Procedure : 2019/2891(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : B9-0167/2019

Ingediende teksten :

B9-0167/2019

Debatten :

Stemmingen :

PV 14/11/2019 - 5.8
CRE 14/11/2019 - 5.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :


<Date>{06/11/2019}6.11.2019</Date>
<NoDocSe>B9‑0167/2019</NoDocSe>
PDF 133kWORD 43k

<TitreType>ONTWERPRESOLUTIE</TitreType>

<TitreSuite>naar aanleiding van een verklaring van de Commissie</TitreSuite>

<TitreRecueil>ingediend overeenkomstig artikel 132, lid 2, van het Reglement</TitreRecueil>


<Titre>over strafbaarstelling van seksuele voorlichting in Polen</Titre>

<DocRef>(2019/2891(RSP))</DocRef>


<RepeatBlock-By><Depute>Ryszard Antoni Legutko, Anna Zalewska, Jadwiga Wiśniewska</Depute>

<Commission>{ECR}namens de ECR-Fractie</Commission>

</RepeatBlock-By>


B9‑0167/2019

Resolutie van het Europees Parlement over strafbaarstelling van seksuele voorlichting in Polen

(2019/2891(RSP))

Het Europees Parlement,

 gezien artikel 132, lid 2, van zijn Reglement,

A. overwegende dat de Poolse regering momenteel geen plannen heeft om wetgeving in te voeren die ertoe strekt het geven van seksuele voorlichting te verbieden of te bestraffen; overwegende dat er in Polen al sinds 21 jaar gezinsvoorlichting wordt gegeven en dat in dat kader onder meer de menselijke seksualiteit wordt behandeld; overwegende dat de voortgang van deze lessen geenszins wordt bedreigd;

B. overwegende dat in het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie wordt bepaald dat de Unie de verantwoordelijkheid van de lidstaten voor de inhoud van het onderwijs en de opzet van het onderwijsstelsel volledig dient te eerbiedigen en dat de Unie dient bij te dragen tot de ontwikkeling van onderwijs door samenwerking aan te moedigen en nationale activiteiten te ondersteunen en aan te vullen;

C. overwegende dat in het Verdrag inzake de rechten van het kind wordt bepaald dat de staten die partij zijn bij dit verdrag ervoor moeten zorgen dat de belangen van het kind bij alle maatregelen betreffende kinderen de eerste overweging zijn, daarbij “rekening houdend met de rechten en plichten van zijn of haar ouders, wettige voogden of anderen die wettelijk verantwoordelijk voor het kind zijn” (artikel 3), en dat de ouders op hun beurt het recht hebben om te “voorzien in passende leiding en begeleiding bij de uitoefening door het kind van de in dit verdrag erkende rechten, op een wijze die verenigbaar is met de zich ontwikkelende vermogens van het kind” (artikel 5);

1. merkt op dat de opvoeding van kinderen in de eerste plaats binnen het gezin moet plaatsvinden en dat in het Europees Verdrag voor de rechten van de mens is bepaald dat “geen inmenging van enig openbaar gezag is toegestaan in de uitoefening van dit recht”;

2. merkt op dat de visie van mensen op seksuele voorlichting in hoge mate beïnvloed wordt door hun godsdienstige en ideologische overtuigingen en dat seksuele voorlichting daarom niet gegeven moet worden tegen de wens van de ouders in;

3. is van oordeel dat de Poolse samenleving en de Poolse autoriteiten het volste recht en zelfs de plicht hebben om hun onderwijsstelsel, en dus ook seksuele voorlichting, zo vorm te geven dat wordt aangesloten bij de wensen van de meerderheid van de bevolking;

4. is voorts van mening dat de Poolse samenleving en de Poolse autoriteiten het recht en de plicht hebben om te voorkomen dat kinderen worden blootgesteld aan informatie waar zij nog niet rijp voor zijn of aan seksueel misbruik, een en ander overeenkomstig de wil van de meerderheid van de bevolking en in overeenstemming met de wet;

5. betreurt dat veel EU-lidstaten, waaronder Duitsland, Oostenrijk, Zweden en Finland, seksuele voorlichting op scholen verplicht hebben gesteld, en daarmee het recht van ouders om hun kinderen volgens hun geloofsovertuiging op te voeden schenden;

6. is ingenomen met het feit dat ouders in sommige landen, waaronder Polen, in overeenstemming met hun overtuigingen en het recht op eerbiediging van privéleven, zelf mogen kiezen of zij hun kinderen laten deelnemen aan lessen seksuele voorlichting en zelf kunnen bepalen hoe zij dit onderwerp aansnijden, bijvoorbeeld op het moment dat deze kinderen volwassen worden;

7. merkt op dat leraren in Polen alle informatie over de doelstellingen en de inhoud van het curriculum, leerboeken en activiteiten op het gebied van seksuele voorlichting openbaar moeten maken, en dat non-gouvernementele organisaties pas aan activiteiten op scholen mogen deelnemen als zij daarvoor toestemming hebben gekregen van het hoofd van de school en de ouderraad, en deze de inhoud van de activiteit hebben goedgekeurd;

8. betreurt dat hoofden van scholen het toepasselijke recht vaak schenden en organisaties uitnodigen om seksuele voorlichting te geven zonder dat de ouders daarvan op de hoogte zijn of daarvoor toestemming hebben verleend;

9. stelt met bezorgdheid vast dat bepaalde fracties binnen het Europees Parlement pogingen hebben gedaan om zich te bemoeien met zaken die krachtens de Verdragen zijn voorbehouden aan de lidstaten;

10. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Commissie en de Raad, aan de president, de regering en het parlement van Polen, aan de regeringen en parlementen van de lidstaten, en aan de Raad van Europa en de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE).

 

Laatst bijgewerkt op: 11 november 2019Juridische mededeling