Procedure : 2017/3008(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : O-000094/2017

Ingediende teksten :

O-000094/2017 (B8-0616/2017)

Debatten :

PV 17/01/2018 - 21
CRE 17/01/2018 - 21

Stemmingen :

Aangenomen teksten :


Parlementaire vragen
PDF 105kWORD 18k
1 december 2017
O-000094/2017
Vraag met verzoek om mondeling antwoord O-000094/2017
aan de Commissie
Artikel 128 van het Reglement
Agnieszka Kozłowska-Rajewicz, Anna Maria Corazza Bildt, Esteban González Pons, Teresa Jiménez-Becerril Barrio, Elissavet Vozemberg-Vrionidi, Barbara Matera, Angelika Niebler, Marijana Petir, Michaela Šojdrová, Dubravka Šuica, Lívia Járóka, Rosa Estaràs Ferragut, Sirpa Pietikäinen, Alessandra Mussolini, Daniel Caspary, Andrzej Grzyb, Jarosław Wałęsa, Anna Záborská, namens de PPE-Fractie
Iratxe García Pérez, Maria Arena, Viorica Dăncilă, Vilija Blinkevičiūtė, Anna Hedh, Maria Noichl, Pina Picierno, Biljana Borzan, Edouard Martin, Clare Moody, Marc Tarabella, Julie Ward, Josef Weidenholzer, Hugues Bayet, Monika Beňová, Sylvie Guillaume, Cécile Kashetu Kyenge, Miltiadis Kyrkos, Luigi Morgano, Soraya Post, Christine Revault d'Allonnes Bonnefoy, Catherine Stihler, Elena Valenciano, Elly Schlein, namens de S&D-Fractie
Arne Gericke, namens de ECR-Fractie
Angelika Mlinar, Catherine Bearder, Beatriz Becerra Basterrechea, Izaskun Bilbao Barandica, Nathalie Griesbeck, Hilde Vautmans, Ivo Vajgl, Frédérique Ries, Norica Nicolai, namens de ALDE-Fractie
Terry Reintke, Ernest Urtasun, namens de Verts/ALE-Fractie
Malin Björk, João Pimenta Lopes, Ángela Vallina, Kostadinka Kuneva, Eleonora Forenza, Marina Albiol Guzmán, Kostas Chrysogonos, Javier Couso Permuy, Josu Juaristi Abaunz, Paloma López Bermejo, Marisa Matias, Helmut Scholz, Maria Lidia Senra Rodríguez, Marie-Christine Vergiat, Marie-Pierre Vieu, Lola Sánchez Caldentey, Tania González Peñas, Miguel Urbán Crespo, Estefanía Torres Martínez, Xabier Benito Ziluaga, Sofia Sakorafa, Takis Hadjigeorgiou, Merja Kyllönen, Neoklis Sylikiotis, namens de GUE/NGL-Fractie
Daniela Aiuto, namens de EFDD-Fractie

 Betreft: Bestrijding van de handel in vrouwen en meisjes voor seksuele en arbeidsuitbuiting in de EU
 Antwoord plenaire 

In haar verslag van 2016 over de vooruitgang in de strijd tegen mensenhandel (THB) stelde de Commissie vast dat 76% van de geregistreerde slachtoffers van THB vrouwen waren en ten minste 15% kinderen. De meeste geregistreerde slachtoffers waren EU-burgers, van wie 65% uit Roemenië, Bulgarije, Nederland, Hongarije en Polen afkomstig was. Mensenhandel met het oog op seksuele uitbuiting is nog steeds de meest verbreide vorm van THB (67% van de geregistreerde slachtoffers), gevolgd door arbeidsuitbuiting (21%).

Verscheidene lidstaten hebben gemeld dat THB met het oog op arbeidsuitbuiting toeneemt (21% van het totale aantal geregistreerde slachtoffers). In het verslag wordt landbouw genoemd als een van de sectoren met een hoog risico, met als voorbeeld de onlangs gemelde gevallen van Roemeense vrouwen die slachtoffer waren van mensenhandel in Italië. De top vijf van niet-EU-landen voor geregistreerde slachtoffers waren Albanië, China, Marokko, Nigeria en Vietnam. De Internationale Organisatie voor Migratie (IOM) en UNICEF hebben melding gemaakt van een dramatische toename van het aantal Nigeriaanse vrouwen en meisjes die het slachtoffer waren van mensenhandel. Daarbij ging het in 50% van de gevallen om niet-begeleide kinderen, en werd 80% van de vrouwen verhandeld voor seksuele uitbuiting.

De EU heeft uit hoofde van Richtlijn 2011/36/EU inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan, maatregelen aangenomen op het gebied van preventie, bescherming en ondersteuning van slachtoffers en vervolging van mensenhandelaars, alsmede de oprichting van nationale wetshandhavingseenheden die gespecialiseerd zijn in mensenhandel, en de oprichting van pan-Europese onderzoeksteams voor de vervolging van grensoverschrijdende mensenhandelzaken. Ook moeten de lidstaten Richtlijn 2012/29/EU betreffende de rechten van slachtoffers en Richtlijn 2014/36/EU betreffende seizoenarbeiders naleven. Bovendien verbiedt artikel 5 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie slavernij en dwangarbeid, terwijl artikel 31 bepaalt dat alle werknemers recht hebben op "rechtvaardige en billijke" arbeidsvoorwaarden.

Hoe beoordeelt de Commissie in het licht van de gemelde ernstige arbeids- en seksuele uitbuiting in de verschillende betrokken sectoren de naleving door de lidstaten van bovengenoemde richtlijnen en hun verplichting om de nodige zorgvuldigheid te betrachten om werknemers te beschermen en inspecties uit te voeren om gevallen van uitbuiting op de arbeidsmarkt vast te stellen, slachtoffers te beschermen, verhaalmechanismen in te stellen en ervoor te zorgen dat daders voor de rechter worden gebracht? Welke maatregelen neemt de Commissie tegen lidstaten die de richtlijnen niet naleven?

Welke specifieke maatregelen neemt de Commissie om de genderdimensie van mensenhandel, seksueel misbruik en arbeidsuitbuiting aan te pakken? Welke middelen zijn, gezien het aantal gemelde gevallen en de specifieke betrokken sectoren, specifiek aan de genderdimensie toegewezen om het probleem doeltreffend aan te pakken?

Welke onderzoeksinspanningen zijn er geleverd die zijn gericht op landen waar seksuele uitbuiting en arbeidsuitbuiting het meest voorkomen?

Verzamelt de Commissie, op basis van de verplichting van de lidstaten om gegevens te verstrekken, specifieke uitgesplitste gegevens over vrouwen die het slachtoffer zijn van arbeids- en seksuele uitbuiting in de EU? Wanneer zal de Commissie haar strategie voor de periode na 2016 presenteren?

Oorspronkelijke taal van de vraag: EN
Juridische mededeling