Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

  • bg - български
  • es - español
  • cs - čeština
  • da - dansk
  • de - Deutsch
  • et - eesti keel
  • el - ελληνικά
  • en - English
  • fr - français
  • ga - Gaeilge
  • hr - hrvatski
  • it - italiano
  • lv - latviešu valoda
  • lt - lietuvių kalba
  • hu - magyar
  • mt - Malti
  • nl - Nederlands (huidige pagina)
  • pl - polski
  • pt - português
  • ro - română
  • sk - slovenčina
  • sl - slovenščina
  • fi - suomi
  • sv - svenska
 Index 
 Volledige tekst 
Debatten
Maandag 14 januari 2019 - Straatsburg Herziene uitgave

Toelatingsprocedure van de Unie voor pesticiden (debat)
MPphoto
 

  Bart Staes, Rapporteur. – Voorzitter, 1.070.865 burgers hebben ons middels een Europees burgerinitiatief onder meer gevraagd de besluitvormingsprocedure rond het toelaten van pesticiden te gaan bekijken en die te gaan hervormen. Dit verslag van de Bijzondere Commissie toelatingsprocedure van de Unie voor pesticiden toont aan dat wij die vraag serieus nemen.

Ik ben bijzonder tevreden over het resultaat. Het gaat in wezen over het herstel van het vertrouwen van de burger in onze besluitvormingsprocedures. Burgers moeten er blindelings op kunnen vertrouwen dat als we een beslissing nemen, dit gebeurt in naam van het algemeen belang en niet in naam van het privébelang van private personen, private organisaties of de industrie. Hierbij een greep uit de aanbevelingen.

Het klopt wat de heer Lins, mijn corapporteur, zei: we erkennen dat het huidige besluitvormingsmechanisme tot de strengste van de wereld behoort. Er zijn echter verbeteringen mogelijk, zowel inzake de verordening als inzake de tenuitvoerlegging. De basisuitgangspunten zijn, in de eerste plaats, de toepassing van het voorzorgsbeginsel en, in de tweede plaats, ervoor zorgen dat de besluitvormingsprocedure rond pesticiden transparant, onafhankelijk en objectief is. Alleen dan zullen we het vertrouwen van de Europese burger kunnen terugwinnen.

Voor wat glyfosaat betreft, zegt onze commissie dat de controverse hieromtrent nog niet is opgelost. Dat hebben we in onze commissie niet kunnen oplossen, maar daarom vragen we het wetenschappelijk adviesmechanisme van de Commissie – dat dit zelfs ook heeft aangeboden – om over te gaan tot een systematische evaluatie van alle beschikbare studies over de kankerverwekkende of mogelijk kankerverwekkende eigenschappen van glyfosaat, zodat kan worden nagegaan of een herziening van de huidige toelating nodig is.

Transparantie en onafhankelijkheid. Transparantie: we willen de aanvrager verplichten om alle studies in het publiek register onder te brengen. We willen de toegang tot dat register garanderen voor alle burgers, zodanig dat zij alle ondersteunende gegevens, alle studies kunnen raadplegen en zodanig dat onafhankelijke wetenschappers ook kunnen nagaan of de juiste procedures zijn gevolgd en de juiste conclusies zijn getrokken. Wij vragen de lidstaten en de Commissie ook om volledige transparantie als het gaat om de werking van het Permanent Comité waar de lidstaten tot besluiten komen. We willen een doorzichtig overzicht van de notulen. We willen volledige openbaarheid van het stemgedrag.

Voor wat onafhankelijkheid betreft, willen wij als commissie dat de aanvrager niet langer zelf de rapporteur-lidstaat mag aanduiden: alleen de Commissie mag dat doen. En alleen de lidstaten die over voldoende technische wetenschappelijke expertise beschikken, de middelen hebben en ook over interne procedures beschikken om belangenconflicten te voorkomen, mogen worden aangeduid als rapporteur-lidstaat. We willen bovendien dat er voldoende middelen worden voorzien voor EFSA en ECHA, zodanig dat zij volledige onafhankelijkheid kunnen waarborgen en garanderen. We vragen ook aan Horizon om programma's te financieren voor onafhankelijk onderzoek naar zowel de impact op de gezondheid van mens en dier als de impact op het milieu.

Ten slotte is er het probleem van mogelijk plagiaat. Het feit dat de rapporteur-lidstaat evaluaties overneemt, copy-paste van de aanvrager, en die zonder bronvermelding in het eindverslag neerpent. Wij willen dat die overname van gegevens zo weinig mogelijk gebeurt. En als het al gebeurt, dat het correct gebeurt en ook zo wordt aangegeven.

In ons verslag is er bijzonder veel aandacht voor de langetermijneffecten, de ecotoxicologische effecten van pesticiden, de invloed op zwakke groepen, het cocktailgebruik, de synergetische gevolgen van het gebruik van pesticiden en van meerdere pesticiden tegelijk, en het cumulatief effect.

Daarnaast willen we dat de cut-off-criteria van artikel 5 altijd onverminderd worden toegepast. We hebben vastgesteld dat dat niet altijd het geval is. We willen ook de hele discussie rond hormoonverstorende stoffen hierin meenemen. We willen bovendien dat glyfosaat niet wordt gebruikt in parken, in openbare tuinen, op sport- en recreatieterreinen, op schoolterreinen, op speelplaatsen en in gebieden in de nabijheid van verzorgingsinstellingen.

Ten slotte: artikel 53 is het artikel dat in uitzonderingen voorziet. Dit artikel wordt nu veel te veel gebruikt als een permanente uitzondering. De uitzondering moet uitzondering zijn, niets meer en niets minder.

Ten slotte ook aan mevrouw Hazekamp van de GUE/NGL-Fractie: wij moeten de drie v's toepassen op het gebied van dierproeven. We moeten die verminderen, we moeten die vermijden en we moeten die vervangen.

 
Laatst bijgewerkt op: 4 april 2019Juridische mededeling