Procedure : 2019/2883(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0157/2019

Ingediende teksten :

B9-0157/2019

Debatten :

PV 23/10/2019 - 21
CRE 23/10/2019 - 21

Stemmingen :

PV 24/10/2019 - 8.10
CRE 24/10/2019 - 8.10
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P9_TA(2019)0050

<Date>{22/10/2019}22.10.2019</Date>
<NoDocSe>B9‑0157/2019</NoDocSe>
PDF 143kWORD 48k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van de verklaringen van de Raad en de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over het openen van de toetredingsonderhandelingen met Noord-Macedonië en Albanië</Titre>

<DocRef>(2019/2883(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Tineke Strik, Catherine Rowett, Viola Von Cramon‑Taubadel, David Cormand, Philippe Lamberts, Yannick Jadot, Romeo Franz, Ciarán Cuffe, Monika Vana, Jutta Paulus, Michael Bloss, Ernest Urtasun</Depute>

<Commission>{Verts/ALE}namens de Verts/ALE-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>

Zie ook gezamenlijke ontwerpresolutie RC-B9-0156/2019

B9‑0157/2019

Resolutie van het Europees Parlement over het openen van de toetredingsonderhandelingen met Noord-Macedonië en Albanië

(2019/2883(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien de conclusies van het voorzitterschap van de Europese Raad van Thessaloniki van 19 en 20 juni 2003 over het vooruitzicht van de landen van de Westelijke Balkan op toetreding tot de Europese Unie,

 gezien de Verklaring van Sofia, die op 17 mei 2018 aan het einde van de top tussen de EU en de Westelijke Balkan is opgesteld,

 gezien de mededeling van de Commissie van 16 oktober 2013 getiteld “Uitbreidingsstrategie en belangrijkste uitdagingen 2013-2014” (COM(2013)0700),

 gezien de routekaart voor visumliberalisering van de Commissie,

 gezien de conclusies van de Raad van 17 en 18 oktober 2019 over uitbreiding,

 gezien de definitieve overeenkomst van 17 juni 2018 voor de regeling van geschillen als beschreven in Resoluties 817 (1993) en 845 (1993) van de VN-Veiligheidsraad, de beëindiging van het interim‑akkoord van 1995 en de oprichting van een strategisch partnerschap tussen Griekenland en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, de zogenoemde Prespa-overeenkomst,

 gezien de mededeling van de Commissie van 29 mei 2019 getiteld “Mededeling inzake het uitbreidingsbeleid van de EU voor 2019” (COM(2019)0260) en het bijbehorende werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld “North Macedonia 2019 Report” (SWD(2019)0218),

 gezien de mededeling van de Commissie van 29 mei 2019 getiteld “Mededeling inzake het uitbreidingsbeleid van de EU voor 2019” en het bijbehorende werkdocument van de diensten van de Commissie getiteld “Albania 2019 Report” (SWD(2019)0215),

 gezien zijn eerdere resoluties over Albanië en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, met name die van 15 februari 2017[1] en 29 november 2018[2] over de verslagen van de Commissie over Albanië uit 2016 en 2018, en van 14 juni 2017[3] en 29 november 2018[4] over de verslagen van de Commissie over de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië/Noord-Macedonië uit 2016 en 2018,

 gezien de toetreding van Albanië tot de NAVO in 2009 en het feit dat Noord-Macedonië momenteel op weg is het dertigste lid van de NAVO te worden,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de Europese Raad van Thessaloniki in 2003 zijn steun uitsprak voor de toekomstige integratie van de landen van de Westelijke Balkan in de Europese structuren, en verklaarde dat het uiteindelijke EU-lidmaatschap van deze landen hoog op de agenda staat bij de EU aangezien de Balkan zo integraal deel kan gaan uitmaken van een verenigd Europa;

B. overwegende dat de EU tijdens de top tussen de EU en de Westelijke Balkan op 17 mei 2018 haar ondubbelzinnige steun bevestigde voor het vooruitzicht van EU‑lidmaatschap voor de Westelijke Balkan;

C. overwegende dat elk uitbreidingsland afzonderlijk op zijn eigen merites wordt beoordeeld aan de hand van de vooruitgang die is geboekt bij de door de Europese Raad vastgestelde criteria, en dat de snelheid en de kwaliteit van de hervormingen het tijdspad voor de toetreding tot de EU bepalen;

D. overwegende dat het vooruitzicht van het EU-lidmaatschap een cruciale stimulans is geweest voor hervormingen in de landen van de Westelijke Balkan; overwegende dat het uitbreidingsproces een beslissende rol heeft gespeeld bij de stabilisering van de Westelijke Balkan;

E. overwegende dat regionale samenwerking en goede nabuurschapsbetrekkingen van essentieel belang zijn voor de vorderingen van de landen op weg naar EU-toetreding;

F. overwegende dat de Commissie in haar voortgangsverslagen uit 2016 en 2018 heeft aanbevolen de toetredingsonderhandelingen met zowel Albanië als Noord-Macedonië te openen;

G. overwegende dat de Prespa-overeenkomst van 17 juni 2018 over de regeling van geschillen en de oprichting van een strategisch partnerschap tussen de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en Griekenland een baanbrekend akkoord is dat model staat voor stabiliteit en verzoening in de hele Westelijke Balkan, de geest van goede nabuurschapsbetrekkingen en de regionale samenwerking heeft verbeterd en het pad moet effenen voor de Europese integratie van Noord-Macedonië;

H. overwegende dat Bulgarije en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in augustus 2017 een bilateraal vriendschapsverdrag hebben ondertekend waarmee een einde kwam aan de conflicten tussen de twee landen en ze nader tot elkaar kwamen dankzij een op de EU gericht partnerschap;

I. overwegende dat er goede vooruitgang is geboekt met de hervorming van het gerechtelijk apparaat in Albanië, waarmee wordt beoogd de onafhankelijkheid, de verantwoordingsplicht, het professionalisme en de efficiëntie van de gerechtelijke instellingen van het land te vergroten en het vertrouwen van de bevolking in de rechterlijke instanties aan te wakkeren;

J. overwegende dat de Europese Raad van 17 en 18 oktober 2019 vanwege het veto van de Franse president geen overeenstemming kon bereiken over de opening van de toetredingsonderhandelingen met Albanië en Noord-Macedonië; overwegende dat dit de derde keer is, na de toppen van juni 2018 en juni 2019, dat de Europese Raad niet in staat is gebleken een positief besluit over de uitbreiding te nemen; overwegende dat de Europese Raad heeft besloten om vóór de top tussen de EU en de Westelijke Balkan in mei 2020 te Zagreb op de uitbreidingskwestie terug te komen;

1. uit zijn teleurstelling over het besluit van de Europese Raad om de opening van de toetredingsonderhandelingen met Albanië en Noord-Macedonië nogmaals uit te stellen;

2. benadrukt dat de EU haar geloofwaardigheid dreigt te verliezen door de beloften en verbintenissen jegens beide landen niet na te komen; is ervan overtuigd dat het uitbreidingsbeleid van de EU tweerichtingsverkeer is waarin beide partijen de aangegane verbintenissen moeten nakomen en hun beloften moeten waarmaken om geloofwaardige actoren en betrouwbare partners te blijven in een steeds instabielere omgeving;

3. herinnert de lidstaten eraan dat het uitbreidingsbeleid moet worden ingegeven door objectieve criteria en niet door binnenlandse politieke afwegingen of bilaterale conflicten in afzonderlijke lidstaten; stelt dat het uitbreidingsbeleid van de EU het meest doeltreffende instrument van het buitenlands beleid van de Unie is geweest en dat de verdere ontmanteling ervan kan leiden tot een onstabiele situatie in de onmiddellijke nabijheid van de EU;

4. herinnert eraan dat de Commissie sinds 2016 de aanbeveling heeft gedaan om de toetredingsonderhandelingen met Albanië te openen en zelfs al sinds 2009 ditzelfde advies heeft gegeven voor Noord-Macedonië omdat beide landen aan de objectieve criteria voldoen;

5. is ingenomen met de Prespa-overeenkomst van 17 juni 2018 tussen Griekenland en de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en prijst beide partijen voor hun aanzienlijke inspanningen om tot een wederzijds bevredigende oplossing voor de naamkwestie te komen, die lang als oorzaak is gezien voor de impasse in het land bij het boeken van vooruitgang op weg naar Europese integratie; is ingenomen met de bijdrage van de Republiek Macedonië aan de vrede in de Balkan en ziet het land als lichtend voorbeeld voor het vinden van een vreedzame oplossing voor langlopende geschillen;

6. staat volledig achter de aanbeveling van de Commissie over Albanië, bij wijze van erkenning van de bemoedigende hervormingsinspanningen; is van mening dat een spoedige start van het doorlichtingsproces en de toetredingsonderhandelingen de hervormingsdynamiek op peil zal houden en zelfs zal aanjagen; is van mening dat de opening van de onderhandelingen het democratiseringsproces een extra impuls zal geven en het toezicht, de verantwoordingsplicht en de volledige eerbiediging van de rechten van minderheden in beide landen zal versterken;

7. wijst erop dat de jongeren in de regio hoge verwachtingen hebben van de toetreding tot de EU en is van mening dat een toekomst zonder een duidelijk perspectief zal leiden tot migratie uit de regio;

8. verzoekt de Commissie om samen met de lidstaten en de partners van de Westelijke Balkan werk te maken van de uitvoering van vlaggenschipinitiatief 6 inzake verzoening en goede nabuurschapsbetrekkingen in het kader van de uitbreidingsstrategie van 2018, met inbegrip van de ondersteuning van initiatieven zoals de regionale commissie voor de vaststelling van feiten over oorlogsmisdaden en andere schendingen van de mensenrechten die zijn begaan op het grondgebied van het voormalige Joegoslavië tussen 1 januari 1991 en 31 december 2001 (Recom), het Regionaal Bureau voor samenwerking in jongerenzaken (RYCO) en geschiedenisonderwijs en het collectieve geheugen waarbij volgens de normen van de Raad van Europa verschillende invalshoeken worden belicht;

9. dringt er bij de Europese Raad op aan om tijdens zijn volgende bijeenkomst op 12 en 13 december 2019 de verantwoordelijkheid op zich te nemen om tot een concreet compromis te komen waarmee de toetredingsonderhandelingen met Albanië en Noord-Macedonië van start kunnen gaan; is er voorstander van tegelijkertijd aan te vangen met de hervorming van de methodologie van het uitbreidingsbeleid van de EU, zolang deze hervorming niet wordt gebruikt als een manier om het uitbreidingsproces een halt toe te roepen, en benadrukt dat dit proces niet hoeft te worden onderbroken door het openen van de toetredingsonderhandelingen met Albanië en Noord-Macedonië;

10. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de vicevoorzitter van de Commissie/hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, de regeringen en parlementen van de lidstaten, Albanië, Noord-Macedonië en de andere landen in de Westelijke Balkan.

 

[1] PB C 252 van 18.7.2018, blz. 122.

[2] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0481.

[3] PB C 331 van 18.9.2018, blz. 88.

[4] Aangenomen teksten, P8_TA(2018)0480.

Laatst bijgewerkt op: 23 oktober 2019Juridische mededeling