Parlementaire vragen
PDF 51kWORD 17k
18 januari 2019
O-000002/2019

Vraag met verzoek om mondeling antwoord O-000002/2019

aan de Commissie

Artikel 128 van het Reglement

Daniel Buda, Theodor Dumitru Stolojan, Marian-Jean Marinescu, Adina-Ioana Vălean, Cristian-Silviu Buşoi, Mihai Ţurcanu, Csaba Sógor, Siegfried Mureşan, Emil Radev, Milan Zver, Romana Tomc, Ivana Maletić, Michaela Šojdrová, Marijana Petir, Dubravka Šuica, Danuta Jazłowiecka, Krzysztof Hetman, Franc Bogovič, Anna Záborská, Željana Zovko, Marek Plura, Dariusz Rosati, Tamás Deutsch, Kinga Gál, Norbert Erdős, László Tőkés, Andrea Bocskor, András Gyürk, György Schöpflin, Andor Deli, Pál Csáky, Vladimir Urutchev, Michał Boni, Lívia Járóka, Andrey Kovatchev, Asim Ademov, Stanislav Polčák, Eva Maydell, Alojz Peterle, Ivica Tolić


  Betreft: Schendingen van de rechten van kinderen van wie de ouders in Oostenrijk werken

Vorig jaar nam het Oostenrijkse parlement een wet aan op grond waarvan de kinderbijslag voor buitenlandse werknemers van wie de kinderen niet in Oostenrijk wonen, moet worden aangepast aan de voorzieningen in hun land van herkomst. Deze maatregel zou met ingang van 1 januari 2019 leiden tot een aanzienlijke verlaging van de kinderbijslag voor kinderen die in Oost-Europa verblijven. Europese werknemers moeten gelijke rechten hebben en de Commissie mag niet langer discriminerende maatregelen tolereren die de idee van eenheid en solidariteit op Europees niveau aantasten en het geloof binnen de Unie in het bestaan van eersterangs- en tweederangsburgers kunnen aanwakkeren.

In antwoord op een vraag over dit onderwerp, verklaarde Marianne Thyssen, de Europese commissaris voor Werkgelegenheid, Sociale Zaken, Vaardigheden en Arbeidsmobiliteit: "Verordeningen van de Europese Unie over de onderlinge afstemming van socialezekerheidsstelsels beogen gemeenschappelijke regels voor de uitkering van gezinstoelagen aan werknemers die werkzaam zijn in een andere lidstaat. Volgens deze regels hebben mobiele werknemers het recht op dezelfde kinderbijslag als plaatselijke werknemers, ongeacht de woonplaats van hun kinderen. De Commissie zal onderzoeken of de door Oostenrijk genomen maatregelen in overeenstemming zijn met de EU-wetgeving, indien en wanneer ze worden aangenomen en toegepast. De Commissie wijst erop dat het Verdrag elke vorm van directe of indirecte discriminatie van werknemers op grond van hun nationaliteit verbiedt". Gezien de hierboven geschetste situatie zijn de volgende vragen gerezen:

1. Is de Commissie zich bewust van de maatregel die is genomen door de Oostenrijkse autoriteiten om de kinderbijslag en de voordelen op de inkomstenbelasting van buitenlandse werknemers uit een andere EU-lidstaat van wie de kinderen in een andere lidstaat verblijven, met ingang van 1 januari 2019 te beperken?

2. Wat vindt de Commissie van de verenigbaarheid van de nieuwe Oostenrijkse wet inzake de indexering van de kinderbijslag met de EU-wetgeving?

3. Welke maatregelen is de Commissie van plan te nemen als reactie op de schending van de EU-rechten van deze werknemers en hun kinderen?

4. Als de Commissie van zins is stappen te ondernemen, hoe zal zij dat dan op korte termijn doen, aangezien veel gezinnen nu al in financiële moeilijkheden verkeren als gevolg van de Oostenrijkse maatregelen?

Ingediend: 18.1.2019

Doorgezonden: 22.1.2019

Uiterste datum beantwoording: 29.1.2019

Oorspronkelijke taal van de vraag: EN
Laatst bijgewerkt op: 22 januari 2019Juridische mededeling