Procedure : 2019/2536(RSP)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : O-000003/2019

Ingediende teksten :

O-000003/2019 (B8-0019/2019)

Debatten :

PV 17/04/2019 - 25
CRE 17/04/2019 - 25

Stemmingen :

Aangenomen teksten :


Parlementaire vragen
PDF 43kWORD 20k
22 januari 2019
O-000003/2019

Vraag met verzoek om mondeling antwoord O-000003/2019

aan de Raad

Artikel 128 van het Reglement

Danuta Maria Hübner

namens de Commissie constitutionele zaken


  Betreft: Onderhandelingen met de Raad en de Commissie inzake het enquêterecht van het Parlement: wetgevingsvoorstel

 Antwoord plenaire 

Met het oog op de follow-up van het akkoord dat de voorzitter van AFCO en rapporteur Jáuregui met het Slowaakse voorzitterschap van de Raad en de Commissie op 10 oktober 2016 hadden bereikt en waarin was verklaard dat de officiële onderhandelingen pas weer van start zouden kunnen gaan als het voorstel van het Parlement anders zou worden verwoord, heeft de Commissie AFCO het voorstel inzake het enquêterecht van het Europees Parlement, zoals vastgelegd in artikel 226 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) opnieuw geformuleerd in de vorm van een non-paper die op 3 mei 2018 naar de Raad en de Commissie is gezonden. Deze nieuwe formulering, die bestaat uit een nieuwe en duidelijke tekst van 25 artikelen en gebaseerd is op zowel de verschillende afspraken en opties die tijdens de vergaderingen van de juridische diensten van drie instellingen in 2017 waren ontwikkeld als op het in 2014 aangenomen verslag van David Martin, met inbegrip van een aantal wijzigingen om de door de Raad en de Commissie uitgesproken zorgen weg te nemen, had als enige ambitie en oogmerk om te voldoen aan de voornoemde verbintenis en als doel de onderhandelingen met de Raad en de Commissie te openen, die tijdens deze zittingsperiode nooit hebben plaatsgevonden. In het antwoord van de Raad op de non-paper van 25 oktober 2018 is evenwel een nieuwe lijst met bezwaren opgenomen en wordt er geen enkele ruimte gelaten voor onderhandelingen, wat in strijd is met het idee achter de non-paper, namelijk de opening van onderhandelingen.

Gezien het feit dat de zittingsperiode bijna is afgelopen en alle mogelijkheden voor onderhandelingen zijn uitgeput, wensen we ons zeer grote ongenoegen uit te spreken over de houding van de Raad en de Commissie. Na meer dan vier jaar van informele bijeenkomsten, briefwisselingen en uitwisselingen van documenten blijven zij verhinderen dat er een formele bijeenkomst plaatsvindt om op politiek niveau de mogelijke oplossingen voor de vastgestelde problemen te bespreken. De houding van de Raad om de goedkeuring te weigeren van een politiek mandaat dat de mogelijkheid opent voor politieke bijeenkomsten om de meest controversiële kwesties op te lossen en vast te stellen of een overeenkomst kan worden bereikt, geeft blijk van een duidelijk gebrek aan loyale samenwerking bij de vervulling van een mandaat uit hoofde van de Verdragen (artikel 226 VWEU).

Kan de Raad verklaren wat de redenen voor deze impasse zijn en het voorzitterschap van de Raad een duidelijk mandaat geven voor onderhandelingen met het Parlement en de Commissie teneinde tot een akkoord te komen om de procedure af te sluiten en te voorzien in een passend juridisch kader voor de uitvoering van het enquêterecht van het Parlement?

Ingediend: 22.1.2019

Doorgezonden: 23.1.2019

Uiterste datum beantwoording: 13.2.2019

Oorspronkelijke taal van de vraag: EN
Laatst bijgewerkt op: 29 januari 2019Juridische mededeling