Procedure : 2018/2763(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : O-000075/2018

Ingediende teksten :

O-000075/2018 (B8-0403/2018)

Debatten :

PV 02/10/2018 - 12
CRE 02/10/2018 - 12

Stemmingen :

Aangenomen teksten :


Parlementaire vragen
PDF 7kWORD 19k
27 juni 2018
O-000075/2018
Vraag met verzoek om mondeling antwoord O-000075/2018
aan de Commissie
Artikel 128 van het Reglement
Linda McAvan, namens de Commissie ontwikkelingssamenwerking
Bernd Lange, namens de Commissie internationale handel
Pier Antonio Panzeri, namens de Commissie buitenlandse zaken

 Betreft: De bijdrage van de EU aan een bindend VN-instrument inzake transnationale bedrijven met betrekking tot de mensenrechten
 Antwoord plenaire 

Met resolutie 26/9 van de VN-Mensenrechtenraad van 26 juni 2014 werd voor onbepaalde tijd een intergouvernementele werkgroep inzake transnationale bedrijven en andere ondernemingen met betrekking tot de rechten van de mens ingesteld. Deze werkgroep heeft de opdracht een internationaal juridisch bindend instrument uit te werken voor het reguleren van de activiteiten van transnationale bedrijven en andere ondernemingen in het kader van het internationaal recht inzake de mensenrechten. De intergouvernementele werkgroep is tot op heden drie keer bijeengekomen: de eerste twee bijeenkomsten waren gericht op overleg over de inhoud, het toepassingsgebied, de aard en de vorm van het toekomstige internationale instrument, en tijdens de derde bijeenkomst in oktober 2017 is een begin gemaakt met de voorbereiding van onderdelen van de ontwerpversie van een wettelijk bindend instrument. De vierde bijeenkomst van de intergouvernementele werkgroep zal plaatsvinden in oktober 2018.

Ondanks de steun van het Europees Parlement voor de werkzaamheden van de intergouvernementele werkgroep, en zijn verzoek om daadwerkelijke betrokkenheid van de EU, heeft de EU zorgen geuit over de manier waarop de werkzaamheden van de werkgroep tot dusver zijn gevoerd, en lijken bepaalde obstakels haar er nog steeds van te weerhouden aan het onderhandelingsproces deel te nemen. Tot dusver beschikt de EU niet over een formeel mandaat dat als basis voor onderhandelingen kan dienen.

Wat zijn de voornaamste redenen voor de EU en haar lidstaten om niet actief aan het proces deel te nemen? Streeft de EU naar een gemeenschappelijk standpunt voor deze bijeenkomst van de intergouvernementele werkgroep in oktober 2018? Zo ja, welke procedure wordt er dan gevolgd en hoe is de EU van plan belanghebbenden en het Europees Parlement hierbij te betrekken?

Welke stappen zijn er gezet om te komen tot een samenhangende benadering in de gehele EU van toegang tot rechtsmiddelen voor de slachtoffers van bedrijfsgerelateerde mensenrechtenschendingen in de EU? Acht de Commissie het gepast om richtsnoeren met betrekking tot de toegang tot rechtsmiddelen voor slachtoffers af te geven, terwijl deze door nationale rechters zouden moeten worden verstrekt? In het verslag van de Commissie van 25 januari 2018 over de tenuitvoerlegging van de aanbeveling 2013 betreffende collectieve verhaalmechanismen in de lidstaten wordt gewezen op de ongelijke toegang tot dergelijke mechanismen in de EU. Welke positieve rol zou een VN-verdrag in dit verband kunnen vervullen?

Oorspronkelijke taal van de vraag: EN
Laatst bijgewerkt op: 2 juli 2018Juridische mededeling