Parlementaire vragen
PDF 99kWORD 27k
21 januari 2016
O-000008/2016
Vraag met verzoek om mondeling antwoord O-000008/2016
aan de Commissie
Artikel 128 van het Reglement
Daniel Buda, Viorica Dăncilă, Maria Grapini, Siegfried Mureşan, Ramona Nicole Mănescu, Marian-Jean Marinescu, Theodor Dumitru Stolojan, Cristian-Silviu Buşoi, László Tőkés, Traian Ungureanu, Mihai Ţurcanu, Adina-Ioana Vălean, Claudia Tapardel, Norica Nicolai, Mircea Diaconu, Renate Weber, Monica Macovei, Cătălin Sorin Ivan, Doru-Claudian Frunzulică, Dan Nica, Claudiu Ciprian Tănăsescu, Damian Drăghici, Ioan Mircea Paşcu, Sorin Moisă, Emilian Pavel, Victor Boştinaru, Andi Cristea, Laurenţiu Rebega, Daciana Octavia Sârbu, Emil Radev, Michał Boni, Franc Bogovič, Csaba Sógor, Therese Comodini Cachia, Michaela Šojdrová, Vladimir Urutchev, Andrey Novakov, Lefteris Christoforou, Clara Eugenia Aguilera García, Marc Tarabella, Hugues Bayet, Tomáš Zdechovský

 Betreft: Redelijk vermoeden van onregelmatigheden bij de Noorse kinderbeschermingsautoriteit ("Barnevernet")

De Noorse kinderbeschermingsautoriteit ("Barnevernet") heeft maatregelen genomen die het recht op contact van een aantal EU-burgers met hun eigen kinderen beperken. Bovendien worden op grond van een noodmaatregel kinderen volledig van hun familie gescheiden. Dit leidt tot groot verdriet en heeft mogelijk nadelige gevolgen voor de verdere ontwikkeling van de kinderen.

Naar verluidt nemen kinderbeschermingsinstanties dergelijke maatregelen op basis van getuigenverklaringen van leerkrachten of kinderen zonder dat de aanwezigheid van een psycholoog wordt bevestigd en zonder dat de gevolgde procedures worden vermeld. Ook is het niet mogelijk voor een advocaat of vertegenwoordiger van de ouders om te controleren of de juiste procedures voor het ondervragen van minderjarigen zijn gevolgd.

Het optreden van de kinderbeschermingsinstanties vormt een bedreiging van het familieleven van veel van de meer dan 150 000 EU-burgers die momenteel in Noorwegen woonachtig zijn. Zij maken ongeveer 3,5 % van de totale bevolking uit, zijn geïntegreerde leden van de gemeenschap, in loondienst en leveren een actieve bijdrage aan de Noorse samenleving.

Gezien het voorgaande:

Kan de Commissie om opheldering verzoeken over de door de Noorse kinderbeschermingsinstanties gevolgde procedures?

Is de Commissie van plan het toepassingsgebied van bilaterale regelingen met derde landen uit te breiden om de rechten van families, waarvan ten minste een persoon EU-burger is, te beschermen?

Welke stappen zal de Commissie ondernemen als zij constateert dat de gevolgde procedures mogelijk tot psychologische of emotionele problemen bij kinderen of hun ouders leiden?

Oorspronkelijke taal van de vraag: RO
Juridische mededeling