Interpellaties
PDF 52kWORD 18k
6 december 2018
G-000008/2018

Uitgebreide interpellatie met verzoek om schriftelijk antwoord en debat G-000008/2018

aan de Commissie (Vicevoorzitter / Hoge Vertegenwoordiger)

Artikel 130b van het Reglement

Anders Primdahl Vistisen, Pavel Telička, Péter Niedermüller, Heinz K. Becker, Frédérique Ries, Jozo Radoš, Nadja Hirsch, Wolf Klinz, Gérard Deprez, Robert Rochefort, Renate Weber, Marietje Schaake, Igor Gräzin, Norica Nicolai, Ilhan Kyuchyuk, Dominique Riquet, Jean Arthuis, Bernd Kölmel, Joachim Starbatty, Kristina Winberg, Peter Lundgren, Jan Zahradil, Ruža Tomašić, Bas Belder, Richard Sulík, Raffaele Fitto, Kosma Złotowski, Laurenţiu Rebega, Karol Karski, Anna Elżbieta Fotyga, Hans-Olaf Henkel, Ryszard Antoni Legutko, Lorenzo Cesa, Anders Sellström, Željana Zovko, Patricija Šulin, Tomáš Zdechovský, Marijana Petir, José Inácio Faria, Antonio López-Istúriz White, Fulvio Martusciello, Esteban González Pons, Milan Zver, Monika Hohlmeier, Cristian Dan Preda, Stefan Gehrold, Traian Ungureanu, Tunne Kelam, Ramona Nicole Mănescu, Anna Záborská, Elisabetta Gardini, Lukas Mandl, James Carver, Monika Beňová, Andi Cristea, Theresa Griffin, Pina Picierno, Boris Zala, Doru-Claudian Frunzulică, Dan Nica


  Betreft: VP/HR - Recente, door Iran ontplooide staatsterroristische activiteiten in de EU

Op 30 oktober 2018 beschuldigde de Deense regering de Iraanse inlichtingendiensten ervan dat zij een moord hadden beraamd op Deens grondgebied. Premier Lars Løkke Rasmussen verklaarde dat dergelijke daden "absoluut onacceptabel" zijn en dat "de EU in discussie zal gaan over verdere maatregelen tegen Iran".

De verijdelde aanval in Denemarken is slechts één voorbeeld en de laatste in een hele reeks van door Iran gesmede plannen voor het plegen van terroristische aanslagen in Europa. In januari verrichtte de Duitse politie huiszoekingen bij tien Iraanse agenten die ervan werden verdacht mogelijke Israëlische en Joodse doelwitten te hebben bespioneerd, waaronder Joodse kleuterscholen. Diezelfde maand ontbood de Duitse regering de Iraanse ambassadeur nadat er een Pakistaanse man was veroordeeld voor het bespioneren – in opdracht van Iran – van een Duitse politicus die door het land als mogelijk moorddoelwit werd gezien. Op 10 oktober beschuldigde de Belgische regering een Iraanse, in Oostenrijk geaccrediteerde diplomaat van het beramen van een bomaanslag in Frankrijk. Slechts één dag eerder werd in Tsjechië een aanval van cyberspionage verijdeld. Iran had Hezbollah de volmacht gegeven deze aanval voor te bereiden. Uit openbare verslagen van de Duitse inlichtingendiensten is bovendien gebleken dat Teheran moskeeën gebruikt als propaganda-instrumenten van de Iraanse staat, teneinde de Iraanse revolutie uit te breiden tot over de Iraanse grenzen.

1. Erkent de EU dat het Iraanse staatsterrorisme en de sjiitische groeperingen die in opdracht van Iran opereren – zoals Hezbollah – een bedreiging vormen voor de Europese veiligheid?

2. Waarom heeft de EDEO een publiekelijke veroordeling van de recente terroristische plannen achterwege gelaten en zelfs niet eens zijn solidariteit betuigd aan de lidstaten die er het doelwit van waren? Wat is de reden dat de Iraanse ambassadeur bij de EU niet is ontboden? Op welke manier probeert de EU de criminele en terroristische activiteiten van Iran te beteugelen, als zij al iets doet?

3. Overweegt de EU de Islamitische Revolutionaire Garde en Hezbollah volledig te verbieden, om zo Iran de mogelijkheid te ontnemen nog meer aanslagen te plegen in Europa?

 

Oorspronkelijke taal van de vraag: EN
Laatst bijgewerkt op: 12 februari 2019Juridische mededeling