Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

Parlementaire vragen
PDF 8kWORD 21k
13 april 2018
E-007124/2017(ASW)
Antwoord van de heer Mimica namens de Commissie
Vraagnummer: E-007124/2017

1. De Commissie streeft naar uitroeiing van alle vormen van kinderarbeid, overeenkomstig duurzame-ontwikkelingsdoelstelling 8.7 van de Agenda 2030. Het ontwikkelingssamenwerkingsbeleid speelt in dit verband een cruciale rol in het stimuleren van verantwoorde productieketens die voldoen aan sociale en milieunormen, ook met betrekking tot kinderarbeid, in landen buiten de EU. Daarnaast strijdt de EU tegen kinderarbeid door juridische kaders te ondersteunen, via een geïntegreerde aanpak in belangrijke sectoren (zoals landbouw en onderwijs) en via handelsinstrumenten. Landen die toetreden tot het stelsel van algemene preferenties (SAP+) moeten fundamentele internationale arbeidsnormen, ook met betrekking tot kinderarbeid, ratificeren en uitvoeren.

Certificatieregelingen voor eerlijke en ethische handel richten zich op verbetering van de levensomstandigheden van gemeenschappen door sociale, economische en milieunormen voor producenten vast te stellen en te garanderen dat hun producten tegen overeengekomen minimumprijzen worden verkocht. In het geval van cacao ligt deze minimumprijs momenteel boven de marktwaarde. De EU ondersteunt acties om het positieve effect van dergelijke certificatieregelingen op het inkomen en de levensomstandigheden van boeren te vergroten. Momenteel voeren wij een studie uit in Ivoorkust waarbij traditionele cacaoregelingen worden vergeleken met gecertificeerde regelingen. De resultaten daarvan zullen worden gebruikt voor toekomstige acties.

Tijdens een workshop op 21 maart 2018 heeft de Commissie de goede praktijken voor de aanpak van kinderarbeid in de cacaosector geanalyseerd. Hieraan werd deelgenomen door deskundigen en belanghebbenden, onder wie de heer Morales de la Cruz.

De koffie‐ en cacaoprijzen komen tot stand door onderhandelingen op internationaal niveau, maar het probleem van de lage prijzen voor cacao en koffie op de wereldmarkt moet nader worden onderzocht, met name voor grote, moderne plantages. Als telers een beter inkomen vergaren, verbeteren hun levensomstandigheden en hoeven zij geen kinderen in te schakelen voor onaanvaardbaar werk op het familiebedrijf.

2. De richtlijn betreffende oneerlijke handelspraktijken(1) verbiedt misleidende reclame en verkeerde informatie, zodat consumenten correct worden geïnformeerd over de bedrijven waar hun koffie‐ en cacaoproducten vandaan komen. Uitspraken over ethisch of maatschappelijk verantwoord ondernemen in commerciële communicatie moeten helder, specifiek en accuraat zijn, en handelaars moeten hun beweringen kunnen staven. De bevoegdheid om te beoordelen of een bepaalde bewering in inhoud of presentatie misleidend is, berust bij de desbetreffende nationale autoriteiten(2).

Voor de katoen‐ en textielsector is de Commissie van plan initiatieven voor meer transparantie en traceerbaarheid te ondersteunen(3). Deze initiatieven zouden kunnen worden herhaald in andere sectoren, zoals koffie en cacao.

(1)Richtlijn 2005/29/EG van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken.
(2)Richtsnoeren van de Europese Commissie voor de tenuitvoerlegging/toepassing van Richtlijn 2005/29/EG betreffende oneerlijke handelspraktijken, SWD(2016)163 van 25.5.2016, http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=CELEX:52016SC0163&rid=1 (blz. 77 van de Nederlandse versie).
(3)Call for Proposals EuropeAid/157515/DH/ACT/Multi „Increasing Knowledge, Awareness, Transparency and Traceability for Responsible Value Chains in the Cotton and Garment sectors”

Laatst bijgewerkt op: 7 juni 2018Juridische mededeling