Parlementaire vragen
PDF 43kWORD 18k
29 januari 2019
O-000005/2019

Vraag met verzoek om mondeling antwoord O-000005/2019

aan de Commissie

Artikel 128 van het Reglement

Biljana Borzan

namens de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid


  Betreft: De rechten van de vrouw in de landen van de Westelijke Balkan

De landen van de Westelijke Balkan (Albanië, Bosnië en Herzegovina, Kosovo, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (FYROM), Montenegro en Servië) bevinden zich in verschillende stadia van de procedure voor toetreding tot de EU. Hoewel in al deze landen wetgeving van kracht is, blijft de tenuitvoerlegging ervan beperkt, en zijn er in vele gevallen onvoldoende middelen toegekend. Het gebruik van geweld tegen vrouwen is een vaak voorkomend probleem; bovendien is het aantal opvangtehuizen beperkt, is er te weinig kosteloze rechtsbijstand beschikbaar en is de toegang tot de rechter gebrekkig. Vrouwen zijn op de arbeidsmarkt nog steeds ondervertegenwoordigd: hun arbeidsomstandigheden zijn slechter dan die van hun mannelijke collega's en er bestaat te weinig regelgeving over het evenwicht tussen werk en privéleven. Er zijn nog steeds weinig vrouwelijke ondernemers en vrouwen hebben slechts beperkt toegang tot financiële leningen.

1. Wat doet de Commissie om te waarborgen dat wetgeving en strategieën – met name die welke gericht zijn op het bestrijden van geweld tegen vrouwen en meisjes op de arbeidsmarkt en op politieke participatie – ten uitvoer worden gelegd en voldoende worden gefinancierd? Hoe ondersteunt en bevordert zij de beschikbare instrumenten, en hoe stelt zij deze instrumenten beschikbaar, met name aan vrouwen in plattelandsgebieden en gemarginaliseerde groepen?

2. Hoe helpt zij vooroordelen over traditionele rolpatronen te bestrijden, die vaak als de grootste belemmering gezien worden om de gelijkheid van mannen en vrouwen in de regio te verbeteren?

3. Hoe verzekert zij een effectieve, efficiënte en resultaatgerichte besteding van de werkingsmiddelen voor de onafhankelijke en regeringsinstellingen die voor de invoering en toepassing van gendergelijkheidsmaatregelen, en met name voor gendermainstreamingsbeleid, moeten zorgen?

4. Hoe ziet zij toe op de naleving van de verbintenis die in het genderactieplan II is opgenomen om systematisch gebruik te maken van genderanalyses in alle EU-fondsen voor de Westelijke Balkan, in de programmering van het instrument voor pretoetredingssteun en in de beleidsvorming met betrekking tot de toetredingsprocedure?

5. Hoe gaat zij in het kader van de toetredingsprocedures regelmatig overleg plegen met vrouwenorganisaties, met het oog op een beter geïnformeerde politieke dialoog met de landen van de Westelijke Balkan?

Ingediend: 29.1.2019

Doorgezonden: 31.1.2019

Uiterste datum beantwoording: 7.2.2019

Oorspronkelijke taal van de vraag: EN
Laatst bijgewerkt op: 8 februari 2019Juridische mededeling