Procedure : 2017/2922(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : O-000040/2018

Ingediende teksten :

O-000040/2018 (B8-0017/2018)

Debatten :

PV 02/05/2018 - 29
CRE 02/05/2018 - 29

Stemmingen :

Aangenomen teksten :


Parlementaire vragen
PDF 95kWORD 20k
12 april 2018
O-000040/2018
Vraag met verzoek om mondeling antwoord O-000040/2018
aan de Raad
Artikel 128 van het Reglement
Sirpa Pietikäinen, Miriam Dalli, Bolesław G. Piecha, Frédérique Ries, Stefan Eck, Marco Affronte, Eleonora Evi, Sylvie Goddyn, namens de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid

 Betreft: Een mondiaal verbod op dierproeven voor cosmetica
 Antwoord plenaire 

In de verordening betreffende cosmetische producten zijn de voorwaarden neergelegd voor het verhandelen van cosmetische producten en ingrediënten in de EU. Deze verordening beoogt de werking van de interne markt voor cosmetische producten en een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid te waarborgen (Verordening (EG) nr. 1223/2009). Het verrichten van dierproeven met cosmetische eindproducten en met cosmetische ingrediënten is sinds september 2004 respectievelijk maart 2009 in de EU verboden ("verbod op dierproeven"). Sinds maart 2013 geldt er een volledig verbod op het op de markt brengen van cosmetische eindproducten en cosmetische ingrediënten waarvoor dierproeven zijn verricht, ongeacht of er alternatieve tests zonder dierproeven beschikbaar zijn ("verbod op het op de markt brengen"). Deze baanbrekende verboden vormen het bewijs dat de EU op het gebied van dierenwelzijn vooroploopt en vastbesloten is om een einde te maken aan dierproeven. Bovendien hebben de verboden buitengewoon positieve gevolgen gehad: Europa heeft een florerende en innovatieve cosmeticasector. Onderzoek naar alternatieve methoden heeft tot indrukwekkende resultaten geleid, maar bovenal hebben deze verboden op EU-niveau aangetoond dat geleidelijke afschaffing van dierproeven voor cosmetische producten mogelijk is. Het verrichten van dierproeven voor cosmetische producten valt niet meer te rechtvaardigen. Dergelijke tests moeten dus over de hele wereld uitgefaseerd worden. Ondanks het feit dat er op diverse plekken in de wereld door middel van wetgeving vooruitgang is geboekt, is het in 80 % van de landen van de wereld nog altijd toegestaan dierproeven uit te voeren en op dieren geteste cosmetische producten op de markt te brengen.

In dit kader wordt de Raad verzocht antwoord te geven op de volgende vragen:

1. Wat is volgens de Raad de impact van het EU-verbod op het verrichten van dierproeven voor cosmetica in de rest van de wereld en hoe wordt er in de rest van de wereld op dit verbod gereageerd?

2. Hoe gaat de Raad waarborgen dat alle cosmetische producten die in de EU op de markt worden gebracht niet in een derde land op dieren zijn getest?

3. Is de Raad van plan om krachtig op te treden en het voortouw te nemen bij de totstandkoming van een internationale overeenkomst die voorgoed en in de hele wereld een einde zal maken aan dierproeven voor cosmetische producten, waarbij de Europese verordening betreffende cosmetische producten als basis wordt genomen?

4. Op welke wijze gaat de Raad zich binnen de VN inzetten voor een mondiaal verbod op dierproeven voor cosmetica?

5. Hoe gaat de Raad ervoor zorgen dat de handhaving van een mondiaal verbod op dierproeven voor cosmetica niet indruist tegen handelsakkoorden en de regels van de WTO?

Oorspronkelijke taal van de vraag: EN
Laatst bijgewerkt op: 13 april 2018Juridische mededeling