Procedure : 2019/2513(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : O-000123/2018

Ingediende teksten :

O-000123/2018 (B8-0002/2019)

Debatten :

PV 31/01/2019 - 3
CRE 31/01/2019 - 3

Stemmingen :

Aangenomen teksten :


Parlementaire vragen
PDF 7kWORD 17k
20 november 2018
O-000123/2018
Vraag met verzoek om mondeling antwoord O-000123/2018
aan de Raad
Artikel 128 van het Reglement
Iratxe García Pérez, Sylvia-Yvonne Kaufmann, Evelyn Regner, Anna Hedh, namens de S&D-Fractie

 Betreft: Voorstel voor een richtlijn "vrouwen in raden van bestuur"
 Antwoord plenaire 

De Europese Commissie heeft in november 2012 een voorstel gepubliceerd voor een richtlijn inzake de verbetering van de man-vrouwverhouding bij niet-uitvoerende bestuurders van beursgenoteerde ondernemingen, algemeen bekend als de "richtlijn vrouwen in raden van bestuur". Dit was het resultaat van een reeds lang bestaande vraag vanuit het Europees Parlement, dat de Commissie verzocht maatregelen te nemen. In het voorstel wordt gestreefd naar een minimum van 40 % van de niet-uitvoerende bestuurders van het ondervertegenwoordigde geslacht in raden van bestuur. Dat moet tegen 2020 worden bereikt in de particuliere sector en tegen 2018 in overheden (het zogenoemde "procedurequotum").

Wij zijn van oordeel dat deze richtlijn een zeer belangrijk instrument is om een beter evenwicht tussen mannen en vrouwen te bereiken in de economische besluitvorming op het hoogste niveau, en om, zoals in verschillende studies is aangetoond, het concurrentievermogen van ondernemingen te verbeteren door alle talenten in de maatschappij te benutten.

Het Parlement heeft zijn standpunt in eerste lezing in november 2013 vastgesteld, met het oog op de aanneming van de richtlijn door een substantiële meerderheid over de fractiegrenzen heen. In dat standpunt heeft het Parlement slechts een klein aantal wijzigingen aangenomen, om aan de Raad te signaleren dat een overeenkomst over het voorstel haalbaar was. Doordat verschillende lidstaten echter bedenkingen hebben geuit, werd nog geen overeenstemming bereikt. Sindsdien is het voorstel geblokkeerd in de Raad.

De afgelopen jaren heeft de agenda voor gelijkheid in veel lidstaten aan belangstelling en kracht gewonnen, en is de samenstelling van de regeringen die eerder voorbehoud maakten, gewijzigd. Zo heeft de Spaanse regering onlangs aan het Oostenrijkse voorzitterschap meegedeeld dat zij haar voorbehoud ten aanzien van het voorstel zal laten vallen en actief zal samenwerken met haar EU-partners om een voldoende meerderheid voor een overeenkomst te bereiken.

Volgt het Oostenrijkse voorzitterschap de suggestie van de Spaanse regering om het "vrouwen in raden van bestuur"-dossier op de agenda te zetten voor de Raad van december, teneinde de impasse met betrekking tot de richtlijn voor het einde van het huidige mandaat van het Parlement op te lossen en gendergelijkheid opnieuw centraal te stellen in het EU-debat? Zo nee, waarom niet? Wat is het meest recente standpunt van de lidstaten over dit dossier?

Oorspronkelijke taal van de vraag: EN
Laatst bijgewerkt op: 29 november 2018Juridische mededeling