Procedure : 2019/2833(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0112/2019

Ingediende teksten :

B9-0112/2019

Debatten :

PV 10/10/2019 - 2
CRE 10/10/2019 - 2

Stemmingen :

PV 10/10/2019 - 8.11
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


<Date>{02/10/2019}2.10.2019</Date>
<NoDocSe>B9‑0112/2019</NoDocSe>
PDF 134kWORD 51k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van verklaringen van de Raad en de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over het meerjarig financieel kader 2021-2027 en eigen middelen: tijd om de verwachtingen van de burger in te lossen</Titre>

<DocRef>(2019/2833(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Marco Zanni, Hélène Laporte, Anna Bonfrisco, Valentino Grant, Joachim Kuhs</Depute>

<Commission>{ID}namens de ID-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>


B9‑0112/2019

Resolutie van het Europees Parlement over het meerjarig financieel kader 2021-2027 en eigen middelen: tijd om de verwachtingen van de burger in te lossen

(2019/2833(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien artikel 312 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU),

 gezien Protocol nr. 2 bij het VWEU betreffende de toepassing van de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid,

 gezien de mededeling van de Commissie van 2 mei 2018 met als titel “Een moderne begroting voor een Unie die ons beschermt, sterker maakt, en verdedigt – Het meerjarig financieel kader 2021-2027” (COM(2018)0321),

 gezien het voorstel van de Commissie van 2 mei 2018 voor een verordening van de Raad tot bepaling van het meerjarig financieel kader voor de jaren 2021-2027 (COM(2018)0322) en het voorstel van de Commissie van 2 mei 2018 voor een besluit van de Raad betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie (COM(2018)0325),

 gezien zijn tussentijds verslag van 14 november 2018 over het meerjarig financieel kader 2021-2027 – Standpunt van het Parlement met betrekking tot een akkoord[1],

 gezien de verklaringen van de Raad en de Commissie van 10 oktober 2019 over “Het meerjarig financieel kader 2021-2027 en eigen middelen: tijd om de verwachtingen van de burger in te lossen”,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat het meerjarig financieel kader (MFK) en het begrotingsbeleid van de EU snel ondoeltreffend zijn gebleken om tegemoet te komen aan de behoeften van de burgers en de lidstaten en in te spelen op de uitdagingen waarmee zij steeds vaker worden geconfronteerd, zoals werkloosheid, economische recessie, armoede, de migratiecrisis en bedreigingen van de veiligheid;

B. overwegende dat de Commissie op 2 mei 2018 een reeks wetgevingsvoorstellen inzake het MFK 2021-2027 en de eigen middelen van de EU heeft ingediend, gevolgd door wetgevingsvoorstellen om nieuwe EU-programma’s en -instrumenten tot stand te brengen;

C. overwegende dat de EU-instellingen geen rekening hebben gehouden met de verwoestende gevolgen van hun keuzes op politiek en economisch gebied ten koste van de burgers en kmo’s in de EU;

D. overwegende dat veel EU-burgers het gevoel hebben dat de EU niet voor hen werkt en alleen de Europese elite en haar aanhangers ten goede komt;

1. benadrukt dat het MFK 2021-2027 moet inspelen op de daadwerkelijke behoeften van de EU-burgers; wijst erop dat een herhaling van in het verleden gemaakte fouten moet worden voorkomen door ervoor te zorgen dat de EU-begroting doeltreffender, transparanter en resultaatgerichter is, en door de administratieve uitgaven daadwerkelijk te verminderen en te voorkomen dat geld wordt verspild;

2. is zich bewust van de economische moeilijkheden die verschillende lidstaten ondervinden en neemt zijn verantwoordelijkheid voor het aangaan van onderhandelingen met de Raad teneinde een doeltreffender, transparanter en resultaatgerichter MFK tot stand te brengen;

3. is teleurgesteld dat de Commissie in haar voorstel voor een algemene verhoging van het volgende MFK geen rekening houdt met de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de EU en alle financiële gevolgen van dien, hetgeen betekent dat de belastingbetalers in de lidstaten meer zullen moeten betalen; benadrukt dat terdege moet worden beoordeeld welke middelen beter op nationaal niveau kunnen worden beheerd om te waarborgen dat het subsidiariteitsbeginsel ten volle wordt geëerbiedigd;

4. vraagt dat de middelen van het MFK 2021-2027 vanaf hun huidige niveau worden verlaagd en dat deze middelen niet meer bedragen dan 1 % van het bni van de EU-27;

5. betreurt de buitensporige verhoging van de administratieve uitgaven van de EU, waarbij bovendien geen rekening wordt gehouden met de economische moeilijkheden waarmee diverse lidstaten te maken hebben;

6. maakt bezwaar tegen de voorgestelde invoering van nieuwe eigen middelen van de EU, wat uiteindelijk zal leiden tot een hogere belastingheffing op bedrijven en een grotere belastingdruk op burgers;

7. stelt voor dat de EU, in plaats van de lijst van potentiële eigen middelen uit te breiden, haar buitensporige administratieve uitgaven rationaliseert en nagaat of bepaalde fondsen niet efficiënter op nationaal niveau kunnen worden beheerd om ervoor te zorgen dat het subsidiariteitsbeginsel volledig wordt nageleefd;

8. wijst erop dat de lidstaten verantwoordelijk zijn voor hun eigen fiscaal beleid en benadrukt dat de bevoegdheid tot het heffen van belastingen de kern van de soevereiniteit van de lidstaten vormt;

9. beklemtoont dat geen enkele EU-instelling het recht heeft belastingen te innen bij de nationale belastingbetalers;

10. is sterk gekant tegen het gebruik van enige vorm van voorwaardelijkheid om EU-financiering om te vormen tot een middel voor politieke chantage, zoals te lezen staat in de nieuwe rubriek II - Cohesie en waarden; beschouwt dit als een nieuwe aanval op de EU-lidstaten en hun vrijheid en onafhankelijkheid;

11. verzet zich tegen alle pogingen om de EU-begroting te gebruiken voor defensie of militaire doeleinden, zoals aangegeven in de nieuwe rubriek V;

12. benadrukt dat EU-propagandacampagnes, zoals die waarin wordt beweerd dat de verlaging van de bni-bijdrage aan het MFK in combinatie met nieuwe EU-belastingen de bijdragen van burgers aan de EU-begroting zal verlagen, marketingacties zijn en ethisch noch eerlijk zijn;

13. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de voorzitter van de Europese Raad, de Commissie en de Raad.

 

[1] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0449.

Laatst bijgewerkt op: 7 oktober 2019Juridische mededeling - Privacybeleid