Procedure : 2015/2981(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : O-000146/2015

Ingediende teksten :

O-000146/2015 (B8-1112/2015)

Debatten :

PV 17/12/2015 - 2
CRE 17/12/2015 - 2

Stemmingen :

PV 17/12/2015 - 9.12

Aangenomen teksten :


Parlementaire vragen
PDF 91kWORD 26k
18 november 2015
O-000146/2015
Vraag met verzoek om mondeling antwoord O-000146/2015
aan de Commissie
Artikel 128 van het Reglement
Czesław Adam Siekierski, namens de Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling
Pavel Svoboda, namens de Commissie juridische zaken

 Betreft: Octrooien en de rechten van plantenkwekers
 Antwoord plenaire 

Een recent besluit (G2/12 en G2/13) van de grote kamer van beroep van het Europees Octrooibureau (EOB) maakt het mogelijk plantenkenmerken te octrooieren, ook wanneer deze kenmerken zijn ontwikkeld uit of kunnen zijn verkregen met in wezen biologische kweektechnieken. Dit besluit duidt op een enge interpretatie van artikel 53, onder b, van het Europees Octrooiverdrag en impliceert derhalve ruime mogelijkheden voor het verlenen van octrooi voor plantenrassen. Dit druist rechtstreeks in tegen de uitzondering met betrekking tot kweekproducten, als uitgelegd in artikel 15 van het UPOV-verdrag in de versie van 1991 en artikel 15 van Verordening (EG) nr. 2100/94. Het stimuleren van de innovatieve kracht van de gewasveredelingssector vereist onbelemmerde toegang tot biologisch materiaal. Het besluit van het EOB ondermijnt het innovatief vermogen van de gewasveredelingssector om nieuwe soorten te ontwikkelen en vormt een bedreiging voor de mondiale voedselproductie en voedselveiligheid. Het zal negatieve gevolgen hebben voor het Europees concurrentievermogen en kan leiden tot monopolieposities op de voedselmarkt door een vermindering van de diversiteit van de aan consumenten aangeboden producten.

Het is van cruciaal belang om de EU-wetgeving (in het bijzonder Richtlijn 98/44/EG) in evenwicht te brengen, teneinde aan de internationale verplichtingen inzake intellectuele-eigendomsrechten (UPOV) te voldoen en het innovatieve concurrentievermogen binnen de Europese gewasveredelingssector te bevorderen. In artikel 26 van de uitvoeringsbepalingen van het Europees Octrooiverdrag wordt gesteld dat Richtlijn 98/44/EG als een aanvullend uitleggingsmiddel moet worden gebruikt voor Europese octrooiaanvragen en octrooien met betrekking tot biotechnologische uitvindingen. Een verduidelijking in Richtlijn 98/44/EG zal een onmiddellijk effect op de praktijk van het EOB hebben.

1. Is de Commissie zich ervan bewust dat het besluit van het Europees Octrooibureau innovatie belemmert door kwekers afhankelijk te maken van octrooihouders en bijgevolg van invloed zal zijn op de mondiale voedselproductie en voedselveiligheid?

2. Kan de Commissie Richtlijn 98/44/EG zo spoedig mogelijk verduidelijken om ervoor te zorgen dat plantenrassen en -kenmerken effectief van octrooieerbaarheid worden uitgesloten en te waarborgen dat kwekers onbelemmerd gebruik kunnen maken van biologisch materiaal teneinde innovatie te stimuleren, een gelijk speelveld te garanderen en meer mogelijkheden te creëren voor kmo's in de gewasveredelingssector, overeenkomstig de oproep van het Parlement van 10 mei 2012 over de octrooiering van essentiële biologische processen(1)?

(1) Aangenomen teksten, P7_TA(2012)0202

Oorspronkelijke taal van de vraag: EN
Juridische mededeling