Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

  • bg - български
  • es - español
  • cs - čeština
  • da - dansk
  • de - Deutsch
  • et - eesti keel
  • el - ελληνικά
  • en - English
  • fr - français
  • ga - Gaeilge
  • hr - hrvatski
  • it - italiano
  • lv - latviešu valoda
  • lt - lietuvių kalba
  • hu - magyar
  • mt - Malti
  • nl - Nederlands (huidige pagina)
  • pl - polski
  • pt - português
  • ro - română
  • sk - slovenčina
  • sl - slovenščina
  • fi - suomi
  • sv - svenska
Parlementaire vragen
PDF 6kWORD 18k
8 oktober 2018
E-005119-18
Vraag met verzoek om schriftelijk antwoord E-005119-18
aan de Commissie
Artikel 130 van het Reglement
Eva Joly (Verts/ALE) , Sophia in 't Veld (ALDE) , Judith Sargentini (Verts/ALE) , Marie-Christine Vergiat (GUE/NGL) , Cornelia Ernst (GUE/NGL) , Nathalie Griesbeck (ALDE)

 Betreft:  Follow-up van de beoordeling van de verenigbaarheid van de Franse databank TES met de EU-wetgeving inzake gegevensbescherming
 Schriftelijk antwoord 

In reactie op een eerdere parlementaire vraag over de verenigbaarheid van de Franse databank TES met de EU-wetgeving inzake de bescherming van persoonsgegevens en de jurisprudentie van het Europees Hof van Justitie (vraag E‐001298/2017) gaf de Commissie aan dat het Franse decreet 2016-1460 beoordeeld zou worden in het kader van een proefproject betreffende de evaluatie vanuit het oogpunt van de grondrechten van instrumenten en programma's van de Unie voor het vergaren van gegevens. Omdat het hier om een belangrijke kwestie gaat, willen wij deze zaak nogmaals onder de aandacht brengen en erop wijzen dat het hoogst noodzakelijk is dat de verenigbaarheid van deze databank met de EU-wetgeving en ‐jurisprudentie onderzocht wordt.

Wat is de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling door de Commissie van de verenigbaarheid van het Franse decreet met het EU-recht?

Is de Commissie bereid om een aantal voorlopige conclusies van de beoordeling van de databank in het kader van dit proefproject naar buiten te brengen?

In april van dit jaar heeft de Commissie een voorstel ingediend voor een verordening betreffende de versterking van de veiligheid van identiteitskaarten, waarin werd voorgesteld om op de kaarten biometrische kenmerken te vermelden.

Is tijdens de voorbereiding van dit voorstel de mogelijkheid overwogen om databanken voor de opslag van biometrische kenmerken op te zetten, en wat waren de redenen om dat niet te doen?

Oorspronkelijke taal van de vraag: EN 
Laatst bijgewerkt op: 30 oktober 2018Juridische mededeling