Procedure : 2017/2877(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : O-000070/2017

Ingediende teksten :

O-000070/2017 (B8-0602/2017)

Debatten :

PV 05/10/2017 - 10
CRE 05/10/2017 - 10

Stemmingen :

Aangenomen teksten :


Parlementaire vragen
PDF 105kWORD 19k
4 september 2017
O-000070/2017
Vraag met verzoek om mondeling antwoord O-000070/2017
aan de Commissie
Artikel 128 van het Reglement
Jens Nilsson, Ramón Luis Valcárcel Siso, Beatriz Becerra Basterrechea, Marie-Christine Vergiat, Sven Giegold, Elena Gentile, Agnes Jongerius, Brando Benifei, Clara Eugenia Aguilera García, Ernest Urtasun, Evelyn Regner, Pina Picierno, Izaskun Bilbao Barandica, Jan Keller, Jean Lambert, Jean-Paul Denanot, Maite Pagazaurtundúa Ruiz, Nessa Childers, Nicola Danti, Patrizia Toia, Ramón Jáuregui Atondo, Renata Briano, Sergio Gaetano Cofferati, Sergio Gutiérrez Prieto, Guillaume Balas, Nicola Caputo, Simona Bonafè, Damiano Zoffoli, Enrico Gasbarra, Marita Ulvskog, Jytte Guteland, Olle Ludvigsson, Anna Hedh, Eider Gardiazabal Rubial, Elena Valenciano, Sofia Ribeiro, Heinz K. Becker, Georgi Pirinski, Enrique Guerrero Salom, Maria Arena

 Betreft: Een Europees actieplan voor de sociale economie
 Antwoord plenaire 

In 2015 werden de conclusies van de Raad over de bevordering van de sociale economie als belangrijkste motor van economische en sociale ontwikkeling in Europa aangenomen. In deze conclusies benadrukt de Raad dat de sociale economie, die gekenmerkt wordt door een grote diversiteit aan organisatievormen, zoals coöperaties, onderlinge maatschappijen, stichtingen, verenigingen en sociale ondernemingen, een belangrijke bijdrage levert aan de verwezenlijking van verschillende doelstellingen van de EU, waaronder het realiseren van slimme, duurzame en inclusieve groei en kwaliteitsvolle banen, sociale cohesie en sociale innovatie.

Er zijn in Europa twee miljoen ondernemingen in de sociale economie, die werk bieden aan meer dan 14,5 mensen en samen 8% van het bbp van de EU vertegenwoordigen. In het verslag van het Parlement over de Europese pijler van sociale rechten(1) stelt het Parlement dat de sociale economie een goed voorbeeld is als het gaat om het realiseren van hoogwaardige banen, ondersteuning van sociale inclusie en het bevorderen van een participerende economie.

In het verslag van het Parlement over de strategie voor de interne markt(2), de Verklaring van Bratislava, die ondertekend werd door 10 lidstaten, en het verslag van de deskundigengroep van de Commissie voor sociaal ondernemerschap (GECES), allemaal daterend uit 2016, werd er bij de Commissie op aangedrongen om een actieplan voor de sociale economie te ontwikkelen. In mei 2017 werd door negen lidstaten de Verklaring van Madrid over sociale economie aangenomen, waarin de Commissie werd verzocht in haar werkprogramma voor 2018 een Europees actieplan 2018-2020 op te nemen ter stimulering van ondernemingen in de sociale economie in Europa en ter bevordering van sociale innovatie, en daarvoor voldoende financiële middelen ter beschikking te stellen. Het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) heeft in zijn advies over het starters- en opschalingsinitiatief(3) de Commissie verzocht om alle bestaande en nieuwe initiatieven ter ondersteuning van ondernemingen in de sociale economie te bundelen door een mededeling uit te laten gaan inzake een actieplan voor de sociale economie.

– Op welke manier geeft de Commissie gevolg aan deze verzoeken van het Parlement, de Raad en diverse lidstaten om de ontwikkeling van ondernemingen in de sociale economie te stimuleren?

– Is de Commissie van plan om tegemoet te komen aan deze verzoeken en een Europees actieplan voor de sociale economie te ontwikkelen?

(1) Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0010.
(2) Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0237.
(3) PB C 288 van 31.8.2017, blz. 20.

Oorspronkelijke taal van de vraag: EN
Juridische mededeling