Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : O-000062/2014

Ingediende teksten :

O-000062/2014 (B8-0031/2014)

Debatten :

PV 15/09/2014 - 20

Stemmingen :

Aangenomen teksten :


Parlementaire vragen
PDF 98kWORD 27k
5 september 2014
O-000062/2014
Vraag met verzoek om mondeling antwoord O-000062/2014
aan de Commissie
Artikel 128 van het Reglement
Daniel Caspary, Christofer Fjellner, Salvatore Cicu, Santiago Fisas Ayxelà, Gabrielius Landsbergis, Franck Proust, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Tokia Saïfi, Adam Szejnfeld, Iuliu Winkler, Bendt Bendtsen, Reimer Böge, Seán Kelly, Gabriel Mato, Fernando Ruas, József Szájer, Jarosław Leszek Wałęsa, Pablo Zalba Bidegain, namens de PPE-Fractie
Emma McClarkin, namens de ECR-Fractie

 Betreft: SAP+ (Stelsel van algemene preferenties) en naleving van het Verdrag betreffende de minimumleeftijd: het geval Bolivia

Het ILO-Verdrag betreffende de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces is een van de 27 verdragen die moeten worden geratificeerd door landen die in aanmerking komen voor SAP+ (een speciale regeling in het kader van het Stelsel van algemene preferenties waarmee stimulansen worden geboden voor duurzame ontwikkeling en goed bestuur). Verder mogen "in de meest recente conclusies van de controlerende organen geen ernstige tekortkomingen worden geconstateerd die de doeltreffende tenuitvoerlegging van een van deze verdragen in de weg staan", als de landen in kwestie willen blijven profiteren van deze preferentiële tariefvoordelen.

In het Verdrag betreffende de minimumleeftijd wordt van de ratificerende landen geëist dat ze nationaal beleid voeren dat is ontworpen om de doeltreffende afschaffing van kinderarbeid te garanderen en de minimumleeftijd voor toelating tot het arbeidsproces of werk geleidelijk te verhogen.

Volgens de bepalingen van dit verdrag mogen de landen zelf een minimumleeftijd (met een ondergrens van 15 jaar) voor werk vaststellen. Een limiet van 14 jaar is ook mogelijk voor een bepaalde periode. In de wetgeving kan ook licht werk worden toegestaan voor kinderen van 13 t/m 15 jaar als daarmee hun gezondheid of huiswerk niet in het gedrang komt. Een minimumleeftijd van 18 jaar is vastgelegd voor werk dat "de gezondheid, veiligheid of moraal van jongeren in gevaar kan brengen".

Bolivia heeft het Verdrag betreffende de minimumleeftijd geratificeerd en gaf 14 jaar op als minimumleeftijd om te mogen werken. Sinds 1 januari 2014 profiteert Bolivia van gunstige tarieven in het kader van de nieuwe SAP+-regeling. Het Europees Parlement stond achter de desbetreffende gedelegeerde handeling, waarin ook Bolivia was opgenomen.

Na een formeel voorstel van de Vakbond van kinder- en tienerwerknemers in Bolivia, nam het Boliviaanse Congres op 2 juli 2014 een nieuwe wet op kinderrechten aan, waarin de minimumleeftijd werd verlaagd van 14 naar 12 jaar, en zelfs 10 jaar in het geval van zelfstandigen.

Vindt de Commissie ook niet, gezien bovengenoemde SAP+-criteria en de nieuwe wetgeving van Bolivia, dat Bolivia met deze nieuwe wet het Verdrag betreffende de minimumleeftijd op het eerste gezicht schendt, terwijl dit een van de verdragen is die moeten worden nageleefd om aanspraak te kunnen maken op SAP+? Kan de Commissie daarnaast aangeven of zij de inhoud van de nieuwe Boliviaanse wet op kinderrechten nader zal onderzoeken, en deze analyse zal laten meewegen bij de SAP+-"scorekaart" van Bolivia om te besluiten of er een ernstige tekortkoming is vastgesteld bij de daadwerkelijke tenuitvoerlegging van dit verdrag door het land?

Oorspronkelijke taal van de vraag: EN
Juridische mededeling