten overeenkomstig het meest recente gecoördineerd meerjarig controleprogramma van de Unie (voor 2020, 2021 en 2022) bij de invoer van mais geen verplichte metingen naar glyfosaat- en glufosinaatresiduen hoeven uit te voeren[10]; overwegende dat niet kan worden uitgesloten dat mais MZHG0JG en levensmiddelen en diervoeders die geheel of gedeeltelijk bestaan uit of zijn geproduceerd met deze maissoort, de maximumresidugehalten (MRL) overschrijden die door de Unie zijn vastgesteld om een hoog niveau van consumentenbescherming te waarborgen;

I. overwegende dat glufosinaat is ingedeeld als toxisch voor de voortplanting, categorie 1B, en dus onder de uitsluitingscriteria valt van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad[11]; overwegende dat de goedkeuring van glufosinaat voor gebruik in de Unie op 31 juli 2018[12] is verstreken;

J. overwegende dat er nog altijd onduidelijkheid is over de kankerverwekkende eigenschappen van glyfosaat; overwegende dat de EFSA in november 2015 tot de conclusie is gekomen dat het onwaarschijnlijk is dat deze stof kankerverwekkend is; overwegende dat het Internationaal Agentschap voor kankeronderzoek van de Wereldgezondheidsorganisatie glyfosaat in 2015 daarentegen heeft ingedeeld als waarschijnlijk kankerverwekkend voor mensen;

K. overwegende dat er, volgens de EFSA, geen toxicologische gegevens beschikbaar zijn op grond waarvan een beoordeling van de risico’s voor de consument kan worden uitgevoerd voor wat betreft diverse afbraakproducten van glyfosaat die relevant zijn voor genetisch gemodificeerde glyfosaat-tolerante gewassen[13];

L. overwegende dat de genetische modificatie zelf bepalend kan zijn voor de manier waarop complementaire herbiciden bij genetisch gemodificeerde gewassen door de plant worden afgebroken en voor de samenstelling en dus de toxiciteit van de afbraakproducten (“metabolieten”); overwegende dat dit, wanneer glyfosaat als complementair herbicide wordt gebruikt, volgens de EFSA inderdaad het geval is[14];

M. overwegende dat residuen van herbiciden en hun metabolieten in genetisch gemodificeerde gewassen worden beschouwd als een kwestie die niet binnen de bevoegdheid van het EFSA-panel voor genetisch gemodificeerde organismen valt;

Ondemocratisch proces

N. overwegende dat de stemming van 30 april 2019 in het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid als bedoeld in artikel 35 van Verordening (EG) nr. 1829/2003 geen advies heeft opgeleverd, wat betekent dat er voor het verlenen van een vergunning geen gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten werd gevonden; overwegende dat de stemming van 5 juni 2019 in het comité van beroep evenmin een advies heeft opgeleverd;

O. overwegende dat de Commissie zowel in haar toelichting bij het wetgevingsvoorstel tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1829/2003 wat betreft de mogelijkheid voor de lidstaten het gebruik van genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders op hun grondgebied te beperken of te verbieden dat zij op 22 april 2015 heeft gepresenteerd, als in haar toelichting bij het wetgevingsvoorstel tot wijziging van Verordening (EU) nr. 182/2011 dat zij op 14 februari 2017 heeft gepresenteerd, heeft aangegeven het te betreuren dat zij sinds de inwerkingtreding van Verordening (EG) nr. 1829/2003 vergunningsbesluiten heeft vastgesteld zonder daarbij gesteund te worden door het advies van het comité van de lidstaten, en dat de terugzending van het dossier aan de Commissie voor een definitieve beslissing, wat zeer ongebruikelijk is voor de procedure in het algemeen, de norm is geworden voor de besluitvorming rond het verlenen van vergunningen voor genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders; overwegende dat de voorzitter van de Commissie meermaals zijn ongenoegen heeft geuit over het povere democratisch gehalte van die werkwijze[15];

P. overwegende dat het Europees Parlement gedurende zijn achtste zittingsperiode 33 resoluties heeft aangenomen waarin bezwaar wordt gemaakt tegen het verlenen van vergunningen voor ggo’s voor gebruik als levensmiddelen en diervoeders, en drie resoluties waarin bezwaar wordt gemaakt tegen de teelt van ggo’s in de EU; overwegende dat er voor geen van deze ggo’s een gekwalificeerde meerderheid van de lidstaten werd gevonden voor het verlenen van een vergunning; overwegende dat de Commissie, ondanks het feit dat zij de democratische tekortkomingen zelf heeft erkend, en ondanks de bezwaren van het Parlement en het gebrek aan steun van de lidstaten, toch vergunningen blijft verlenen voor ggo’s, hoewel zij daartoe niet wettelijk verplicht is;

1. is van mening dat het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie de in Verordening (EG) nr. 1829/2003 bedoelde uitvoeringsbevoegdheden overschrijdt;

2. is van mening dat het ontwerp van uitvoeringsbesluit van de Commissie niet in overeenstemming is met het recht van de Unie, doordat het niet verenigbaar is met een van de doelen van Verordening (EG) nr. 1829/2003 om overeenkomstig de algemene beginselen die in Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad zijn vastgesteld[16] de basis te leggen voor het waarborgen van een hoog beschermingsniveau voor het leven en de gezondheid van de mens, de gezondheid en het welzijn van dieren, het milieu en de belangen van de consument met betrekking tot genetisch gemodificeerde levensmiddelen en diervoeders, waarbij de goede werking van de interne markt wordt gewaarborgd;

3. verzoekt de Commissie haar ontwerp van uitvoeringsbesluit in te trekken;

4. herhaalt zich te willen inzetten om vooruitgang te boeken met betrekking tot het voorstel van de Commissie tot wijziging van Verordening (EU) nr. 182/2011; vraagt de Raad dringend werk te maken van zijn behandeling van dit voorstel van de Commissie;

5. verzoekt de Commissie elk uitvoeringsbesluit met betrekking tot vergunningsaanvragen voor ggo’s op te schorten totdat de vergunningsprocedure zodanig is herzien dat de tekortkomingen van de huidige procedure, die inadequaat is gebleken, zijn weggewerkt;

6. verzoekt de Commissie voorstellen voor ggo-vergunningen in te trekken als het Permanent Comité voor de voedselketen en de diergezondheid geen advies uitbrengt, zowel voor gebruik in de teelt als voor gebruik als levensmiddel en diervoeder;

7. verzoekt de Commissie geen enkele vergunning te verlenen voor herbicidetolerante genetisch gemodificeerde gewassen zonder dat er een volledige beoordeling is verricht van de residuen die afkomstig zijn van besproeiing met complementaire herbiciden, hun metabolieten en commerciële toepassingen in de landen waar ze worden geteeld;

8. verzoekt de Commissie de risicobeoordeling van de toepassing van complementaire herbiciden en de residuen daarvan volledig op te nemen in de risicobeoordeling van herbicidetolerante genetisch gemodificeerde gewassen, ongeacht of het genetisch gemodificeerde gewas bestemd is voor teelt in de Unie of bedoeld is voor de invoer in de Unie voor gebruik als levensmiddel en diervoeder;

9. verzoekt de Commissie geen enkele vergunning te verlenen voor de invoer voor gebruik als levensmiddel of als diervoeder van genetisch gemodificeerde gewassen die tolerant zijn gemaakt voor een herbicide dat niet is toegestaan voor gebruik binnen de Unie, in dit geval glufosinaat;

10. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad en de Commissie, alsmede aan de regeringen en parlementen van de lidstaten.

 

[1] PB L 268 van 18.10.2003, blz. 1.

[2] PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13.

[3] Wetenschappelijk advies inzake de beoordeling van genetisch gemodificeerde mais MZHG0JG in levensmiddelen en diervoeders en de invoer en verwerking ervan overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 (aanvraag EFSA‐GMO‐DE‐2016‐133), EFSA Journal 2018, 16(11): 5469, https://efsa.onlinelibrary.wiley.com/doi/full/10.2903/j.efsa.2018.5469.

[4] Tijdens de achtste zittingsperiode nam het Europees Parlement 36 resoluties aan waarin bezwaar werd gemaakt tegen het verlenen van vergunningen voor ggo’s.

[5] Wetenschappelijk advies inzake de beoordeling van genetisch gemodificeerde mais MZHG0JG in levensmiddelen en diervoeders en de invoer en verwerking ervan overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 (aanvraag EFSA‐GMO‐DE‐2016‐133), EFSA Journal 2018, 16(11): 5469, https://efsa.onlinelibrary.wiley.com/doi/full/10.2903/j.efsa.2018.5469.

[6] EFSA-advies, blz. 7-8.

[7] Geef op http://registerofquestions.efsa.europa.eu/roqFrontend/ListOfQuestionsNoLogin?2 “maize MZHG0JG / EFSA-Q-2018-00810” in als zoekopdracht.

[8] Opmerkingen van Testbiotech over de beoordeling van genetisch gemodificeerde mais MZHG0JG in levensmiddelen en diervoeders en de invoer en verwerking ervan overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1829/2003 (aanvraag EFSA‐GMO‐DE‐2016‐133 / Syngenta), https://www.testbiotech.org/sites/default/files/Testbiotech_Comment_Maize_MZHG0JG.pdf.

[9] Zie bijvoorbeeld Bonny, S., (2016). Genetically Modified Herbicide-Tolerant Crops, Weeds, and Herbicides: Overview and Impact, Environmental Management 57(1): 31-48, https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/26296738 en Benbrook, C.M., (2012). Impacts of genetically engineered crops on pesticide use in the U.S. – the first sixteen years, Environmental Sciences Europe 24(1), https://enveurope.springeropen.com/articles/10.1186/2190-4715-24-24.

[10] Uitvoeringsverordening (EU) 2019/533 van de Commissie van 28 maart 2019 inzake een in 2020, 2021 en 2022 uit te voeren gecoördineerd meerjarig controleprogramma van de Unie tot naleving van de maximumgehalten aan bestrijdingsmiddelenresiduen en ter beoordeling van de blootstelling van de consument aan bestrijdingsmiddelenresiduen in en op levensmiddelen van plantaardige en dierlijke oorsprong (PB L 88 van 29.3.2019, blz. 28).

[11] Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot intrekking van de Richtlijnen 79/117/EEG en 91/414/EEG van de Raad, PB L 309 van 24.11.2009, blz. 1.

[13] Conclusie van de EFSA over de intercollegiale toetsing van de pesticiderisicobeoordeling van de werkzame stof glyfosaat, EFSA Journal 2015, 13(11): 4302, https://www.efsa.europa.eu/en/efsajournal/pub/4302.

[14] Evaluatie door de EFSA van de bestaande maximumresidugehalten voor glyfosaat overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EG) nr. 396/2005, EFSA Journal 2018, 16(5): 5263, https://www.efsa.europa.eu/fr/efsajournal/pub/5263.

[15] Hij deed dit onder meer in zijn openingstoespraak voor de plenaire zitting van het Europees Parlement, opgenomen in de politieke beleidslijnen voor de volgende Europese Commissie (Straatsburg, 15 juli 2014), en in zijn State of the Union van 2016 (Straatsburg, 14 september 2016).

[16] Verordening (EG) nr. 178/2002 van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2002 tot vaststelling van de algemene beginselen en voorschriften van de levensmiddelenwetgeving, tot oprichting van een Europese Autoriteit voor voedselveiligheid en tot vaststelling van procedures voor voedselveiligheidsaangelegenheden, PB L 31 van 1.2.2002, blz. 1.

Laatst bijgewerkt op: 3 oktober 2019Juridische mededeling - Privacybeleid