Parlementaire vragen
PDFWORD
5 mei 2015
O-000046/2015
Vraag met verzoek om mondeling antwoord O-000046/2015
aan de Commissie
Artikel 128 van het Reglement
Daniel Caspary, Jan Philipp Albrecht, Eric Andrieu, Georges Bach, Burkhard Balz, David Campbell Bannerman, Heinz K. Becker, Ivo Belet, Vilija Blinkevičiūtė, Andrea Bocskor, Reimer Böge, Elmar Brok, Klaus Buchner, Reinhard Bütikofer, Enrique Calvet Chambon, Nicola Caputo, Lorenzo Cesa, Nessa Childers, Alberto Cirio, Birgit Collin-Langen, Daniel Dalton, Nicola Danti, Michel Dantin, Marielle de Sarnez, Angélique Delahaye, Mark Demesmaeker, Albert Deß, Nirj Deva, Angel Dzhambazki, Christian Ehler, Frank Engel, Ismail Ertug, José Inácio Faria, Markus Ferber, José Manuel Fernandes, Santiago Fisas Ayxelà, Karl-Heinz Florenz, Vicky Ford, Ashley Fox, Michael Gahler, Elisabetta Gardini, Sven Giegold, Jens Gieseke, Julie Girling, Esteban González Pons, Beata Gosiewska, Ingeborg Gräßle, Nathalie Griesbeck, Matthias Groote, Andrzej Grzyb, András Gyürk, Marian Harkin, Rebecca Harms, Monika Hohlmeier, Peter Jahr, Danuta Jazłowiecka, Eva Kaili, Syed Kamall, Othmar Karas, Krišjānis Kariņš, Karol Karski, Manolis Kefalogiannis, Tunne Kelam, Ska Keller, Seán Kelly, Jude Kirton-Darling, Dieter-Lebrecht Koch, Andrey Kovatchev, Werner Kuhn, Ilhan Kyuchyuk, Giovanni La Via, Gabrielius Landsbergis, Bernd Lange, Werner Langen, Jérôme Lavrilleux, Jeroen Lenaers, Peter Liese, Norbert Lins, Sander Loones, Antonio López-Istúriz White, Bernd Lucke, Thomas Mann, Edouard Martin, Gabriel Mato, David McAllister, Emma McClarkin, Mairead McGuinness, Anthea McIntyre, Morten Messerschmidt, Miroslav Mikolášik, Anne-Marie Mineur, Alessia Maria Mosca, Ulrike Müller, James Nicholson, Angelika Niebler, Stanisław Ożóg, Alojz Peterle, Marijana Petir, Markus Pieper, Sirpa Pietikäinen, Georgi Pirinski, Jiří Pospíšil, Cristian Dan Preda, Franck Proust, Godelieve Quisthoudt-Rowohl, Emil Radev, Julia Reda, Viviane Reding, Herbert Reul, Michèle Rivasi, Fernando Ruas, Tokia Saïfi, Anne Sander, Petri Sarvamaa, Jacek Saryusz-Wolski, Algirdas Saudargas, Sven Schulze, Andreas Schwab, Molly Scott Cato, Remo Sernagiotto, Birgit Sippel, Igor Šoltes, Renate Sommer, Bart Staes, Ivan Štefanec, Jutta Steinruck, Davor Ivo Stier, Dubravka Šuica, József Szájer, Tibor Szanyi, Adam Szejnfeld, Keith Taylor, Josep-Maria Terricabras, Michael Theurer, László Tőkés, Ruža Tomašić, Ulla Tørnæs, Evžen Tošenovský, Kazimierz Michał Ujazdowski, Inese Vaidere, Adina-Ioana Vălean, Wim van de Camp, Sabine Verheyen, Axel Voss, Jarosław Wałęsa, Manfred Weber, Bogdan Brunon Wenta, Rainer Wieland, Hermann Winkler, Iuliu Winkler, Anna Záborská, Jan Zahradil, Pablo Zalba Bidegain, Joachim Zeller, Jana Žitňanská, Milan Zver

 Betreft: Antwoorden van de Commissie op schriftelijke vragen

Schriftelijke vragen aan de Commissie vormen een belangrijk aspect van het parlementair toezicht door de leden van het Europees Parlement. De leden van het Parlement realiseren zich dat een groot aantal schriftelijke vragen wordt gesteld. Daarom hebben zij zichzelf beperkingen opgelegd bij de uitoefening van hun recht om vragen te stellen (vijf vragen met verzoek om schriftelijk antwoord per EP-lid per maand, maximale lengte van de vraag 200 woorden en niet meer dan drie vragen). Helaas zijn de antwoorden van de Commissie dikwijls weinig informatief. Wellicht vloeit dit voort uit de interne eisen die de Commissie stelt aan antwoorden op vragen (zo mag het antwoord blijkbaar niet langer zijn dan 25 regels).

1. Welke vereisten en beperkingen heeft de Commissie zichzelf precies opgelegd bij het beantwoorden van vragen en hoe rechtvaardigt zij het feit dat haar antwoorden dikwijls weinig inhoudelijk zijn?

2. Naar welke rechtsgrondslag is verwezen bij de invoering van deze vereisten en op welk niveau is dit besluit genomen?

3. Doet de Commissie pogingen de manier waarop zij vragen beantwoordt te wijzigen zodat de leden van het Parlement voortaan gedetailleerde en afdoende antwoorden kunnen verwachten?

Oorspronkelijke taal van de vraag: EN
Juridische mededeling